Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Iedereen die naar Groningen is gekomen heeft er zijn draai gevonden'

Home

Annemarie Kok

Zaterdag wordt de nieuwe bisschop van Groningen Willem Eijk gewijd. Hij gaat een groot bisdom met weinig katholieken leiden. Tweede man pater Grasveld vertelt over de lastige kanten en vooral over de charme van het diaspora-diocees: 'Het is zalig om een minderheid te zijn'. Priester Wellen en pastoraal werkster Dekker verhalen in het artikel daaronder over hun ervaringen in vijf Oost-Groningse parochies. 'In het zuiden zijn ze best jaloers op onze onderlinge band.'

De plaatsvervanger van de Groningse bisschop, vicaris-generaal Carl Grasveld (72), zegt het uit de grond van zijn hart: ,,Ik vind het zalig dat we hier een minderheidsgroepering zijn. Ik heb niets tegen katholieken hoor, maar het contact met andersdenkenden is zo waardevol. Ik zou niet willen ruilen met Limburg.''

Het noordelijke bisdom (Friesland, Groningen, Drenthe en de Noordoostpolder) is qua oppervlakte het op een na grootste in Nederland - iets kleiner slechts dan Utrecht. Maar met 125 990 ingeschrevenen van wie er in het weekeinde ruim achttienduizend in de kerk zitten, is 'Groningen' verreweg het kleinste diocees.

Officieel is slechts 7,4 procent van de totale bevolking in het bisdom katholiek. Ter vergelijking: In het een na kleinste bisdom Rotterdam is dat 19 procent en in het grootste 94 procent (Roermond). Landelijk bedraagt het aantal geregistreerde katholieken ongeveer dertig procent.

Grasveld kwam in 1964 vanuit Noord-Holland naar 'een kloostertje' in Drachten om leiding te geven aan franciscanen die sinds de jaren dertig contacten probeerden aan te knopen met de grote groep onkerkelijke Friezen en Drenten in de omtrek. Sommige minderbroeders deden dat vanuit het klooster, anderen hadden zich tussen de burgers gevestigd in wat zij uthoven noemden: dorpen als Gorredijk, Oosterwolde, Bergum, Roden en Beilen.

In andere al dan niet 'heidense' delen van het bisdom, dat tot 1956 bij het aartsbisdom Utrecht hoorde, waren in die jaren andere kloosterordes actief: de augustijnen in Witmarsum, de karmelieten in Zuidoost-Drenthe, de dominicanen in Leeuwarden, de jezuieten rond Groningen.

Niet overal zijn de katholieken dun gezaaid. Vanouds wonen er nogal wat rond Sneek en Bolsward, in Groningse dorpen als Uithuizen, Bedum en Kloosterburen en in het Drentse veengebied. Daar en in de diaspora probeerden mannelijke en vrouwelijke religieuzen met pastoraal en diakonaal werk de 'leefbaarheid' in hun omgeving te vergroten. Ze zetten bejaarden-, zieken- en gehandicaptenzorg op in de destijds ook maatschappelijk wat achtergebleven regio, stichtten rk scholen, gaven catechetische begeleiding aan ouders in plaatsen waar te weinig leerlingen waren voor katholiek onderwijs en organiseerden culturele activiteiten.

De religieuzen werkten nauw samen met katholieke leken, met protestanten maar ook met niet-christenen en andere maatschappelijke groeperingen. ,,Die brede opvatting van oecumene had hier al ver vóór het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) zijn intrede gedaan,'' zegt Grasveld. ,,Door de diaspora-situatie, de spreiding van weinig katholieken over een groot gebied, was er veel gelegenheid om te pionieren.''

Na de afsplitsing van het aartsbisdom - een erkenning van de 'eigenheid' van het noorden, hoe wankel de basis voor zelfstandigheid ook was - raakten de kloosterordes steeds meer verweven met de kerk van dit bisdom. Plekken waar levensvatbare katholieke gemeenschappen tot stand waren gebracht, werden officiële parochies.

In 1969 volgde de filosofieprofessor dr. J. B. Möller de eerste bisschop P. Nierman op en hij koos de franciscaan Grasveld als zijn rechterhand en vicaris-generaal. Grasveld verruilde toen het klooster voor een flat in Drachten. Driehoog vertelt hij, enigszins vermoeid na alle ophef over de nieuwe bisschop Wim Eijk, enthousiast over de actuele toestand van zijn bijzondere bisdom.

Nadelen van het 'diaspora-karakter' ziet hij nauwelijks. ,,Er komen wel heel veel taken op mij neer en ik zit veel in de auto, ook al omdat het openbaar vervoer hier slecht is. Maar aan de afstanden raak je gewend.'' Dat geldt volgens Grasveld ook voor de teams van priesters en pastoraal werkers en werksters die vaak een uitgestrekt gebied met verscheidene kleine parochies bedienen.

Een andere lastige kant, erkent hij, is de geringe belangstelling van pastores voor een baan in het noorden. ,,Dit gebied heeft toch nog altijd de naam een uithoek te zijn. Sommige gehuwde pastorale werk(st)ers willen per se niet naar een bepaalde plaats in verband met hun gezinssituatie.''

De aanwas van priesters en pastoraal werk(st)ers is te gering om het wegvallen van de oudere garde op te vangen. ,,Tussen '67 en '80 is er niet één priester gewijd voor dit bisdom. Tussen 1980 en nu waren het er twaalf, dus er is een zekere kentering, maar de leeftijdsopbouw van het priesterbestand is erg ongezond.''

Grasveld ligt er niet wakker van. Natuurlijk zijn er mensen die het betreuren dat er niet elke week een eucharistieviering in hun kerk is. ,,Maar er is wel altijd een prima verzorgde viering, met koor en al. En verhoudingsgewijs staan we er ook weer niet zo slecht voor. In andere bisdommen zijn net zo goed priesters te weinig.''

Liever weidt Grasveld uit over wat hij ziet als voordelen van de marginale positie van de rk kerk in dit 'idioot grote' gebied. ,,In het zuiden is het bijna vanzelfsprekend dat je katholiek bent. Bij ons worden mensen uitgedaagd bewust een keuze te maken. Er zijn dan ook veel parochianen actief als vrijwilliger.''

De wekelijkse kerkgang ligt iets hoger dan elders in het land: vijftien procent tegen bijvoorbeeld zo'n negen procent in het bisdom Breda. Maar vijfendertig jaar geleden lag het wekelijkse misbezoek in Groningen nog op vijfenzeventig procent.

,,Verder is er hier minder polarisatie: je bent wel gek om verschillen te gaan benadrukken als je met zo'n klein groepje bent. Wij proberen verscheidenheid juist positief te benutten. De omstandigheden dwingen ons samen te werken met anderen, dat vind ik enorm verrijkend. Niet iedereen hoeft katholiek te worden.''

Friesland telt de meeste rk gelovigen. Van de vijf dekenaten waarin het bisdom is verdeeld, zijn er drie in deze provincie: Heerenveen, Leeuwarden en Sneek plus de Noordoostpolder, hebben samen 41 parochies. Het vierde dekenaat omvat Drenthe en de Groningse 'Kanaalstreek', met in totaal 25 parochies. In de rest van de provincie Groningen zijn negentien parochies. Door de ontwikkeling van steden en vooral dorpen zijn de katholieken tegenwoordig wel wat evenwichtiger over het bisdom verdeeld dan vroeger, zegt Grasveld.

Wat hem ook bevalt, is de kleine afstand tussen 'de top' van het bisdom en de parochies. ,,We hebben jaarlijks een gezellige personeelsdag en we zijn dan met zo weinigen dat we geen bussen hoeven te huren om ergens samen naar toe te gaan. Iedereen kent elkaar. De bisschop komt ook overal en kan veel persoonlijker contact hebben met mensen.''

Maar pater Grasveld bestrijdt dat in dit verder van Rome gelegen bisdom de katholieken zich meer vrijheden veroorloven dan elders. ,,Omdat we een jong bisdom zijn, zijn dingen hier niet zo vastgeroest. Maar we houden ons hier weldegelijk aan de regels. Ik heb me zeer geërgerd aan geluiden dat onder bisschop Möller (die dit jaar overleed, red.) alles kon. Dat is helemaal niet zo. Möller luisterde heel goed naar de paus. Alleen: wij hebben bepaalde mogelijkheden, zoals de samenwerking met anderen, meer en eerder benut.''

Hij is niet bang dat de nieuwe bisschop de gang van zaken in het rustige bisdom zal komen verstoren. Dat Eijk bijvoorbeeld niets zou moeten hebben van oecumene - Grasveld zegt: ,,Waar halen ze het vandaan? Hij komt zelf uit een gemengd huwelijk voort.''

Bovendien: ,,Een bisschop is natuurlijk belangrijk, maar hij is niet de enige die wat te vertellen heeft. Toen Eijk me liet merken dat hij opziet tegen de verantwoordelijkheid voor het bisdom, heb ik hem ook gezegd: Verantwoordelijkheid draag je met elkaar.''

Grasveld: ,,Van opheffing van dit bisdom, na de dood van Möller, is intern nooit sprake geweest. Ik was wel verrast over de benoeming van Eijk; ik kende hem helemaal niet. Maar ik heb lang met hem gepraat en merkte dat onze manier van werken hem aanspreekt. We moeten afwachten. En ach, iedereen die hier is komen werken, heeft zijn draai gevonden. Ik verwacht dat dat ook voor Eijk zal gelden.''

Deel dit artikel