Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

... kwam Lexington als slechtste sigaret uit de bus

Home

Hans Masselink

Vier met blauwe inkt bedrukte bladzijden op glad papier, meer is het niet, het eerste nummer van de Consumentengids in april 1953, het orgaan van de Nederlandse Consumentenbond. Huisbrandolie, levertraan, draadomroep, vlekkenwater, koffie, melk, gehoorapparaten, zuurkool, allerlei artikelen worden vergeleken in de eerste nummers van de bond die zo'n 50 jaar geleden werd opgericht.

Na een voorbereidingstijd van een halfjaar besluiten B. Buitendijk, ambtenaar op het ministerie van landbouw, visserij en voedselvoorziening en de econoom J. van Benthem op 14 januari 1953 de Stichting Nederlandse Consumentenbond op te richten. Ze beginnen met 141 leden, vooral afkomstig van Buitendijks landbouwministerie. Voor een bedrag van minimaal twee gulden per jaar kan men lid worden van de nieuwe club.

Het nummer van mei 1953 begint, net zoals vele schoolkranten dat deden, met een 'Wist U...dat'- rubriek:

'Wist U, dat er in Amerika lippenstiften en gezichtspoeders zijn van 10 dollarcents, die in objectieve tests minstens even goed bleken te zijn als andere soorten, die tien maal zoveel kosten? Dat een overal geadverteerd merk tandpasta niet acceptabel werd bevonden omdat het een sterk afschurende werking op de tanden had...'. En de Consumentengids gaat verder met een pleidooi voor een Kopergids: 'Doen deze feiten U niet bedenken dat het doen van uw dagelijkse inkopen zuivere verspilling kan betekenen en zelfs niet zonder gevaar voor U is? Maar dat behoeft het niet te zijn! ... Voelt U - als U dit alles leest - niet de wens bij U opkomen, dat er zoiets ook in Nederland zou moeten gebeuren?' Amerika, waar de consument al langere tijd zeggenschap heeft met een consumentenvereniging, wordt ten voorbeeld gesteld aan de Nederlander.

De Consumentengids van de eerste dagen is in vrijwel niets te vergelijken met het gelijknamige kleurige blad dat nu maandelijks bij meer dan 600 000 mensen wordt bezorgd. Maar ook in die tijd keken de fabrikanten met argusogen naar het maandelijks uitgegeven minimale gidsje; hun producten worden immers met naam en toenaam genoemd. De platenmaatschappijen besluiten bijvoorbeeld in mei 1955 naar aanleiding van kritiek tot een prijsdaling voor de grammofoonplaten van maar liefst twintig procent.

In de ogen van nu ziet het er allemaal wat knullig uit, die onderzoeken van die eerste jaren. 'Wij ontvingen klachten over de kwaliteit van sommige merken lucifers', begint het belangrijkste artikel van september 1953. De bond laat een onderzoek instellen door het laboratorium van de Afdeling Bosexploitatie en Boshuishoudkunde van de Landbouwhogeschool in Wageningen naar zes merken, drie uit Weert, twee uit Eindhoven en een uit Zweden. Ze onderzoeken de kwaliteit van de doosjes, de aantallen lucifers per doosje, de breekbaarheid, de vonken bij het aanstrijken, het ontvlammen, doorbranden, afvallen van de koppen en nagloeien.

De twee voornaamste conclusies zijn dat de bezwaren bij het gebruik 'waarschijnlijk het gevolg zijn van minder goed bewaren, hetgeen in dikwijls enigszins vochtige keukens gemakkelijk voorkomt' en dat 'het voornaamste waarop men bij het kopen van lucifers heeft te letten, de prijs per lucifer is'. De prijzen per lucifer lopen volgens de bond uiteen van 0,04 cent tot 0,07 cent. 'Het duurst zijn de zogenaamd voordelige huishouddozen, dat zijn grote dozen met een inhoud van ongeveer 400 lucifers. Deze hebben bovendien nog het nadeel dat het strijkvlak van de doos naar verhouding ongeveer een derde kleiner is dan van het meest gebruikte formaat doosjes. Hierdoor komt het nogal eens voor dat het strijkvlak onbruikbaar is geworden vóór alle lucifers zijn verbruikt', meldt de Consumentenbond die het artikel beëindigt met de mededeling dat de Zweedse lucifers tot 49 procent duurder zijn dan de Nederlandse.

De Consumentenbond slaat maar matig aan, maar krijgt wel de sympathie van de zo zuinige minister-president Willem Drees, die de bond wel een beginsubsidie wil geven van 30 000 gulden. De Tweede Kamer is daar niet zo blij mee. De ARP (Anti-revolutionairen) vindt bijvoorbeeld dat de bond maar op eigen kracht moet bewijzen wat hij waard is. Maar minister Jelle Zijlstra van economische zaken (overigens ook ARP) verdedigt te vuur en te zwaard de steun aan de bond en wijst op de groeicijfers. In januari 1954: 1200 individuele leden en 57 000 collectieve leden (via organisaties) en negen maanden later 3000, respectievelijk 95 000. De bond zal volgens de minister binnen enkele maanden kostendekkend werken. Uiteindelijk gaat Zijlstra na de kritiek van de Kamer overstag en besluit geen overheidssteun te geven.

Voorzitter Buitendijk heeft het ook moeilijk in die begintijd. Vadertje Drees neemt hem begin 1954 in vertrouwen en zegt dat hij de melkpolitiek maar eens moet aanpakken. Buitendijk voelt daar wel voor en gaat met zijn Consumentengids stevig tekeer tegen het melkbeleid. Dit is duidelijk tegen het zere been van zijn directe baas op het ministerie van landbouw, minister Sicco Mansholt. Deze verbiedt hem als ambtenaar van zijn ministerie nog langer het voorzitterschap van de Consumentenbond te bekleden. Buitendijk blijft overigens lid van het bestuur.

Het volgend jaar, 1955, gaat de melkprijs met 15 procent omhoog. De Consumentengids tekent protest aan en Buitendijk zelf stelt in de Volkskrant 'onaangenaam verrast' te zijn door het besluit van de overheid om de prijs te verhogen. Mansholt roept hem opnieuw op het matje en eist dat hij ook als bestuurslid van de Consumentenbond ontslag neemt. Protesten van de Consumentenbond dat Buitendijk persoonlijk niets van doen heeft met de zaak deren niet. Korte tijd later wordt Buitendijk van het departement van landbouw overgeplaatst naar het ministerie van Overzeese Rijksdelen.

De grote doorbraak voor de Consumentenbond komt in 1962 na een veel bekritiseerd onderzoek over het teer- en nicotinegehalte in sigaretten. Het merk Lexington komt als slechtste uit de bus, aangeraden wordt maar Roxy te roken. Lexington pikt dit niet en begint een kort geding. De Consumentenbond wordt veroordeeld, de resultaten deugen inderdaad niet. De fouten worden toegegeven. Maar door al die publiciteit krijgt de bond veel sympathie. Het gevecht van de kleine bond tegen de grote fabrikant spreekt aan: maar liefst 25 000 nieuwe leden melden zich aan. De groei zet door tot een ledenaantal van een kwart miljoen in 1969, waarna de bond niet meer weg te denken is in het bestaan van de Nederlandse consument.

Deel dit artikel