Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Moderne leraar mist een eigen gezicht'

Home

ESTHER HAGEMAN

“Van mijn leraar geschiedenis heb ik misschien niet eens zo veel geschiedenis geleerd”, zegt Micha de Winter. “Maar ik heb bij die man wel leren discussiëren. Ik vrees dat dat tegenwoordig anders is. De jongeren van nu hebben geen les van leraren met een gezicht, met een verhaal, van opmerkelijke figuren. Het onderwijs is 'modern stampen' geworden.”

Tussen 1963 en 1969 zat De Winter zelf op de middelbare school, maar om de Trouwlezing te kunnen houden - een beknopte versie stond zaterdag in Letter en Geest - zat de Utrechtse hoogleraar anderhalve week opnieuw in de schoolbanken.

Zijn gehoor beluisterde zijn lotgevallen afgelopen vrijdag nu eens ademloos, dan weer plezierig griezelend. Bijvoorbeeld bij De Winters anekdote over een leraar geschiedenis die, de dag na de Amerikaanse presidentsverkiezingen, in ernst tegen de klas zegt: “Het is verleidelijk het daar vandaag over te hebben, maar daar zijn we helaas nog niet aan toe. Pak je boek voor je: het systeem van de kiesmannen”. Waarna technische uitleg volgde, waarin de naam Clinton niet eens viel. Het boek - de 'methode' - regeert dus; de werkelijkheid buiten heeft niets in te brengen.

Die zaal met docenten stemde hartgrondig met De Winters observaties in. De emotie is uit de lessen verdwenen, een school is veranderd in een zakelijk bedrijf. “Alles wat je bij het lesgeven zo graag wilt maar waar je niet aan toe komt, daar heeft u het over”, zuchtte een mevrouw uit het basisonderwijs na afloop. “Maar ja, nu eens moet er een kleutertest komen. En dan weer schijnen we een schoolgids te moeten maken waarin staat op welke school de kinderen na hun vertrek terecht kwamen. Hoe moet je je stem zo verheffen dat je van al die zakelijkheid afkomt?”

'De regels'

Die mevrouw oogstte het daverendste applaus van alle vragenstellers: blijkbaar is het een diep gevoeld sentiment dat 'de regels' of 'het ministerie' de voornaamste hinderpaal zijn om het onderwijs te laten zijn wat het volgens De Winter werkelijk moet zijn: zinvoller en rijker.

Maar tijdgebrek en de druk van de regels, zei De Winter weer tegen de mevrouw, zijn ook maar een legitimatie. “Daar achter zit iets anders: dat het voor een leraar heel eng is om een andere houding aan te nemen.”

Een dag later zegt hij: “Het onderwijs is een gevangenis waarin een paar partijen gevangen zitten. Iedereen wil eruit, maar niemand weet hoe. Je kunt niet eenduidig zeggen dat die verzakelijking komt door de regels van het ministerie. Je kunt ook niet zeggen: de leraren zijn de schuld. Laat ik bij voorbeeld de hand in eigen boezem steken: wat dacht je van de invloed van de wetenschap? Ik maak mee dat onderwijskundigen tegen me zeggen: 'Zeg De Winter, wat steek jij eigenlijk voor jaren zestig-verhalen af? Wij zijn bezig met de verfijning van de instructietheorie'. De wetenschap brengt daarover nieuwe kennis voort. De ambtenarij luistert daarnaar. De docent voert het uit, en kan daar niet in z'n eentje mee stoppen. Er zijn een paar partijen en die werken op elkaar in, samen is dat een complex.”

En vlak trouwens ook de uitgevers en de ouders niet uit, vindt De Winter. Bij ouders is zijn oproep om in het onderwijs meer te letten op de kunst van het samenwerken, op de vaardigheid een discussie te voeren, op de wereld rondom de school, niet zonder meer populair. “Er is een groep ouders die wat ik zeg afdoet als zachte sector-flauwekul. Ze willen dat hun kind op school kennis opdoet, basta. Dan zeg ik terug: welke eigenschappen denk je dat personeelschefs willen? Je moet kunnen samenwerken, je moet flexibel zijn.”

Nee, De Winter gelooft er niets van dat de geplastificeerde situatie die hij in het onderwijs signaleert, z'n oorzaak vindt in het feit dat leraren niet langer gezagsdragers, rand-intellectuelen zijn. “De docenten die ik op die twee scholen heb ontmoet waren misschien niet op dezelfde manier als dertig jaar geleden 'notabel' of 'intellectueel', maar ze hadden daarom nog wel heel wat in huis.”

Heel duidelijk, vervolgt De Winter, proef je dat bij een nieuwe groep. “De allochtone leraren zijn zo verschrikkelijk gemotiveerd, daar gaat een grote pedagogische kracht van uit. Daar was ik zeer van onder de indruk. Maar dat is niet wat we in het onderwijs honoreren. We betalen nog steeds het hoogste salaris aan de mensen met de hoogste vakmatige opleiding. Terwijl werken op een VBO-school veel meer van je vraagt.”

Deel dit artikel