Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Oei, ik groei!' leidt tot bittere ruzie van wetenschappers

Home

ANNEMARIE KOK

GRONINGEN - “Een huilende baby is vreselijk voor degene die zo'n hummel gezond en gelukkig wil zien. Het blijkt dat menig moeder zich regelmatig zorgen maakt over haar baby. Vaak denkt ze dat zij de enige is die niet de hele dag blij rondloopt. Dat is niet zo.”

Zo begint het in 1992 verschenen boek 'Oei, ik groei! De acht sprongen in de mentale ontwikkeling van je baby'. Bijzonder hoogleraar F. Plooij en zijn vrouw H. van de Rijt wilden met hun boek onzekere ouders 'steun in bange dagen' bieden. Maar inmiddels is de sprongentheorie van het paar volledig onderuitgehaald.

In het voorwoord van 'Oei, ik groei!' schrijven Plooij en Van de Rijt dat ze 20 jaar onderzoek hebben gedaan naar de ontwikkeling van baby's. 'We ontdekten dat iedereen van tijd tot tijd met dat huilen zit.' Ze vonden een verklaring: elk kind maakt in de eerste zestig weken van zijn leven drastische veranderingen mee in zijn mentale ontwikkeling. Het zijn precies acht sprongen, aldus het boek en het is met grote nauwkeurigheid te zeggen wanneer ze zich voordoen: rond vijf weken, rond acht weken enzovoort.

Kort voor het verschijnen van 'Oei, ik groei!' besloot de kersverse bijzonder hoogleraar 'psychosociale belasting' aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn theorie aan nieuw wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. Maar, kennelijk geheel tegen zijn verwachtingen in, botsten de resultaten keihard met de inhoud van het boek.

Conflict

Zo ontstond twee jaar geleden een fel conflict tussen Plooij en C. de Weerth, die volgend jaar op het onderzoek promoveert. Plooij trok zich terug uit het onderzoek. De ruzie sudderde door, maar bleef binnen de muren van de universiteit. Tot het vorige week tot een uitbarsting kwam.

Vandaag buigt het college van bestuur van de universiteit zich over de vraag wat het aanmoet met de aanstelling van Plooij, die de onderzoeksresultaten van De Weerth via een persbericht de grond in boorde. Hij deed dat naar aanleiding van een artikel over haar bevindingen, dat binnenkort verschijnt in het British Journal of Developmental Psychology.

“Het is heel slecht voor de wetenschap dat dergelijke artikelen worden gepubliceerd”, schreef Plooij. En, doelend op een prijs die De Weerth onlangs heeft ontvangen: “Het is nog erger dat zo'n artikel ook nog eens wordt beloond.”

Plooij, die naast zijn hoogleraarschap (van een dag per week) is verbonden aan het gemeentelijk pedologisch instituut in Amsterdam, liet het niet bij een persbericht. Hij diende vorige week maandag ook zijn ontslag in bij decaan prof. J. Peschar van de faculteit der psychologische, pedagogische en sociale wetenschappen. Twee dagen later liet hij weten dat hij op het verzoek terug wilde komen. Vreemd, ook al omdat Plooij niet is benoemd door de universiteit maar door de landelijke Stichting voor onderzoek naar psychosociale stress.

Van 'Oei, ik groei!' zijn zo'n 200 000 exemplaren verkocht. Het werd vertaald in het Engels, Duits, Frans en Spaans. Volgens hoogleraar P. van Geert, die onderzoekster De Weerth de laatste jaren heeft begeleid, is het boek enerzijds gebaseerd op bestaande, betrouwbare ontwikkelingspsychologische kennis. Daarnaast worden de acht sprongen beschreven, op grond van de weekboeken die vijftien moeders bijhielden over hun baby's.

“Hij heeft maar één praktijkonderzoek gedaan. Ik zelf zou een boek met opvoedingsadviezen nooit en te nimmer op slechts één onderzoek baseren”, zegt hij.

Blijkbaar zag ook Plooij het nut van een tweede onderzoek in. Op zijn initiatief bezocht De Weerth 64 weken lang wekelijks vier moeders en observeerde dan drie uur lang de ouder-babyrelatie. Haar conclusie luidt dat de ontwikkeling van de kinderen veel chaotischer verloopt dan Plooij wil doen geloven. Ook trof ze grote individuele verschillen in de ontwikkeling aan. Uit speekselonderzoek bleek bovendien dat er geen sprake was van een verhoogde hoeveelheid van het stresshormoon cortison, in de periodes dat er een sprong zou moeten plaatsvinden.

Begeleider Van Geert: “Eigenlijk was die uitkomst niet zo verwonderlijk. Het boek van Plooij wijkt extreem af van eerder gedaan onderzoek naar de ontwikkeling van baby's. In de literatuur zijn veel vaker versnellingen, sprongetjes beschreven. Maar niet zoveel sprongen als Plooij beweert en zeker geen sprongen die zo precies zijn te voorspellen.”

De ontwikkelingspsycholoog beschouwde de komst van Plooij vijf jaar geleden als 'een aanwinst.' Nu noemt hij het gedrag van de hoogleraar 'volledig ontspoord' en 'zeer onfatsoenlijk.' Hij neemt het Plooij hoogst kwalijk dat hij de redactie van het Engelse tijdschrift probeerde af te houden van publicatie. Ook schreef Plooij een brief naar het onderzoeksinstituut dat De Weerth de prijs gaf. “Het is smaad. Het had de carrière van De Weerth tot in lengte van dagen kunnen schaden”, zegt Van Geert.

De grote vraag is natuurlijk of ouders die 'Oei, ik groei!' in huis hebben, het boek nu net zo goed weg kunnen gooien. De begeleider: “Niet alle adviezen in het boek zijn omstreden. Maar de adviezen die ingaan op al die sprongen, daaraan kunnen ouders beter geen waarde hechten. Wanneer ze geloven dat het sprongenmodel een normale ontwikkeling beschrijft, zullen ze zich al gauw zorgen maken. Als een kind aan het patroon voldoet, is dat een pure toevalstreffer.”

Plooij was gisteren niet voor commentaar bereikbaar. Zijn aanstelling aan de Groningse universiteit loopt in maart volgend jaar af. Het is zo goed als zeker dat het contract niet wordt verlengd. Dat gebeurt volgens decaan Peschar alleen wanneer de samenwerking 'uitzonderlijk plezierig of vruchtbaar' is gebleken. Het is duidelijk dat daarvan in het geval van Plooij al lang geen sprake meer was.

Deel dit artikel