Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Mijn citaat is mooier dan dat van Shakespeare'

Home

door Onno Blom

De literatuur is een eindeloos spiegelpaleis. Steeds verdwijnen en verschijnen in het labyrint van romans en gedichten dezelfde verhalen, dezelfde teksten en dezelfde regels - al dan niet in spiegelbeeld. Er is zo langzamerhand geen schrijver meer te vinden die niet citeert uit het werk van andere schrijvers.

De lust tot citeren is niet alleen typerend voor de huidige postmoderne tijd, waarin originaliteit een illusie wordt geacht, maar is van alle tijden. De allereerste schrijvers, de dichters die van plaats naar plaats trokken om hun liederen te zingen, zongen al na wat zij van anderen hadden gehoord. Homerus was - als hij al heeft bestaan - een overschrijver, en ook de schrijvers van de Bijbelboeken zogen de verhalen niet uit hun eigen duim. Eeuwen later, ten tijde van Vondel, zouden schrijvers zich geen raad geweten hebben als zij niet de beschikking hadden gehad over de Griekse mythen en de Bijbel om uit te citeren. De 'imitatio' en 'aemulatio', de aanpassing, stonden in hoog aanzien.

Ook in deze eeuw citeren schrijvers er nog lustig op los. Louis Couperus deed in zijn romans herhaaldelijk een beroep op de verhalen van schrijvers van het oude Rome. Simon Vestdijk maakte in sommige romans gebruik van het werk van dezelfde lieden, al zocht hij zijn voorbeeld ook wel dichter bij huis. Zo is Vestdijks roman 'Meneer Vissers hellevaart' te lezen als een grote pastiche, een stijlimitatie, van het beroemde 'Ulysses' van James Joyce. Overigens verwijst, zoals bekend, de titel van het meesterwerk van Joyce weer naar de zwerftocht van de geslepen Antieke held Odysseus.

In de moderne literatuur staan, naast vele anderen, Gerrit Komrij en Hugo Claus bekend om de ingenieuze verwerking van de literatuur in hun eigen proza en poezie. Zij verheffen de allusie tot een ware kunst. Komrij citeert in zijn gedichten wel duizend-en-een anderen. Soms zonder bronvermelding, soms met de bravoure aantekening dat hij de poezie van andere dichters 'onherstelbaar heeft verbeterd'. En Hugo Claus - die talloze Griekse mythen in zijn werk laat echoen - zei in een interview met Jesserun d'Oliveira droogjes: ,,Wij schrijven boeken nadat wij boeken gelezen hebben, nietwaar? Niemand komt uit een boom vallen en ziet de wereld als iets nieuws.''

De afgelopen decennia heeft de schrijver Willem Brakman zich ontpopt als een meester in het genre van de ontlening. Brakman doorspekt al zijn boeken met citaten, en verweeft oude, bestaande verhalen in zijn eigen romans. Zo verwijst 'Een voortreffelijk ridder' naar Don Quichot van Cervantes, baseerde Brakman 'Het zwart uit de mond van Madame Bovary' op de roman van Flaubert en gebruikte hij voor 'De bekentenis van de heer K.' het werk van Kafka.

,,Het is een verrukking om zo te schrijven,'' antwoordt Brakman, gevraagd naar zijn citeerlust. ,,Citeren verleent aan een boek een extra dimensie. Dat doe ik niet alleen om een bepaalde regel of persoon in te voeren, het gaat om een complete denkwijze. Met een citaat van Nietzsche introduceer ik het hele filosofische gebied dat hij bestrijkt. En als ik een zin van Proust citeer, schemert als het ware Prousts hele werk door mijn tekst.''

Toch benadrukt Brakman dat letterlijk citeren voor hem niet interessant is:,,Ik wil juist dat het niet hetzelfde is. Ik wend de essentie van een schrijver aan voor eigen gebruik. Zo heb ik in 'De bekentenis van de heer K.' 'Het proces' van Kafka gebruikt. Niet om hem te imiteren - dat zou belachelijk zijn. In 'Het proces' van Kafka wordt iemand opeens van van alles beschuldigd. In mijn roman draai ik dat om: daar lijdt de hoofdpersoon juist aan een orgie van bekentenissen. Hij kan bekennen op weergaloze wijze. Zo ontstaat uit de hoofdpersoon van Kafka mijn eigen hoofdpersoon. 'De bekentenis van de heer K.' gaat over de zucht tot bekennen, en in wezen over het schrijven zelf. Het is een prachtig voorbeeld hoe zinvol een citaat kan zijn.''

En passant bekent Brakman wel dat het citeren wel 'een heikele zaak' is. Hij maakt er altijd ruzie over met Jan Kuijper, zijn redacteur bij Uitgeverij Querido. Kuiper ontdekt nogal eens dat Brakman fout citeert. ,,Hij heeft gelijk,'' zegt Brakman. ,,Maar zo hangen de citaten nu eenmaal in mijn hoofd. Ik zeg altijd tegen Kuijper, en daar kan ik hem heel kwaad mee krijgen: mijn citaat is mooier dan dat van Shakespeare.''

Het zijn niet alleen de vermaard erudiete en oudere schrijvers die op weg zijn in het spiegelpaleis. Ook een auteur als Joost Zwagerman - die juist wordt gezien als een representant van snel proza - speelt graag met citaten in zijn werk. ,,Er klinken meer literaire echo's in mijn werk dan men misschien denkt,'' zegt Zwagerman. Vaak is het citeren voor hem niet meer dan een grap. In Zwagermans roman 'Vals licht' denkt de hoofdpersoon, Victor Prins, ergens: ,,Ik was een God in het diepst van mijn portemonnaie.'' Er zal maar aan weinig lezers voorbijgaan, dat hij hier verwijst naar de bekende regels van Willem Kloos' sonnet: ,,Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten / en zit in het binnenste van mijn ziel ten troon.''

Maar Zwagerman heeft ook serieuze intenties met zijn literaire verwijzingen.:,,Door het gebruiken van een citaat geef ik mijn schatplichtigheid aan jegens bepaalde auteurs.'' In zijn roman 'De buitenvrouw' betuigt hij zo zijn dank aan de Amerikaanse schrijvers John Updike, J. D. Salinger en Saul Bellow. En in zijn jongste roman 'Chaos en rumoer' citeert hij zinnen rechtstreeks uit het 'Lied van schijn en wezen' van Cees Nooteboom, die op zijn beurt de titel van zijn boek aan Fredrik van Eeden ontleende.

Maar ook Zwagerman heeft, net als Brakman, hogere bedoelingen met citeren:,,Een citaat voegt aan een tekst iets toe.'' Het duidelijkst valt dat op te maken uit Zwagermans dichtbundel 'De ziekte van jij': ,,In die bundel ligt een hele lappendeken van citaten uitgespreid. Dat was nodig, want in die bundel vertel ik het oudste verhaal van de wereld: jongen ontmoet meisje, wordt verliefd, valt haast met haar samen, en wordt weer door haar verlaten. Het is het oermodel van alle minneliteratuur. Daarover kun je alleen schrijven als je laat zien dat je je bewust bent van de eerdere versies van het verhaal.'' Op het hoogtepunt van 'De liefde van jij' staat er:... ben jij eindelijk van alle ladies aan te pienken meer dan welke poem de poema kleine rat jij ratelslang zo giftiggeil waar vijftig tachtig wenteltevend in elkaar draaien ben jij te bezingen zo beleefbaar

En je kut en je kont en je haar en je lippen en je klit waar je liefde zit er onderdoor met je haar ervoor.

Waar Zwagerman in de eerste strofe duidelijk de taal van Lucebert, de 'Keizer der Vijftigers', laat (her)klinken - hij draait laat zelfs letterlijk de jaren tachtig en vijftig 'wenteltevend om elkaar heen draaien - parodieert hij in de tweede strofe juist op brute wijze een van de tedere 'Verzen' van Herman Gorter, dat begint met: ,,Zie je ik hou van je, / ik vin je zoo lief en zoo licht.'' In de tweede strofe van het liefdesgedicht van Gorter staat

En je neus en je mond en je haar en je oogen en je hals waar je kraagje zit en je oor met je haar er voor.

Is de 'lappendeken van citaten' in 'De ziekte van jij' nu typisch postmodern? Zwagerman zal het niet helemaal ontkennen: ,,De postmodernen hebben de theorie: de woorden zijn op, de taal is leeg. Alles is een citaat. Tien jaar geleden was ik, moet ik eerlijk bekennen, zeer onder de indruk van die theorie. Inmiddels weet ik uit ervaring dat er genoeg nieuws valt te vertellen. Theorie en praktijk sluiten op een heel prettige manier niet op elkaar aan.''

Ondanks de pessimistische postmoderne kijk - om zo te zeggen: geen nieuwe lente en geen nieuw geluid - blijft de hoop op nieuwe verhalen, op nieuwe regels dus bestaan. Hoe hard de schrijvers ook citeren. Misschien zelfs: hoe h rder schrijvers citeren. Uit de commentaren van Brakman en Zwagerman spreekt vooral het plezier in het spel der citaten, en de nieuwe taal die uit het spel ontstaat. Zij dolen graag in het literaire labyrint en draaien, vlak voordat de uitgang voor hun lezers in zicht komt, nogmaals de spiegels.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie