Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Je schreeuwt maar, dacht ik, ik doe het toch niet'

home

TEKST IRIS PRONK FOTO'S MAARTJE GEELS

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries (56) was als kind een kleine crimineel. In zijn autobiografische boek 'De R van Rebel' beschrijft hij hoe hij zijn moeder, zijn leraar en de plaatselijke middenstand bestal.

les 1

Ik kán het, als ik maar wil

"Ik was de vierde in een gezin van zes kinderen. Vijf jongens en een meisje. De relatie met mijn ouders was moeizaam. Vooral met mijn moeder kon ik slecht opschieten, ons contact was gespannen en afstandelijk, niet hartelijk of warm. Knuffelen deden we nooit, ze zoende me alleen op verjaardagen, en dan zoals een verre tante je zoent.

Ik stond niet heel happy in het leven, ik had nooit het hosannagevoel van een onbezorgde jeugd. In het gezin voelde ik me een soort koekoeksjong. Ik week af van de rest, was continu in verzet. Ik stal geld uit mijn moeders portemonnee, en snoep en boeken uit winkels. Ik wilde niet naar de kerk, ging met tegenzin naar school. Daar liep het slecht, ik saboteerde, rebelleerde, weigerde te werken.

In die tijd twijfelde ik aan een hoop dingen, misschien ook wel aan mezelf. Over school dacht ik: 'Misschien kan ik het wel helemaal niet.' Toen kreeg ik, als elfjarige jongen, meneer Pijlman als leraar. Hij heeft mij op een subtiele manier gestimuleerd om meer uit mezelf te halen en mijn kwaliteiten te ontdekken. Hij overtuigde me ervan dat ik eigenlijk heel wat kon en dat dat best leuk is. Voor hem wilde ik werken.

Het jaar daarna kreeg ik een leraar die uit een ander vaatje tapte, die met zijn vuist op tafel sloeg. Ik ging meteen weer in de contramine. Je schreeuwt maar, dacht ik, ik doe het toch niet. Toen wist ik: ik doe het niet, omdat ik het niet wil. Maar als ik het wil, zou ik het kunnen. Dat heeft Pijlman me laten zien."

les 2

Wees onverzettelijk, wees de baas

"Ik heb mijn hele jeugd het gevoel gehad: 'Wacht maar tot ik achttien ben. Dan kan mijn leven beginnen.' Mijn vader zei ook vaak: 'Als je achttien bent, dan doe je het maar anders. Nu doe je wat ik zeg.' Tot die tijd moest ik doordeweeks naar school en in het weekend naar de kerk. Aan beide had ik een bloedhekel. Daardoor hing er constant een soort sluier over mijn gevoel.

Ik werd achttien op 14 november 1974 en meteen ging er een knop om in mijn hoofd: 'Nu laat ik het me niet meer zeggen.' Anderhalve maand later was het Kerstmis. 's Ochtends klonk het door het huis: 'Allemaal opstaan, naar de kerk.' Vijf minuten later: 'Peter opstaan!' Ik riep terug: 'Helemaal niet! Ik ben achttien.' 'Maar in dit huis gaan we met Kerst allemaal naar de kerk', zei mijn vader. 'Of je achttien bent of niet.' Toen heb ik voet bij stuk gehouden. Wat er ook gebeurt, dacht ik, ik ga niet. Ik herinner het me als een moment van onverzettelijkheid. Dat moest mijn vader accepteren en toen was de ban gebroken. Ik was de baas in mijn leven."

les 3

Doe wel je best op school

"Ik was als jonge jongen een handige dief, haalde een hoop rottigheid uit. Waarom ik crimefighter ben geworden, en geen crimineel? Dat heeft te maken met een stukje opvoeding en een stukje omgeving. Ik verzette me wel tegen mijn ouders en mijn milieu, maar ik ben er natuurlijk ook door geïnfecteerd. Als ik rottigheid uithaalde, bijvoorbeeld met brommers aan het kloten was, en de politie kwam aan de deur, wat een aantal keren is gebeurd, dan waren mijn ouders niet alleen boos vanwege die brommers, ze zeiden ook: 'Wat moeten de buren hier wel niet van denken?' Met Cor van Hout, Heineken-ontvoerder, heb ik hierover wel eens gepraat.

Hij is opgegroeid in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam, we waren even oud, allebei sportjongens. Ajax-liefhebbers. Van Hout zei: 'Als bij mij thuis de politie aan de deur was geweest, dan kwamen de buren langs, en die zeiden: Watmoesten die klerelijers hier?' Kijk, dat is een elementair verschil. Het maakt uit waar je wieg staat, opvoeding telt.

Ik denk dat ik een heel andere opvoeder ben geweest dan mijn eigen ouders. Ik heb twee kinderen, een dochter van 26 en een zoon van 23 jaar. Geen zes dus, dat scheelt al. Ik heb altijd ongelooflijk veel met mijn kinderen gedaan, en nog: elke zaterdag ga ik naar het voetballen van mijn zoon, ik duik met hem, we sporten veel, gaan samen naar Ajax.

Mijn dochter heeft een ideële stichting in Ghana, Meet Kate, daar ben ik ambassadeur voor, ik denk met haar mee, zet hier acties op, ben erg bij haar werk betrokken.

Ik ben niet zo'n strenge vader geweest. Mijn vrouw was strenger, ik was meer van 'laat gaan, laat ze maar ontdekken'. Maar mijn nee was nee, en het moest wél goed gaan op school, zo niet dan ging ik uit een ander vaatje tappen. In dat opzicht lijk ik dus wel op mijn ouders."

les 4

Smijt met geld

"Mijn vader zat altijd keurig te boekhouden, mijn moeder was erg zuinig. Als kind schaamde ik me daarvoor en ik ben nog steeds allergisch voor mensen met een aangeboren krenterigheid. Kijk, als je geen geld hebt, dan houdt het op, maar nodeloze zuinigheid vind ik afschuwelijk.

Nu ikzelf een zekere mate van welstand heb bereikt, moet ik van alles het beste hebben. Kleding, apparatuur, auto's, het moet allemaal van topkwaliteit zijn. Als ik een laptop wil hebben, en de verkoper vertelt: 'Ik heb hier een Apple van 2000 euro, maar deze Dell van 1700 euro is net zo goed', dan zeg ik: 'Mooi, geef me die Apple maar.' Waarom? Ja, dat weet ik niet, het is zo gegroeid.

Mijn kinderen liggen altijd in een deuk als ik na een aankoop voor de zekerheid nog even vraag aan de verkoper: 'Het is toch wel top of the bill?' Dan zegt hij: 'Ja meneer, tuurlijk.'

les 5

Zonder strijd geen overwinning

"Misdaden tegen kinderen hebben me altijd het meest geraakt. Waarom weet ik niet. Nee, ik heb nooit bij een psychiater op de divan gelegen om dat uit te zoeken, daar zie ik het nut niet van in. Misschien komt het voort uit mijn jeugd, waarin ik me op een bepaalde manier alleen voelde. Kinderen die slachtoffer zijn van een misdrijf staan ook alleen, die zijn niet geholpen.

Als kinderen iets wordt aangedaan, voelt dat als ultiem onrecht. Dat is wel een drijfveer om hun zaken uit te zoeken. Daar ga ik voor, daar wil ik strijd voor leveren. Mijn levensmotto is: Zonder strijd geen overwinning. Je moet ergens de beuk in willen gooien. Veel mensen willen, kunnen of durven dat niet, ik word door tegenwerking juist opgezweept.

Zo'n Puttense moordzaak, daar zit heel veel in van wat ik ben. Twee mannen werden veroordeeld voor een lustmoord op een meisje en ik dacht: 'Dit klopt niet, dit geloof ik niet.' De gerechtelijke macht, de politie, de familie van het slachtoffer, iedereen was tegen me. Dan ben ik op mijn best, zo'n situatie appelleert aan mijn kwaliteiten van onverzettelijkheid, de onderste steen boven brengen, researchen, niet opgeven, blijven zoeken, aandacht vragen voor de zaak. Ik heb er meer dan veertig afleveringen van mijn programma aan gewijd. Daarvoor moest ik ook op mijn redactie veel overwinnen; sommige collega's zeiden: 'Nee, niet wéér die Puttense moordzaak'. Eén regisseur is om die reden zelfs opgestapt, maar ik móést door. Nou ja, we weten hoe het is afgelopen, de twee zijn vrijgesproken en de echte dader zit vast, maar dat is een strijd van zeven jaar geweest. Voor mij was dit wel dé zaak."

les 6

Gun je partner een vriend(in)

"Mijn vrouw heeft een relatie naast ons huwelijk en ik ook. Daar zijn wij allebei heel happy mee, het verrijkt ons leven. Waarom zou mijn vrouw de enige op de wereld zijn van wie ik kan houden? Er is nog wel iemand, en dat geldt voor haar ook: ik ben niet de enige, zaligmakende man met wie zij heel gelukkig kan zijn.

Bij ons gebeurt alles open, er wordt niemand belogen of bedrogen, er hoeven geen smoezen verzonnen te worden. Die openheid is het gevolg van een geleidelijk proces, waarbij we wederzijds hebben verkend: Wat verwacht je van het leven en wat ontbreekt eraan? Hoe zou je het vinden als ik iets met een ander zou hebben? Die gesprekken hebben er uiteindelijk toe geleid dat we elkaar die vrijheid hebben gegeven. Dat hoeft een goed huwelijk niet in de weg te staan, integendeel. Als je elkaar iets kunt gunnen, als je tolerant kunt zijn en niet jaloezie de boventoon laat voeren... Daar word je misschien wel gelukkiger van.

Wij zijn volmaakt eerlijk tegen elkaar en dat is prachtig. Veel mensen begrijpen dat niet, die bedriegen hun partner in het geniep. Als ze een weekendje met hun vrienden op stap zijn, vertellen ze natuurlijk niet dat ze in de disco een leuke meid hebben ontmoet. Want dan vliegen ze er thuis uit. Ik zie genoeg huwelijken die in stand worden gehouden door de wederzijdse bedreiging: 'Als ik merk dat jij vreemd gaat, dan staan je koffers op de stoep.'

Wij vinden: als je leven voorbij is, moet je leuk geleefd hebben. Je moet niet denken: wat heb ik mezelf beperkingen opgelegd en dingen nagelaten, maar je kans grijpen. Dat wil overigens niet zeggen dat je een heel losbandig leven moet leiden.

Mijn vriendin heeft inmiddels een kindje van bijna vier maanden, van wie ik niet de vader ben. Ik heb twee volwassen kinderen, ik was hier niet op uit, maar dit kind kwam op mijn pad en het is heel leuk. Ik weet weer alles van flesjes en krampjes, haha."

Peter R. de Vries
Imago is meestal 'dat wat je niet bent', zegt misdaadverslaggever Peter Rudolf de Vries (14 november 1956). "Mensen denken bijvoorbeeld dat ik humorloos en emotieloos ben en spartaans leef. Omdat ik voor een commerciële omroep werkte, kreeg ik ook vaak het verwijt dat ik alles alleen maar deed voor de kijkcijfers. Dat zijn dingen die niet waar zijn."

Wel waar is dat hij zeventien jaar een misdaadprogramma maakte voor SBS6: 'Peter R. de Vries, misdaadverslaggever'. Zijn grootste kijkcijfersucces (ruim 7 miljoen mensen) was de uitzending op 3 februari 2008, waarin Joran van der Sloot opmerkelijke uitspraken deed over de moord op Natalee Holloway. Voor deze uitzending kreeg De Vries een prestigieuze Emmy Award. Ook met zijn primeur over de relatie tussen Mabel Wisse Smit en topcrimineel Klaas Bruinsma veroorzaakte De Vries opschudding. Zelf is hij het trotst op zijn vasthoudendheid in de Puttense moordzaak, die nu bekend staat als een grote gerechtelijke dwaling. Op 3 juni 2012 presenteerde De Vries zijn tv-programma voor het laatst.

Hoewel De Vries het bekendst is van televisie, ziet hij zichzelf vooral als schrijvend journalist. Hij begon zijn carrière bij De Telegraaf en versloeg voor deze krant onder meer de Heineken-zaak. Zijn boek ' De ontvoering van Alfred Heineken', gebaseerd op gesprekken met ontvoerder Cor van Hout, is het best verkochte true crime boek van Nederland.

Voor de Tros/Avro maakt De Vries binnenkort een serie over de schending van kinderrechten in verschillende landen. Zijn autobiografische boekje 'De R van Rebel' is van 30 april tot en met 12 mei exclusief verkrijgbaar bij winkelketen Kruidvat.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.