Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

`Nee mevrouw, u bent te laat`

Home

door Karin Alfenaar

Ze zijn vóór 1985 geboren uit een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader. Daardoor spreken ze vloeiend Nederlands, maar krijgen ze geen Nederlands paspoort. Dat willen ze nu alsnog.

Mieke Grayson (54) is stewardess en een paar dagen over uit Miami. In de studentenkamer van haar dochter Kate (23) vertelt ze de toevalligheden die de toekomst van Kate Grayson bepalen. Kate spreekt vloeiend Nederlands en is over anderhalf jaar klaar met haar studie geschiedenis in Utrecht. Als ze dan niet onmiddellijk een baan heeft waarmee ze jaarlijks minimaal drieëndertigduizend euro verdient, moet ze terug. Mieke`s neven in Australië, die geen woord Nederlands spreken maar een Nederlandse vader hebben, kennen deze beperking niet.

De eerste Nederlandse nationaliteitswet dateert van 1892. Nederlandse vrouwen die met een buitenlander trouwden, verloren automatisch hun nationaliteit. In 1964 kwam gedeeltelijk een einde aan deze rechtsongelijkheid. De Nederlandse vrouw verloor niet langer automatisch haar nationaliteit maar voor de kinderen werd aanknoping bij de nationaliteit van de vader als meest opportuun gezien.

Tot 1985 kon een Nederlandse vrouw die trouwde met een buitenlander haar Nederlandse nationaliteit niet doorgeven aan de kinderen uit dat huwelijk. De nationaliteit van een Nederlandse man die met een buitenlandse trouwde ging echter automatisch over op zijn kinderen. In 1985 werd deze discriminatie opgeheven. Voor kinderen die vóór die tijd waren geboren kwam er een regeling (de `optieregeling`) dat ze binnen drie jaar alsnog voor het Nederlanderschap konden opteren, maar velen hoorden daar pas na 1988 van.

De buitenlandse kinderen van Nederlandse moeders zijn nu volwassen en hebben zich verenigd in Stichting `Ne(e)derlanderschap: Ja!`. De stichting heeft politici gevraagd om tijdens de komende besprekingen over de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap een amendement aan te nemen dat het onrecht herstelt. Slaagt deze lobby niet, dan stappen de `latente Nederlanders` naar de rechter.

Mieke van den Bergh was twintig toen ze David Grayson leerde kennen tijdens een Camp-America vakantie. Drie jaar later, in 1974, trouwden ze. Het stel vestigde zich in Miami en in 1982 werd dochter Kate geboren.

“Ik belde niet lang daarna met het consulaat om te vragen of ik een paspoort voor haar kon krijgen.

`Nee, dat kan niet want haar vader is geen Nederlander`, werd er gezegd.

`Wat! Maar de moeder is toch Nederlander!?`, zei ik.“

De eerste levensjaren van Kate dacht Mieke niet veel meer na over de discriminatie die zij in 1982 ondervond. “Mijn leven was druk met werk en een baby.“ Eind jaren tachtig werd ze actief in de `Holland Club`, een gezelligheidsvereniging voor geëmigreerde Nederlanders. Daar hoorde ze van de herstelmogelijkheid. “Ik belde onmiddellijk met het consulaat maar het antwoord was: `Nee mevrouw, u bent te laat`. De regeling was net een jaar voorbij.“

Bij de behandeling van het wetsvoorstel beloofde de regering de mogelijkheid ruim bekend te maken. Het liep anders. Betty de Hart doet onderzoek naar `dubbele nationaliteit` aan het Centrum voor Migratierecht in Nijmegen. Zij vond tussen november 1984 tot en met februari 1985 twee berichten in landelijke dagbladen. Voorbeeld is een bericht in de Volkskrant, dat de nieuwe Rijkswet bespreekt en in de laatste alinea de zogeheten `optieregeling` noemt.

Nederlandse vertegenwoordigingen volstonden ermee een brochure op te hangen in de bezoekersruimte van het consulaat. Het was namelijk geen gebruik om geëmigreerde Nederlanders individueel te informeren. Opmerkelijk: voor het sinterklaasfeest of de koninginnedagreceptie werden wél uitnodigingen verstuurd, zegt De Hart. “Het Nederlandse consulaat in Barcelona vormde een uitzondering. Dat schreef wel iedereen persoonlijk aan over de optieregeling.“

Wie een Nederlands paspoort kwam aanvragen of verlengen moest wel worden geïnformeerd over de optieregeling. Maar omdat een Nederlands paspoort vijf jaar geldig was en bovendien schriftelijk kon worden verlengd werden zo maar weinigen bereikt.

Ook Mieke niet. Zij verlengde haar paspoort drie maanden na afloop van de regeling.

Mieke doet verschillende malen een beroep op de Nederlandse autoriteiten maar krijgt overal nul op het rekest. Op 18 oktober 2005 schrijft het ministerie van buitenlandse zaken: “De enige wijze waarop uw dochter het Nederlanderschap kunt verkrijgen, is door naturalisatie. Bijgaand treft u de brochure `Hoe kunt u Nederlander worden` aan. Naar het zich laat aanzien, voldoet uw dochter echter niet aan de voorwaarden voor naturalisatie.“

Uiteindelijk komt Mieke in contact met Stans Goudsmit van Everaert Advocaten in Amsterdam. Dit kantoor werd in 2002 voor het eerst benaderd over de kwestie.

Goudsmit: “Aanvankelijk leek het een vrijwel onmogelijke zaak. Maar de e-mails van gedupeerden bleven maar binnenstromen en gaandeweg zagen we steeds meer mogelijkheden om een beroep te doen op het non-discriminatiebeginsel.“

De in 2005 opgerichte Stichting `Ne(e)derlanderschap: Ja!` vertegenwoordigt inmiddels meer dan 200 gedupeerden. Mieke zorgde dat de stichting bekendheid kreeg in Noord-Amerika.

Ze kwam zo ook in aanraking met een Nederlands-Amerikaans echtpaar van wie één zoon voor 1985 is geboren en één zoon daarna. De een is Nederlander, de ander niet.

Justitie ziet, desgevraagd, geen redenen om het Nederlanderschap alsnog open te stellen voor mensen die tussen 1964 en 1985 uit een Nederlandse moeder zijn geboren: “De regeling is steeds als afdoende beoordeeld en er zijn geen nieuwe gezichtspunten.“

Minister Verdonk beroept zich op het oordeel van de Nationale Ombudsman dat de informatieverstrekking over de optieregeling behoorlijk was. Maar, vindt advocaat Goudsmit, de Ombudsman heeft zich indertijd een beetje laten afpoeieren met algemene antwoorden. “Op papier zien de activiteiten er goed uit, maar in werkelijkheid stelt het niets voor.“

Zullen de nieuwe Nederlanders niet massaal een beroep doen op de sociale voorzieningen? Goudsmit: “Nederland wil een kenniseconomie zijn en in dit geval gaat het om veel hoogopgeleide wereldburgers die in verschillende culturen zijn opgevoed. Van deze kennismigranten kunnen wij leren.“

Onderzoeker Betty de Hart kan niet precies overzien hoe groot de groep latente Nederlanders is. Tussen 1964 en 1984 trouwden 51.000 Nederlandse vrouwen met een buitenlandse man. Onbekend is hoeveel kinderen uit deze huwelijken zijn geboren, wel maakten 31.000 kinderen al gebruik van de optieregeling.

“Van de anderen zal een deel niet naar Nederland willen omdat ze een bestaan in het buitenland hebben opgebouwd, en een deel is waarschijnlijk al via naturalisatie Nederlander geworden. Maar hoe dan ook, de regering heeft hoog in het vaandel staan dat Nederland mannen en vrouwen wettelijk gelijk behandelt. Dan kun je niet zeggen: maar nu even niet!“

Niet-Nederlanders moeten vaak een visum en altijd een verblijfsvergunning voor Nederland aanvragen. De kosten daarvoor kunnen oplopen tot bijna duizend euro.

Mieke Grayson: “Hoe zou prinses Máxima zich voelen als ze in Argentinië een verblijfsvergunning moest aanvragen voor haar kinderen?“

Kate: “Voor mij is het vervelend, maar voor mijn moeder is het pijnlijk. Tegen haar is in feite gezegd: Jij bent niet goed genoeg om je nationaliteit door te geven.“

Dinsdag 23 mei behandelt de Tweede Kamer waarschijnlijk een wetsvoorstel om het bezit van dubbele nationaliteit verder tegen te gaan. Een dubbele nationaliteit kan een volledige integratie van betrokkene in de Nederlandse samenleving in gevaar brengen, denkt Verdonk.

Deel dit artikel