Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Iemand zacht en vredig laten inslapen is ook heel mooi'/Huisarts Laane begeleidt in zijn praktijk veel aidspatiënten in de terminale fase

Home

ALDERT SCHIPPER

AMSTERDAM - Sterven langs de weg van euthanasie of hulp bij zelfdoding vindt in Nederland vooral thuis plaats. Bejaardentehuis (vier procent) en verpleeghuis (vijf procent) hebben weinig te betekenen als het om euthanasie gaat. Het ziekenhuis neemt 34 procent van de gevallen voor zijn rekening. De eigen huisarts wordt bij zes van de tien gevallen van euthanasie ingeschakeld.

In het doorsnee verpleeghuis wordt voor een bewoner in terminale fase doorgaans een palliatieve behandeling gereserveerd. Dat wil zeggen, dat het lijden van de patiënt zoveel mogelijk wordt verlicht. “Vanzelfsprekend betekent het toedienen van bepaalde pijnstillers verkorting van het stervensproces”, zegt dokter H. M. Laane. Hij is huisarts in de Amsterdamse wijk Gaasperdam en heeft relatief veel bejaarden en hiv-patiënten onder zijn clientèle.

Laane is betrokken bij een internationale studiegroep inzake zelfmoord, euthanasie en hulp bij zelfdoding bij hiv- en aids-patiënten. “Van de mensen die door hiv worden geïnfecteerd, sterft 95 procent binnen tien jaar. En bij de huidige stand van de medische kennis zie ik daar in de toekomst weinig verandering in komen. Nadat bekend wordt dat iemand sero-positief is, passeert hij of zij steevast de bekende stations, opstandigheid, ontkennen en ten slotte aanvaarden. Ik moet natuurlijk praten over de vraag of men het de familie en de partner moet zeggen, en wat je op het werk moet zeggen.”

“Wie tot aanvaarding is gekomen, heeft behoefte om ook over het levenseinde te spreken. Ik merk dan al gauw of iemand zich wil oriënteren op de mogelijkheden. Een enkeling komt meteen met een euthanasie-verklaring.”

Als hij bij iemand euthanasie toepast, ervaart Laane “tegenstrijdige gevoelens”. “Als arts zijn wij opgeleid om het leven van mensen te dienen. Het geven van euthanasie is op het eerste oog daarmee in strijd. Maar wanneer we met iemand alles hebben geprobeerd, is het ook heel mooi, wanneer je iemand zacht en vredig kan laten inslapen, omringd door familie en vrienden. Als de datum is vastgesteld, zie ik die mensen nog langskomen. Op zo'n manier afscheid nemen, geeft voldoening. Ikzelf denk dan als het gebeurd is, dat het toch goed gegaan is.”

Laane haalt een rapport tevoorschijn, dat hij in geval van euthanasie schrijft. Het is een uitvoerige uiteenzetting waarin de ziekte van de patiënt wordt omschreven. In een bibberig handschrift besluit het document met de omstandigheden van de dood zelf: 'enkele familieleden er bij, een vriendin aan het bed, een vredig inslapen'.

De dokter heeft, voor wetenschappelijke doeleinden met een video-camera enkele gesprekken vastgelegd. We zien een 43-jarige boekbinder met aids in vergevorderd stadium. Hij is blind, maar zegt: “Ik ben niet zeker van de grens, waarop het voor mij gedaan is met leven. Ik probeer nog zoveel mogelijk door te leven.” De internist zegt: “Het is een absolute survivor. Hij doet alles om zo lang mogelijk bij zijn vrienden te blijven.” De boekbinder geeft als grens aan: “Als ik in coma raak, mag het leven stoppen.”

De dokter zet uiteen dat er van pijn geen sprake zal zijn. “De patiënt moet beslissen wanneer de grens is bereikt. Soms gaat de patiënt verder dan ik zou doen, soms dringt de patiënt aan op euthanasie op een moment, dat ik zelf denk dat het nog niet hoeft. Bij iemand die niet tot het einde is gegaan met de beschikbare geneesmiddelen, vind ik het moeilijk om euthanasie toe te passen. Als iemand mij om stervenshulp vraagt, stel ik een nauwe relatie met de patiënt als vereiste. De arts en patiënt groeien als het ware samen naar het moment toe.” De dokter stelt de patiënt, die aandringt op euthanasie, de vraag of hij niet nog een maand of een week verder wil. “Nee”, antwoordt de man, “dit is de grens. Ik wil het nu.”

De boekbinder ondertekent enkele formulieren. Dan wordt de afspraak gemaakt voor de laatste medische ingreep. Afgesproken wordt dat hij zelf het euthanaticum, een drankje, zal nemen. Laane vertelt dat het bij deze patiënt ten slotte niet hoefde. “Hij overleed een dag voordat het zou gebeuren. Dat zie ik wel vaker. De toezegging van euthanasie is voor de patiënt de zekerheid dat er een oplossing is als het lijden echt ondraaglijk wordt.”

Laane heeft zijn vrienden met aids, S. en K., begeleid die vlak bij zijn praktijk in Gaasperdam woonden. Het is zomer 1994 als de eerste gesprekken worden vastgelegd op de video. “We zijn dertien jaar bij elkaar”, vertellen ze.

De een is leraar, de ander welzijnswerker. De sterk vermagerde welzijnswerker ligt op de sofa en heeft het bijna altijd koud en is gauw moe. De leraar heeft door een hersenontsteking het beheer over zijn spraakvermogen deels verloren. Zij behoren tot de eerste generatie sero-positieven en hebben tien jaar lang meegewerkt aan de cohort-studie van de Amsterdamse GG & GD.

S. vertelt dat hij tien jaar lang nergens last van heeft gehad. Twee en half jaar geleden begon de ontsteking in het hoofd. Ze kennen Laane al tien jaar en hebben al die tijd openlijk over euthanasie gesproken. “Het is niet de angst voor pijn. Het is de zinloosheid van het doorleven zonder toekomst. Elke keer moet je weer naar het ziekenhuis voor een behandeling. Beter word je toch niet. Maar zo lang ik nog dingen kan doen die leuk zijn, bijvoorbeeld als er vrienden komen, schuift de grens steeds verder op.”

“Vorig jaar was ik een tijd lang depressief. Toen weerhield het samenzijn met K. mij er nog net van om euthanasie te vragen. Als ik alleen was geweest, was ik allang zo ver geweest. Nu merk ik dat ik nog niet aan euthanasie toe ben: ik kan de krant nog lezen en meeleven met het paarse kabinet. Soms kunnen we nog buiten de deur gaan eten. Maar ik ben bang voor het verder aftakelen, dat ik dement kan worden.”

De vriend K. merkt dat zijn leven nog zin heeft, zolang hij voor S. kan zorgen. “Als S. dood is, mag het ook voor mij zijn afgelopen.”

Het spreken over het levenseinde is onder homoseksuele mannen algemeen geworden. Bijna iedereen kent wel een vriend, die heeft geleden. Voor sommigen is de christelijke ethiek nog een drempel, maar S. en K. hebben dat achter zich gelaten. K. zegt: “We zijn beiden gedoopt, maar de kerk heeft zich er niet mee te bemoeien in veroordelende zin. We hebben, nog voordat de aids volledig uitbrak bij ons, besloten via euthanasie het leven te verlaten. Die wens is constant bij ons gebleven.”

Laane reageert met de verzekering dat hij kan zorgen voor een goede pijnbestrijding. “Dan kun je op natuurlijke wijze sterven”, houdt hij de twee voor. “Ik kan het me voorstellen voor anderen”, antwoordt S., “maar niet voor mij. Ik wil bij vol bewustzijn tegen de dokter kunnen zeggen: 'kom zondag maar langs'. Ik hoef niet koste wat kost euthanasie, maar het kan op een moment zover zijn, dat ik het zat ben. Dan zeg ik tegen mijn familie dat ze deze week nog langs kunnen komen.”

Eind 1994 wordt een laatste stukje gesprek opgenomen. Was S. er een paar maanden eerder van de twee het slechtst aan toe, nu is K. ineens sterk achteruit gegaan. “Ik heb alles geprobeerd. Ik lig de uren maar weg te tellen en ben constant misselijk. Om het uur moet ik braken. Ik heb vreselijke dorst, maar ik kan niet drinken. Bij het minste of geringste ga ik huilen. Ik bleef nog op de been, omdat ik voor S. wilde zorgen, maar nu kan ik dat niet meer. Zonder euthanasie zou het een lijdensweg worden. Ik wil op waardige wijze afscheid nemen. Ik ben het spuugzat.” Hij kan zelfs nog even lachen om deze dubbelzinnigheid.

Laane overlegt met K. wie er bij zullen zijn, als zijn vriend zal sterven. K. wil dat de buddy er als enige bij is. Hij laat zijn vriend liever in de andere kamer, maar S. is heel beslist. “K. zegt dat om mij te sparen. Ik wil er bij zijn.”

De video geeft weer hoe de dokter de technische afspraken maakt. Ze komen overeen, dat het middel dat K. zal doen inslapen, zal worden toegediend door middel van de port-a-cath, een speciaal voor injecties gemaakt plekje in de borst van K. “Het slaapmiddel brengt je in een steeds diepere slaap, die ten slotte in coma eindigt”, zegt Laane. “Ten slotte geef ik het middel dat je ademhaling en bloedsomloop stopt.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie