Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'IND past Europese regels te weinig toe'

Home

Rob Pietersen

Polite- en marechausseepetten opgestapeld op de vensterbank van het districtkantoor van de immigratie en Naturalisatiedienst in Den Bosch. © ANP

De beslisambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de asielzoeker werken in de asielprocedure niet goed samen. Er is machtsongelijkheid en soms wederzijds wantrouwen. Daarnaast ligt de bewijslast te vaak, te nadrukkelijk bij de asielzoeker. Dat stelt IND-medewerker en rechtenstudent Pieter van Reenen in zijn afstudeerscriptie 'Over de samenwerkingsplicht en onderzoek doen in de asielprocedure'.

Van Reenen werkte voor Amnesty International en de UAF vluchteling-studenten voordat hij in 1999 bij de IND begon. De hoor- en beslisambtenaar verbaasde zich over het verschil tussen theorie en praktijk op het gebied van de 'samenwerkingsplicht', tussen Europese richtlijnen en de Nederlandse vertaling ervan. De deeltijdstudent rechten van de Universiteit Utrecht schreef er een scriptie over, die onlangs werd beloond met een negen.

Volgens wet- en regelgeving moet de beslisambtenaar in samenwerking met de asielzoeker de relevante elementen van de asielaanvraag beoordelen. De taalkundige betekenis van 'samenwerken' is 'samen optrekken met een gemeenschappelijk doel'. Van Reenen stelt dat de werkverhouding er in de praktijk heel anders uitziet. De asielzoeker spreekt doorgaans niet de (hele) waarheid, niet alle ambtenaren zijn onbevooroordeeld. Beide partijen hebben uiteenlopende taken of verplichtingen, en andere belangen. Daarnaast is er nog de tijdsdruk in de korter wordende procedures , schrijft Van Reenen, insider vanuit het bastion dat de IND voor buitenstaanders doorgaans is.

Ruim 80 procent van de asielzoekers komt zonder reisdocumenten in Nederland aan. Dan verschuift de bewijslast in de Nederlandse praktijk vrijwel volledig naar de aanvrager. De asielzoeker krijgt daardoor niet altijd de eerlijke kans, die volgens de Europese regelgeving wel gewaarborgd zou moeten zijn. De overheid is niet alleen een passieve toeschouwer, maar heeft ook de plicht pro-actief te zijn, stelt Van Reenen. Ze zou de getraumatiseerde asielzoeker, die geen consistent verhaal kan vertellen, die wordt betrapt op 'vaagheden, hiaten, ongerijmdheden of tegenstrijdigheden' te hulp moeten schieten.

Van Reenen is kritisch over die gang van zaken. Desondanks denkt hij dat de 'schade' in de praktijk niet groot is. Bijna de helft van de jaarlijks pakweg 12.000 aanvragen wordt ingewilligd, bij het overgrote deel van de afwijzingen is nauwelijks twijfel mogelijk. Er blijft slechts een kleine groep over voor wie de uitkomst minder duidelijk is. Die dan soms niet zo heel transparante of eenduidige beslissing 'wel, of geen asiel' kan voor sommige vluchtelingen echter het verschil tussen leven en dood betekenen.

De IND-ambtenaar moet niet strenger zijn dan het beleid, stelt Van Reenen. Het beleid is namelijk al heel streng. Met het feit dat Nederland de laatste jaren minder gastvrij voor vreemdelingen is, zou het niets te maken mogen hebben. Het moet niet uitmaken of Cohen, Verdonk of Wilders hier aan de touwtjes trekt; 90 procent van de regelgeving is namelijk Europees recht. En volgens dat recht pleit Van Reenen voor betere samenwerking tussen beslisambtenaar en asielzoeker, die elkaar vroeger in de procedure beter moeten leren kennen om vertrouwen op te bouwen. Daarnaast wil hij ruimte voor de beslisambtenaar om niet alleen op zoek te gaan naar foutjes in het vluchtverhaal, maar ook een actievere rol van de overheid te vervullen bij het achterhalen van de waarheid.

"Hoor- en beslismedewerkers zijn niet op zoek naar tegenstrijdigheden, maar naar de waarheid", stelt een woordvoerder van minister Leers in een reactie. "De IND is als organisatie voortdurend bereid naar de eigen werkwijze te kijken en te bezien op welke wijze de zorgvuldigheid het beste gewaarborgd is. De kritiek dat de uitvoering niet aan de Europese regels voldoet, wordt niet herkend, zo blijkt ook uit jurisprudentie."

Deel dit artikel