Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Lea', Arbeidsvitaminen voor het leven

Home

JOLAN DOUWES

Ze waren populair in de jaren zestig en zeventig. Stopten in de jaren tachtig. En staan weer op de planken in de jaren negentig. In de serie 'Return' portretteert Trouw deze weken een aantal leadzangers van Nederlandse popbands die meedeinen op de golven van de retro-trend. Eerder kwamen Peter Tetteroo (Tee-Set) en Mariska Veres (Shocking Blue) aan het woord. Vandaag: Cees Veerman van The Cats

Het immense succes van The Cats ging Nederlandse begrippen bijna te boven. Geen popband verkocht zoveel singles en elpees - zoveel jaren achter elkaar ook - als de vijf 'palingrockers'. Van hun tweede elpee The Cats werden in een paar weken tijd al vijftigduizend exemplaren verkocht. Het nummer Times Were When stond de hele zomer van 1967 in de hitparade. En van de verzamelelpees gingen er maar liefst dertien miljoen richting fans.

Nog steeds brullen hele fabriekshallen mee als Lea of One Way Wind langskomt in de Arbeidsvitaminen. Het zijn makkelijk in het gehoor liggende succesnummers met Engelse teksten die iedereen begrijpt. 'Lekkere meezingers' volgens de één, 'gezwijmel' of 'smartlappen' volgens de ander.

Hun biograaf Jip Golsteijn noemt de carrière van The Cats, hoe succesvol ook, tegelijkertijd een oorlog tegen de scepsis. Hij schrijft er alleen niet bij dat de kritiek ook in eigen geledingen klonk. Leadzanger Cees Veerman (50), nu het evenbeeld van Kees van Kootens oudere jongere, heeft er ooit nog 'ns een spreekverbod om gekregen.

“Ik had in een interview geroepen dat ik die muziek niet zou kopen of maken als ik niet in The Cats zat. Dat was ook zo. Ik zat in een vriendenkring die meer van progressieve popmuziek hield. Steppenwolf, Velvet Underground, het kon niet heavy genoeg zijn. Van mij mocht muziek ook de lucht in, want ik liepzelf ook vaak spacy rond.”

Cees Veerman was de hippie van de groep. Arnold Mühren (componist, bas), Theo Klouwer (drums), Jaap Schilder (gitaar) en Piet Veerman (zang/gitaar) hadden net zulke lange haren en Waterlooplein-kleren als hij, maar toch hadden zij meer een lieve-jongens-imago. Zij waren keurig getrouwd, hadden kinderen. En ze bemoeiden zich minder met de politiek. Cees Veerman kon zich erg opwinden over de burgeroorlog in Noord-Ierland of de Amerikaanse invasie in Vietnam.

De belangrijkste man van The Cats was in het bewuste interview niet alleen zijn eigen muziek afgevallen, hij had ook wat linkse uitspraken gedaan. Volgens de anderen had hij daarmee schade toegebracht aan de band. Vandaar dat spreekverbod. “Onzin natuurlijk. Ze hadden beter kunnen zeggen: je mag alles roepen, want er luistert toch niemand.”

De blonde zanger was altijd al het buitenbeentje van The Cats. Hij stond niet alleen bekend als de minst stabiele van de vijf, een 'creatieve tobber' in de woorden van de biograaf, maar hij leidde ook een ruiger leven, met veel drank en drugs. Bovendien stonden zijn aanbidsters na ieder optreden te dringen bij de uitgang. Veerman genoot van die sterstatus. “Het werd alleen lastig als er bij het volgende optreden drie meisjes waren die allemaal wat met me hadden gehad.”

Het verschil met de andere bandleden - 'die konden ook wel eens flink tekeer gaan, hoor, alleen hielden zij meer van alcohol' - bleek ook uit de muzieksmaak. Piet Veerman hield meer van Drifters-achtige muziek, wat te horen is aan de eerste elpees. Arnold Mühren zat juist weer in de Paul McCartney-hoek. “Ik was in de jaren zestig fan van de Kinks en ik vind nu nog steeds dat Ray Davies de grootste liedjesschrijver in de popgeschiedenis is. Zijn cynische kijk op de maatschappij spreekt me aan. Ik schreef geen Vietnam-songs voor The Cats, want die kwamen er toch niet door. Maar ik vroeg me wel af waar het naartoe moest met de wereld. Al gaf ik er in het refrein dan weer een positieve draai aan: Let's follow the sun.”

Die mengeling van invloeden bepaalde het geluid van The Cats. Van een eigen rock-'n-roll-nummer kon de groep moeiteloos overgaan in de country-sfeer om te eindigen met een nummer van Fleetwood Mac. “Iedereen vroeg ons of we een formule hadden. Nee dus, we speelden gewoon wat ieder van ons leuk vond.”

Met die mix van muzieksoorten bereikte de Volendammer band een even gemêleerd publiek. De fans uit Noord-Holland waren het trouwst; die reisden zelfs naar Oslo om daar op de voorste rij te staan. Maar in Duitsland, België, Zuid-Amerika en Indonesië werd Be My Day even hard meegezongen. “In Frans-Guyana waren ze eerlijk. Toen we op het vliegveld aankwamen hing daar een spandoek met de tekst: 'Beatles: één, The Cats: twee.”

Het toenmalige succes is nu bijna onwezenlijk voor Cees Veerman: “Ik kan haast niet geloven dat ik echt in een limousine door Djakarta heb gereden met een Indonesische gezelschapsdame aan mijn zijde en duizenden Nederlandse vlaggetjes als ik naar buiten keek.”

De komst van The Cats bleek nog een unicum te zijn ook. Na de Soekarno-periode in Indonesië bracht de popgroep in 1970 als eerste een officieel bezoek aan de voormalige kolonie. Toen de koningin een jaar later kwam, hoefden de Indonesische autoriteiten het draaiboek maar uit de kast te halen.

Maar Nederlands meest succesvolle band kreeg steeds meer problemen. De grootste ramp die Cees Veerman kon overkomen was het wegvallen van zijn stem tijdens een optreden in het Fort van Naarden. Hij stond net solo te zingen, toen de roadie wel wat erg paniekerig aan de volumeknop begon te draaien. Veermans mond bewoog, maar er kwam geen geluid meer uit.

Opnieuw kreeg de zanger een spreekverbod, maar nu om gezondheidsredenen. Bij The Cats werd zijn plaats ingenomen door de roadmanager. Zijn oude stemvolume kwam pas weer terug na maandenlange training - de angst bleef nog jaren zitten. Veerman maakte een solo-elpee met de veelzeggende titel Another Side of Me. “Je kunt horen dat ik toen flink in de put zat”, zegt hij er nu over.

Achteraf heeft hij spijt dat hij 'ja' zei toen The Cats hem een jaar later terugvroegen. Hij was er nog niet aan toe. Bovendien kwamen er steeds meer spanningen in de groep. Die verdwenen niet toen de vijf onder leiding van sterproducer Al Capps een elpee op mochten nemen in de Verenigde Staten. Het werd Love in Your Eyes, een allegaartje van oude en nieuwe nummers. De plaat verkocht goed, maar zorgde niet voor een Amerikaanse doorbraak. In een overvolle sporthal in Purmerend gaf de groep in 1974 haar 'laatste' show.

Uit geldnood of heimwee volgden verschillende comebacks. Maar het vuur zat er niet meer in. Toen Piet Veerman midden jaren tachtig op de solo-toer ging, stortte Arnold Mühren zich op zijn platenstudio, Jaap Schilder ging weer metselen en Cees Veerman werd winkelbediende. “Maar ik was teveel een dromer. Terwijl de klanten stonden te wachten, probeerde ik in mijn hoofd een gitaarloopje uit.” Sindsdien zit Veerman thuis in zijn nieuwbouwwoning in Volendam. 's Avonds 'pielt' hij wat op zijn gitaar.

De rifjes zijn nu te horen op de cd Shine On die sinds vorige maand in de winkels ligt. Voor het eerst sinds tien jaar heeft de uitgedunde band - Arnold Mühren, Jaap Schilder en Cees Veerman - een plaat gemaakt. Het geluid is verbazingwekkend authentiek. “Logisch, er staan ook nummers op die indertijd zijn afgekeurd.”

De cd is geproduceerd door Jan Akkerman die 25 jaar geleden als sessiemuzikant al meespeelde op platen van The Cats. Van het nummer Poppy is een single uitgebracht en van Moneymaker - geschreven door Cees Veerman - komt in augustus een single uit. Maar hoeveel aanbiedingen de groep ook krijgt, optredens zitten er voorlopig niet in.

“Arnold Mühren is bang dat hij zijn platenstudio verwaarloost als hij weer gaat spelen. Ik zal hem zeker niet onder druk zetten, maar ik hoop dat hij zijn werk kan delegeren. Ik mis de kleedkamers, de lol, de fans, de drank en de valse gitaren. Met een microfoon in mijn hand op het podium, dat is voor mij het ultieme geluk.”

Deel dit artikel