Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Krachtpatsers vergeten dat karate niet alleen een grote mond is'

Home

NICOLIEN VAN DOORN

UTRECHT - Er was eens een eiland, waar het de bewoners verboden was wapens te dragen. Om toch enig weerwerk te kunnen leveren aan de buurlanden die hen om de haverklap aanvielen, ontwikkelden de eilandbewoners een efficiënte verdedigingsmethode. Ze vochten met handen, voeten, ellebogen en knieën en noemden dat okinawa-te. 'Okinawa' was de naam van hun eiland en 'te' betekent hand.

Een jaar of zestig geleden richtte een slimme Japanner een vechtschool op, onderrichtte er okinawa-te maar gaf het de naam kara-te, Japans voor 'lege hand'. In de tweede wereldoorlog was karate een doorslaand succes bij de Amerikaanse bezettingstroepen. Zij namen de vechtkunst mee naar de Verenigde Staten, van waaruit het zich via spectaculaire vechtfilms over de hele wereld verspreidde. Tot in Nederland aan toe. Dat verklaart waarom er de afgelopen twee dagen in een zuidoostelijk hoekje van de stad Utrecht voor de zoveelste keer gestreden werd om de nationale karatetitels.

Wie naar karatewedstrijden gaat in de hoop dat er dooien of op z'n minst flink wat gewonden vallen, wordt zwaar teleurgesteld. Karate is een controlesport. Het is de bedoeling de bewegende tegenstander te raken zonder door te slaan. “Daarom wordt karate weleens oneerbiedig 'tikkertje' genoemd”, zegt een toeschouwer. “Voor het publiek is het natuurlijk jammer dat het contact beperkt blijft tot een lichte aanraking. Een flinke bloedneus op z'n tijd is veel leuker.”

Vanaf de tribune zie ik niet anders dan dat er op de matten flink op los wordt geslagen, gestompt en getrapt. Hoe oppervlakkig die zienswijze is, blijkt wanneer Janick Poupee en Bregje Sijpestein op de tribune aanschuiven en zich opwerpen als tolk-vertalers. Poupee is een Franse toptrainer en Sijpesteijn een allround karateka, die zowel kumite als kata beoefent.

Kumite? Kata?

Kumite, leggen de vertalers geduldig uit, is een gevecht tussen twee tegenstanders. Kata daarentegen is een schijngevecht met een denkbeeldige tegenstander. Een soort mime-spel van aanval en verdediging, dat volgens een vaste choreografie wordt afgewerkt. Zelfs de momenten waarop een hartstochtelijke kreet aan een verbeten mond ontsnapt, zijn vantevoren vastgelegd. Die vaste patronen hebben het schijngevecht een dubieus imago opgeleverd: kata zou een dansje zijn dat je uit je hoofd leert.

Geloof het maar niet, zegt Poupee. “Als je kata niet goed doet, is het een lege vorm. Als je het wel goed doet is het doorleefd.” Een doorleefde kata is een kata waarin de ziel en zaligheid van de karateka zichtbaar worden. Eerst laat hij de aanwezigen weten welke kata hij gaat lopen. Roept hij 'empi!', dan krijgen ze de vlucht van de zwaluw te zien. Roept hij 'unsu!', dan beeldt hij handen in de wolken uit. Overigens zijn niet alle kata's even poëtisch: er is er ook een voor het bestormen van een fort. “Veel mensen kennen de toepassingen niet, die doen alleen de vormpjes”, vertelt Sijpesteijn. “Dat is jammer, want de symboliek bevordert de beleving en dat komt weer ten goede aan de inleving en de expressie.”

Inleving en expressie zijn de aspecten, waar de jury tijdens de één minuut durende kata in het bijzonder op let. Natuurlijk wordt er ook gekeken naar techniek, kracht, snelheid, balans en strakheid van de bewegingen. Maar wat de ene karateka van de andere onderscheidt, is toch de manier waarop hij zijn kata beleeft.

Een al even onontbeerlijk ingrediënt is de hara. De hara is het centrum van het lichaam, dat de verbinding tussen boven- en onderlichaam tot stand brengt. Het lastige van hara is alleen dat het net een vlinder is. “Zelfs als het je lukt om hem te vangen, moet je eraan blijven werken”, zegt Poupee. “Anders raak je hem kwijt. Dat komt omdat hij beweegt.”

Poupee kan zich wild ergeren aan de talloze karateka's die hun sport beoefenen zonder zich in de achterliggende filosofieën te verdiepen. In een volle zaal pik je ze er zo uit: het zijn de krachtpatsers die het hardst schreeuwen. “Zij zijn sterker met hun stem dan met hun vuist”, grinnikt de Fransman. “Ze meten hun kracht af aan het volume dat ze produceren en vergeten dat karate niet alleen een grote mond is. Karate moet je studeren, moet je voelen. Als je alleen kracht oefent, raak je gefrustreerd. Want er is altijd wel iemand die nog sterker is dan jij. De Chinezen zeggen: zelfs een steen is sterker dan jij, want die beweegt niet.”

Bregje Sijpesteijn, die op het NK alleen aan het vrije gevecht deelnam, moest in haar klasse (boven de 60 kilo) genoegen nemen met een gedeelde derde plaats. Een teleurstelling voor de 31-jarige karateka, die al twaalf jaar meedraait, zestien uur in de week traint en af en toe naar Frankrijk afreist voor een opfrissingsweek bij Poupee. Die professionele benadering heeft haar vorig jaar heel wat opgeleverd: brons op het WK op het onderdeel kumite, een vierde plaats op het EK bij kata en zowaar een echte Golf van NOC-NSF. “Ik glim bijna net zo hard als die auto.”

Sijpesteijn is niet de enige Nederlandse karateka die op weg is naar de wereldtop. Of dat aan het één jaar oude beleidsplan ligt, durft bondsvoorzitter André Sukel niet te zeggen. Feit is wel dat er enkele elementaire verbeteringen zijn doorgevoerd. Zo is er een topsportcoördinator aangesteld en zijn er centrale trainingen gestart voor de jeugd. Dat laatste beschouwt Sukel als de grootste verbetering. “We hebben jarenlang geteerd op de gouden generatie van Otti Roethof en Guusje van Mourik. Dankzij hen golden wij als een van de sterkste landen. Maar toen zij ermee ophielden was er niks meer.” Het is mooi meegenomen dat op het NK de hoogste prijzen naar de junioren gaan. “Een kleine jonge Cruijff vinden is een teken van goed beleid.”

Deel dit artikel