Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Negatieve berichtgeving dwarsboomt Jeugdzorg'

Home

Jeannine Julen

Gezinsmanagers van Bureau Jeugdzorg worden bemoeilijkt in hun werk door negatieve berichtgeving. © anp

Het publieke debat over de jeugdzorg in Nederland wordt niet constructief gevoerd. En daar zijn onder andere journalisten debet aan, zeggen Erik Gerritsen van Bureau Jeugdzorg in Amsterdam en Jasper Zuure van RMO (Raad voor Maatschappelijke Ontwikkelingen) in een opiniestuk. Sensationele koppen en smeuïge reportages bemoeilijken het werk van jeugdzorgmedewerkers, schrijven Gerritsen en Zuure. Is het de taak van een journalist om hier rekening mee te houden?

'Inspectie: vernietigend rapport zaak-Savanna', kopte Elsevier op 10 maart 2005. In de eerste zin is al te lezen over de ernstige fouten die Jeugdzorg en de Kinderbescherming hebben gemaakt in de begeleiding van de kleuter. Het 3-jarige meisje werd zwaar mishandeld, was ondervoed en werd uiteindelijk dood aangetroffen in de kofferbak van haar ouders.

Dit soort berichten maken het er voor de gezinsmanagers van Bureau Jeugdzorg niet makkelijker op, zeggen Gerritsen en Zuure. Ze ontkennen niet dat er fouten worden gemaakt, maar bekritiseren de negatieve focus van veel journalisten. "Na een kritische uitzending op de televisie komen medewerkers van Jeugdzorg de volgende dag moeilijker binnen", schrijven de twee.

Volgens hoogleraar mediastudies Mark Deuze van de Universiteit van Amsterdam overschatten Gerritsen en Zuure de invloed van de journalistieke markt. "Mensen zullen na een spraakmakende uitzending van Nieuwsuur of Tegenlicht zeker wel praten over de misstanden in de jeugzorg. Maar na drie dagen is iedereen die heisa weer vergeten."

Huub Evers, onafhankelijk onderzoeker en publicist over media ethiek, gelooft dat negatieve berichtgeving wel degelijk van invloed kan zijn. "Kijkers onthouden concrete gevallen weliswaar niet, maar in hun beeldvorming blijft toch een hoop hangen. Dat heeft weer invloed op de publieke opinie. 'Ah, Jeugdzorg. Daar is altijd iets mee.' Dat idee beklijft. Ik kan me voorstellen dat medewerkers daar hinder van ondervinden."

'If it bleeds, it leads'
Negatieve berichten kunnen veel teweeg brengen. Denk aan Kamervragen of publieke ophef. Maar journalisten dragen hier - ondanks het lijden van de sector- geen verantwoordelijkheid voor, zeggen de media-ethici. "De journalist moet integer te werk gaan, maar kan niet instaan voor de consequenties. Dat gaat gewoon niet. Dan zou met elke sector rekening gehouden moeten worden en horen we iedere dag wel iemand klagen", aldus Evers.

Nieuws is nou eenmaal vaak negatief, kaart Deuze aan. "If it bleeds, it leads, is een bekende journalistenuitspraak. Nieuws is geregeld dat wat anderen willen verbergen. Dan schrijf je toch snel over dat wat er fout gaat", zegt Deuze. "

Juist daar moet verandering in komen, vindt Kitty Jurrius van Stichting Alexander. De directeur van de stichting voor jongerenparticipatie en actiegericht jongerenonderzoek, juicht het toe dat journalisten problemen boven water halen. Maar ze zouden ook kunnen meedenken over oplossingen in de sector. "Als de media er niet waren, hadden we de discussie over de misstanden in Jeugdzorg niet gevoerd, maar misschien is het zaak een stap verder te denken. Niet alleen focussen op wat fout gaat, maar ook nadenken over hoe het beter kan."

Lees verder na de advertentie

 
Na een kritische uitzending op de televisie komen medewerkers van Jeugdzorg de volgende dag moeilijker binnen.
Jasper Zuure (RMO) en Erik Gerritsen (Bureau Jeugdzorg)

© ANP

'Maak het vooral evenwichtiger'
Oplossingen moeten de professionals uit een sector bieden, zegt Evers. "Die zijn daar veel meer toe bevgoegd." Bestuursvoorzitter Gerritsen is het daarmee eens. Het gaat hem vooral om de onevenwichtige berichtgeving die hij veelvuldig signaleert. "Het is absoluut niet ons streven om ervoor te zorgen dat ze enkel positief over ons berichten. Journalisten moeten vooral onafhankelijk te werk gaan. Maar het mag wel genuanceerder."

Gerritsen geeft een recent voorbeeld van de twee broertjes Julian en Ruben uit Zeist die eerder dit jaar door hun vader om het leven zijn gebracht. De man pleegde kort daarna zelfmoord. "NRC Handelsblad kopte groot dat tien instellingen bij de zaak betrokken waren. Hoe kon het dan toch fout gaan, vroeg de journalist zich af. Toen maanden later bekend werd dat Jeugdzorg geen schuld was aan te rekenen, schreef de krant: Jeugdzorg vrijgepleit. Alsof ze het over misdadigers hadden."

Deels is de eenzijdige berichtgeving ook de sector zelf aan te rekenen, erkent Gerritsen. "We waren te defensief, wilden de privacy van onze cliënten zo veel mogelijk beschermen. Dat is vechten met twee handen op de rug. Je kunt geen weerwoord bieden als boze ouders voor de camera een emotioneel verhaal houden. Daar komt nu langzaam verandering in. De openheid neemt toe. Journalisten mogen, mits ze integer te werk gaan, dossiers inzien. Ze kunnen zelfs meelopen. Maar ook belangrijk: medewerkers worden weer trots op hun werk."

Trots zijn was lange tijd moeilijk, zegt Gerritsen. Niet alleen vanwege de berichtgeving, maar door meerdere zaken. Gezinsmanagers durfden op verjaardagsfeesten niet eens te zeggen dat ze bij Jeugdzorg werken. Dat hoogleraar Deuze de invloed van de media bagatelliseert, verbaast Gerritsen. "Die minimale invloed geldt misschien voor andere sectoren. Maar Jeugdzorg komt dichtbij, roept hevige emoties op. Dat is niet zomaar af te wimpelen. Na een kritische uitzending staan we de dag erna met 3-0 achter. Ouders laten ons iet binnen of beginnen er vaak zelf over."

 
Het is absoluut niet ons streven om ervoor te zorgen dat ze enkel positief over ons berichten. Journalisten moeten vooral onafhankelijk te werk gaan. Maar het mag wel genuanceerder.
Erik Gerritsen

Deel dit artikel