Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik had een revolutie nodig om een blad te maken'

Home

AFRA BOTMAN

Het zijn de jaren dat met Arabisch oliekapitaal westerse bedrijven, onroerend goed en voetbalclubs worden opge-kocht. Muller denkt niet lang na over zijn antwoord: hij is ertoe bereid, op voorwaarde dat zijn adjunct-hoofdredacteur Hans Knoop mag aanblijven. Achteraf kan Muller er nog breed om grijnzen. Hans Knoop, in die jaren de zelfuitgeroepen personificatie van het Jodendom in Nederland, als troefkaart. Het spel is uit, maar het gevoel van glorie is groot. Muller reist platzak terug naar Nederland, De Dag gaat ter ziele en de bladenmaker is een illusie en een zak geld armer.

Overigens wordt Muller niet graag aangezien voor moraalridder, integendeel. Maar geld in ruil voor zo'n rare politieke verklaring ging hem toch net te ver, zegt hij. Geld heeft hem eigenlijk nooit geãnteresseerd en politiek nog minder. Wat hij wil is bladen maken, over wat dan ook. Of beter gezegd: hij wil bladen maken die hij zelf graag leest. Muller (1946), tegenwoordig medewerker bij Talk Radio en hoofdredacteur van de TalkRadio Krant, kan terugzien op zeer uiteenlopende bladen waarvan hij oprichter was, en meestal ook hoofdredacteur. Het meest spraakmakende was Hitweek, het tijdschrift dat een stem gaf aan de jongerenrevolte in de jaren zes-tig. Het meest frivole was Candy, het blootblad dat hoorde bij de seksuele revolutie. Het best verkochte was Weekend, het meest excentrieke was De Nieuwe, een volgens Muller onbegrepen satirisch blad. Het grote publiek zag de lol niet van verhalen in de trant van 'Ontplof-fingsgevaar winderige oma's' of 'Franse vrouw vermoord omdat ze uit haar mond stonk'.

Muller is bezig met een boek over de meest bijzondere episode van zijn leven: de jaren 1965-1970. In die jaren veranderde hij van een onzekere, slungelige jongen in een miljonair en seksbaron. Met zijn blad Hitweek verwierf hij landelijke roem, met zijn blootblad Candy kreeg hij toegang tot het grote geld. De helft van het boek staat al op papier en de andere helft moet volgend jaar gereed komen. Muller wil het boek vóór de eeuwwisseling op de markt hebben, omdat het een ooggetuigeverslag is van de zeer bepalende jaren van deze eeuw.

Hij groeide op in een arbeidersmilieu in Amsterdam-Oost, waar hij op zijn zolderkamertje journalist speelde. Zijn entree in de media deed hij als jongste bediende bij De Echo, het huis-aan-huisblad van De Telegraaf. In café Scheltema aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal zag hij de vooraanstaande, spraakmakende of op zijn minst luidruchtige journalisten en schrijvers. “Ik stond daar wel buiten, maar ik plaatste mezelf er tussen.” Muller schafte een pijp aan. “Ze namen me geen moment serieus natuurlijk, maar vonden me wel grappig, zo'n jongen die gek was op kranten. Daarna bewees ik mezelf met Hitweek en werden die beroemde mensen mijn medewerkers: Simon Vinkenoog, Trino Flothuis. Toch heb ik nooit willen horen bij het Old boys network. Ik bleef een lone wolfe, wilde geen inmenging van anderen.”

Het eerste blad dat Peter Muller maakte was Beat Box. “Een protestblad, dat fel tekeer ging tegen de roomsoesbladen Muziek Express en Tuny Tunes. Dat waren reclamebladen van de platenindustrie, met foto's van Rob de Nijs en Ronnie Tober enzo.” De jongeren wilden wat anders, maar het was nog de tijd dat ze niet zoveel te willen hadden. Hun popmuziek werd geboycot door de platenindustrie en de popbladen. Hitweek, waar Beat Box in was opgegaan, gaf de jongeren een eigen stem en schreef over de under-groundmuziek van bijvoorbeeld Cuby and the Blizzards. Het blad, met slogans als 'Wees lullig, lees Hitweek', werd de spreekbuis van de steeds brutaler wordende tieners. Er kwam een zwarte lijst in met namen van foute leraren en ook een lange zwarte lijst van kappers die tegen lang haar waren. Het blad werd uiteraard verguisd door de gevestigde orde. Oprichters en medewerkers Willem de Ridder, Peter Muller en de later toegetreden André van der Louw werden gezien als gevaarlijke subversievelingen.

Overigens waren er intern heel wat strubbelingen, zegt Muller. Achteraf onderscheidt hij twee stromingen binnen de redactie: de rokers en de drinkers. Bij de rokers hoorden mensen als Koos Zwart, Simon Vinkenoog, Laurie Langenbach en Willem de Ridder. Zij waren de dromers en kunstenaars, en hun belangrijkste doel was liefde. Van der Louw behoorde met Arend Jan Heerma van Voss en Jan Donkers tot de drinkers. Die wilden de maatschappij hervormen en zagen Hitweek als instrument.

Muller had geen doel, behalve het maken van het blad. Hij zocht manieren om tot een hogere oplage te komen, ging een column schrijven over de popcultuur in De Telegraaf, kwam in het programma van Willem Duys, maakte een plaatje met de nog immer beroemde kreet 'Beter langharig dan kortzichtig'. Muller: “Ik wilde de maatschappij niet omver werpen. Ik wilde een blad maken dat was gericht tegen ouders, leraren, kappers. Ik wilde een hogere oplage, ik wilde de revolutie prediken onder een zo breed mogelijk publiek, niet alleen onder gelijkgezinden.”

Het werd hem niet in dank afgenomen. Willem Duys, De Telegraaf en de platenindustrie waren de vijand en de boot was aan. Muller: “Het stak Van der Louw, die op het punt stond politiek door te breken. Ik werd er uitgewerkt. Er kwam een hetze; tientallen brieven in Hit-week waarin ik werd uitge-maakt voor rotte vis, overloper en zakkenvuller. Na anderhalf jaar Hitweek hield ik het voor gezien. Ik had er geen cent verdiend, we konden net de drukkosten betalen. Toen ben ik de ervaring die ik had opgedaan gaan cashen, zoals dat heet.”

Het was 1968, de seksuele revolutie was in volle gang. Op de top daarvan begon Muller met Candy. “Ook uit eigen seksuele frustratie, ik was jong en verlegen, ik wist helemaal niet hoe ik om moest gaan met vrouwen. Dus zag ik het wel zitten om daar een blad van te maken, ik was net zo nieuwsgierig als mijn lezers.”

De eerste jaren van Candy waren illegaal. Het blad werd onder de toonbank verkocht, of in obscure winkeltjes met namen als 'Place Pigalle'. De suikerzoete foto's van bijna-blote huisvrouwen waren in strijd met de goede zeden. Ook typische Muller-acties, zoals een prijsvraag met als hoofdprijs een weekendje met een fotomodel, waren tegen de wet, in het laatste geval tegen de loterijwet. Muller sleet heel wat uren en dagen op politiebureaus en in huizen van bewaring. “Vooral katholieke officieren van justitie zagen in mij de duivel.”

Dat lot trof ook Joop Wilhelmus, eigenaar van het blad Chick. Wilhelmus is inmiddels overleden. Muller: “Hij was de voorvechter van blootbladen, stond echt op de barricaden, hij had het blad nodig om de revolutie te prediken. Ik had een revolutie nodig om een blad te maken.” In 1970 veranderde de wet op de pornografie en kreeg Candy de ruimte. In een mum van tijd steeg de oplage tot 140.000 en stroomde het geld binnen. Muller werd seksbaron, dreef naast het blad een gelijknamige nacht-club, had maitresses en leidde een wild leven. In 1974 hield hij het voor gezien. “Het ging een te grote tol vragen. Ik was veel te jong veel te rijk. Het had me mijn huwelijk gekost, ik wilde niet dat mijn kinderen me zouden zien als een playboy. Ik vond het een leuk leven, maar eigenlijk paste het helemaal niet bij me.”

Candy werd overgenomen door een Haagse seksbaron, wiens naam Muller liever niet in de krant wil hebben: “Het gaat om een lid van een keurige bankiersfamilie.” De baron was impotent, aldus Muller, en deed er alles aan om zijn libido op te vijzelen. Op de zoektocht naar seksuele opwinding kocht de baron seksbedrijven op, waaronder Candy. Als hij nu nog leefde zou de Viagra-pil hem heel blij hebben gestemd, vermoedt Muller.

De bladenmaker-seksbaron raakte in een depressie. Na een jaar van treuren en pillen richtte Muller een nieuw blad op: Weekend. “VNU was al begonnen met Story. Ik ging dat nadoen. Aanvankelijk gebruikte ik een schuilnaam, want mijn naam was zwaar beladen. Het werd een familieblad, met gezellige verhalen over zangers en acteurs thuis. Een dagje op stap met Ben Cramer enzo, of een artikel over een Zeeuwse vrouw met een bijzondere verzameling. In 1976 begon Privé en pas daarna is die hardere roddeltoon gekomen.” Weekend werd een succes. “In 1975 kwam Woeste Willem langs. Dat was Willem Pluygers, de hoogste baas van de Nederlandse Dagblad Unie. In die tijd had dat soort mannen het nog voor het zeggen. Hij legde 1 miljoen op tafel. Later is de NDU samengegaan met Elsevier en dat concern had geen zin in een roddelblad. Het werd overgedaan aan de Vrijbuiter van Jacques de Leeuw. Ik was toen al weg.” Aanvankelijk bleef Muller aan als hoofdredacteur. “Ik was gek van gossip. Het was nog de tijd dat je de artiesten zelf opbelde, er was nog geen sprake van machtsconcentraties of Joop van den Ende-stallen. We schreven over vorstenhuizen. We waren gespeend van iedere ironie en wars van negatieve klanken. Over de Lockheed-affaire kopte ik over vijf kolom: HANDEN AF VAN DE PRINS.” Breed lachend: “Ik meende het echt én ik speelde in op het volksgevoel. Ach, als journalist moet je niet te veel weten, vind ik. Je staat in dienst van het volk. Het heeft me nog een mooi telegram opgeleverd van prins Bernhard. Ik heb het ingelijst.” Na een paar jaar in de sterrenwereld had Muller geen zin meer. “Het werd teveel een gewone kantoorbaan.”

Het werd tijd voor een krant, vond Muller. Samen met zijn broer Rob, eigenaar van het uitzendbureau Aktie '68, besloot hij een dagblad te beginnen. “We wisten: het wordt een succes, of we verliezen al ons geld eervol. Dat laatste is gebeurd. In elf dagen was het ter ziele, gesaboteerd door De Telegraaf, die het als een gevaarlijke concurrent zag. Adverteerders werden gedwarsboomd, de distributie werd ondermijnd. Ik wil in mijn boek hard maken hoe De Dag kapot is gemaakt door De Telegraaf.”

Muller was zijn geld kwijt. “Overigens was iedereen heel schappelijk. Medewerkers als Willem Oltmans dienden geen rekening in, de drukker was per dag betaald. Ik verkocht mijn villa in Haarlem en ging in loondienst.” Voor De Leeuw van De Vrijbuiter zette Muller het mannenblad Aktueel op.

Pas in 1991 waagde hij zich weer aan een eigen blad, De Nieuwe, een volgens Muller satirisch weekblad, dat in 1994 ter ziele ging. De oplage is altijd klein geweest, hoogstens 20.000. Het werd nog het best verkocht in België: “Belgen houden wel van wonderlijke verhalen. Ze staan dichter bij de kerk, zijn ermee opgegroeid.” In Nederland werd het blad alleen gelezen door een handjevol mensen uit de mediawereld, die het tot spijt van Muller als een cultblad omarmden. Ook de internationale doorbraak lukte niet goed. De Duitsers zijn weliswaar dol op hun eigen flutkrant Bild, maar die nemen ze bloedserieus.

Welk tijdschrift past er bij deze tijd? Peter J. Muller aarzelt niet lang: Geen Blad. Een blad zonder artikelen en advertenties, dat niet wordt gedrukt en dat de abonnees garandeert dat het niet in de bus komt. “Ik denk dat je daar een selecte groep liefhebbers voor kunt vinden.”

Peter Muller heeft geen hoge pet op van de bladen die nu in de kiosk liggen. Bedrukt papier is het, met een voorspelbare inhoud. “Er is waarschijnlijk geen lezer die naar de winkel holt voor het nieuwe nummer van zijn favoriete blad, zoals in de tijd van Hitweek.” Als het blad Geen Blad een succes wordt, wil hij dezelfde formule proberen bij de boekenuitge-verij. Maar dan wel nadat zijn boek is verschenen.

Deel dit artikel