Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik blijf in Oeganda zolang het moet. Ik heb niets te zoeken in Europa of Amerika'

Home

Ilona Eveleens

Vluchtelingen wachten tot hun een plek wordt toegewezen in het vluchtelingenkamp Palabek Ogili. © Hollandse Hoogte / Barcroft Media LTD

Oeganda vangt meer dan een miljoen vluchtelingen op. Daarmee is het, op Turkije en Pakistan na, het meest gastvrije land ter wereld. Vluchtelingen hebben er ongekend veel rechten. Laatste deel van een drieluik: hoe zien de vluchtelingen hun toekomst?

"Ik heb zes jaar van mijn leven thuis gewoond en de rest in vluchtelingenkampen in Oeganda. Ik ben alweer gewend aan het kampleven, maar mijn twee dochters en vrouw vinden het moeilijk", vertelt de 30-jarige John Alloyo. Hij verliet met zijn gezin zijn geboortedorp Pajok in Zuid-Soedan, met slechts een paar kleine bundels kleren en kookgerei.

Lees verder na de advertentie
De buurman en zijn hele gezin werden thuis verbrand, door mannen in legeruniform

Het zuiden van Zuid-Soedan was lange tijd veilig, terwijl sinds 2013 in de rest van het land geweld heerste. Maar sinds begin dit jaar is ook in dat deel de burgeroorlog in alle hevigheid losgebarsten. Alloyo ondervond het aan den lijve: "De buurman en zijn hele gezin werden thuis verbrand, door mannen in legeruniform. Wij hebben geen tijd verspild en zijn gaan lopen door de bush. Wegen vermeden we: te gevaarlijk."

© Chantal van Wessel

Massaal trokken Zuid-Soedanezen de grens over naar Oeganda, het buurland dat een geschiedenis van grote gastvrijheid heeft voor vluchtelingen. Ook daar heeft Alloyo ervaring mee. Hij werd geboren in Pajok, en vluchtte op 2-jarige leeftijd met zijn ouders naar Oeganda. Voor Zuid-Soedan in 2011 onafhankelijk werd, was het landsdeel verwikkeld in een burgeroorlog met de regering in het noorden van het toen nog verenigde Soedan.

Alloyo kwam destijds terecht in een kamp in Kyandongo, in het westen van Oeganda. "In het noorden van Oeganda was het toen ook onveilig, dus werden we dichter naar de grens met Congo gebracht. Het was geen slechte tijd. Ik ging er naar school en ontmoette er ook mijn vrouw", vertelt hij. In 2012 besloot het echtpaar terug te keren naar het onafhankelijke Zuid-Soedan, waar ze in Pajok een stuk land kochten om cassave te verbouwen.

John Alloyo (rechts) met zijn nieuwe vriend Paul Tolit, die een winkeltje runt. © Ilona Eveleens
Ik blijf hier zolang het moet. Ik heb niets te zoeken in Europa of Amerika

Alloyo heeft net batterijen gekocht voor zijn transistorradio, in een winkeltje tegenover de ingang van het vluchtelingenkamp in Palabek Ogili. Het zaakje is eigendom van Paul Tolit, inmiddels een vriend van Alloyo. Ze behoren beiden tot het Acholi-volk maar Tolit is een Oegandees. "Hij is natuurlijk welkom hier", zegt Tolit wijzend op Alloyo. "We zijn alle twee Acholi. We spreken dezelfde taal en hebben dezelfde tradities. Alleen hebben witte mensen lang geleden een grens door ons tribale land getrokken."

Alloyo knikt en klopt zijn vriend op de schouders. Hij vreest dat het lang zal duren voordat hij weer naar huis kan. De oorlog lijkt nog lang niet uitgewoed. Wat wil hij doen met zijn toekomst? Naar de Verenigde Staten of Europa? Alloyo schudt heftig zijn hoofd. "Ik blijf hier zolang het moet. Ik heb niets te zoeken in Europa of Amerika. Bovendien hoor ik op de radio dat zwarte mensen niet welkom zijn."

Tijdens de oorlog tussen het noorden en zuiden van Soedan werden duizenden, vooral jonge mensen opgenomen door de VS, Canada en Australië. Een neef van Alloyo die in de Amerikaanse staat Utah woont, stuurt af en toe wat geld op. "Ik geloof niet dat hij gelukkig is. Hij heeft wel meer geld dan ik maar hij mist ons leven hier", zegt Alloyo.

In de VS leven zo'n 100.000 mensen van Zuid-Soedanese afkomst. Europa lijkt helemaal geen optie. Volgens RMMS, een organisatie in Oost-Afrika die zich bezighoudt met regionale migratie, heeft in de afgelopen vier jaar slechts 0,02 procent van de ontheemde en gevluchte Zuid-Soedanezen in Europa asiel aangevraagd.

© Ilona Eveleens

Ook Susan Papeto ziet er niets in om naar een ander continent te vertrekken. Ze wacht bij de kapper op haar beurt, terwijl de kapsters hun middageten met haar delen. Zoals de meeste inwoners in het kamp in Palabek Ogili komt ook zij uit Pajok, maar de laatste jaren woonde en werkte ze in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba. "Ik had een goed lopende handel in tweedehandsschoenen. Maar toen het steeds gevaarlijker werd in Juba ben ik gevlucht naar mijn vader in Pajok. Ik heb mijn schoenenvoorraad bij vrienden ondergebracht."

Maar na nauwelijks een week werd het ook in Pajok te gevaarlijk en vluchtte ze met haar vader naar Oeganda. Ze wil niet bij de pakken neerzitten en hier werk gaan zoeken. "Het zal niet meevallen, want we zijn hier met zoveel Zuid-Soedanezen. Misschien lukt het me om iets te sparen en als het vrede wordt in Zuid-Soedan te investeren."

Lees ook de eerste twee delen van dit drieluik

- In Oeganda weten ze wat het is om te vluchten, maar ook om vluchtelingen op te vangen
'Een gevluchte vrouw wil er ook verzorgd uitzien'

Deel dit artikel

De buurman en zijn hele gezin werden thuis verbrand, door mannen in legeruniform

Ik blijf hier zolang het moet. Ik heb niets te zoeken in Europa of Amerika