Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Jij bent wit’, riep de chauffeur. ‘Jij bent toch veel te rijk voor een Tazz?’

Home

Niels Posthumus

Zonsopkomst in Johannesburg. © EPA
MEGASTAD

Ik stond met mijn auto in ­Johannesburg voor een verkeerslicht te wachten, toen de chauffeur van het taxibusje naast me zijn zijraampje omlaag draaide en druk naar me gebaarde hetzelfde te doen. 

Dat kostte de nodige moeite. In mijn oude Toyota Tazz (Toyota Corolla in Nederland) gaat niets elektrisch. Ik leunde ongemakkelijk over de versnellingspook, maar schroefde inderdaad het raam bij de passagiersstoel omlaag. Want het leek urgent.

Lees verder na de advertentie

“Hoeveel?”, riep de taxibuschauffeur. “Voor hoeveel kan ik die auto van je kopen?”

Ik had het kunnen weten. Al jaren informeert minstens eens in de twee weken een Zuid-Afrikaan naar mijn auto. Het zijn altijd zwarte mannen. Politieagenten die me aanhouden bij een roadblock. Parkeerwachters bij winkelcentra. Medewerkers van benzinesta­tions. Wegwerkers als ik in de file sta. Ik krijg de vraag in Johannesburg overal. Soms zelfs daarbuiten: van douanebeambten bijvoorbeeld, voordat ze de slagboom naar Botswana of Swaziland voor me opendoen.

‘Jij bent wit', riep de chauffeur. ‘Jij bent toch veel te rijk voor een Tazz? Verkoop deze auto aan mij en koop zelf een grotere!’

Niet dat mijn Tazz nu zo oogverblindend is. Het is een simpele wagen uit 2002, met 250.000 kilometer op de teller. Maar juist doordat het geen dure bak is, is de Toyota Tazz een geliefd model onder mannen uit de townships. In de rijke, overwegend witte wijken van Johannesburg zie je er zelden een, maar in de zwarte townships staat een Tazz op elke straathoek. Witte Zuid-Afrikanen zijn gemiddeld ruim vijf keer rijker dan hun zwarte landgenoten, en dat toont zich bij uitstek op de weg.

Waarom?

Maar ik vroeg me wel lang af: waarom wil iedereen voortdurend uitgerekend míjn Tazz kopen? Waarom zoeken al die mannen niet gewoon in een township naar een mooi tweedehands model? De keus is daar veel groter. En bovendien staat nergens op mijn auto dat ik hem zou willen verkopen. Tot ik het op een dag aan een potentiële koper vroeg. Bij een benzinepomp wilde iemand weten hoeveel ik voor mijn Toyota moest hebben. En ik antwoordde slechts: “Waarom krijg ik die vraag zo vaak?”

De zwarte man gniffelde eerst wat ongemakkelijk, maar legde daarna onomwonden uit: “Omdat jij wit bent. Witte mensen brengen hun auto naar een officiële dealer, laten hem regelmatig keuren en vervangen de onderdelen op tijd. Zwarte mensen laten hun wagen repareren op de hoek van de straat, door de buurjongen, met tweedehandsmateriaal. Dus als we heel soms een wit persoon zien die geen Mercedes of Audi rijdt maar een Tazz, stappen we direct op hem af. Betaalbaar én goed onderhouden: een buitenkans.”

Ik zei dat ik helemaal niet zo goed voor mijn auto zorg. Bij een officiële dealer kom ik nooit. En ik verduidelijkte dat mijn auto niet te koop is, omdat ik hem zelf keihard nodig heb. 

Precies datzelfde riep ik nu lachend door mijn open raam voor het verkeerslicht. Maar de chauffeur van het taxibusje leek niet van plan het zomaar op te geven. Het licht sprong op groen.

En terwijl we langzaam optrokken, hoorde ik hem, nog altijd hoopvol, boven de aanzwellende motoren uitroepen: “Ah, kom op, jij bent wit. Jij bent toch veel te rijk voor een Tazz? Verkoop deze auto aan mij en koop zelf een grotere!”

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Deel dit artikel

‘Jij bent wit', riep de chauffeur. ‘Jij bent toch veel te rijk voor een Tazz? Verkoop deze auto aan mij en koop zelf een grotere!’