Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Je hebt de plicht om dit land te verlaten’

Home

Bart Zuidervaart

Het blijkt een hele kunst om illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers zover te krijgen dat ze uit Nederland vertrekken. Een reportage vanuit de spreekkamers.

Een vreemdeling is niet naar Nederland gekomen om weer weggestuurd te worden. Hij heeft argumenten om te blijven. Goede argumenten, vindt hij zelf. Wie hier illegaal is, zal niet snel meewerken aan zijn aftocht.

Er zijn genoeg vreemdelingen die hun dreigende uitzetting frustreren. Ze verscheuren hun paspoorten. Marokkanen geven zich uit voor Algerijnen, en andersom. Somaliërs verminken hun vingertoppen om identiteitsonderzoek onmogelijk te maken. Ze willen niet weg.

En toch moet het.

In de spreekkamer zit René tegenover een 24-jarige man uit West-Afrika. René is ’regievoerder’ bij de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van justitie. Het is zijn taak om illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers zover te krijgen dat ze uit Nederland vertrekken.

De regievoerder zegt tegen de man: „We zijn hier om over jouw zaak te praten. We gaan samen op een humane en professionele manier aan jouw terugkeer werken. Daar hebben we twaalf weken de tijd voor.”

De Afrikaan is sinds 2002 in Nederland en inmiddels volledig uitgeprocedeerd. Hij is een dag eerder van het asielzoekerscentrum in Leersum overgeplaatst naar de ’Vrijheidsbeperkende Locatie’ (VBL) in Ter Apel, zoals het hier formeel heet. Dat betekent dat hij zich dagelijks moet melden en de gemeente niet mag verlaten. Tijdens zijn verblijf op het centrum zal René hem geregeld spreken over zijn vertrekplannen.

De regievoerder legt zijn hand op een vuistdik dossier: „Ik heb gelezen dat je zelf al je best hebt gedaan om terug te keren. Je bent meerdere keren naar de ambassade gegaan om tijdelijke reispapieren te krijgen. Zonder succes. Wil je eigenlijk wel terug?” De man antwoordt: „Wat denkt u zelf? De ambassade wil me niet helpen. Daar kan ik niets aan doen. Dan moet ik wel in Nederland blijven. Ik heb hier een kind, wist u dat? En ik speel in een bandje.”

Dan zegt de regievoerder: „Ik begrijp heel goed dat je in jouw situatie niet terug wilt naar je eigen land. Maar Nederland wil geen illegalen. Je hebt de plicht om dit land te verlaten.”

Justitie zal op een hoger niveau met de ambassadeur gaan praten over de afgifte van de benodigde papieren voor de man. De diplomaat blijkt de oma van de vreemdeling te kennen. Zij is een voodoopriester. Het vermoeden bestaat dat de ambassadeur bang is voor de vrouw en daarom niet wil meewerken. Een nieuw gesprek, met de nodige diplomatieke druk, lijkt de laatste mogelijkheid om hem uit te kunnen zetten. Mocht dat niet lukken, dan zal de regievoerder de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) adviseren om hem alsnog een vergunning te geven wegens ’buitenschuld’. Voorwaarde is dan wel dat de West-Afrikaan er zelf alles aan gedaan heeft om terug te keren. René benadrukt dat hij geen verblijfsvergunningen kan verlenen, dat is een taak van de IND. Meer kan de regievoerder voorlopig niet doen.

De vreemdeling vraagt nog: „Waarom mag ik de gemeente niet uit? Mijn band treedt vanavond op in Eindhoven. En ik moet voor mijn kind zorgen. Mijn ex-vriendin kan dat niet alleen.”

„Sorry”, zegt de regievoerder. „Je mag niet weg. Dat zijn de regels. Misschien dat ik je later toestemming geef. Maar daarvoor kennen we elkaar nog te kort.”

De Dienst Terugkeer en Vertrek werd exact drie jaar geleden opgericht door toenmalig minister Rita Verdonk (vreemdelingenzaken). Zij reageerde daarmee op een vernietigend rapport van de Algemene Rekenkamer over het functioneren van de IND, dat in september 2005 verscheen. Uit dat rapport bleek dat de immigratiedienst er een chaotische administratie op na hield. Binnen de vreemdelingenketen (IND, marechaussee, vreemdelingenpolitie) werd slecht samengewerkt. Daardoor duurde een vergunningaanvraag veel langer dan wettelijk is toegestaan, en was er een te groot risico dat ongewenste personen hier werden toegelaten. „Het was ieder voor zich en God voor ons allen”, zegt directeur Rhodia Maas van de Dienst Terugkeer en Vertrek. „Het systeem werkte niet.”

Verdonk besloot dat de IND zich nog alleen met toelating van nieuwkomers moest bezighouden. Uitzettingen werden een verantwoordelijkheid van de nieuwe terugkeerdienst. Maas werd aangesteld als directeur van de organisatie met ongeveer vijfhonderd medewerkers. De opdracht was helder: een zorgvuldiger terugkeerproces met minder fouten. Het nieuwe toverwoord: ’maatwerk’.

Iedere vreemdeling voor wie uitzetting dreigt, krijgt een eigen regievoerder toegewezen. Dat gebeurt bij uitgeprocedeerden vaak al in het asielzoekerscentrum. Vreemdelingen die volgens Justitie meer toezicht nodig hebben en met wie intensiever over terugkeer gesproken moet worden, komen op de VBL in Ter Apel. „Zelfstandig weggaan is het beste voor iedereen”, zegt Maas. „Als iemand een bewuste keuze maakt om terug te keren naar zijn land, kan hij daar ook het beste aarden. En ik wil zeker niet ontkennen dat dat voor de BV Nederland goedkoper is dan iemand gedwongen het land proberen uit te zetten.”

De regievoerder in Ter Apel heeft persoonlijke gesprekken met ’zijn’ of ’haar’ vreemdeling. Wat weerhoudt iemand ervan om terug te keren? Waar kan Justitie hem tegemoet komen? Een Egyptenaar weigerde enkele jaren terug mee te werken aan zijn uitzetting. Nadat de Dienst Terugkeer en Vertrek was opgericht, kreeg hij een gesprek met een regievoerder. De man bleek een hond te hebben. Dat stond niet in zijn dossier. De dienst boekte twee vliegtickets, voor de hond en zijn baasje. Het was snel geregeld.

Op de VBL in Ter Apel verblijven ongeveer 240 vreemdelingen. Ze hangen rond op het terrein of maken uitstapjes naar het dorp. Veel meer is er niet te doen. Aan de andere kant van het hek zit het aanmeldcentrum van de IND, waar net aangekomen asielzoekers hun procedure in Nederland beginnen. Daar zitten de hoopvollen. Aan deze kant van het hek is die hoop al vervlogen.

In een van de gebouwen op het centrum werkt Rob Bezema, manager van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Hij zegt: „De vreemdelingen zullen ons niet zien als boemannen die fatale vonnissen voltrekken in onze executieruimten. Wij voeren fatsoenlijke en eerlijke gesprekken met ze.” Dat kan best zwaar en confronterend zijn, vertelt regievoerder René. „Ik ben een mens en kijk naar alle mogelijkheden. Maar ik ken ook de doelstelling van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ik heb echt een hekel aan valse hoop wekken.”

Hij vertelt over hongerstakers die hij aan zijn bureau kreeg en vreemdelingen die zichzelf wat aandeden uit wanhoop. „Het is mijn taak om die mensen terug in de realiteit te helpen. Je moet verder kijken dan alleen wat iemand zegt.” Manager Bezema: „We zouden tegen iemand kunnen zeggen: ’Als je niet meewerkt, sluit ik je op achter een dikke deur’. Dat is te simpel, zo willen wij niet werken. We doen ons best voor iedereen.”

Wat dat precies inhoudt, ’je best doen voor iedereen’, verschilt per individu. De knop moet om bij de vreemdeling, zegt Bezema. „Wij moeten scherpe antennes hebben om dat voor elkaar te krijgen.” Soms is een vreemdeling tevreden als hij op een fatsoenlijke manier afscheid kan nemen van de achterblijvers. Soms is iemand gelukkig met de mogelijkheid om in eigen land verder te studeren.

Het kan ook betekenen dat Justitie de droom van een Nepalees verwezenlijkt, die daardoor instemt met zijn terugkeer. De man heeft een pastamachine gekregen die onlangs naar Nepal is verscheept. Daar opent hij spoedig een Italiaans restaurantje.

Een Egyptenaar kreeg bij zijn vertrek twee kamelen voor zijn nieuwe bestaan. Voor een vrouw uit Angola kocht de Dienst Terugkeer en Vertrek spullen voor haar eigen manicurezaak in het geboorteland.

Een vreemdeling gaat dus niet altijd met lege zakken naar huis. Maar we gaan niet op voorhand geld bieden, benadrukt manager Bezema. „De vreemdelingen hier weten bijna alles van elkaar. Als wij iemand tienduizend euro geven, staat een dag later de rest van het centrum voor de deur. En dan vragen ze om vijftienduizend euro.”

De regievoerder steekt zijn hand pas na enkele gesprekken uit. De vreemdeling krijgt één kans om deze te schudden. Bezema: „Daarna houdt het echt op. Wij hopen van harte dat iemand vrijwillig vertrekt. Het klinkt raar, maar dat zijn de feestjes. Dat de vreemdeling zegt: ik ga.”

Wie de hakken in het zand zet, hulp weigert en de uitzetting blijft frustreren, moet weg uit Ter Apel. Zo iemand gaat naar een detentiecentrum.

Het regent zachtjes in Alphen aan den Rijn. Het is een kille donderdagmiddag in december. Op een industrieterrein aan de rand van de stad staat een grote gevangenis, waar plek is voor 1300 illegale vreemdelingen. Op de binnenplaats spelen gedetineerden een potje voetbal. Op de daken van de cellenvleugels hangen mannen rond in luchtkooien. Hier is de ontspannen sfeer uit Ter Apel ver te zoeken. Alles wat daar nog mocht, is in het detentiecentrum verboden.

Hier zitten ’gewone’ en criminele illegalen opgesloten. De Dienst Terugkeer en Vertrek probeert die laatste groep onmiddellijk na het uitzitten van de straf uit te zetten. Het risico is anders groot dat ze weer op straat belanden en verdwijnen.

De afdelingsmanager heet Marco van Genderen. Hij zegt: „Hier worden geen cadeautjes meer weggegeven. We zitten hier niet meer met een bundel geld te rammelen. Die kans is verkeken.”

Die middag neemt een 29-jarige Turk – breedgeschouderd, getrimd baardje – plaats in een van de spreekkamers. Daar zit ook regievoerder Steven. De Turk moet het land uit en de regievoerder gaat hem dat vertellen. De vreemdeling kreeg een dag eerder ruzie met zijn huisbaas. De politie kwam erbij en pakte de Turk op. De regievoerder zegt tegen hem: „In uw dossier zit een verlopen paspoort. U heeft onlangs ook asiel aangevraagd. Waarom heeft u uw paspoort niet verlengd?”

De Turk: „De consul weigerde dat. Ik ben een dienstweigeraar, daarom wilde de consul niet meewerken.”

De regievoerder: „Ik heb bericht van de IND dat u morgen op Schiphol wordt gehoord over uw asielverzoek. Daarna komt u hier terug, want u blijft in bewaring. Wij gaan intussen werken aan uw uitzetting. Dat moet helder zijn. Snapt u dat?”

De Turk: „Ja.” De regievoerder: „Wij hebben genoeg informatie en papieren van u om desnoods morgen al een vlucht bij Turkish Airlines te boeken. Wij hoeven daarvoor niet eerst langs het consulaat.”

De Turk buigt zich over de tafel, kijkt zijn gesprekspartner even aan, en zegt dan: „Ik ben een voortvluchtige van militaire dienst. Ze zullen me in Turkije oppakken. Ik smeek en verzoek u mij niet uit te zetten. Ik ben geen crimineel. Ik heb niemand lastig gevallen.”

De regievoerder: „Ik geef u alleen mee wat er gebeurt als uw asielverzoek straks wordt afgewezen. Wij spreken elkaar binnenkort weer.”

Het lot van deze vreemdeling ligt bijna zeker vast. Asielverzoeken van Turkse dienstweigeraars worden in de basis afgewezen, zegt Steven. Toch kan het nog maanden duren eer de man daadwerkelijk wordt uitgezet. Hij kan eerst bezwaar aantekenen en later in beroep gaan bij de rechter. „Deze man maakt het dan alleen maar moeilijk voor zichzelf”, vindt Steven. „Het is een vrij heldere zaak.”

Zo eenvoudig ligt het lang niet altijd. Als iemand geen identiteitspapieren meer heeft, is Justitie afhankelijk van anderen. Geeft de vreemdeling zelf de juiste gegevens op? En werkt zijn land van herkomst mee aan terugkeer? Regievoerder Steven is druk doende om een Algerijn uit te zetten. De man heeft vier keer eerder in vreemdelingenbewaring gezeten en evenveel keer kwam hij vrij omdat het niet lukte hem uit te zetten. Nu zit hij sinds mei 2009 weer vast na het zoveelste misdrijf. Met hulp van de vreemdelingenpolitie is Justitie in contact gekomen met zijn ex-vriendin. Zij heeft de geboorteakte van de man in Algerije opgespoord. Dat heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek in september aan de consul overhandigd, met het verzoek of hij zo snel mogelijk reispapieren kan afgeven. Vijf maanden later is er nog niets gebeurd. De kans is groot dat de man voor de vijfde keer vrijkomt.

Justitie kan een vreemdeling niet onbeperkt vasthouden. De rechter toetst voortdurend of detentie van een illegaal nog langer verantwoord is. Volgens manager Van Genderen is 75 procent van de gedetineerden in Alphen aan den Rijn binnen drie maanden weer weg. Zij worden uitgezet, krijgen alsnog een vergunning, of komen op last van de rechter vrij. Het is mogelijk dat illegalen langer dan een jaar vastzitten, er is geen wettelijk maximum voor. Maar hoe langer detentie duurt, hoe kritischer de rechter zal worden. Als hij te weinig zicht heeft op spoedige uitzetting, zal hij vrijlating gelasten. „Dat is ook logisch”, zegt Van Genderen. „Detentie is geen doel op zich.”

Je kan op je kop gaan staan, zegt regievoerder Claus, maar soms houdt het op. „Je wijst iemand steeds op zijn verplichting om het land te verlaten. Het is immers zijn eigen verantwoordelijkheid.” De regievoerders zullen daar vrede mee moeten hebben, ook al weten ze soms dat een illegaal die de deur uitloopt, vroeg of laat weer terug in de cel zit. „Dat is nu eenmaal ons werk”, zegt Claus. Collega Steven: „Ik heb er geen slapeloze nachten van.”

Rhodia Maas beseft dat haar werk onder een vergrootglas ligt. Vreemdelingen uitzetten is politiek en maatschappelijk beladen. „Je denkt allemaal wel eens: dit is sneu wat hier gebeurt”, zegt de directeur van de Dienst Terugkeer en Vertrek. „Het gaat om mensen die het hier willen maken, en dat kan dan niet. Maar de IND heeft naar het dossier gekeken, de rechtbank, en wellicht de Raad van State. Dan kan het oordeel zijn: gewogen en te licht bevonden.”

Maas houdt kantoor in Den Haag. Dat is een strategisch belangrijke plaats. De meeste ambassades en consulaten zitten in de buurt. Bij vreemdelingen die dwars liggen, is Justitie meestal afhankelijk van de welwillendheid van het land van herkomst. In 2008 vroeg de Dienst Terugkeer en Vertrek in totaal 5200 keer bij de verschillende diplomatieke diensten om tijdelijke reispapieren. Die zijn cruciaal om vreemdelingen zonder documenten uit te kunnen zetten. In slechts 1200 gevallen werden die papieren daadwerkelijk afgegeven. In de eerste helft van 2009 ging het om 2300 verzoeken, waarvan er 700 werden ingewilligd.

De ervaring is, zegt Maas, „dat iedereen die terug wil, terug kan. Ook Chinezen, over wie vaak wordt beweerd dat terugkeer onmogelijk is.” In Ter Apel besloot een Chinees onlangs, na aanvankelijk protest, toch terug te keren. Hij belde met China en binnen enkele dagen stond er een koerier voor de deur, met zijn identiteitspapieren.

Maar als een illegaal zonder papieren niet terug wil, is het land van herkomst ook niet geneigd om mee te werken. „Bedenk dat ambassades op een kwetsbare positie zitten”, zegt Maas. „Zij behartigen primair de belangen van hun onderdanen. Waarom zullen zij tegen de zin van die mensen papieren afgeven?”

Daarvoor is diplomatieke druk nodig. Als de Dienst Terugkeer en Vertrek die druk niet genoeg kan uitoefenen, schieten de diplomaten van Buitenlandse Zaken te hulp. Ministers en staatssecretarissen kaarten op buitenlandse reizen geregeld de terugkeer van vreemdelingen aan. Minister Van der Hoeven (economische zaken) doet dat op handelsmissie in China, collega Van Middelkoop (defensie) praat erover met zijn ambtsgenoot in Afghanistan. Dat werkt steeds beter, constateert Maas. „We moeten naar een situatie toe, waarin terugkeer een essentieel en geaccepteerd onderdeel is van migratie. We zien gelukkig in Nederland dat gemeenten en bepaalde hulporganisaties voor vluchtelingen dat besef ook hebben. Voor sommige mensen is hier geen toekomst.”

Dat geldt vermoedelijk ook voor de 24-jarige jongen uit West-Afrika en zeer waarschijnlijk voor de Turkse dienstweigeraar.

De achternaam van de regievoerders is om privacyredenen weggelaten.

Lees verder na de advertentie
(Trouw) © Maarten Hartman
(Trouw) © Maarten Hartman
(Trouw) © Maarten Hartman
Vreemdelingen die de uitzetting blijven frustreren, worden overgeplaatst van een 'Vrijheidsbeperkende Locatie' naar een detentiecentrum, zoals deze in Alphen aan den Rijn. (FOTO'S MAARTEN HARTMAN)
(Trouw) © Maarten Hartman
(Trouw) © Maarten Hartman
(Trouw) © Maarten Hartman

Deel dit artikel