Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Nederlandse moslims moeten hun eigen boontjes doppen'

Home

WOLTER HUTTINGA

interview | moslim | Het Theologisch Elftal van Trouw - dat om de week de actualiteit onder de loep neemt - telde tot voor kort geen moslim. Dat is veranderd: moslimtheoloog Mohamed Ajouaou is toegetreden tot het elftal. Wie is hij?

Op 8 januari debuteerde Mohamed Ajouaou in het Theologisch Elftal van Trouw. Vandaag een uitgebreider gesprek om kennis te maken met deze eerste moslimtheoloog in het Elftal: "Ik ben altijd bezig geweest op het snijvlak van religie en samenleving, en ik zoek steeds naar verbinding en nuance. Voor mij is het telkens de vraag: hoe kunnen we in onze samenleving een gemeenschappelijke taal vinden?"

Het huis van Mohamed Ajouaou en zijn gezin staat in een jarendertigwijk in Eindhoven, omringd door de restanten van een ooit alomtegenwoordig katholicisme. Grote verlaten kerkgebouwen en straatnamen die een even innig als robuust christelijk verleden echoën: de namen van Thomas a Kempis, Geert Grote, Bonifatius en Dionysius de Kartuizer zijn er nog altijd aan de straten en pleinen verbonden. Ajouaou, docent islamitische theologie aan de Vrije Universiteit en hoofd van de islamitische geestelijke verzorging in gevangenissen, wandelt er iedere dag doorheen, van het station naar zijn huis, dat ingericht is als een soort versmelting van westerse en Marokkaanse stijl. Prominent in de kamer staat een grote, tot de nok toe gevulde boekenkast, die ook weer een interessante mix bevat: islamitische theologie en filosofie, gecombineerd met een hoop helden van het westerse denken. Al-Farabi, Augustinus en Spinoza staan er gebroederlijk naast elkaar.

Naar aanleiding van zijn eerste deelname aan het theologisch elftal ontving Ajouaou heel wat reacties. Veel vriendelijke, maar ook een aantal echt boze en soms ronduit agressieve. Wat je ook zegt als moslim, je woorden worden blijkbaar op een goudschaaltje gewogen. Voelt hij zich daardoor niet erg geremd?

"Nou ja, geremd... ik heb er in ieder geval baat bij als ik precies zeg wat ik bedoel. Ik zeg nooit iets dat ik niet zelf geloof. Voor sommige mensen voelt het gewoon als bedrog als ik zeg dat je genuanceerd over de islam moet denken. Dat klopt niet met hun beeld. Ik zoek altijd naar de verbinding en de nuances. Dat is mijn voortdurende ethiek: zoeken naar wat goed is voor iedereen, en niet alleen voor mijzelf."

"Toch moet je niet onderschatten hoe krachtig de invloed van een kleine groep islamcritici is, zeker symbolisch. Toen Khadija Arib, ondanks de kritiek van een kleine groep politici op haar dubbele nationaliteit toch werd verkozen tot voorzitter van de Tweede Kamer, betekende dat een enorme opluchting voor een hoop Turken en Marokkanen in Nederland. Mijn oudste zoon, die zich verder nauwelijks om politiek bekommert, bleef er speciaal voor op om de uitslag van dat debat te horen. Het was heel hoopvol dat de politiek niet is gezwicht voor de kritiek."

Ajouaou vervult een aantal respectabele academische en maatschappelijke functies. Hoe is hij als zoon van een Marokkaanse gastarbeider gekomen waar hij nu is?

Ajouaou vertelt een verhaal over grote motivatie en onstuitbare nieuwsgierigheid naar alles wat met religie en samenleving te maken heeft.

"In 1991 werd mijn vader werkloos en ging terug naar Marokko. Toen ging ik het proberen in Nederland. Mijn vader zei: 'Probeer je daar maar op eigen kracht te redden'. Hij verwachtte dat ik na een jaar wel weer terug zou komen. Maar ik vond het hier heerlijk. Ik heb zes maanden lang, vijf dagen per week de Nederlandse taal geleerd. Voor onze lessen moesten we ook verplicht veel naar plekken waar je wel Nederlands móest praten en luisteren. Aangezien ik veel vragen over het geloof had en veel in de Bijbel had gelezen, raadde een docent mij aan om naar de Domkerk in Utrecht te gaan. En daar zat ik, als jonge moslim, week na week in de kerkdienst. Het was heel nuttig voor mijn taalontwikkeling: in de kerk wordt helder en rustig Nederlands gesproken. En na afloop kon je lekker koffie drinken en met de mensen praten. De predikant van de Domkerk raadde me aan om theologie te gaan studeren. Dat deed ik aan de Universiteit van Amsterdam. Naast mijn studie deed ik vrijwilligerswerk met daklozen en ging ik werken bij een winkel voor rechtsbijstand. Op dat soort plekken staan mensen het meest open voor een gesprekje. Ik wilde de Nederlandse samenleving van alle kanten leren kennen en zeker ook van onderaf. Alle belangrijke dingen heb ik in de praktijk geleerd. Ik heb nooit strategisch carrière nagejaagd, maar ben erin gerold door veel verschillende dingen te doen.

Adviseur Rita Verdonk

Na mijn studie ging ik aan de slag als godsdienstleraar en bij toeval kwam ik op een plek terecht waar ik protestants-christelijke godsdienst moest doceren. Daar heb ik niks op tegen, je moet de kinderen gewoon geven wat ze nodig hebben. Men had er geen problemen mee dat ik als moslim dat vak gaf, alleen kwamen er soms ouders langs 'om te kijken hoe ik er uit zag'. Later ben ik onder andere op het ministerie van justitie adviseur van Rita Verdonk geweest. Mensen verwachten dat vaak niet, maar ik vond haar een zeer prettige vrouw om mee samen te werken."

"De academische wereld kwam in beeld toen ik me in 2002 afvroeg: 'Wat doen gevangenisimams nou eigenlijk precies?' Er werd veel over gevangenisimams beweerd in de kranten, en ik vroeg me af of dat klopte. Dus wat doen die imams en waarom doen ze wat ze doen? Bij professor Andries Baart heb ik toen een onderzoeksvoorstel ingediend en in mijn eigen tijd mijn promotieonderzoek afgerond."

Polder

Het lijkt soms wel of Ajouaou uit de klei van de Hollandse polder getrokken is. Steeds weer zit hij tussen ze in: moslims die onredelijke eisen stellen en wethouders die klagen dat moslims zo moeilijk doen.

"Als je het maar met redelijke argumenten omkleedt, is alles bespreekbaar." Redelijkheid, gematigdheid, praktisch nut: dat zijn de begrippen waar de samenleving bij gedijt. Toch schudt hij beslist zijn hoofd als ik zeg dat hij eigenlijk voor een 'polderislam' pleit. Niet vanwege de inhoud: het gaat namelijk per definitie mis wanneer in welk land dan ook een islam wordt geïmporteerd die aan z'n oorspronkelijke cultuur vasthoudt. Hoewel Ajouaou dus inderdaad wil meewerken aan een volop in Nederland gewortelde islam, is 'polderislam' simpelweg een term die niet goed bij moslims valt en verkeerde associaties oproept, zegt hij. "Het is de kunst om altijd de goede gemeenschappelijke taal te vinden en dit woord is dus niet geschikt."

Een ander voortdurend motto van Ajouaou is 'Je moet je eigen boontjes doppen'. Zo werkt hij sinds enkele jaren mee aan het opleiden van Nederlandse imams. "Dat lukt niet van de ene op de andere dag. Maar op de lange termijn moeten Nederlandse moslims hun eigen imams kweken en ook hun eigen financiën ophoesten. Veel moslims denken: 'Geloof is gratis'. Maar ze moeten niet langer afhankelijk zijn van buitenlandse geldstromen en leren hun eigen boontjes te doppen."

Redelijkheid, gematigdheid, praktisch nut: ze komen ook steeds weer op de proppen als Ajouaou voor hem inspirerende boeken uit zijn kast plukt. "Ibn Taymiyyah: weliswaar een grondlegger van het salafisme, maar in dit boek uit hij al kritiek op de logica van Aristoteles ver voordat dat in het Westen gebeurde. Zo kritisch zouden de salafisten zelf ook eens moeten denken. Al-Farabi: een moslim die integratie zoekt. Een politiek theoloog die nadenkt over een samenleving gebouwd op rechtvaardigheid. Ibn Rushd (Averroës): hij haalt ieder argument onderuit waarom de vrouw alleen thuis zou moeten blijven en geen rol zou mogen spelen in het publieke domein. Maar ook Augustinus: het ergste wat je volgens hem kunt doen is mensen dwingen voedsel te eten dat voor hen onheilig is."

Samen knielen en bidden

Wat inspireert hem verder in het geloof? "Ik kan in de Koran lezen: 'Heb je wel aan je ouders gedacht?' Dan pak ik direct de telefoon en bel ze. Dan wordt ik even stilgezet bij wat belangrijk is in het leven. Besteed ik echt aandacht aan mijn ouders, familie, vrienden, de mensen die mij omringen? Ook vind ik het enorm fijn om samen met mijn kinderen te bidden, of met anderen in de moskee. Het is heerlijk om daar samen te staan, en samen te knielen." Toch valt het op dat Ajouaou terughoudend is om over zijn islamitische identiteit te spreken. "Ja, ik behoor tot een eigen groep, met eigen regels en eigen rituelen, maar ik houd altijd in het oog dat ik ook behoor tot het grotere geheel van de samenleving."

Het Theologisch Elftal van Trouw telt diverse rooms-katholieke theologen, diverse protestantse theologen en een anglicaanse, remonstrantse, doopsgezinde en joodse theoloog. Tot de komst van Mohamed Ajouaou ontbrak een islamtheoloog.

'Ik houd altijd in het oog dat ik ook behoor tot het grotere geheel van de samenleving.' FOTO KOEN VERHEIJDEN

Deel dit artikel