Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Mijn moeder was de enige Marokkaan in het verpleeghuis'

Home

Nico de Fijter

'Een gebedsruimte voor moslims was er niet in het verpleeghuis. Alleen een kapel - met een Christusbeeld. Ik ben er een keer wanhopig naar binnen gestapt.' © Arie Kievit
Interview

Een jaar lang begeleidde Mohammed Benzakour zijn verlamde moeder in een verpleeghuis. Het bekroonde boek dat hij erover schreef, laat zien dat de Nederlandse zorg nog niet is ingericht op de grote groep migranten van de eerste generatie.

Tassen vol heerlijke gerechten nam hij mee naar het verpleeg-huis. Gebonden linzensoep met kip, erwtensoep met koudgeperste olijfolie en gestampte komijn, Marokkaans tarwebrood, geroosterde amandelen, gebakken niertjes, sardientjes met koriander en harissa, ansjovis in tomaat, kippenlever met olijfolie en rode uitjes. "En toen at ze wél", vertelt schrijver Mohammed Benzakour (42).

Zijn moeder was in het verpleeghuis beland na een herseninfarct dat haar halfzijdig verlamd en woordenloos had gemaakt. Met de tijd verdween haar eetlust. "Ze miste gewoon het eten dat ze haar leven lang had gegeten. De Marokkaanse spijzen die haar zo vertrouwd waren. Toen we dat eenmaal hadden ontdekt, ging het beter. We namen zelf eten mee. Eerst aten we het tussen de andere patiënten, in de kantine. Maar daar werden we weggestuurd: alleen het eten dat door de keuken werd geserveerd mocht daar worden genuttigd. In de kelder van het verpleeghuis vond ik een opslagruimte waar we - stiekem - dag in dag uit al die heerlijke Marokkaanse gerechten hebben zitten eten. Niemand heeft ons er ooit gezien. Niemand heeft ons ooit gezegd dat het niet mocht. Maar ineens hing er een hangslot op de deur."

In het verpleeghuis woont zijn moeder inmiddels niet meer. "Dáár woont ze nu", wijst Benzakour. "Daar, met die schotelantenne." Na een maandenlange ziekenhuisopname en een nog veel langere tijd in het verpleeghuis kreeg de moeder van Benzakour een appartement toegewezen, vlak achter de flat in Zwijndrecht waar Benzakour zelf woont. "Ze woont er met m'n vader, ook op negen hoog, net als ik. Als een standbeeld zit ze in de hoek van de kamer, de hele dag, in haar rolstoel. Mijn vader ernaast, een schim van de grote, sterke man die hij ooit was."

Over het jaar dat zijn moeder in het verpleeg-huis doorbracht, schreef Benzakour het boek 'Yemma - stilleven van een Marokkaanse moeder'. Gisteren kreeg hij er de E. du Perronprijs voor.

Taal
"Ze was de enige Marokkaanse vrouw in een Hollands verpleeghuis. Niemand snapte haar, zij snapte niemand. Het infarct had haar deels verlamd. Praten kon ze niet meer. En in die toestand belandde ze in dat verpleeghuis - die wereld van ziektekiemen, ouderdom en dood. Eenzamer kan haast niet. Je niet meer kunnen uiten, amper nog kunnen bewegen, in een omgeving die je niet begrijpt, waar vooral de taal klinkt die je maar half beheerst, met artsen en verpleegsters en patiënten die je niet kent en die je evenmin begrijpt."

"Die eenzaamheid hebben wij - mijn broers en zussen en ik - willen bestrijden. We maakten een rooster zodat mama bijna nooit alleen was. Eindeloos lang zat ik bij haar. Zodat ze de moed er maar in zou houden. Of we gingen de hort op: wandelen, in het park, naar het winkelcentrum, een ijsje halen, koffie met een gebakje bij de Hema.

Lees verder na de advertentie

 
Als een standbeeld zit ze in de hoek van de kamer, de hele dag, in haar rolstoel. Mijn vader ernaast, een schim van de grote, sterke man die hij ooit was

Mohammed Benzakour: 'Er is een grote, groeiende groep van eerste-generatie-allochtonen die massaal oud wordt en klopt op de deuren van de Nederlandse gezondheidszorg.' © Arie Kievit

"Ik speelde Beethoven voor haar op de piano. Het was een radicale rolverwisseling: zij werd mijn kind, ik werd haar moeder. Ik moest voor haar zorgen. Ik gaf haar te eten. Ik spoot parfum in haar nek. Ik poetste haar tanden, kamde haar haren. Als een moeder zat ik me over mijn kind te ontfermen. Terwijl zij altijd degene was die vond dat ik me netjes moest scheren, me netjes moest kleden, af en toe eens een ander overhemd moest kopen. Maar het moest allemaal - die zorg. Om maar te voorkomen dat haar zou gebeuren wat er met die man die op dezelfde kamer lag was gebeurd. Langzaamaan begon hij te beseffen dat het zo zou blijven: dat die verlamming niet meer weg zou gaan, dat hij nooit meer zou kunnen praten. Hij werd depressief, at niets meer, dronk niet meer, en stierf."

Tijdens de zorg voor zijn moeder ontstond het boek. "Ik was het helemaal niet van plan, een boek over mijn moeder schrijven. Maar het ontstond. Als ik bij haar zat te zwijgen - wat moet je op een gegeven moment nog zeggen? - dan maakte ik wat aantekeningen, op kleine briefjes. Gedachten, gevoelens, observaties, kleine anekdotes. Allemaal over mijn moeder en over hoe het ging. Om de tijd en de stilte te vullen. Die briefjes propte ik thuis in een doos naast m'n bureau. Het werd een soort dagboek, al die briefjes. Het was ook rouwverwerking, denk ik. En zelfmedicatie. Tegen het verlies van mijn moeder. Een vriend kwam een keer op bezoek en zag die briefjes. Hij zei: hier moet je een boek van maken. Eerst dacht ik: welnee, ik ga al die intieme en genante dingen over m'n moeder niet in een boek zetten. Maar achteraf ben ik er blij mee. Straks is ze er niet meer. Dan gaat ze in een kistje terug naar haar Marokkaanse geboortedorp en verdwijnt ze onder de grond. Dan is dit boek er nog. Het is een soort monumentje."

Zouliga Benzakour reisde in 1974 met haar kinderen naar Nederland, haar man achterna. Die was al een tijdje in Nederland, als gastarbeider. Ze hadden elkaar in Algerije ontmoet. Hij werkte bij een sinaasappelboer. Zij plukte druiven. Hij vroeg om haar hand bij haar vader. Zij had hem op dat moment nog nooit gezien, maar hoorde dat hij een goede, serieuze man was die hard kon werken. Ze trouwden, keerden terug naar Marokko, kregen vijf kinderen.

Dwang
"Hier in Nederland had niemand het over participatie of integratie. Mijn vader werkte, mijn moeder was thuis. Nederland vond het allang best. En mijn ouders vonden het ook allang best. Ze hadden het druk zat. Mijn vader werkte hard, mijn moeder zorgde voor een druk gezin. Hadden mijn ouders maar leren lezen en schrijven. Maar niemand vroeg erom, zij zelf ook niet. Er was geen dwang - geen enkele. Ik heb het nog wel eens geprobeerd, om mijn ouders het alfabet te leren. Dat lukte niet. Ze gaven het al snel op. Ze kunnen nog geen pen vasthouden. Was er maar meer dwang geweest en hadden ze maar wat beter hun best gedaan om het te leren, om te lezen, en te schrijven. Dat zou alles zoveel beter hebben gemaakt."

Er zijn veel mensen zoals zijn ouders, denkt Mohammed Benzakour. "Er is een grote, groeiende groep van eerste-generatie-allochtonen die massaal oud wordt en klopt op de deuren van de Nederlandse gezondheidszorg. En die zorg is daar niet op ingesteld. Dat gaat in het komende decennium een catastrofe worden." Dat de zorg er niet op is ingericht, merkte hij telkens weer in het verpleeghuis van zijn moeder. En dat uitte zich op meer terreinen dan alleen in de keuken, die vooral Hollandse prak serveert.

 
Ik was het helemaal niet van plan, een boek over mijn moeder schrijven. Maar het ontstond

"Voor mijn moeder zijn haar gebeden tot Allah heel belangrijk geweest. En nog steeds. Bidden is het enige wat ze nog kan. Dan legt ze haar linkerhand op haar borst en dan doet ze haar hoofd naar beneden en dan zie ik haar murmelen met haar lippen. God mag weten wat ze zegt. Ik versta het niet. Maar ze bidt, en voor haar is dat heel belangrijk. Maar een gebedsruimte voor moslims was er dus niet in het verpleeghuis. Alleen een kapel - met een Christusbeeld. Ik ben er een keer wanhopig naar binnen gestapt, heb een kaars aangestoken en ben op m'n knieën gevallen. Ik zag dat Christusbeeld en heb gezegd: 'Jij bent de zoon van God, ik ben ook een zoon. We zijn allebei zonen van een heilige maagd. Jij bent zoon van Maria, ik ben zoon van Zouliga. Maar jij hebt meer macht dan ik. Misschien kun jij mijn moeder beter maken.' Het troostte me, dat moment. Maar verder gebeurde er niets."

In zijn boek becijfert Benzakour dat de groep zorgbehoevende allochtonen van de eerste generatie sterk zal groeien in de komende jaren.

"Terwijl de zorg al zoveel problemen heeft. Daar komt nu een nieuwe gekleurde groep bij. Hoe erg die allochtonen van de eerste generatie het ook vinden, ze zijn niet buiten de deuren van de zorg te houden. Daar moeten we als Nederlandse samenleving mee om zien te gaan. Deze groep, die eerste generatie, moet worden overbrugd. Mijn generatie, de tweede en derde en vierde generatie - daar komt het wat die zorg betreft wel goed mee. Wij redden ons wel. Maar deze groep ouderen van de eerste generatie staat nu aan de deur. Daar is echt nog te weinig over nagedacht. Hoe vangen we die op?"

Marokkaanse zenders
"Kijk naar mijn vader. Die hoort eigenlijk in een verzorgingshuis. Maar waar kan hij heen? Waar kan hij naar Marokkaanse zenders kijken en wat Marokkaans eten krijgen? Met alle respect voor de Nederlandse keuken: de generatie van mijn ouders zal het niet voor elkaar krijgen om daar nu nog naar over te stappen. Die geuren van de Marokkaanse keuken, die smaken - we zagen het bij m'n moeder in het verpleeghuis, maar ook voor mijn vader geldt: die heeft hij nodig. Dat zie je trouwens ook bij Nederlandse emigranten in Canada en Australië. Die beginnen ook oud en ziek te worden en vallen helemaal terug op wat ze in hun jeugd leerden. Zelfs de taal: het Engels kunnen ze niet meer. Zoals ze in Marokko zeggen: een oude boom krijg je niet meer recht."

Zoals alle patiënten die door een herseninfarct hun spraakvermogen zijn kwijtgeraakt, kreeg ook de moeder van Benzakour een logopedist aan haar bed. "Ik ontdekte dat logopedisten in Nederland helemaal niet zijn ingespeeld op mensen zoals mijn moeder. Mensen die niet kunnen lezen en schrijven, en vaak maar gebrekkig Nederlands spreken. De logopedie die mijn moeder kreeg aangeboden, paste helemaal niet bij haar capaciteiten en haar gebreken. Ik heb zelf nog wel wat geprobeerd. Even dacht ik dat het ging lukken.

Ik liet haar op mijn telefoon een Berbers liedje horen. Ráázjayíí enenmoen enemâarsha - wacht op mij, we vergezellen elkaar. En ineens zong ze kraakhelder mee. Ráázjayíí. Het rolde er zo uit. Ik dacht: wat gebeurt er? Maar het bleek iets eenmaligs te zijn. Het is ongelofelijk: van al die duizenden woorden uit het Berbers, het Arabisch en het Nederlands is niets meer over. Op twee woorden na. Allah - god. En ajarabbi - o mijn heer. En sinds een paar maanden kan ze mijn naam zeggen. Mohammed. Ik moet haar er een beetje bij helpen. Dan begin ik: 'Mo...'. En dan maakt ze het af. Mohammed."

Wie is Mohammed Benzakour?
Mohammed Benzakour (Nador, Marokko, 1972) is schrijver en publicist. Voor het boek 'Yemma - stilleven van een Marokkaanse moeder' ontving hij gisteren de E. du Perronprijs 2013. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan personen of instellingen die zich 'met een cultuuruiting in brede zin een bijdrage leveren aan de multiculturele samenleving'. Over Yemma (Marokkaans voor 'moeder') schrijft de jury: 'Zijn observaties en de gevoelens die bij hem opkomen, zijn tegelijk maatschappelijk en algemeen én persoonlijk en intiem. Hij maakt van zijn documentaire een literaire prestatie van de eerste orde'.

 
Ik ontdekte dat logopedisten in Nederland helemaal niet zijn ingespeeld op mensen zoals mijn moeder, mensen die niet kunnen lezen en schrijven

Deel dit artikel