Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Homo' roepen is mannelijkheid tonen

Home

Angela Crott

Pubers zijn niet zo subtiel. © anp

Puberjongens hebben hun eigen manier om man te worden, legt historica, schrijfster en jongensdeskundige Angela Crott uit.

In haar essay over transgenders schrijft genderhistorica Geertje Mak dat pubers elkaar genadeloos afstraffen bij elke lichte afwijking van de gendernorm en dat 'homo' als scheldwoord in brugklassen welig tiert.

Als jongensdeskundige wil ik deze beweringen in een wat positiever daglicht stellen. Van een genadeloze afstraffing is volgens mij vaak geen sprake. De jongens die mijn man in de trein tegenkwam en die 'homo's!' riepen tegen de jongens in de coupé die ze passeerden - en als antwoord 'flikker op!' kregen - waren eerder bezig met een opgewekte begroetingsceremonie.

Jongens dagen elkaar uit. Ze zeggen dingen tegen elkaar die je als meisje niet tegen een vriendin kunt zeggen omdat je daarmee de vriendschap beëindigt. Dat is bij jongens anders. De vriendschap wordt er eerder door verstevigd. Zo begroette mijn jongste zoon zijn vrienden steevast met 'wat heb jij een lelijke kop zeg!'

Lees verder na de advertentie

Begroetingswoord
Waarom roepen puberjongens zo vaak 'homo' naar elkaar? Omdat 'homo' niet alleen voor een scheldwoord, maar ook voor een begroetingswoord staat. Misschien is het wel allereerst een soort begroetingswoord. Je kunt elkaar natuurlijk ook anders begroeten, maar jongens zijn niet zo subtiel. Zeker niet als vanaf een jaar of twaalf hun testosteronniveau toeneemt. Dat is een biologisch gegeven. En dit biologische gegeven speelt op in de puberteit.

Dat 'homo' als begroetingswoord kwetsend kan worden ervaren door mensen met een seksuele voorkeur voor hetzelfde geslacht, is niet meteen iets waar jongens zich zorgen om maken. Hoe groter de hoeveelheid testosteron in het bloed van een jongen, hoe meer dit een rem zet op zijn vermogens zich in te leven in de gevoelens van anderen, laat onderzoek zien. Daar kun je met omgevingsinvloeden als opvoeding weinig aan veranderen. De meeste opvoeders houden jongens voor dat er altijd afwijkingen zijn van de gendernorm en dat ze daar rekening mee moeten houden. Deze opvoeding werpt zijn vruchten af, maar bij puberjongens merk je daar nog niet zoveel van.

Met 'homo' als begroetingswoord wil een jongen een andere jongen laten zien hoe mannelijk hij wel niet is en zet hij tegelijkertijd een vraagteken bij de mannelijkheid van de ander. Daarmee daagt hij deze uit zijn mannelijkheid te bewijzen. Een uitdaging waar die ander meestal grif op ingaat. Het is groeps- en competitiegedrag. Een meestal vrolijke strijd om een zo hoog mogelijke plaats in de mannelijke hiërarchie.

Een 1 op school is cool
Om hun mannelijkheid te bewijzen gaan jongens op de middelbare school ook nog eens met elkaar de competitie om de meisjes aan. Zodra jongensscholen in de jaren zeventig plaatsmaakten voor gemengde scholen voelden jongens zich regelmatig genoodzaakt zich ook van deze competitieve taak te kwijten. De gemengde onderwijsomgeving zou weleens heel goed het stoere gedrag van jongens kunnen versterken. En niet alleen hun competitiegedrag. Ook hun afwijzing van schoolsucces zou hiermee te maken kunnen hebben.

Schoolsucces heeft tegenwoordig alles te maken met vrouwelijkheid en daar zetten jongens hun mannelijkheid tegenover. Een 1 voor een proefwerk is dan ontzettend cool, lawaaierig de les verstoren een heldendaad en 'homo' naar elkaar roepen een ultieme daad van mannelijkheid.

Daarmee versterkt de schoolomgeving nog eens hun biologische neiging om zich genderspecifiek te gedragen, om stoer te doen en hun mannelijkheid af te bakenen. Alle gendertheorieën waarbij het mogelijk wordt geacht jongens- en meisjesgedrag in gemengd onderwijs op een lijn te brengen ten spijt.

Angela Crott is historica en schrijfster van 'Jongens zijn 't. Van Pietje Bell tot probleemgeval'.

Deel dit artikel