Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik ben vroeger ook een lastig mannetje geweest'

Home

HELGA SALEMON

Na een celstraf wegens moord, midden jaren tachtig, besloot Hugo Broers met zijn criminele verleden te breken. In 1992 startte hij in de Amsterdamse binnenstad bewakingsbedrijf Trust. Inmiddels heeft Broers een groot aantal zaken als klant en ziet hij veel waardering voor zijn ommezwaai. “Vroeger gaven ze me wat te eten om me snel weer de winkel uit te krijgen. Nu bieden ze me van alles aan om me langer in de zaak te houden.”

Broers is eigenaar, directeur en enige werknemer van Trust ('Alleen met Trust bent u gerust', luidt de slagzin van het bedrijf). Zijn kantoor, waar hij door-de-weeks meestal ook slaapt, ligt boven een megasekswinkel aan de Nieuwendijk. Vanachter zijn bureau heeft Broers zicht op acht tv-schermen die de Nieuwendijk en enkele zijsteegjes tonen.

Hij kent de omgeving goed. Zevenendertig jaar geleden werd hij geboren in de Warmoesstraat. Vanaf zijn jeugd was hij 'het boeffie van de buurt'. Hij gebruikte en verhandelde drugs, was 'een knokkertje' zonder angst. Uiteindelijk belandde hij wegens doodslag van een drugsdealer in de gevangenis.

Begin jaren negentig begon hij zich op bewaking toe te leggen. “Je kinderen groeien op, je wordt verantwoordelijker. Ik keek wat de buurt nodig had, zag dat de politie erg z'n best doet om het hier veilig te houden, maar door bezuinigingen onvoldoende mankracht heeft. Omdat verschillende mensen mij vroegen of ik niet op hun zaak kon letten, besloot ik met beveiliging te beginnen.” Broers schreef Trust in bij de Kamer van Koophandel.

Dat leverde een jaar later problemen op met de politie. Om een vergunning te krijgen, moet een beveiligingsbedrijf gediplomeerde beambtes in dienst hebben zonder strafblad. Broers veranderde daarom het woord beveiliging in toezichthouden.

Op de posters staat nu onder Trust: 'supervisors and bodyguards'. Zijn omzet bedraagt ruim een ton per jaar, de winst steekt hij in het bedrijf: “Ik investeer in de veiligheid van de buurt.”

Bontkraag

Zaterdagavond elf uur, Broers is klaar voor zijn nachtelijke ronde. Onder een modieus beige pak draagt hij een zwarte blouse en een gouden halsketting. Daarover een lange zwarte leren jas met bontkraag. Zijn uiterlijk dient een dubbel doel: het is een visitekaartje bij zijn klanten en het dwingt gezag af bij herriezoekers. Als vervoermiddel gebruikt Broers een scooter.

Zijn rondgang begint dicht bij huis: de sekswinkel onder zijn kantoor, de McDonalds aan de overkant en de peepshow ernaast. Broers schudt handen en maakt een praatje met het personeel. In veel zaken staart hij zichzelf aan vanaf de reclameposter. Na de Nieuwendijk volgen Damrak en Warmoesstraat. Ook hier zijn de klanten voornamelijk horeca- en sekszaken.

Zijsteeg

Een dealer en een junk onderbreken hun handel wanneer ze Broers zien en verdwijnen in een zijsteegje. Broers heeft geen problemen met drugshandel, zolang de handelaren en junks hun zaken een beetje uit het zicht doen, en in elk geval niet in 'zijn' bedrijven.

In de Warmoesstraat gaat Broers langs bij café Dirty Nelli en Hotel/café Winston. Daarna vertrekt hij naar glamour-discotheek de iT. In het weekend controleert hij ook daar. Bij de linkerdeur van de iT staat een lange rij belangstellenden die de massief gebouwde portiers dienen te passeren. Broers mag voorgaan; hij kent de portiers goed.

Een van hen is de favoriet op het free fight-gala deze maand, waarvan Broers een van de sponsors is. Volgens Broers komt er ook een delegatie naar het gala namens minister Terpstra van welzijn, volksgezondheid en sport. Terpstra, die de sport eerder “walgelijk” noemde omdat bijna alles is toegestaan, onderzoekt of free fight verboden moet worden. Broers vindt de kritiek op deze vechtsport opgeblazen. Free fight wordt, volgens hem, verward met het Amerikaanse ultimate fight, waarbij echt alles is toegestaan.

In de iT is het nog rustig. Na er een praatje te hebben gemaakt, keert Broers terug naar zijn uitvalsbasis op de Nieuwendijk. Tot laat in nacht herhaalt hij deze ronde. “Ik ben constant in de buurt en dat vinden de mensen prettig. Een meisje dat in een zaak allerlei soorten klanten krijgt, die is blij als ik even naast haar sta.”

Een medewerkster van McDonalds ziet dat anders. “Als je hem nodig hebt komt hij meestal een kwartier later,” merkt ze op. Ze ziet Broers meestal alleen of in gezelschap van een flink gebouwde man.

Gemiddeld gaat de Trust-eigenaar twaalf keer per etmaal langs bij een zaak. De prijs die een klant daarvoor betaalt hangt af van de omzet. Het minimum is 500 gulden per maand.

Wapens

Wapens behoren niet tot zijn uitrusting, woorden zijn meestal afdoende. “Ik stap altijd heel vriendelijk op iemand af, wat hij ook doet. Wanneer er een groep drugsdealers in een peepshow zit of bij McDonalds, ga ik rustig naar ze toe en zeg: 'Luister jongens, ik ben vroeger ook een vervelend mannetje geweest. Nu zijn jullie 't even. Maar ik verdien hier mijn eten. Wat jullie doen, daar bemoei ik me niet mee want ik ben geen politieagent. Ik heb er alleen bezwaar tegen dat jullie hier aanwezig zijn. Jullie zullen de zaak moeten verlaten en ik zie jullie hier liever niet meer.' Meestal gaan ze dan ook. Doordat ik ze naar buiten stuur heeft de politie meer kans grip op ze te krijgen. Het grootste deel van de politie is daarom heel blij met deze samenwerking.”

Tijdens zijn werk neemt Broers regelmatig wapens in beslag. Die levert hij in op het politiebureau. Officieel mag hij geen wapens afnemen. Hij verklaart daarom aan de politie dat z'n tegenstanders die hebben laten vallen. Soms, “wanneer mensen met wapens gaan zwaaien”, belt hij meteen de politie.

Gereserveerd

Waarnemend wijkteamchef Van Rooijen van bureau Nieuwezijds Voorburgwal reageert gereserveerd. “Het is een van de mensen die bij de buurt horen,” begint Van Rooijen mild.

Daarna, alsof hij zich realiseert dat dit niet de vereiste reactie is, vervolgt hij formeel: “Meneer Broers mag heel veel verhalen vertellen, maar daar ga ik niet op in.” Hij wil alleen nog kwijt dat de politie in discussie is met Broers omdat hij geen vergunning heeft.

Zijn reputatie als onbevreesd vechter helpt Broers nog altijd. “Ik heb vroeger met al die onruststokers geknokt. Soms luistert iemand niet. Dan zeg ik tegen de grootste van zo'n groep: 'Elke keer moet ik hier weer voor jou naar toe komen. De klanten en de mensen achter de bar zijn bang. Kom op, we trekken onze jassen uit en gaan even naar buiten. Wie het wint die wint het.' Je kunt de allergrootste voor je hebben, maar als hij weet dat hij zelf ook een stoot voor zijn kanus kan krijgen, dan heeft hij geen zin meer. Heel frappant.”

Paar stompen

Alleen in het geval van straatroof of andere directe bedreiging van voorbijgangers geeft Broers iemand een 'draai om zijn oren'. “Een paar weken geleden werden hier een paar toeristen beroofd. Toen heb ik die gozer een paar stompen gegeven. Dan moet je nog opletten ook. Want al help je de goede kant, je hebt wettelijk het recht niet dat te doen.”

Broers erkent dat hij heel af en toe zijn zelfbeheersing verliest en over de schreef gaat. “Eén dag per week neem ik een paar uur vrij. Ik drink dan wel eens een slokje. Als ik dan iemand tegenkom die heel onrechtvaardig is, geef ik die persoon wel eens een draai om zijn oren. Daar worden vervolgens overdreven verhalen over gemaakt.”

Broers doelt op een verslag in Het Parool van een incident in discotheek Escape, afgelopen december. Hij verkocht toen de bedrijfsleider ook zo'n 'draai om zijn oren' en liet hem op het podium zijn excuses maken.

Aanleiding was dat de bedrijfsleider arrogant reageerde toen Broers op het eind van de avond nog een plaat aanvroeg. Het Parool schreef, op basis van ooggetuigenverklaringen, dat Broers de bedrijfsleider twee keiharde hoeken gaf en dat een vriend van Broers de bedrijfsleider aan z'n haren over het podium sleurde.

Wanneer bendes de buurt onveilig maken, doet Broers een beroep op z'n contacten met sportscholen. Maar alleen “om een paar uurtjes naast hem te staan”, Dat schrikt, volgens hem, voldoende af. “Een keer had een groep van dertig Afrikanen een zaak in hun greep. Ik heb daar toen zo'n vijftig jongens van sportscholen neergezet, want als ze dat zien, hebben ze geen trek meer in moeilijkheden. Psychologie is heel belangrijk.”

Het meeste werk kan Broers alleen af. Soms, als een klant bij voorbeeld voor een paar uur een lijfwacht wil, belt hij naar een sportschool, meestal De Pyramide in Amsterdam-Oost. “Als ik iemand nodig heb, bel ik de leraar van de sportschool en vraag of hij iemand weet die leuk en netjes is. Niet zo'n brede kerel. Dat werkt niet meer.” In ruil financiert hij fitness-apparaten, schenkt trainingspakken (met het Trust-logo) en sponsort wedstrijden.

Blijkens de opmerkingen van een horeca-ondernemer in de buurt - zijn naam heeft hij liever niet in de krant om woorden met de Trust-directeur te voorkomen - doet Broers z'n ronde niet altijd alleen. “'s Avonds loopt hij vaak met vier kleerkasten om hem heen. Allemaal in zwart pak met een witte blouse eronder, 'Trust' op de borstzak. Helemaal in stijl.” De ondernemer zit al zo'n vijftien jaar in de buurt en kent Broers al lang. “Het was een ontzettende junk.”

Opdringerig

Broers heeft hem ook wel eens gevraagd of hij geen gebruik wilde maken van zijn bewakingsdiensten. “Maar nooit opdringerig.” Tevergeefs: de ondernemer vindt de buurt helemaal niet zo onveilig. Integendeel, dankzij de inspanningen van de politie en de winkeliers is de situatie in zijn ogen alleen maar verbeterd. Hij is er van overtuigd dat Trust geen dekmantel is voor afpersingspraktijken.

Zijn houding tegenover Broers houdt het midden tussen begrip en scepsis. “Baat het niet dan schaadt het niet. Met zo'n jongen moet je wandelen maar niet handelen.”

Deel dit artikel