Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Mijn missie is nog niet af'

Home

INTERVIEW | NICOLE LUCAS EN GEORGE MARLET

Advocaat Liesbeth Zegveld (1970) is een taaie. Daarom pakt ze schijnbaar kansloze zaken aan waar collega's met een grote boog omheen lopen. De Nederlandse staat moest al twee keer door de knieën, de nabestaanden van 'Srebrenica'en 'Rawagedeh' zijn haar dankbaar. En ze is nog niet klaar.

Liesbeth Zegveld gunt zichzelf geen tijd om op haar lauweren te rusten. Dutchbat-commandant Karremans, zijn plaatsvervanger Franken en Jorge Zorreguieta hebben reden om zich zorgen te maken. Op verzoek van Zegveld onderzoekt het Openbaar Ministerie of Karremans en Franken zich bij de val van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995 schuldig hebben gemaakt aan medeplichtigheid aan volkerenmoord. Tegen Zorreguieta, de vader van prinses Máxima, is opnieuw aangifte gedaan door nabestaanden van slachtoffers van het Videla-regime in Argentinië. Zorreguieta zou als minister van landbouw op de hoogte zijn geweest van het verdwijnen van tegenstanders van het regime.

Het zijn politiek gevoelige en emotioneel beladen zaken waar de meeste advocaten met een grote boog omheen lopen. Zoniet Liesbeth Zegveld. Met taaie vasthoudendheid treedt ze in het krijt voor oorlogsslachtoffers. De jarenlang spelende procedures eindigen opvallend succesvol. Anderhalve week geleden stelde de rechtbank Den Haag de Nederlandse staat aansprakelijk voor de massa-executies van honderden mannen en jongens door Nederlandse militairen eind 1947 in het Indonesische Rawagedeh. Acht nabestaanden moeten schadevergoeding krijgen. De staat had zich beroepen op verjaring van hun claim, maar de rechtbank verwierp dat vanwege de ernst van de oorlogsmisdaden en ook omdat de staat de zaak 64 jaar lang op zijn beloop heeft gelaten.

De uitspraak was ook voor Zegveld een grote verrassing. "Je mag best weten dat ik bij de Rawagedeh-zaak tegen de nabestaanden heb gezegd: 'Mensen, dit is verjaard'. Ik denk niet dat veel andere advocaten dit hadden opgepakt. Ik ben gaan onderzoeken. Wat speelt er nou eigenlijk bij verjaring? Waarom is iets verjaard? Toen stuitte ik op al die claims van Joodse nazaten, waarbij de staat heeft gezegd: 'We gaan ons niet beroepen op verjaring, want dat vinden we formalistisch en kil'. Ik dacht: 'Krijg nou wat'. In mij is een soort vlammetje dat zegt: dit is onrechtvaardig. En als recht hier geen rol speelt, wat heb je dan nog aan recht."

Binnen drie maanden moet blijken of de staat zich neerlegt bij de uitspraak dan wel in hoger beroep gaat. Zegveld hoopt op het eerste. "Dan kunnen de weduwen van Rawagedeh nog van de compensatie genieten."

In juli waren er bloemen en champagne op het advocatenkantoor aan de Keizersgracht. Het gerechtshof Den Haag vonniste in het voordeel van nabestaanden van 'Srebrenica'. De Nederlandse staat is aansprakelijk voor de dood van drie moslimmannen. Door de mannen van de Nederlandse basis in Potocari weg te sturen, nam de Dutchbat-leiding bewust het risico dat ze zouden worden vermoord. Ook de uitspraak van het hof was onverwacht. Tot dat moment had Zegveld steeds bot gevangen. Nederland was volgens de rechtbank Den Haag niet aansprakelijk, de Verenigde Naties juridisch niet te vervolgen omdat er anders geen VN-missie meer van de grond zou komen. Het hof ging daar dwars tegenin en stelde de nabestaanden in het gelijk.

"Srebrenica was heel groot, ook voor mezelf. Ik ben vanaf 2002 met die zaak bezig geweest." Zegveld kijkt met gemengde gevoelens op de zaak terug. Ze is niet vergeten hoe de landsadvocaat namens de staat onder de aansprakelijkheid uit probeerde te komen. "De landsadvocaat heeft heel lang volgehouden dat die mensen zelf van de compound zijn afgelopen. Pas bij het pleidooi in hoger beroep op 21 april, na echt een hele dag zwaar debat, zei hij om kwart over drie, vlak voor het einde van de zitting: 'Nou, ik wil wel toegeven dat uw cliënten door Dutchbat van de compound af zijn gezet'. Voor die tijd ging het alleen maar over identiteitspasjes die ze niet bij zich hadden.

En dan staat daar Hasan Nuhanovic, de Dutchbat-tolk wiens vader en broer door Dutchbat zijn weggestuurd. Hasan kan gewoon niet verder met zijn leven. Hij is 42, 43, is iedereen verloren. En die komt hier dan terecht in een spel tussen Nederland en de VN. Dat is echt een onaangename zaak."

Het absolute dieptepunt voor Zegveld was het vervangen van een van de rechters tijdens het Sebrenica-proces. Het is hoogst ongebruikelijk om een rechter te vervangen, zeker in zo'n gecompliceerd proces als de Srebrenica-zaak. Rechter B.C. Punt was al drie jaar bij de zaak betrokken. Het vermoeden bestaat dat Punt is vervangen omdat hij op de hand leek te zijn van de twee families die de Nederlandse staat aansprakelijk had gesteld voor de dood van hun mannen en zonen. Zegveld: "Mijn eerste reactie op de vervanging was: ik hang mijn toga aan de wilgen, ik stop ermee. Ik kon er gewoon niet bij dat een wisseling van rechters bij een politiek zo gevoelige zaak toeval is. Maar Britta (Böhler, collega-advocaat; red.) zei: 'We gaan gewoon door. Dan verliezen we de zaak maar, maar we gaan gewoon door. En dan kijken we daarna wel verder'."

Het gerechtshof Den Haag heeft bepaald dat er onderzoek moet komen naar het vervangen van rechter Punt. Voor Zegveld is dat onderzoek op zichzelf al winst. "Ik ben eerder voor gek verklaard. Mensen die zeiden: 'Je ziet spoken, het is hier geen Zimbabwe'. Ik ben al heel blij dat het uitgezocht wordt. En wat er ook uitkomt, het is goed zo. Daar kan ik dan ook mee leven. Het hof heeft gedaan wat het kon doen."

Over de aangifte tegen Karremans en Franken wegens medeplichtigheid aan genocide heeft Zegveld stevige discussies gevoerd met Hasan Nuhanovic. Zegveld wilde zich beperken tot het aansprakelijk stellen van de staat omdat ze het wegsturen van de mannen 'als een collectieve verantwoordelijkheid en als een keten van reacties' zag. "Maar Hasan kwam er steeds mee terug, en ik moet zeggen dat hij gelijk heeft. Het gaat niet aan mensen in handen van de vijand te geven. Franken heeft gewoon gezegd dat hij deze mensen de dood in heeft gestuurd en hij zei dat met de wetenschap van toen. Wat me dan wel weer dwars zit, is dat een eventuele veroordeling van Karremans en Franken de collectiviteit, in dit geval Defensie, de mogelijkheid geeft de verantwoordelijkheid af te schuiven. Ik wil ook niet meewerken aan een persoonlijke opknoping."

Van haar vader (jurist) heeft ze de verbale instelling, van haar moeder (OK-verpleegkundige) eigenschappen als sociaal, creatief en 'vrij gevoelig'. Liesbeth Zegveld was 'geen kind dat voor Greenpeace of zo de straat op ging'. "Ik was helemaal niet zo actievoerderig, al lijkt dat nu misschien wel zo. Ik ben rechten gaan studeren vanuit het idee dat je met regels een heel eind kan komen, dat je daarmee een fatsoenlijke maatschappij kunt creëren." De kern van het recht, luidt haar overtuiging, is gelijkheid. "En overal zie je ongelijkheid. Bij het internationaal recht is dat bij uitstek aan de orde en daar kun je nog iets doen. Politicus zou ik niet kunnen zijn. In de politiek moet je zoveel inleveren om iets anders te krijgen. Dat past helemaal niet bij mij. Bovendien gaat het in hoge mate om macht en daar houd ik helemaal niet van. Er zitten vast ook goede mensen in de politiek, maar het is niets voor mij."

Zegveld erkent dat haar werk 'niet zo makkelijk' is. "Het is knoerthard werken en vechten, vechten, vechten. Hoeveel mensen hebben daar nou zin in?" De op haar initiatief opgerichte Nuhanovic Foundation moet Zegvelds werk wat verlichten. Oorlogsslachtoffers kunnen zich voor juridische bijstand bij deze stichting melden. De stichting wil ook tekortkomingen in het internationaal recht aanpakken, zoals de onmogelijkheid om de VN of de Navo aansprakelijk te stellen voor de gevolgen van militair ingrijpen. "Ik zou willen dat dergelijke zaken wat normaler worden. Dit soort zaken heeft een heel lange aanlooptijd. Er komt iemand die zegt: 'Ik heb de meest vreselijke dingen meegemaakt, maar heb geen enkel bewijs'. En het land waar het om gaat, kun je meestal niet in. Dus voordat je dan een zaak hebt waarmee je naar de rechter kan, ben je al een hele tijd verder."

De aangifte tegen Jorge Zorreguieta is voor Zegveld een 'principekwestie'. "Wat moet gebeuren, moet gebeuren." In 2001 deed ze al aangifte tegen de voormalige minister van landbouw, maar die werd niet in behandeling genomen omdat Nederland geen rechtsmacht had. Inmiddels is de wetgeving veranderd en is het volgens Zegveld wel mogelijk om Zorreguieta te vervolgen voor medeplichtigheid aan de verdwijning van tegenstanders. "We hebben een ijzersterk verhaal. Ik ben ervan overtuigd dat deze man weet van aspecten vandeze misdrijven. Het niet ophelderen van het lot van verdwenen mensen is een misdrijf. Dan ben je niet de enige die het misdrijf heeft begaan, maar je bent er wel bij betrokken. En dan zeggen dat je tot 1984 niets hebt vermoed! Bovendien is hij hier een publiek figuur. Daar moet het Openbaar Ministerie iets mee."

Met haar 41 jaar heeft Zegveld al de top van haar vakgebied gehaald. Hoogleraar internationaal humanitair recht, topadvocaat met een indrukwekkende staat van dienst, wat heeft ze nog te wensen? "Iemand zei: 'Je wilt toch niet nog tien jaar hetzelfde doen'. Maar wat is dat eigenlijk voor een denigrerende opmerking? Ik wil niet gaan hoppen en steeds hoger komen. Er kwam onlangs een functie voorbij, directeur bij een mensenrechtenorganisatie. Toen heb ik wel even nagedacht. Je komt in een gespreid bedje, het is voor iedereen duidelijk wat je doet. Vrij snel concludeerde ik: maar ik ben pas net begonnen. Ik ga nu toch niet Srebrenica overdragen. Ik heb een missie en die probeer ik te verwezenlijken: rechtsmiddelen voor oorlogsslachtoffers normaler maken, toegankelijker. Ik heb een sterk gevoel dat het niet af is."

Liesbeth Zegveld
Liesbeth Zegveld is behalve advocaat in internationaal-rechtelijke zaken ook hoogleraar internationaal humanitair recht aan de Universiteit Leiden. Zegveld studeerde rechten in Utrecht en promoveerde in 2000 cum laude op haar proefschrift 'Accountability of armed opposition groups in international law'. In hetzelfde jaar werd ze beëdigd als advocaat en trad toe tot Böhler Franken Koppe Wijngaarden advocaten in Amsterdam, waar ze lid is van de sectie internationaal recht en mensenrechten.

Sinds september 2006 bekleedt Zegveld de Gieskes-leerstoel aan de Unversiteit Leiden. Zij geeft college over internationaal humanitair recht, in het bijzonder de rechten van vrouwen en kinderen.

Behalve voor nabestaanden van de massamoorden in Rawagedeh en Srebrenica trad Zegveld onder meer op als raadsvrouw voor Greenpeace in de Trafigura-zaak met als inzet de dumping van afvalstoffen in Ivoorkust, voor de Sea Shepherd-organisatie die strijdt tegen de Japanse walvisvaart, voor slachtoffers van gifgasaanvallen in Irak en voor Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties.

Deel dit artikel