Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Liefste, de oorlog is nog niet begonnen' -na 65 jaar terug op de Grebbeberg

Home

COKKY VAN LIMPT

Al is het straks vijfenzestig jaar geleden dat de Duitsers in vijf dagen door die oostelijke verdedigingslinie heenbraken, de naam Grebbeberg houdt nog immer een beladen klank. Sinds lang hebben kanonnen en soldaten plaatsgemaakt voor bijzondere planten en zangvogels, mooie wandel- en fietsroutes, maar toch.

Tegenover Ouwehands Dierenpark, net buiten Rhenen, lopen we op deze warme lentedag in april het eikenbos in. Na enkele honderden meters bereiken we de rand van de ruim vijftig meter hoge Grebbeberg, een stuwwal uit de ijstijd die tevens het abrupte einde markeert van de Utrechtse Heuvelrug.

We slenteren langs de slingerende walrand en gaan op elk bankje even zitten om te genieten van het spectaculaire uitzicht over het dal van de Nederrijn, natuurgebied de Blauwe Kamer in de uiterwaarden onderaan de berg, en de Betuwe aan de overzijde van de rivier.

Het is te heiig om te zien of de fruitbomen bloeien, maar in Het Onderlangs, de bosrand op het grensvlak van de Grebbeberg naar de Nederrijn, lachen bloesemende struiken ons tegemoet.

Het gras op open plaatsen in het bos schiet sappig groen op en allerlei kruidige plantjes zoeken weer hun weg uit de opwarmende aarde naar boven.

Het eerste tere lentegroen siert de takken van de uitbottende eiken. De beuken zijn nog niet zover. Tóen wel: op die helse dagen in mei 1940 -het hele land volop in bloei- hadden ook de stijf opgerolde blaadjes van de late beuken zich al voorzichtig ontvouwd. Ds. Keers getuigt daarvan.

Tussen 10 en 15 mei 1940 verloren aan de Grebbelinie meer dan vierhonderd Nederlandse militairen het leven. Na de overgave werden de slachtoffers ter plaatse, op de Grebbeberg, begraven. Ds. Keers, toen predikant-directeur van het Diaconessenhuis Arnhem, was belast met de identificaties en betrokken bij de eenvoudige begrafenisceremonie. Hij tekende op: ,,Over de graven waren takken met jong beukengroen gespreid. De wind woei zachtjes door de bomen. Alles was stil.''

Hoe moet dat toch geweest zijn voor een jonge soldaat -velen waren pas begin twintig- om gelegen op de Grebbeberg, met de lentegeuren in zijn neus, over de bloeiende Betuwe de brommende vijandige vliegtuigen en parachutisten op zich af te zien komen? Bertus Aafjes weet in zijn gedicht 'De laatste brief' het naïeve ongeloof van zo'n jongen raak te treffen:

De wereld scheen vol lichtere geluiden

en een soldaat sliep op zijn overjas.

Hij droomde lachend dat het vrede was

omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

Er viel een vogel die geen vogel was

niet ver van hem tussen de warme kruiden.

En hij werd niet meer wakker want het gras

werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

Het regende en woei. Toen herbegon

achter de grijze lijn der horizon

het bulderen -goedmoedig- der kanonnen.

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,

bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:

liefste, de oorlog is nog niet begonnen.

Het uitbundige gezang van de vele broedse en al broedende vogels op de Grebbeberg maakt de gedachte aan een vijandige inval in de lente nog extra schrijnend. Uit het bos op de berg gekomen, brengen we een kort bezoek aan het Militair Ereveld Grebbeberg, waar de gevallen Nederlandse strijders begraven liggen. De uit de oorlog daterende stenen en kruisen -alle verschillend- zijn in 1967 vervangen door uniforme grafstenen. Op het monument bij de ingang -het kruis met de twee leeuwen, ontworpen door ir. J.J.P. Oud- liggen verse boeketten en kransen. De perkjes bij de graven, met tulpen en paarse violen, liggen er mooi aangeharkt bij.

Nog een paar dagen en op 4 mei gaat de klok weer luiden, in de gedenkzuil aan de overzijde van de weg. In totaal 2400000 'koperen' centen werden er onder de Nederlandse bevolking ingezameld om deze klok te kunnen gieten. Ze draagt het Nederlandse wapen en het opschrift 'Ik spreek van hem die viel'.

Langs de erebegraafplaats lopen we langzaamaan het bos uit, de Gelderse Vallei in. Schitterend is de route langs de Grift, het kanaaltje dat de bisschop van Utrecht, David van Bourgondië, in 1473 liet graven om de uitgestrekte moerassige veengebieden ten noorden van Rhenen (Veenendaal) te ontwateren. De in de Nederrijn uitmondende Grift of Grebbe is in de vorige eeuw onderdeel geworden van het Valleikanaal. Maar hier meandert het kanaal als was het een natuurlijke stroom.

Tussen de knotwilgen langs de waterkant bloeit al van alles: paarse, gele en witte dovenetel, volop pinksterbloemen, speenkruid, boterbloemen, het eerste fluitekruid. Boven de fraai golvende akkers cirkelen buizerds. We buigen weer terug naar de hoger gelegen heuvelrug. Bij de boerderijen van Laareind huppelen lammetjes in de wei. Ook de koeien mogen hier naar buiten. De dames zetten begerig hun tanden in het frisse lentegras. Over de Laarschenberg keren we terug naar ons uitgangspunt, de laatste paar honderd meter begeleid door luid gekrakeel uit de dierentuin.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel