Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik ben niet de zoon die mijn vader wil dat ik ben'

Home

Ally Smid

Mano Bouzamour © Fotografie: Maartje Geels. Illustraties: Gemma Pauwels.

De vijfde druk ligt net in de winkel. Binnen zes weken. De succesvolle debuutroman van de 22-jarige Marokkaans-Nederlandse Mano Bouzamour stemt vrolijk en ontregelt tegelijkertijd. 'Waarom mag mijn hoofdpersoon geen grappen maken over de zweetvoeten van zijn moeder?'

De havo was voor hem een feest. In seksueel opzicht dan. Misschien omdat hij er anders uitzag dan de andere jongens op het witte Hervormd Lyceum in het wel- varende Amsterdam-Zuid - de Marokkaans- Nederlandse Mano (Mohamed) Bouzamour was zeer interessant voor meisjes.

En mijn naam draagt niet voor niets de 'liefde' in zich, moet-ie hebben gedacht. Al vanaf zijn twaalfde had hij een vriendin, Eva, maar het was weleens uit. Dan lonkten de andere Eva's. En helemaal als 'NRC-lezende' ouders die dochters verboden met hem om te gaan. Bij één van hen lukte het toch steeds weer thuis te komen. Stiekem. 's Avonds na het eten zette zij de kliko buiten zo neer dat hij over het hek kon klimmen en door de tuin naar haar kamer kon sluipen.

Eén keer ging het mis. Na een zachte kliko-landing liep hij niet geruisloos genoeg over het grind, want haar vader hoorde iets, en schreeuwde: "Inbreker!" Bouzamour vluchtte terug, het hek over en hield zich schuil. Binnen een paar minuten stond de politie met zwaailicht voor het huis. Het had de openingsscène van een bioscoopfilm kunnen zijn. Tot zover de werkelijkheid.

Analfabete ouders
Door naar de fictie. Het debuut dat Bouzamour heeft geschreven is bijzonder, omdat weinig schrijvers zo jong al reflecteren op hun jeugd. En het is een succes. Twee filmproducenten zijn serieus geïnteresseerd. En het boek staat inmiddels op de literatuurlijst van een paar middelbare scholen.

De roman is gebaseerd op hoe Bouzamour zelf zich als puber staande hield in een migrantengezin in de Amsterdamse Pijp. Zijn hoofdpersoon dolt en clasht met zijn analfabete en bekrompen ouders, wordt geslagen in de koranschool, hangt rond in een jeugdhonk in de beruchte Diamantbuurt en wordt geconfronteerd met de luxeleventjes bij Hollandse klasgenoten thuis.

Landverrader
Bouzamour had na publicatie uit de Marokkaanse gemeenschap wat 'speldenprikjes' verwacht, maar werd geconfronteerd met wat hij 'massahysterie' noemt. Overdrijving is hem niet vreemd, maar de reacties waarmee hij te maken kreeg, waren niet mals. Een imam van de Al-Kabir Moskee aan de Amsterdamse Weesperzijde wist zijn gelovigen tijdens het vrijdagmiddaggebed zelfs te vertellen dat Bouzamour naar het hellevuur gaat en waarschuwde voor hem.

Veel Marokkaans-Nederlandse jongens vinden dat Bouzamour zijn ziel aan de Hollanders heeft verkocht. "Alles voor een plekje bij Flauw & Bitterman", is nog het mildste commentaar op de websites Maroc.nl, Marokko.nl en Wijblijvenhier.nl, naar aanleiding van de twee keer dat hij te gast was bij 'Pauw & Witteman'. Erger: 'verwesterde landverrader', 'vieze teringhomo' of 'ongedierte', en de verwensing: 'mag een ongeluk je treffen'. Maar ook zijn er mensen die het voor hem opnemen.

Lees verder na de advertentie

 
Bouzamour had na publicatie uit de Marokkaanse gemeenschap wat 'speldenprikjes' verwacht, maar werd geconfronteerd met wat hij 'massahysterie' noemt

Wie zijn die Marokkanen die blij zijn met jouw boek?
"Die zijn boven de dertig, met kinderen, getrouwd. Ze zeggen: Ga door, hou vol, jouw stem telt. Wat die jongeren erg vinden aan mijn boek, voor zover ze het hebben gelezen, is bijvoorbeeld dat er in de Koran staat: 'de hemel zit onder de voeten van je moeder'. Dat betekent: wees lief voor je moeder. En mijn hoofdpersoon Sam zegt een keer baldadig: 'O, ruikt de hemel dan naar zweetvoeten?' Nou vraag ik je: is dat erg? Ten eerste: het is fictie, ten tweede: mijn moeder heeft geen zweetvoeten, ten derde: als ze zweetvoeten had, waarom mag ik daar geen grappen over maken?"

Wat doet het met je dat zo'n imam anderen tegen jou opstookt?
"Het doet me pijn, ik had tegen hem willen zeggen: Wat klets je nou vriend? Licht eens toe. Heb je mijn boek gelezen? Nee. Ik maak geen deel uit van zijn gemeenschap. Ik heb drie jaar aan dit boek gewerkt. In al die tijd heb ik geen hulp van wie dan ook van de Marokkaanse gemeenschap gekregen, dus ik ben niet hun spreekbuis. Als ik een spreekbuis of rolmodel ga zijn, dan voor de jeugd."

Maar die Marokkaanse jeugd wil jou niet.
"Kennelijk niet. Laat iedereen voor zichzelf denken. Godsdienst is natuurlijk makkelijk, want alle regels zijn er, die hoef je alleen maar te volgen en dan kom je in de hemel. Maar het gekke is, die Marokkaantjes die zo tegen me tekeergaan, zijn van die gelegenheidsmoslims, ze zijn moslim als het moet."

Het feit dat jij uit de groep stapt, is al verkeerd.
"Uit de groep stap? Zo heb ik het nooit ervaren. Ja, ik had voorheen veel Marokkaanse vrienden, van hen spreek ik er nu nog maar één: een buurjongen, die staat achter me. Sommigen groeten me niet meer, anderen kijken me vuil aan. Laatst begon een jongen tegen me te schreeuwen in de Albert Heijn: Hé flikker, hoe kun je dat nou zeggen over de islam, en-dit-en-dat. Ik vroeg of hij het boek had gelezen. Nee, natuurlijk niet. De eerste weken had ik heel veel moeite met die haat, ook van familieleden en kennissen."

Je moet een dikke huid kweken, lukt je dat?
"Ik denk wel dat ik er tegen kan. Ik zag op het Idfa de documentaire 'Salinger' van de Amerikaanse schrijver J.D. Salinger, mijn grote held, van 'The Catcher in the Rye'. Dat boek heb ik verslonden, ik moet het nog eens terugbrengen, ik heb het drie jaar geleden uit de bieb gejat, omdat mijn boete te hoog was en ik geen boeken meer mocht lenen. Maar goed. Toen ik het las, dacht ik: yes, dat voel ik ook, hij snapt wat ik bedoel: schijnheiligheid, de spelletjes die je moet spelen. In zijn tijd waren er lezers die zich volledig vereenzelvigden met zijn hoofdpersoon, die heel erg verward was. Sommigen doodden zelfs mensen. Salinger zei altijd: Mijn hoofdpersoon zit met vragen, maar ik ben niet diegene die die vragen hoeft te beantwoorden, ik wil fictie schrijven. Dat geldt voor mij ook."

Ik vind je moedig. De Palestijns-Deense rapdichter Yahya Hassan wordt met de dood bedreigd. En de Britse schrijver Salman Rushdie zei ook dat hij fictie schreef. Denk je daar weleens aan?
"Ik denk niet zo vaak aan hem, jij wel? Zo'n mooie man is hij nou ook weer niet, toch? Hij had wel een heel mooie vrouw trouwens."

Lollig. Je gaat niet in op wat ik zeg. Rushdie zei net als jij: 'Wat ik schrijf over islamieten is fictie'. Er staan ook in jouw boek passages waar sommige moslims van op tilt slaan. Jouw hoofdpersoon maakt praktiserende moslims belachelijk.
"Hij maakt mensen belachelijk die denken op Gods troon te zitten. Mensen die anderen veroordelen, die zich verheven voelen boven de rest. Aan hen heeft hij een hekel."

 
Salinger zei altijd: Mijn hoofdpersoon zit met vragen, maar ik ben niet diegene die die vragen hoeft te beantwoorden, ik wil fictie schrijven

Jij laat je hoofdpersoon zeggen: God is de echo van je eigen stem.
"Mooie zin, hè? Die bedacht ik toen ik aan het scooteren was door Amsterdam. Ik dacht: die ga ik oppennen. Weet je wat het is, ik ben van huis uit moslim. Ik stond elke vrijdag naast mijn vader in de moskee, maar ik heb er nooit voor gekozen moslim te zijn. Ik was het. Dus toen ik begon met veel lezen, nadenken en schrijven na mijn eindexamen - ik was 19 - begon ik terug te kijken op mijn leven. Ik schreef in de nacht, als iedereen sliep. Twee, drie jaar lang. Eerst vond ik het heel moeilijk. Ik dacht: als ik aan het bidden ben, wat doe ik dan? Ik praat in feite tegen mezelf, dus God ben jezelf. Als ik dan mijn vader vroeg: waar is God, waar zit Hij dan? Dan zei-ie: God is overal. Maar als God overal is, dan maken wij daar ook deel van uit. Dus vandaar: God is de echo van je eigen stem. God ben jezelf. Je hebt veel zelf in de hand."

Nu praat je daar niet meer over met je vader, want je mag niet meer thuiskomen.
"We praatten altijd heel veel, met dubbel -a, en dubbel -t en een -n op het eind, verleden tijd. Als ik met mijn vader sprak, was het vaak eenrichtingsverkeer. Het ene verhaal na het andere, nog meer, nog meer, en over het geloof en over Mozes en de Here Jezus en weet-ik-veel-wie-allemaal. Dan luisterde ik, dat vond ik fijn."

Maar hij luisterde niet naar jou.
"Jawel, hij luistert wel... Maar hij houdt van verhalen vertellen."

En als je je ouders nu ziet op straat, hoe gaat het dan?
"Ik kwam mijn vader laatst tegen, ik gaf hem een hand, en ik moest gelijk weer door. Ik zie hem ook worstelen tussen zijn zoon en zijn eigen wereld. Ik ben niet de zoon die mijn vader wil dat ik ben. Het ergste vind ik dat mijn ouders de mening van hun geloofsgenoten zwaarder laten wegen dan mijn mening. Ik ben niet kwaad op mijn ouders, maar ik ben kwaad op die bekrompenheid. Het gaat erom hoeveel je buiten je eigen veiligheid wilt treden."

Je ouders zijn Arabieren, geen Berbers. Dus je zou zeggen, iets moderner misschien.
"Mijn ouders zijn helaas heel gelovig en heel ouderwets, ze begrijpen mijn wereld gewoon niet. Ik heb heel lang geprobeerd met ze te praten. Toen ik aan het puberen was, clashten we veel. Net als waar die groepjes Marokkanen op straat mee te maken hebben, de communicatie tussen hen en hun ouders is dramatisch slecht."

Toch bijzonder dat je in je nawoord je ouders bedankt: 'op wier schouders ik sta'.
"Maar dat is toch ook zo? En dan zeggen ze dat ik hen beledig."

Kom je nog weleens in je oude buurtje?
"Ik was er laatst, er speelden geen kinderen op straat, ook niet in de speeltuintjes. Waar zijn die kinderen? Wij voetbalden altijd de hele dag door. FC Hezbollah tegen FC Hamas. Ik had altijd van die oude, goedkope schoenen aan, met gaten in de zolen, van het merk Victory. Maar dat was echt geen overwinning hoor, als je op die schoenen speelde. Ik bad dan tot Allah dat het niet ging regenen, anders kreeg ik van die vieze natte sokken."

FC Hezbollah tegen FC Hamas?
"Ja. We keken ook altijd naar de grote jongens. Als die scoorden, brachten ze soms de Hitlergroet, we wisten helemaal niet wat dat betekende, maar we deden dat natuurlijk na. Tot mijn oudste broer een keer zei: What the fuck! Wat doe je? Hij legde het uit, nam me mee naar het Anne Frank Huis. Er waren toen ik klein was ook veel aanslagen in Israël. Ik weet nog hoe blij ik was als er joodse mensen bij waren omgekomen. Toen ik later ging lezen en documentaires zag, kwam ik erachter dat dat ook gewoon mensen waren, die ook dromen hebben. Ik kopieerde als kind gewoon wat andere jongens om mij heen deden. Gek is dat, hè? Zo gek. Wat ik sneu vind, is als mensen van mijn leeftijd nog steeds zo denken over joden."

Jouw hoofdpersoon beeldt zich in dat hij met Anne Frank ondergedoken zit.
"Ik vind haar dagboek zo ijzersterk, ik heb het heel vaak herlezen. Ik laat mijn hoofdpersoon erover fantaseren dat Anne's dagboek goed afloopt: ze leeft nog lang en gelukkig met een Canadese soldaat. En Margot wordt wat ze wilde worden: kraamverzorgster. In Israël."

Mano Bouzamour: 'De belofte van Pisa', uitgeverij Prometheus, 285 blz, € 15.

Mano Bouzamour (22)  
Met drie zusjes en drie broers groeide hij op in de Amsterdamse Pijp. Woont samen met vriendin en oudste broer. Hij werkt nu in een sushibar, maar wil geschiedenis studeren - na havo en colloquium doctum - en verder met schrijven. Zijn literaire voorbeelden zijn Amerikaanse schrijvers als J.D. Salinger, Stephen King en David Benioff.

 
Ik kwam mijn vader laatst tegen, ik gaf hem een hand, en ik moest gelijk weer door

Deel dit artikel