Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik had eerder moeten toegeven dat er fouten zijn gemaakt'

Home

TEKST MIEK SMILDE FOTO'S MERLIJN DOOMERNIK

Erik van den Emster (1949) nam onlangs afscheid als voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. 'Het veroordelen van een onschuldige verdachte is het ergste wat een rechter kan overkomen.'

Les 1

Doe waar je goed in bent

"Ik heet Frederik Willem Hendrik, en dat ben ik lang geweest, een brave hendrik. Wij, mijn broer en ik, zijn heel traditioneel opgevoed, we deden wat onze ouders verwachtten. Mijn vader was techneut en wilde dat ik HBS B ging doen om later geneeskunde te kunnen studeren. Die exacte vakken kon ik helemaal niet, ik bleef twee keer zitten. Uiteindelijk heb ik zelf geregeld dat ik de alpha-kant op kon en werd vervolgens twee keer de beste van mijn jaar.

Mijn vader heeft na de oorlog dertien banen gehad en zich langzaam opgewerkt. Mijn relatie met hem was niet goed, hij werkte altijd, hij was geen vader die erg op het gezin was gericht. Echt een man van de wederopbouw. Ik heb wel van hem geleerd dat je altijd de grens van je kunnen moet opzoeken. Hij vond het belangrijk dat wij gingen studeren en daarmee iets bereikten. Niet slabakken, maar hard werken en doen waar je goed in ben. Zonder de drive van mijn vader was ik nooit president van de rechtbank geworden of voorzitter van de Raad voor de rechtspraak."

Les 2

Voeg je naar de waarden van de samenleving

"Na mijn eindexamen kreeg ik het boek 'De Donkere kamer van Damocles' van Willem Frederik Hermans. Hermans is geboren in september, net als ik. Misschien is het toeval, maar dat grimmige uit zijn verhalen, dat heb ik ook. In de roman 'Nooit meer slapen' beschrijft hij een tocht door een zompig moeras, het is er vergeven van de muggen, en de hoofdpersoon, de student Alfred Issendorf, zit onder de beten. Onder die omstandigheden houdt Issendorf een tirade tegen God. Hij vraagt zich af waarom God, almachtig als Hij is, al die ellende laat gebeuren. 'Met welbehagen snoof Hij de geur van brandende heksen in', schrijft Hermans. Die zin vergeet ik nooit.

Gelovigen zeggen dat je niet kunt begrijpen waarom Gods schepping zo feilbaar is, maar ik, vanuit mijn vrijzinnige opvoeding, heb het me altijd afgevraagd: Als je dan omnipotent ben, waarom laat je dan al dat leed bestaan, tot op de dag van vandaag?

Dat heeft mijn leven wel gevormd. Niet dat ik het christendom de rug heb toegekeerd. Ik heb op catechisatie gezeten en ik ken de verhalen uit de Bijbel. Ik vind dat belangrijk, omdat wij in een christelijke samenleving leven die je zonder die achtergrond niet begrijpt, niet de kunst, niet de mores.

Ik heb geen Godsgeloof, maar ik geloof wel in de waarden van christelijke samenleving. Mensen moeten zich tot op zekere hoogte voegen naar die waarden, vind ik."

Les 3

Niemand is alleen

"Voor mij is het woord 'samen' belangrijk. Niemand doet iets alleen, niet in je gezin, niet op je werk, niet in de maatschappij. Dat betekent dat je jezelf nooit te hoog moet stellen en jezelf altijd moet relativeren ten opzichte van de ander. Het ergste wat iemand kan doen, is een ander naar beneden drukken om zelf boven te komen.

Als je overtuigd bent van jezelf heb je dat niet nodig. Ik was als jongen onzeker en helemaal niet van mijzelf overtuigd. Het heeft lang geduurd eer ik wat zichtbaarder werd.

Tijdens mijn militaire dienst merkte ik voor het eerst dat jongens met problemen bij me kwamen, ik werd een soort biechtvader. Blijkbaar was mijn mening niet voor iedereen irrelevant.

Acteur Rijk de Gooyer heeft eens gezegd dat hij het best was in de bus naar Carré toe en niet op het podium. Dat gevoel herken ik. Ook ik voel me niet goed in groepen, als iedereen naar me kijkt. Dan oog ik afstandelijk, terwijl ik heel betrokken ben. Ik heb me vaak afgevraagd waarom ik dan toch steeds op dat podium terecht ben gekomen; als sectorvoorzitter, als president, als voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Mijn vrouw, met wie ik veertig jaar ben getrouwd, zegt dat het komt omdat ik moet doen waarin ik goed ben. Blijkbaar kan ik dit. Maar om dat echt te ervaren, heb ik wel anderen nodig."

Les 4

Het recht heeft in zichzelf geen waarde

"Het recht is niets meer dan een afspraak tussen partijen in een samenleving. Als het recht niet wordt nageleefd, heeft het geen zin. Het recht heeft dus geen waarde in zichzelf. Regelgeving die niet wordt gehandhaafd, is totaal overbodig en heeft geen enkel nut.

Toch hechten mensen veel aan wetten, aan regels. Ik denk omdat veel mensen geen eigen kompas hebben. Heel veel mensen weten niet hoe ze zich moeten gedragen en zoeken houvast. Op elke misstand die plaatsvindt, reageert men met nieuwe regels. Maar er wordt niet nagedacht over de vraag hoe al die regels dan nageleefd moeten worden. Neem die fraude met al die toeslagen. Hoe is het mogelijk dat niemand ooit heeft gecontroleerd of die Bulgaren hier wel echt woonden en ook echt zorg nodig hadden?"

Les 5

Erken je fouten

"Als president van de Rotterdamse rechtbank kreeg ik te maken met de Schiedammer parkmoord, een van de grootste rechtelijke dwalingen van de afgelopen vijftien jaar. Zowel de rechtbank als het gerechtshof veroordeelden een man die achteraf onschuldig bleek. De Hoge Raad heeft die uitspraken aanvankelijk ook in stand gehouden en de man heeft jaren onterecht vastgezeten. Voor de betrokken collega's is dat een trauma geweest. Het veroordelen van een onschuldige verdachte is het ergste wat een rechter kan overkomen. Maar het is gebeurd en het kan weer gebeuren.

Ik had dat destijds duidelijker moeten zeggen. Ik had eerder moeten toegeven dat er fouten waren gemaakt. De moeilijkheid is dat ik als gerechtsbestuurder eigenlijk niets mag zeggen over concrete strafzaken. Dat staat met zoveel woorden in de wet.

Onlangs nog heeft de Hoge Raad het gerechtsbestuur van Amsterdam op de vingers getikt. 'Het geven van uitleg aan beslissingen die gegeven zijn door met rechtspraak belaste rechterlijke ambtenaren uit de eigen rechtbank behoort niet tot de taken van een gerechtsbestuur', zegt de Hoge Raad. Voor een gerechtsbestuurder is het dus wel lastig opereren.

De samenleving eist openheid, de media eisen verantwoording, maar van de wet mogen we niets zeggen.

Bij die Schiedamse zaak en later ook bij Lucia de B. heb ik dat toch gedaan. In die laatste zaak heb ik zelfs namens de rechtspraak mijn excuses aangeboden voor het feit dat het zo lang duurde eer diezelfde rechtspraak de fout rechtzette. Want dat is toch het mooie aan het systeem: Rechters kunnen falen, maar de rechtspraak niet."

Les 6

Het gaat om feiten, niet om beelden

"Het gaat de journalistiek vaak meer om sensatie dan om feiten. De media hebben er baat bij bepaalde beelden in stand te houden, ook als die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Toen zwemleraar Benno L. werd veroordeeld voor ontucht met minderjarige kinderen, kopte De Telegraaf: 'Verkrachter vrijgesproken'.

Er was helemaal geen verkrachting ten laste gelegd! Maar het beeld was meteen: die rechters hebben geen enkel gevoel voor wat er in de samenleving speelt, ze straffen veel te soft en laten een verkrachter lopen. Begrijp me goed, ook ontucht is verschrikkelijk. Maar het is geen verkrachting.'

Uit alle onderzoeken blijkt dat Nederlandse rechters in vergelijking met de ons omringende landen niet soft straffen. Uit alle wetenschappelijke onderzoeken blijkt ook dat hogere straffen niet helpen om recidive te voorkomen. Als je de pakkans niet vergroot en niets doet aan resocialisatie heeft strenger straffen geen enkele zin. Maar we leven in een tijd van fact free politics, feiten doen er niet meer toe. Dat de politiek zo werkt, prima. Maar in de rechtspraak gaat het om feiten."

Les 7

Heb de moed te mishagen

"Wij hebben ons als rechtspraak fel verzet tegen de verhoging van de griffierechten, omdat elke burger toegang tot de rechter moet houden. We waren ook tegen de invoering van minimum straffen, omdat rechters altijd rekening moeten kunnen houden met de omstandigheden van het geval.

Natuurlijk zullen rechters uiteindelijk altijd de politiek volgen, want we leven in een democratische rechtsstaat en rechters voeren uit wat er in de wet staat. Maar dat wil niet zeggen dat we moeten zwijgen als de politiek iets wil wat wij echt niet goed vinden. En we moeten ook niet bang zijn beslissingen te nemen waarmee niet iedereen het eens is. Geert Corstens, de president van de Hoge Raad, heeft eens gezegd dat je als rechter de moed moet hebben om te mishagen. Dat onderschrijf ik."

Les 8

Zie niet om in wrok

"Eind vorig jaar verscheen het zogeheten 'Manifest van Leeuwarden'. Rechters en raadsheren schreven daarin dat ze het niet eens waren met de manier waarop de nieuwe gerechtsbesturen waren benoemd. Ook zou de werkdruk te hoog zijn. Die kritiek kwam anoniem binnen bij NRC Handelsblad en sommige van die berichten waren zo persoonlijk tegen mij gericht dat ik heb besloten mijn termijn als voorzitter niet te laten verlengen.

Ik wilde geen inzet worden van een politieke discussie. Ik wilde niet weglopen voor mijn verantwoordelijkheid, maar ik begreep ook dat ik de rechtspraak schade zou berokkenen door te blijven.

Dat mijn persoonlijke integriteit op anonieme wijze zo ter discussie werd gesteld, heeft me verbaasd. Het was ongepast en de rechtspraak onwaardig.

Maar ik zie niet om in wrok. Ik word volgend jaar 65 jaar en ik had mijn vrouw al lang geleden beloofd dat ik vanaf dat moment niet meer voltijds zou werken. Ik ben verantwoordelijk voor de herziening van de gerechtelijke kaart (zie kader), die is nu een feit, dus in dat opzicht was ik ook klaar als voorzitter. Ik heb nooit een plek op het podium geambieerd, maar wilde doen waartoe ik was geroepen. Nu ben ik weer gewoon rechter. Het mooiste vak dat er bestaat."

Erik van den Emster
Erik van den Emster (1949) werd geboren in Maarn, groeide op in Amsterdam en Rotterdam, studeerde rechten, werd rechter, was sectorvoorzitter en ten slotte president van de rechtbank Rotterdam. In 2008 werd hij voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Hij was onder andere verantwoordelijk voor de herziening van de zogeheten gerechtelijke kaart waardoor het aantal gerechten werd teruggebracht tot elf rechtbanken en vier gerechtshoven. Doel van de reorganisatie is om meer aandacht aan de kwaliteit en de efficiency van de rechtspraak te kunnen besteden. Niet iedereen waardeerde de inzet van Van den Emster. In december 2012 luidde een aantal rechters de noodklok over de manier waarop de bestuurders binnen de rechtspraak waren benoemd en de (te) hoge werkdruk. Van den Emster besloot zijn zittingstermijn als voorzitter niet te laten verlengen. Eind maart nam hij afscheid. Nu werkt hij weer als strafrechter.

Deel dit artikel