Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Jullie hebben een leuk accent’ ’Jullie hebben een leuk accent’

Home

door Eric Brassem

In een feeststemming zijn duizenden Nederlanders de grens overgestoken voor het WK voetbal in Duitsland. Maar hoe denken beide landen over elkaar, met een mogelijke tweestrijd in het verschiet? Duitsers zijn vooral ontspannen. „Die oorlog, dat is nou toch wel heel lang geleden.”

’Negentig procent van de Duitsers vindt praktisch niets van Nederland – net zomin als van pak ’m beet Denemarken of Zwitserland’’, meent dr. Bernd Müller, Nederland-expert en adviseur van minister-president Jürgen Rütgers van Noordrijn-Westfalen.

„Veel Duitsers zijn slachtoffer van de clichés die Nederland bij promotieactiviteiten van zichzelf ophangt. Ze associëren Nederland met kaas, Frau Antje, tulpen en het koninklijk huis.’’

„Nederland staat er verder om bekend dat het er daar zo locker, ontspannen aan toegaat. Veel Duitsers vieren nu eenmaal vakantie aan Nederlandse stranden. Heel ontspannen, vooral als je niet verstaat wat de Nederlanders over Duitse toeristen zeggen.’’

„Een andere associatie is Rudi Carrell. Jullie hebben een leuk accent. Dat beeld van Nederland als leuk landje is onverwoestbaar’’, meent Müller, die in Nederland promoveerde op het beeld dat Nederlanders van Duitsland hebben.

Op het terras van café Zeezicht in de Berlijnse wijk Prenzlauer Berg geniet Fritz Schnecko van zijn koffie. Italiaanse Illy koffie, geen Douwe Egberts. Maar verder staat de zaak in het teken van Nederland: er is drop in alle soorten te krijgen, hagelslag, gevulde koeken, vanillevla en rollen beschuit.

Terrasgast Fritz komt niet hierheen voor de Nederlandse lekkernijen. Die waren hem niet eens opgevallen. Zijn eerste associatie met ’Nederland’? ,,Alleen positieve dingen. Coffeeshops! Tien jaar geleden ben ik een paar dagen in Amsterdam geweest. Toll!’’ Een liberaal land, herinnert hij zich. De moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh? „Sorry, die ken ik niet.’’

Astrid Kretschmar, eigenaresse van café Zeezicht, kwam op het idee tijdens een zeiltocht op de Wadden. „Ik heb veel Nederlandse zeilvrienden, ik ben er vaak. Ik associeer Nederland met een kop koffie op het water, als het nog stil om je heen is.’’

De Nederlandse zee in het landomringde Berlijn, leek haar een leuk concept. ,,We hebben vaak Nederlandse gasten. Maar ook Duitsers die van Nederland houden, en bij ons hun drop of hagelslag betrekken.’’

Op het terras zit ook Cordelia Polinna, promotie-onderzoekster stadsplanning. Zij komt met enige regelmaat in Nederland. Haar eerste associatie? „Bitterballen. En vooruitstrevend design en architectuur.’’

De moorden op Fortuyn en Van Gogh hebben haar ’zeer geschokt’. ,,Ik denk dat wij blij zijn dat in Nederland de mislukte integratie zo duidelijk werd aangetoond. Daardoor konden we ook hier het debat opener voeren.’’

Nederlanders vindt ze ’super-vriendelijk’. De oranje Wehrmachthelmpjes van Nederlandse fans noemt ze ’irritant’. „Die oorlog is nou al zo lang geleden. Wij vallen jullie toch ook niet lastig met je koloniale verleden?’’ Terrasgenoot Fritz tilt er niet zwaar aan. „Staan er hakenkruizen op? Nee? Als het een grap is – van mij mogen ze.’’

De Nederlander Peter Bröcker is gepensioneerd afdelingschef van supermarkt Karstadt. In Indië opgegroeid, wilde hij wat van de wereld zien. Na stages in Nederland, Duitsland, Zwitserland en Engeland, vestigde hij zich in 1963 in Keulen. ,,Hier kon ik sneller carrière maken.’’

,, Duitse jongeren waren nieuwsgierig naar hoe een buitenstaander over de oorlog dacht, en wilden daarover graag met mij praten. Ouderen niet. Indertijd hadden Duitsers niet zoveel idee van de buitenwereld, ook niet van Nederland. Voor reizen ontbrak geld en tijd. Dat kwam pas later.’’

Bröcker heeft nog steeds een Nederlandse pas, maar blijft in Keulen wonen. „Ik ben altijd positief bejegend, mijn accent was nooit een probleem. In Nederland ben ik met mijn Duitse auto wel aan de benzinepomp uitgescholden voor rotmof.’’

Volgens Bernd Müller is de houding van Nederlanders over Duitsland langzaam verbeterd. „In de jaren tachtig werd duidelijk hoezeer ook Nederlandse jongeren Duitsland bleven associëren met de oorlog, en hoe gering hun kennis en Duitse taalvaardigheid was. Dat hinderde de betrekkingen met Nederlands grootste handelspartner. Mede door mentaliteitsverschillen zijn de bedrijfsovernames van Fokker door Dasa en van Grundig door Philips mislukt. In Nederlandse universiteitssteden werden Duitsland-stichtingen opgericht, die de kennis moesten verbeteren.’’

„Nederland vond zichzelf zo goed, als exportland van liberale ideeën en het poldermodel – een absolute wereldhit – dat er weinig behoefte was om te weten hoe anderen over Nederland dachten.’’ Müller deed wel onderzoek, wat in 2001 onder meer resulteerde in het boek ‘Voorbeeldland Nederland?’. Daarin analyseerden Nederlandse en Duitse wetenschappers Nederlands vermeende tolerantie kritisch. „In progressief Duitland gold Nederland als ’het betere Duitsland’. Conservatieven hekelden juist het Nederlandse drugs- en euthanasiebeleid.’’

Nederlands integratie-model is geen reclame meer, sinds de kwesties-Fortuyn en -Van Gogh.

Müller: ,,Maar het positieve beeld blijkt onverwoestbaar. Intellectuele debatten kunnen niet op tegen de begrafenis van Juliana of het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. Die zijn goed voor drie dagen Bild-Zeitung.’’

Over de voetbalrivaliteit tussen beide landen, ontstaan na de WK-nederlaag in München in 1974, meent Müller. „Die Nederlandse agressiviteit vind je bij ons niet. Wij hebben dan ook meer gewonnen. Die oranje opstand in Amsterdam na het EK in 1988, die anti-Duitse nationale eruptie, was een ontlading van wraakgevoelens. Duitsers voelden zich in hun liefde gekrenkt.’’

„Voor toespelingen op de oorlog is de jongere generatie ongevoelig geworden’’, meent hij. „De houding is: ik weet wie Anne Frank vermoord hebben, maar ook wie haar verlinkt hebben. Anders dan de Nederlandse jongeren weten Duitsers heel veel over de oorlog. Ze zien meteen wat er niet klopt aan het Oranje-Wehrmachthelmpje.’’

Deel dit artikel