Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik ben een kind van de jaren '60'

Home

Kristel van Teeffelen

Nieuwe Tweede Kamerleden bereiden zich dit zomerreces voor op hun eerste parlementaire jaar. Trouw gaat op zoek naar wat hen drijft in de politiek. Vandaag: Magda Berndsen-Jansen van D66.

den haag – Dat ze nog op haar zestigste Kamerlid zou worden, had Magda Berndsen-Jansen niet verwacht. Ze was gemeenteraadslid in Boskoop, burgemeester van Obdam en Beverwijk en korpschef van Gooi- en Vechtstreek en Friesland. Toen lijsttrekker Alexander Pechtold vroeg of ze zich verkiesbaar wilde stellen voor D66, zei ze eerste nee. „Dan moest ik met pijn in mijn hart afscheid nemen van de politieorganisatie. En bovendien was ik net naar Friesland verhuisd. Ik krijg mijn man daar echt niet weer weg.”

Toch zei ze uiteindelijk ja. „Ik vind Kamerlid zijn iets moois. Helemaal nog op mijn zestigste. Het lijkt me vreselijk saai om te moeten stoppen met werken. Ik wil dingen voor elkaar krijgen. Op deze manier kan ik juist iets voor de politie doen. De bodem van wat de organisatie aan bezuinigingen aankan, is wel een keer bereikt. Als burgemeester ben ik heel erg van de politie gaan houden. Het zijn loyale, hardwerkende mensen. Je merkt de betrokkenheid. Het is een soort familie. Dat ga ik missen.”

Berndsen-Jansen werd in 1980 lid van D66 omdat ze ’een kind van de jaren zestig’ is. „De vrije keuze die mensen hebben, vind ik belangrijk. Ik ben voor maximale zelfontplooiing, uiteraard wel binnen de grenzen van onze rechtstaat. Je moet niks en mag veel.”

Ze was altijd al politiek geïnteresseerd. „Mijn vader was actief bij de Anti-Revolutionaire Partij. Er werd dus veel over politiek gesproken thuis. Dat heeft mij wel gevormd.”

Eind jaren tachtig stond ze al een keer op de kandidatenlijst van D66 voor de Tweede Kamer. Op een onverkiesbare plaats, dat wel. „Ik heb dat toen niet doorgezet, omdat ik het advies kreeg om burgemeester te worden.” Daaraan voegt ze toe: „Het lijkt wel of ik niets zelf bedenk, hè?”

In de Kamer gaat ze zich bezig houden met veiligheid, politie en justitie.

Berndsen-Jansen: „Ik ben vooral bestuurder geweest. Nu ben ik opeens politica. Dan moet je het politieke spel spelen en dat is nieuw.”

Samen met haar man woont Berndsen-Jansen in het Friese Birdaard. „Ik ben geen geboren Friezin. Maar ik vind het een prachtige provincie. Ik hou van ver weg kunnen kijken, van de rust en de ruimte. Het waait er bovendien altijd. Dat maakt je hoofd leeg. Ik kan dan even afstand nemen van Den Haag. Dat is goed om je weer op te laden voor een nieuwe werkweek.”

Dat betekent niet dat ze tegen de hectische werkweken opziet: „Ik zie nergens tegenop. Politiechef ben je ook 24 uur per dag. Dat is mij niet vreemd. Ik heb twintig jaar met mijn telefoon naast mijn bed geslapen. Dat hoeft nu niet meer. Eigenlijk is dat voor mij een luxe.”

Deel dit artikel