Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Juist groeiende gelijkheid zorgt voor wrok tegen de elite'

Home

Leonie Breebaart

Sjaak Koenis, bijzonder hoogleraar Sociale filosofie. © Jean-Pierre Jans
Interview

Loopt er een kloof door Nederland? Dat valt wel mee, denkt politiek filosoof Sjaak Koenis. Juist dat de kloof zo klein is, wekt wrok. En die wrok maken populistische partijen zichtbaar.

Sjaak Koenis (1955), hoofddocent politieke filosofie in Maastricht, is sinds de opkomst van Leefbaar Nederland, nu vijftien jaar geleden, al gefascineerd door het populisme. Waar komt toch die woede vandaan, die populisten weten aan te spreken? 

Lees verder na de advertentie

En doet het er nog toe, of die gerechtvaardigd is? “Dan had Pim Fortuyn het over ‘de puinhopen van Paars’, waarmee hij het eerste Paarse kabinet bedoelde. De puinhopen van Paars? Ik herinner me dat ik dat een absurde bewering vond. Als we nou in een diepe crisis zaten, maar dat wás helemaal niet zo. Het ging juist heel goed met Nederland.” 

Die paradox is Koenis blijven bezighouden; afgelopen jaar schreef hij er een boek over, ‘De januskop van de democratie’. Op zijn werkkamer, hartje Maastricht, geeft hij tekst en uitleg bij zijn verrassende theorie. Verrassend, want boze burgers wijzen volgens Koenis niet op het mislukken, maar juist op het welslagen van democratie. Populisme is niets om bang voor te zijn.

Waarom schrokken progressieve Nederlanders destijds zo van Pim Fortuyn, denkt u?

“Voor mijn generatie was het bevreemdend. We hadden net een grote democratiseringsgolf achter de rug. Door die linkse revolutie hadden veel mensen, waaronder ikzelf, kansen gekregen. Mijn vader was landarbeider, maar ík kon in de jaren zeventig studeren. Ik heb op allerlei manieren geprofiteerd van die democratisering. En net toen het opschoot met de emancipatie van arbeiders en vrouwen, diende Pim Fortuyn zich aan om te beweren dat ‘de elite’ niets begreep van ‘het volk’. Opeens kwam die impuls tot democratisering van rechts. Dat was iets nieuws. Die mensen wilden er kennelijk ook bij horen.”

Dat gevoel is niet verdwenen. De PVV-kiezer voelt zich niet gezien. En tegelijk blijkt uit onderzoek telkens weer dat Nederlanders best tevreden zijn met hun leven. Hoe zit dat nou?

“Die paradox kom je steeds opnieuw tegen. Op dit moment zoekt bijna iedereen een verklaring in ‘de kloof’. De kloof tussen hoog- en laagopgeleiden, de kloof tussen volk en elite, tussen autochtonen en nieuwkomers en ga zo maar door. Je ziet het terug in een boek als ‘De diplomademocratie’ van Mark Bovens. Die schrijft dat je als laagopgeleide Nederlander amper naar boven komt.”

Ik ontken niet dat er nog altijd ongelijkheid bestaat, maar die is zeker niet groter geworden

Klopt dat niet dan? Is er geen kloof?

“Er is wel een kloof, maar die was er vroeger ook, dus dat verklaart niet de opkomst van het populisme, noch dat van Pim Fortuyn, noch dat van Geert Wilders. Ik ontken niet dat er nog altijd ongelijkheid bestaat, maar die is zeker niet groter geworden. In de tijd van de verzuiling, midden vorige eeuw, was de kloof veel groter. De leiders van zo’n zuil, socialisten, katholieken, gereformeerden, stonden mijlenver boven de gewone man of vrouw.”

Koenis: Als je het gevoel hebt dat hardwerkende Polen of slimme vrouwen jouw kansen op de arbeidsmarkt verkleinen, dan word je boos. Dat zijn reële ervaringen © Jean-Pierre Jans

U schrijft dat de huidige wrok tegen ‘de elite’ niet voortkomt uit groeiende ongelijkheid, maar juist uit groeiende gelijkheid. Maar hoe kan méér gelijkheid leiden tot rancune?

Als je slim bent en hard werkt, dan kom je er wel. Maar daar begint de wrok, de rancune

“Doordat emancipatie nieuwe problemen oproept. Kijk, alle emancipatiebewegingen hebben enthousiast toegewerkt naar een maatschappij waar je wordt beloond naar je prestaties, niet naar je afkomst of je kleur of je sekse. Als je slim bent en hard werkt, dan kom je er wel. Maar daar begint de wrok, de rancune. Want er blijven altijd mensen die niet profiteren; mensen die minder talent hebben, die zich ongelukkig voelen in een wereld die gericht is op prestatie en concurrentie. Daar zit een harde kern van boosheid. Als je het gevoel hebt dat hardwerkende Polen of slimme vrouwen jouw kansen op de arbeidsmarkt verkleinen, dan word je boos. Dat zijn reële ervaringen.”

Dat probleem, schrijft u, werd al opgemerkt door Alexis de Tocqueville (1805-1859), de Franse aristocraat die een beroemd boek schreef over de jonge democratie in Amerika.

“Tocqueville vergelijkt de situatie in Amerika met die in Frankrijk, waar ze net een revolutie achter de rug hadden. Frankrijk kende een aristocratie, terwijl gelijkheid in Amerika al gewoner was. Als reiziger in die nieuwe democratie valt Tocqueville op, dat de onvermijdelijke verschillen tussen mensen pas pijnlijk worden als ze elkaar als gelijken zien. Dan valt pas op dat de één meer talent heeft dan de ander - of meer geluk. Mijn vader had daar nog geen last van. Als landarbeider vergeleek hij zichzelf niet met de ‘hoge omes’. Daarom was hij niet afgunstig. Het verschil gaat pas storen als je denkt dat je erbij moet horen. Het begin van dat ideaal onderkende Tocqueville trouwens al in het christendom, want voor God zijn we allemaal gelijk. Alleen duurde het lang totdat het algemeen geaccepteerd was.”

Terug naar het populisme van vandaag. Donald Trump en Geert Wilders lijken gedreven te worden door wrok in plaats van idealen. Toch ziet u weinig verschil met de linkse emancipatiebewegingen.

“Zo wordt het populisme nu benoemd, als rancune of wrok - en daarmee zeg je al meteen: dat is niet goed. Niemand wil afgunstig zijn of rancuneus. Maar als onderzoeker moet je verschillende vormen van boosheid niet meteen indelen in hokjes als ‘goed’ of ‘fout. Daar hebben we een handje van.

“Feministische strijd komt toch ook voort uit boosheid? Socialistische strijd ook, en de strijd van de katholieken niet minder. Alleen vinden we dát achteraf mooie gevechten, we hebben daar een goed gevoel over. Een gevoel dat we liever associëren met rebellie dan met woede. Rebellie is iets moois: iedereen wil een rebel zijn. Maar wat de één rebels noemt, noemt de ander rancuneus.”

Feministen of socialisten willen gewoon gelijke kansen voor iedereen. Wat is daar rancuneus aan?

“Aan emancipatiestreven zit een rebelse kant, maar ook een boze. Vandaar dat ik spreek over de januskop van de democratie. Die twee kanten zitten volgens mij ingebakken in de democratie. Maar ik neem wel wat meer afstand van links. Want daar leeft het idee dat men weet wat gelijkheid en rechtvaardigheid zijn. Nou, dat is maar de vraag. Dat heb ik van de criticus-schrijver Menno Ter Braak (1902-1940) geleerd: achter idealen zitten ook weer belangen. En achter het ideaal van gelijkheid zitten machtsbelangen.

Vrouwen willen meer macht, ze zijn jaloers op mannen - als onderzoeker moet je de afstand hebben om dat in te zien

“Vrouwen willen meer macht, ze zijn jaloers op mannen - als onderzoeker moet je de afstand hebben om dat in te zien. Dan kan ik als burger wel zeggen, deze strijd daar ben ik voor, maar als onderzoeker wil ik daar niet bij voorbaat over beslissen. Daar interesseert mij vooral hoe die boosheid werkt.”

Maar het maakt toch uit waar je de wrok op richt? De populist legt de schuld bij groepen die toch al onderaan de ladder staan: Polen, Mexicanen, Joden, vluchtelingen.

“Dat is inderdaad een lastige. De groep die echt reden heeft zich zorgen te maken is kleiner dan de groep die op die gasten van de PVV stemt. Maar als je vijftien jaar te horen krijgt dat de elite wegkijkt, dan ga je dat natuurlijk ook geloven. Dat blijkt ook steeds uit onderzoek van het CBS: als het gaat om de publieke zaak, zijn mensen heel somber. Maar dat wordt ze ook aangepraat door mensen als Paul Scheffer en door al die artikelen over de kloof tussen het volk en de elite.”

Het volk krijgt een probleem aangepraat. Is dat dan niet gevaarlijk?

“Dat hoeft niet zo te zijn. Sinds de opkomst van Fortuyn voelen mensen zich juist vaker betrokken bij de democratie. Hun boosheid wordt zichtbaar. En dat is waardevol, want dat gebeurde tijdens Paars kennelijk onvoldoende. Mensen willen zich herkend voelen, dat is ook een taak van de politiek en dat is soms belangrijker dan de inhoud.

“Vertel de gemiddelde PVV-stemmer maar eens dat Wilders geen oplossingen heeft. Weet je wat die zegt? ‘Dat interesseert me helemaal niet’. Zo werkte het toch ook voor vrouwen, of voor katholieken? Dat ze dachten: hier wordt iets gezegd dat ik herken. Politiek is allereerst signaleren - en dan pas doen. Dat vergaten we in de jaren negentig.

“Politici wilden beoordeeld worden op hun beleid, ze vergaten die expressieve kant. Daarom maak ik me geen zorgen over het populisme van nu. Geert Wilders drukt iets uit, hij wil provoceren, hij gaat tot het randje. Maar als hij echt moskeeën zou sluiten zou hij denk ik veel steun verliezen.”

Wat moeten de niet-populistische partijen volgens u doen? Moeten ze zeggen: Sorry, u bent gewoon te dom. Of: jammer, u hebt gewoon pech?

“Dat lijkt me niet verstandig. Maar zie tenminste het probleem onder ogen. En wek niet voortdurend de indruk dat je het door meer gelijkheid gaat oplossen.

“Als je dat doet, dan ligt de ellende juist - hoe moet je dat zeggen - in al zijn naaktheid op tafel. Zie onder ogen dat een grote groep mensen gerustgesteld moet worden: je hoort erbij, ook al heb je minder talent. Het opheffen van sociaal-economische achterstanden is het hele antwoord niet.”

In welke richting moeten we het antwoord volgens u zoeken?

“De politiek moet meer nadenken over statusverschillen. Mensen vergelijken zichzelf voortdurend met anderen. Die spanning is almaar groter geworden: je moet jezelf voortdurend gunstig presenteren. Dat heeft effect op mensen.

“Kijk naar het feminisme. Dat sommige vrouwen bewust kiezen om thuis te blijven is feministen als Heleen Mees of Elma Drayer een doorn in het oog. Het idee was tenslotte dat vrouwen allemaal hun recht zouden opeisen. Maar moeten we dan allemaal hetzelfde worden? Misschien wil niet iedereen dat. Misschien zijn jouw verdiensten ook niet alleen terug te brengen tot je sociaal-economische positie - tot je maatschappelijke status.

“Maar dat vergeten we. We omarmen de nieuwe media, we bestrijden hiërarchie, we willen meedoen. Maar de achterkant van die prestatiemaatschappij, daar denken we te weinig over na.”

Januskop

Sjaak Koenis, ‘De januskop van de democratie. Over de bronnen van boosheid in de politiek’, Van Gennep, Amsterdam, 197 blz. € 19,90

Deel dit artikel

Ik ontken niet dat er nog altijd ongelijkheid bestaat, maar die is zeker niet groter geworden

Als je slim bent en hard werkt, dan kom je er wel. Maar daar begint de wrok, de rancune

Vrouwen willen meer macht, ze zijn jaloers op mannen - als onderzoeker moet je de afstand hebben om dat in te zien