Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Ik ben een heel speciaal en bijzonder kind’

Home

Seada Nourhussen

De jeugd heeft een stem die, mede dankzij de computer en de mobiele telefoon, steeds luider klinkt. En kinderen krijgen bijna nooit meer ’nee’ te horen, zeggen deskundigen. Maar het daaruit voortvloeiende narcisme heeft ook positieve kanten.

’Met één mailtje via zijn blackberry aan honderden contacten zette een zeventienjarige jongen heel Nederland op zijn kop. Binnen een half uur gingen overal duizenden boze jongeren de straat op om te demonstreren. Het ging zo snel dat de media het niet bijhielden.”

Huub Nelis van communicatiebureau Young Works heeft het over Sywert van Lienden uit Ermelo. De voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks) was eind november 2007 met zijn handcomputer één van de aanstichters van de massale scholierenacties tegen de 1040-urennorm.

De uit de hand gelopen protesten, waarbij ook straatmeubilair en autoruiten sneuvelden, waren constant het middelpunt van de media-aandacht. Binnen twee weken was Van Lienden, naar eigen zeggen, met zijn club zes keer de opening van het NOS-journaal.

Als een volleerd politicus stond de jongen de landelijke media te woord en liep hij met stevige pas door de gangen van de Tweede Kamer. De demonstraties leidden tot steun van honderd scholen aan de eisen van het Laks, meerdere debatten in de Tweede Kamer én een versoepeling van de urennorm door de staatssecretaris van onderwijs. Eerder deze week eiste de VO-raad, de koepel van middelbare scholen, tijdens een versnelde ledenraadpleging een onderzoek door een commissie van wijzen. Daarmee kozen de scholen de kant van de scholieren en niet van de staatssecretaris.

„Toen ik voorzitter was, vergaderden wij in de stationsrestauratie en moesten we ons glaasje fris en treinkaartje zelf betalen”, zegt Erik Hordijk (40), 24 jaar geleden de allereerste voorzitter van het LAKS. Met bewondering heeft hij gekeken hoe zijn huidige opvolger alle acties en de media-aandacht rond de urennorm regisseerde. „Zo’n grote demonstratie heb ik nooit geleid.”

Hebben Van Lienden en zijn generatiegenoten nu meer invloed dan Hordijk in de jaren tachtig? „Wij hadden ook gesprekken met de staatssecretaris, hoor. Maar wij hadden geen betaalde medewerkers, niet eens een kantoorruimte”, zegt Hordijk. „Wij hadden natuurlijk ook geen website, mobieltje of blackberry. De technologische ontwikkelingen gaven jongeren een veel groter podium. Daarbij waren wij natuurlijk vooral bezig alles op te zetten. Zoals de eindexamenklachtenlijn, het contact met alle ministeries , het leerlingenstatuut geïntroduceerd, en de infrastructuur opgezet. Ik vind het erg knap hoe Sywert en zijn collega’s de politiek beïnvloeden, maar ze borduren wel voort op het werk van hun voorgangers.”

Toch is er met de jongeren anno 2008 iets aan de hand. Jongeren lijken zichzelf steeds serieuzer te nemen en krijgen daar tegelijkertijd vaker de ruimte voor. Illustratief is de installatie van het jongste kamerlid ooit. De 20-jarige SP’er Farshad Bashir – student en nog maar 19 toen hij werd benoemd – mag zich sinds dit jaar volksvertegenwoordiger noemen. Een verontwaardigde lezer van Trouw uit Delft vroeg zich in een ingezonden brief af wat de SP bezielde om ’één van de hoogste en meest complexe functies in Nederland’ aan iemand van deze leeftijd te vergeven. Het kon niet om zijn bestuurlijke ervaring gaan, die heeft Bashir namelijk niet. „Zijn verdienste is dat hij twintig jaar is. Applaus”, besloot de lezer zijn brief sarcastisch.

Jongeren als Van Lienden en Bashir staan model voor een generatie die meer macht heeft dan ooit. Overal in het land zijn zij vertegenwoordigd in jongerenraden en debatclubs. De jeugd heeft een stem en laat die luid en duidelijk horen. Volwassenen laten op hun beurt de oren graag naar de jeugd hangen. Ze doen zelfs alles om hun aandacht te krijgen.

„Dat zie je aan zo’n rappende minister Donner en een jumpende vice-premier Rouvoet”, zegt jongerenonderzoeker Paul Sikkema van Qrius. Volgens hem zijn jongeren een schaars en dus gewild goed. „Er zijn niet zo veel jongeren en ze worden dus ook niet goed vertegenwoordigd. Ze zijn de kiezers van morgen en het antwoord op de vergrijzing. Daarom is de volwassen wereld zo in ze geïnteresseerd.” Ook omdat ze dingen doen die afwijken van de norm, denkt Sikkema. „In negatieve zin is dat bijvoorbeeld alcoholmisbruik. In positieve zin is dat hun enorme kennis van digitale media.”

En jongeren weten zelf heel goed dat ze een machtspositie hebben. „Kinderen zijn het inmiddels gewend dat er naar ze geluisterd wordt”, zegt Nelis van Young Works. „Jongeren die nu tussen de tien en de twintig jaar zijn, zijn erg verwend. Ze hebben voornamelijk de pieken van de economie meegemaakt, stellen veel eisen aan het leven. En als ze hun zin niet krijgen, gaan ze lawaai maken. Dat blijkt uit de, overigens zeer terechte, scholierenprotesten van vorig jaar.”

Die ontwikkeling is volgens Sikkema van Qrius ingezet rond de jaren negentig. „Jongeren werden economisch interessant. Ze kregen meer geld door goedbetaalde bijbaantjes. Inmiddels worden ze beschouwd als een relatief kapitaalkrachtige groep. Nu is dat overgegaan in een groep die ook op politiek en sociaal vlak iets in te brengen heeft.”

Volwassenen hebben nu oog voor het feit dat jongeren geëngageerd zijn. Sikkema: „Lang werd aangenomen dat ze zich alleen interesseerden voor spullen, uitgaan en hun eigen belevingswereld. Maar jongeren maken zich erg druk over integratie, het klimaat en veiligheid.”

Nelis van Youngworks denkt ook dat jongeren maatschappelijk betrokken zijn. „Maar vaak is dat oppervlakkig. Ze dragen een PLO-sjaal of een T-shirt met Che Guevara, wetend dat het iets politieks betekent.” Maar de precieze geschiedenis achter deze symbolen kennen ze niet, ze dragen het vooral omdat het in de mode is. „Toch maken ze ook er een statement mee en dat is wat ze willen. Ze zeggen: ik heb enige diepgang. Ze zoeken inhoud in de vorm.”

Het typerende aan de huidige generatie jongeren is dat ze zo zichtbaar zijn. Nelis: ,,Ging je vroeger op een kist staan om je zegje te doen, nu hoeven jongeren maar achter hun computer te kruipen om miljoenen mensen te laten weten wat ze vinden en wie ze zijn. Dat leidt, soms geheel onbedoeld, tot macht.”

Het opvallendste is volgens Nelis dat jongeren alle mogelijkheden tot zichtbaarheid ook heel graag gebruiken. ,,Elke tiener heeft een profiel van zichzelf op internet. Op sites als Partypeeps en Sugababes laten honderdduizenden jongeren allerlei intieme details van zichzelf achter. Ze stellen zich enorm kwetsbaar op. Ze vertellen waar ze van houden, wat ze ergens van vinden en laten zelfs zien wat ze kunnen: zingen en dansen.”

Waar komt die drang tot profileren vandaan? „Er is heel veel nadruk gekomen op het zelf, het ego”, zegt kinderpsycholoog Sander Thomaes, die kinderen tussen de negen en de zestien jaar onderzoekt op narcisme en agressie. „Kinderen willen presteren, anders zijn dan de rest. Dat wordt ook vanuit de ouders gestimuleerd. De gedachte is dat je eerst een positief zelfbeeld moet hebben, dan komt alles in orde. Zelfwaardering wordt gezien als een oorzaak van goed presteren, in plaats van als een gevolg. Een klassieke denkfout.”

De ’lentecultuur’ noemt psycholoog Jan Derksen van de Nijmeegse Radboud Universiteit dat. „We prijzen onze kinderen constant om niets. Maken ze een tekening dan complimenteren we ze alsof ze de nieuwe Miró of Picasso zijn. Kinderen denken daarom dat ze alles kunnen én dat alles om hen draait.”

Via een zelfgemaakte ’narcismeschaal’ kwam Thomaes erachter dat kinderen narcistischer zijn geworden. „We wierpen stellingen op als ’zonder mij zou deze klas minder leuk zijn’ en ’ik ben een heel speciaal en bijzonder kind’. Meer kinderen dan verwacht waren het met die uitspraken eens.” Uit Amerikaans onderzoek, dat volgens Thomaes letterlijk te vertalen is naar West-Europa, blijkt dat de gehele samenleving narcistischer is geworden. Opmerkelijk: wie nu ’gemiddeld’ scoort op narcisme, zou twintig, dertig jaar geleden als een probleemgeval gelden.

De deskundigen zijn het erover eens: de grenzeloze keuzevrijheid en nadruk op het ego is niet goed voor jongeren. Nelis: ,,Jongeren horen bijna nooit meer ’nee’. Scholen en ouders durven geen kaders te stellen. En jongeren zijn zich zó ontzettend bewust van hun keuzevrijheid, dat ze daardoor juist geen beslissingen durven nemen. Ze raken verlamd, want stél je voor dat ze de verkeerde keus maken, dat is in hun belevingswereld funest.” Resultaat: veel uitstelgedrag. „Jongeren blijven langer thuis wonen, kunnen slechts lastig een studie kiezen en schorten de partnerkeuze zo lang mogelijk op.”

Sikkema noemt de nadruk op het ego zelfs gevaarlijk. „Veel jongeren hebben namelijk een irreëel beeld van hun kunnen. Roem, een goede baan, geld; het ligt in hun wereld allemaal binnen handbereik. Dat komt door talentenjachten als Idols, die directe sterrenstatus beloven.” Maar ook door internetsites zoals Youtube, waar een onbekend meisje als de 18-jarige Esmée Denters na het plaatsen van een filmpje met haar zangkunsten opeens wereldberoemd werd. Ze heeft inmiddels gezongen met superster Justin Timberlake en deed haar verhaal bij Oprah Winfrey. „Veel jongeren denken; dat moet mij ook wel lukken. Maar als dat niet gebeurt, kan dat enorme teleurstellingen en frustraties geven.”

En gekrenkte ego’s kunnen gekke sprongen maken, zegt kinderpsycholoog Thomaes. ,,De scholieren die het bloedbad op de Amerikaanse Columbine High School aanrichtten, hadden ontzettend opgeblazen ego’s. De Koreaanse jongen die zijn medestudenten op de Amerikaanse universiteit Virginia Tech vermoordde ook. Uit mijn onderzoek blijkt dat kinderen met een overdreven positief zelfbeeld stukken agressiever zijn dan anderen.”

Ook Jan Derksen, hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit, vindt dat jongeren meer grenzen moeten krijgen. Maar volgens hem, van wie vorig jaar het boek ’Zijn we wel narcistisch genoeg?’ verscheen, zitten er ook positieve kanten aan. Narcistische trekjes kunnen in deze prestatiegerichte samenleving erg handig zijn, om niet te zeggen broodnodig.

„Narcistische types hebben doorgaans de neiging zichzelf op de kaart te zetten. Het zijn mensen die zichzelf willen bewijzen en het beste uit zichzelf willen halen.” Deze drang tot presteren past volgens Derksen in de westerse cultuur en is de brandstof voor onze economische vooruitgang. „We moeten dus niet gek opkijken als onze kinderen inderdaad meer met zichzelf bezig zijn. Dat eisen wij namelijk van ze.”

Deel dit artikel