Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Mensenrechten geschonden bij naoorlogse zuivering’

Home

Joop Bouma

Na de oorlog zijn Nederlanders die heulden met de bezetter, in gevangenschap zeer ernstig mishandeld. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

De Nederlandse regering heeft na de Tweede Wereldoorlog ernstige schendingen van mensenrechten in Nederlandse gevangenissen genegeerd. Wraaklust bleef onbestraft.

„Er is niets gedaan om deze misdaden te voorkomen”, aldus journalist Koos Groen (1942). „De schuldigen aan deze wantoestanden zijn nooit vervolgd. De rechtstaat gold na de bevrijding niet voor de politieke tegenstanders.”

Groen schreef een boek van 700 pagina’s over de vervolging van collaborateurs en verraders na de Tweede Wereldoorlog. Hij beschrijft een zwarte periode uit de naoorlogse geschiedenis. De journalist publiceerde twee keer eerder over de berechting van collaborateurs in Nederland. In het boek ’Fout en niet goed’ staan veel nieuwe gegevens, omdat Groen voor het eerst toegang kreeg tot dossiers in het Nationaal Archief. Eén bron bleef gesloten: premier Balkenende weigerde toestemming tot inzage in enkele gevoelige dossiers over de zuivering tussen 1945 en 1948.

Na de bevrijding van Nederland zijn 150.000 politieke tegenstanders opgesloten in kampen en gevangenissen. Uit de documenten blijkt dat NSB-aanhangers daar stelselmatig werden uitgehongerd en mishandeld. Onder de gevangenen waren ook baby’s, vrouwen, kinderen en bejaarden. Het merendeel had geen misdaden begaan, ze waren vastgezet omdat ze een andere politieke overtuiging hadden dan de rest van de Nederlanders. „Domweg omdat ze NSB-aanhangers waren, moesten ze boeten.”

De naoorlogse rechtsongelijkheid en de schendingen van mensenrechten zijn voor Groen onverteerbaar. „De rechtstaat is er niet alleen voor aardige mensen”, schrijft hij op één van de eerste pagina’s van zijn boek.

Groen becijfert dat er tussen de 1200 en 1500 personen in Nederland tijdens detentie zijn overleden: door zelfmoord, door uithongering, door ziekte of door mishandeling. In een justitierapport uit 1951 wordt gesteld dat er tot 1950 in de kampen 577 politieke delinquenten zijn overleden. Dat aantal was veel hoger, aldus Groen.

Hij beschrijft onder meer wantoestanden in de Scheveningse strafgevangenis. De strafinrichting werd in mei 1945 door een Canadese sergeant gevorderd en omgedoopt in King’s Prison. De toenmalige directeur werd naar huis gestuurd.

In de gevangenis werden ongeveer 750 Duitse en Nederlandse collaborateurs opgesloten. Een klein aantal leden van het voormalig verzet heeft er ongehinderd terreur uitgeoefend op de gevangenen. Ze werden bestolen, zwaar mishandeld en seksueel vernederd, onder meer tijdens feesten die de bewakers aanrichtten.

De regering in ballingschap had besloten dat er tegen wraakacties op landverraders niet zou worden opgetreden. „Het was een ingecalculeerde uitlaatklep”, schrijft Groen. In die houding heeft de overheid tot ver na de oorlog volhard.

Groen vindt het onbegrijpelijk dat de geschiedschrijvers van de Tweede Wereldoorlog, Lou de Jong en anderen, de naoorlogse bijzondere rechtspleging geslaagd hebben genoemd. „De overheid is na de bevrijding op buitengewoon ernstige wijze tekortgeschoten, ze is zelfs voor een zeer belangrijk deel medeschuldig aan het onrecht. Het recht is welbewust opzij gezet om hogere belangen te dienen.”

Lees verder na de advertentie
Dokkumers rekenen een dag na de bevrijding collaborateurs in. (FOTO ANP )

Deel dit artikel