Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Laat supporters zingen wat ze willen'

Home

MARCO VISSCHER

In Schotland kunnen voetbalfans in de cel belanden als ze beledigende liedjes zingen. Dat is strijdig met de vrije meningsuiting, vindt socioloog Stuart Waiton. 'Racisme hou je niet tegen door er een misdaad van te maken.'

De ene helft van Hampden Park ziet groen-wit: de kleuren van Celtic. De andere helft kleurt het rood-blauw van de Rangers FC. In zijn zwarte kleren steekt Stuart Waiton er een beetje bij af, tijdens deze halve finale van het Schotse bekertoernooi. Waiton is dan ook geen fan. De randverschijnselen rondom het voetbal vindt hij interessanter dan het spel zelf. De Engelse socioloog heeft er een studie van gemaakt hoe supporters via de wet in toom worden gehouden.

In Schotland - waar Waiton werkt aan de Abertay universiteit in Dundee - geldt een wereldwijd unicum: daar wordt 'aanstootgevend gedrag' zo ruim opgevat dat het beledigende spreekkoren strafbaar stelt. Wie in liedjes, op spandoeken of op internetfora 'haat zaait', riskeert een gevangenisstraf van vijf jaar.

In zijn boek 'Snob's Law', beschrijft Waiton hoe supporters volgens hem worden gecriminaliseerd. Een discriminatoire uiting, belediging van een agent, een vechtpartij, openbare dronkenschap: net als in Nederland bestraffen politie en rechters dit soort vergrijpen in een 'voetbalgerelateerde context' zwaarder dan die in het uitgaansleven. Veruit de meeste supporters die worden opgepakt, komen voor de eerste keer met politie of justitie in aanraking. Een handvol supporters heeft een celstraf van enkele maanden moeten uitzitten wegens het zingen van een liedje dankzij deze omstreden voetbalwet. Die staat nu op de helling: bij verkiezingen een maand geleden verloor de Schotse Nationale Partij (SNP) haar absolute meerderheid; de oppositie wil de wet afschaffen.

Maar bij deze ontmoeting tussen de twee grote rivalen uit Glasgow, half april, is de wet nog van kracht. En de behoefte om te treiteren is kennelijk groter dan het ontzag voor de wet. Op de spandoeken heten Rangers-fans 'Hun Scum', naar de barbaren van Attila de Hun. En de van oudsher overwegend katholieke Celtic-fans worden omschreven als 'pedofielen': een sneer naar de schandalen in de rk kerk.

Na de wedstrijd (de Rangers winnen na strafschoppen) praten we in een pub met Waiton over zero-tolerance, terrorisme, Voltaire en opblaasbananen.

Lees verder na de advertentie

Waarom zouden we beledigende spreekkoren accepteren?

"Ik heb ook niets tegen beleefdheid. Maar beleefdheid ontstaat van onderop, níet door wetten op te stellen over hoe we ons moeten gedragen. Het is merkwaardig om te verlangen dat het voetbalstadion een oord voor beleefdheid wordt. Voor de meeste fans is voetbal een tribale arena, waarin je geacht wordt om een beetje ruw en grof te zijn, en beledigende, schunnige liedjes zingen hoort daarbij."

Ziet u geen relatie tussen het geweld in stadions en daarbuiten: op straat, op sociale media?

"Misschien is er een relatie, maar niet noodzakelijkerwijs. Het meeste wat er in het voetbal gebeurt, is een spel."

En racisme hoort bij dat spel?

"In de jaren tachtig was er zeker racisme rondom het voetbal. Dat werd gezien als uiting van een breder maatschappelijk probleem. Antiracistische organisaties zeiden toen niet dat het tijd werd om voetbalsupporters op te voeden; zij richtten zich op institutioneel racisme, zoals politiegeweld en politieke discussies over immigratiebeperkingen. Als een antiracist het probleem moest aanwijzen, wees hij omhoog, naar de gevestigde orde; vandaag wijst hij naar beneden, naar het gepeupel dat op zondag komt kijken naar mannen die achter een voetbal aanhollen. Als je het zingen van liedjes in een stadion ziet als een reflectie van racisme in de samenleving, moet je doen wat ik deed in de jaren tachtig en negentig."

En dat was?

"Je aansluiten bij een antiracistische actiegroep en met mensen erover in discussie gaan. Maar zolang het geen directe vorm van intimidatie is, moet het hoe dan ook geen misdaad zijn om je racistisch te uiten. Woorden zijn geen daden. Dáden zijn daden. We kunnen racisme niet stoppen door er een misdaad van te maken. Voor de oorspronkelijke antiracisten was het onbestaanbaar om politici en agenten meer invloed te geven bij de bestrijding van racisme; dáár zat nou juist het probleem."

Misschien is dat wel veranderd en heeft het probleem zich verplaatst.

"Nee, wat is veranderd, is onze cultuur.

We zijn gaan vinden dat we moeten worden beschermd tegen alles wat ons zou kunnen kwetsen. Lange tijd was de heersende cultuur er eentje van vechtlust. Overkwam je iets vervelends, dan deed je gewoon extra je best om er overheen te komen. Dus een zwarte speler die werd uitgescholden zette z'n tanden op elkaar - hoe moeilijk dat ook moet zijn geweest - en probeerde extra goed te spelen. Maar nu wordt het aangemoedigd om iedere tegenslag breed uit te meten, liefst in het openbaar, en je als slachtoffer te presenteren. We kunnen ons bijna niet meer voorstellen dat een speler niet emotioneel instort wanneer iemand vanaf de tribune een opblaasbanaan op het veld gooit."

Is deze gevoeligheid niet een uiting van de beleefdheid die 'van onderop' is ontstaan?

"Nou, de roep om meer beleefdheid komt niet van voetbalfans die mentaal waren geknakt door beledigende liedjes van de tegenpartij, en die jarenlang bij politici hebben gelobbyd om eindelijk een einde te maken aan dat onrecht. Het recht om niet gekwetst te worden, is een fundamenteel nieuwe ontwikkeling in onze wetgeving en rechtspraak - en is ingegeven door een elite die zich tolerant durft te noemen."

Heeft u ook al iets tegen tolerantie?

"De vraag is: wat verstaan we onder tolerantie? Van oudsher - en dit voert terug op John Stuart Mill - betekende tolerantie dat je accepteert dat andere mensen er andere ideeën en overtuigingen op kunnen na houden, en dat je niet de politie erbij haalt wanneer iemand ergens anders over denkt dan jij. Vandaag betekent tolerantie dat je geen dingen meer wilt horen die beledigend kunnen zijn. Wie zich anno 2016 tolerant noemt, pleit voor een zero-tolerance-beleid, waarin bepaalde woorden en gedragingen niet meer mogen. Zero tolerance: herkent u de absurde ironie?"

In uw boek verwijst u graag naar de ideeën van Mill of Voltaire over vrijheid van meningsuiting. Is het niet ongepast om dat ideaal toe te passen op voetbalsupporters?

"Absoluut niet. Ik besef ook wel dat voetbalsupporters geen filosofen zijn die een beschaafd gesprek voeren bij een glas wijn. Maar volgens het principe van vrije meningsuiting moet iedereen de vrijheid hebben te zeggen wat hij wil, hoe ongepast en onbeleefd het soms ook mag zijn. Dus voetbalsupporters moeten kunnen zingen wat ze willen. Het kán niet zo zijn dat je in een moderne, vrije samenleving wordt beboet of in de gevangenis wordt gezet wanneer je een liedje zingt."

Waar ligt volgens u de grens?

"Stel, als volwassene spreekt u een kind aan dat iets heeft gedaan wat niet mag en het kind zegt: 'Ja, maar híj zei dat ik het moest doen.' U snapt meteen dat het kind zijn verantwoordelijkheid probeert door te schuiven. Dus u zegt: 'Als hij je vraagt in de vijver te springen, doe je dat dan ook?'

"Die simpele regel lijken we te vergeten als het gaat om gewelddadige voetbalsupporters. Als iemand gewelddadig is, is het de verantwoordelijkheid van die persoon en van niemand anders. Het gaat mij erom dat we het onderscheid tussen fysiek geweld en verbale uitingen moeten erkennnen."

Dus mogen Feyenoord-supporters vrijuit roepen dat alle Joden aan het gas moeten?

"Als je met een menigte op straat roept dat alle Joden dood moeten tegen een andere menigte tegenover je, kan ik dat zien als een oproep tot geweld. Dat gaat te ver. Als je hetzelfde roept in een stadion, is dat anders. Wie dat wil verbieden, zoekt naar een excuus om woorden te censureren die we liever niet horen."

Hoe moeten we omgaan met verbaal geweld?

"We moeten accepteren dat mensen verschillende overtuigingen en manieren hebben om zich te uiten. Je kunt sommige overtuigingen verachten en je kunt erover in gesprek, maar je moet het verschil tolereren."

En anders?

"Anders bepaalt de politie steeds meer wat we wel en niet mogen zeggen. Anders creëren we een cultuur waarin we verwachten dat we worden beschermd tegen iedere belediging of ergernis. Dat is de ultieme bevestiging van onze narcistische cultuur, waarin we ons steeds meer anti-sociaal zullen opstellen."

Het is antisociaal om sociaal te zijn?

"Ja, het is toch niet sociaal om erop te staan dat jouw gevoeligheden worden gerespecteerd? 'Ik mag niet worden gekwetst, dus jij moet je mond houden.' Er is sprake van een radicale breuk met het idee dat we een openbaar, gezamenlijk leven hebben, met anderen, met elkaar. Tegenwoordig leven we het liefst allemaal in onze eigen bubbel. We eisen dat de wereld zich naar ons en onze persoonlijke voorkeuren voegt, dat we respect verdienen en allerlei rechten hebben, die moeten worden verankerd in wetgeving.

"Dat is narcisme ten top. Het moet zo zijn dat jij accepteert dat je onderdeel bent van een groter geheel, waarnaar je je moet voegen en waarbij je onderkent dat er verschillen zijn in hoe we leven, denken en ons uiten."

Cultuurcriticus Slavoj Žižek ziet dat de staat een nieuwe rol vervult: ons tegen elkaar beschermen, zodat we allemaal veilig zijn. Dat bedoelt u dus?

"Precies. Die ontwikkeling verklaart dit soort regels rondom de dingen die we zeggen en denken, maar ook de toename van beveiligingscamera's, zodat de politie alles in de gaten kan houden. En de enige morele norm in zo'n samenleving is dat je niets doet wat een ander onplezierig zou kunnen vinden. Het is geïnstitutionaliseerde afzondering. Op die manier bots je nooit met anderen, maar je voelt je ook niet bij hen betrokken. Je hebt eigenlijk niets meer met anderen te maken. Dat is de richting die onze samenleving opgaat. Als je dat niet wilt, moet je pal staan voor vrije meningsuiting en dus ook voor het recht om in het voetbalstadion je tegenstander te bespotten."

Ziet u het stadion als plaats waar mensen stoom afblazen, zodat ze zich op straat inhouden, zoals sommige sociale wetenschappers beweren?

"Pfff... Er is simpelweg een elitair vooroordeel over supporters. Mannen uit de arbeidersklasse worden bekeken met angst en minachting. Er is een breed gedragen behoefte om die groep te reguleren en de mond te snoeren... Weet u wat het probleem is met bijna al uw vragen?"

Nee, vertel.

"Ze zetten de wereld op z'n kop. De échte haat in onze samenleving komt van de zogenaamd liberale elite die lager opgeleiden ziet als racistisch, seksistisch, homofoob uitschot dat je moet beteugelen en opvoeden. De échte misdaad is dat zij vanwege dit vooroordeel worden bewaakt, gearresteerd, beboet en in Schotland zelfs gevangengezet als ze gewoon een potje voetbal willen kijken."

Wie is Stuart Waiton

Stuart Waiton doceert sociologie en criminologie aan de Abertay University in Dundee. In 2012 verscheen 'Snob's Law: Criminalising Football Fans in an Age of Intolerance', zijn boek over de Schotse voetbalwet waarmee supporters kunnen worden gestraft die zich beledigend uitlaten over de tegenpartij via liedjes, spreekkoren, spandoeken of opmerkingen op internetfora.

Het vakblad Soccer and Society merkte het boek aan als een 'belangrijke bijdrage' aan het onderzoek naar hoe de politieke en culturele elite de lagere klasse ziet.

Ook is Waiton auteur van 'The Politics of Antisocial Behaviour: Amoral Panics', dat volgens een bespreking in vakblad Criminology and Criminal Justice 'vol staat van scherpe, originele inzichten'.

Stuart Waiton is een supporter van Sunderland.

Deel dit artikel