Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik ben een enorme doordrammer'

Home

TEKST SOFIE CERUTTI FOTO'S MERLIJN DOOMERNIK

Journalist Coen Verbraak maakt het televisieprogramma 'Kijken in de ziel'. Nog twee series wil hij draaien: met grote ondernemers en met religieuze leiders. Dan stopt hij.

Les 1

Wees overmoedig

"Ik wilde heel graag naar de School voor Journalistiek. In Tilburg probeerde ik het, later in Kampen. Om een of andere reden was me verteld dat ik vooral níet naar Utrecht moest. Ik werd twee keer uitgeloot. Heel jammer vond ik toen. Je kunt niet eindeloos blijven wachten tot je op zo'n school komt. Toen ben ik maar geschiedenis gaan studeren. Ik wist al vanaf mijn twaalfde dat ik journalist wilde worden, en die droom was niet ineens verdwenen. Ik moest het op een andere manier aanpakken. Gewoon zien te beginnen in de praktijk.

Mijn lerares Frans op de middelbare school wees me op Vrij Nederland. Ik las het wel eens, in de bibliotheek. Ik schreef een brief aan adjuncthoofdredacteur Joop van Tijn, waarin ik vertelde dat ik journalist wilde worden, en hem vroeg hoe ik dat moest aanpakken. Ik was een jaar of zeventien. En verdomd, hij belde me op, of ik een keer wilde langskomen op de redactie. We hebben een hele middag zitten praten. Op dat moment vond ik het heel logisch dat hij tijd voor me had. Jeugdige overmoed, denk ik. Ik zei dat ik eigenlijk al journalist was, want ik schreef toen voor een krantje in Roden, waar ik woonde: Het Roder journaal. Nou, zei hij: stuur die stukjes dan maar eens op. En die kreeg ik ook echt teruggestuurd, geredigeerd en wel. Met opmerkingen in de kantlijn: dit is geen goed begin, draai dit eens om. Het was natuurlijk geweldig, dat hij die moeite nam. Maar dat zag ik toen helemaal niet zo. Ik was zelfs enigszins verbaasd dat hij die stukjes niet zó al geweldig vond. Hahaha!"

Les 2

Wees nieuwsgierig

"Je hoort vaak zeggen dat studenten almaar slechter worden. Maar dat zie ik helemaal niet. Ik geef elk jaar een serie colleges aan de UvA over interviewen, en het valt me juist vaak op hoe doelgericht en gemotiveerd veel studenten zijn. Ze hebben soms twee studies gedaan, doen allerlei dingen ernaast. Vergeleken bij hen was ik vroeger best lui, denk ik. Ik hing heel veel in de kroeg. Toen ik mijn vrouw ontmoette, zei ik dat ik voor Elsevier werkte. Dat was ook wel zo, maar ik maakte daar misschien twee stukken in een jaar.

Studenten moeten nu waarschijnlijk meer doen om aan het werk te komen. Een brief schrijven aan een hoofdredacteur, en dat je dan wat stukken mag opsturen die serieus bekeken en bekritiseerd worden, dat is er nu niet meer bij. Maar het mooie is: journalistiek is nog steeds een vrij beroep. Als je nieuwsgierig bent en die nieuwsgierigheid aan anderen wilt meedelen, dan ben je eigenlijk al journalist. Dat is wel een voorwaarde; als je niet nieuwsgierig bent, moet je echt iets anders gaan doen."

Les 3

Televisie, dat is vrij dun

"Ik wilde ook radio maken. Dat is een vak apart, dat vergt echt wel wat training, maar ja, dat was die jeugdige overmoed weer, denk ik: dat ik dacht dat ik dat gewoon wel kon. Een zomer lang heb ik gewerkt om een opnameapparaat te kunnen kopen, en toen heb ik me gemeld bij een literair programma, 'Het zout in de pap'. In 1986 was dat. Ik belde die redactie gewoon op en maakte een item voor ze.

Radio vind ik nog steeds het leukste om te doen, maar schrijven zie ik echt als mijn vak. Dat ambachtelijke, dat is erg leuk: je ziet meteen of iemand het niet goed beheerst. Televisie, dat is vaak vrij dun, hoor. Mensen worden er suf geïnterviewd, en het meeste gaat het ene oor in en het andere uit. Schrijven, dat is echt iets wat je moet kúnnen."

Les 4

Dram af en toe door

"Ik ben een ontzettende doordrammer. Als ik iets wil, krijg ik het altijd voor elkaar. Nou ja, bijna altijd. Die documentaire over Van Kooten en De Bie bijvoorbeeld, die begin dit jaar is uitgezonden, daar ben ik bijna zeven jaar mee bezig geweest. En dan vooral om ze te overtuigen eraan mee te werken. In 2005 hebben we er een paar keer serieus over gesproken, maar tot echte spijkers met koppen kwam het nooit. Toen heb ik ze een keer gevraagd: 'Willen jullie het wel echt?' En het antwoord was: 'Nee, eigenlijk niet'. Dan ben ik heel, heel erg in mineur. Daar heb ik écht last van. En ik kan er dus ook niet in berusten; met tussenpozen blijf ik er dan steeds op terugkomen. Sommige mensen vinden je dan verschrikkelijk, maar dat hoort er ook bij.

Een jaar of twee geleden interviewde ik Kees van Kooten voor Vrij Nederland, en toen begon ik er wéér over. Ik zag hem kijken van: 'O god, daar heb je hém weer'. Maar ik moest het toch nog eens proberen. Later hebben ze het nog eens samen besproken, en besloten dat het toch door moest gaan. Ik weet het nog goed, ik kreegeen mailtje van Kees, op Sinterklaasavond. Dat zijn wel momenten van... Zoiets is voor mij geen werksucces, maar echt een geluksgevoel. Dan ben ik zo blij als die jongen van zeventien."

Les 5

Geïnterviewd worden is ook een talent

"De eerste serie 'Kijken in de ziel' die ik maakte, waren interviews met twaalf psychiaters. Ik had dat format bedacht, hoewel het eigenlijk nauwelijks een format te noemen is: ik spreek steeds een-op-een iemand over het vak, over de dood, over fouten, over medicijnen, over zijn of haar persoonlijke leven. Lange gesprekken van twee, drie uur, die ik daarna door elkaar snijd. Doordat ik ze voortdurend elkaars opmerkingen voorleg, creëer je een rondetafelgesprek, terwijl er in werkelijkheid steeds maar één persoon aan tafel zit.

Televisie is een intimiderend medium; voor de geïnterviewde maar ook voor degene die het maakt. Met al die lampen, camera's en mensen om je heen heeft het niets weg van een gewoon gesprek. Met wie je ook te maken hebt, het begint altijd met vertrouwen. Je moet krediet zien te verdienen bij de ander. Iemand moet het aan jóu willen vertellen. En met een pistool op tafel lukt dat niet.

Na die eerste serie dacht ik: het is toch wel leuk om nog eens zoiets te doen, met een andere beroepsgroep. Eerst wilde ik rechters doen, maar uiteindelijk leek me dat toch erg lastig. Je wilt bijvoorbeeld aan iemand vragen: 'Van welke uitspraak ligt u nou nog wel eens wakker?' En dan zal geen rechter zeggen: 'Nou, in Alkmaar zit iemand al acht jaar vast, en dat vind ik eigenlijk nog steeds niet terecht.' Dus zijn het advocaten geworden, strafpleiters. Ook heel interessant hoor: dat zijn vaak heel uitgesproken mensen, en ook wel wat exhibitionistisch.

Tussendoor heb ik een korte serie met voetbaltrainers gedaan. En later politici, en nu artsen. De voetbaltrainers en politici ken je allemaal, en de meeste advocaten ook: Bert van Marwijk, Jolande Sap, Gerard Spong. Zij zijn heel getraind in het geven van interviews; ze doen het vaker dan ik. Terwijl psychiaters en artsen vaak voor het eerst voor een camera zitten. Soms moeten mensen daar erg aan wennen, maar ze komen dan ook bijna altijd heel puur over."

Les 6

Kijk een voorlichter altijd in de ogen

"Na de toptrainers dacht ik: lastiger dan dit kan het niet worden. Maar de politici waren oneindig veel moeilijker. In de eerste plaats kostte het heel veel moeite ze zover te krijgen dat ze meededen. Ik heb er wel dertig benaderd voor ik er elf bereid had gevonden. Sommigen namen niet eens de moeite om te reageren: Camiel Eurlings bijvoorbeeld. Je stuurt een brief, met een boekje en een dvd erbij, en je krijgt niet eens een éénregelig mailtje terug. En van de PVV wilde ik er heel graag iemand bij hebben, maar de voorlichters daar reageerden soms ook heel onbeschoft. Geert Wilders wilde er uiteindelijk niet aan meedoen. Hero Brinkman was wél enthousiast maar mocht uiteindelijk niet, van Wilders.

Politici weten precies wat ze willen zeggen en hoe. Sommigen hadden hun voorlichter bij zich, en voor je het weet, zijn ze dan voortdurend naar elkaar aan het seinen. Dat heb je natuurlijk snel door, en dan maak je een opstelling waarbij de geïnterviewde en de voorlichter elkaar niet direct kunnen zien. We hebben er gewoon een schermpje tussen gezet. Daar moet je ook alert op zijn bij interviews voor de krant: als je zó gaat zitten dat je zelf oogcontact hebt met de voorlichter, is er geen probleem. Maar ik moet ook zeggen: de mensen die uiteindelijk meededen, die hadden ook écht iets te vertellen. Iemand als Jan Marijnissen, die is fantastisch om naar te luisteren. Dan voel je echt dat het politici van statuur zijn. Dat ze er stáán."

Les 7

Journalisten zijn ijdel, natuurlijk

"Nerveus ben ik niet meer, voor interviews. Ja, als je met vier man naar München afreist om Louis van Gaal te interviewen, ben je wel een beetje gespannnen. Maar het is meer dat ik dan geconcentreerd ben, gemotiveerd. Ik heb er altijd zin in.

Een nieuwe serie 'Kijken in de ziel' wil ik zeker nog maken, maar niet met journalisten, nee. Voor de krant heb ik vaak journalisten geïnterviewd: van Rob Trip tot Willibrord Frequin en van Matthijs van Nieuwkerk tot Andries Knevel. Dat was meestal heel interessant en leuk om te doen. Maar voor televisie... dat is toch een beetje incestueus, vind ik.

Ik doe voor de komende serie topondernemers. Daar ben ik nu mee bezig - alleen in mijn hoofd hoor. Ik heb nog niemand benaderd. En daarna religieus leiders, over grote levensvragen. En dan houd ik op met 'Kijken in de ziel'.

Journalisten zijn, als het goed is, dienstbaar aan hun onderwerp, maar het zijn ook ijdele mensen.

Als ik over mezelf spreek, zeker. Ik kan ook heel slecht dingen uit handen geven: ik zit altijd bij de montage van het programma. Elke dag. En bij de kleurcorrecties. Voor het eerst, na vijf series, heb ik nu besloten dat ik het maken van de promo'tjes, die aankondigende filmpjes, overlaat aan mensen wier vak het is. Voor het eerst! Dat heeft ziekelijke kanten, hoor."

Coen Verbraak

Coen Verbraak (1965) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij maakte vanaf 1986 documentaires en interviews voor de radio en later ook voor televisie. Hij interviewde cabaretiers, politici, artsen, journalisten, sporters en vele anderen voor onder meer Vrij Nederland, de Volkskrant en NRC Handelsblad. In 2009 maakte hij de eerste serie 'Kijken in de ziel', waarin hij twaalf psychiaters interviewde over hun beroep en hun leven. Het werd een documentaire in zes delen; later bundelde hij de interviews, uitgegeven door de Bezige Bij. Het concept werd herhaald met voetbaltrainers, advocaten, politici en artsen. Het boek 'Kijken in de ziel. Politici' is net uitgebracht; 'Kijken in de ziel. Artsen' is recent uitgezonden door de NTR, het boek komt in april uit.

Deel dit artikel