Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Hoe dom mijn uitspraken ook waren, ik stond erachter’

Home

Pauline Weseman

Een fundamentalist was ooit een Amerikaanse protestant die zijn geloofsfundamenten veilig wilde stellen. Precies honderd jaar later doet een fundamentalist eerder denken aan een militante fanaticus. Trouw zoekt naar sporen van hedendaags fundamentalisme in de wereldreligies. Vandaag: Moslimradicalisme, hoe kom je ervan af?

Hoe verander je het denken van radicale moslimjongeren? Daarvoor moet je in hun hoofden kunnen kruipen. De vroegere vermeende moslimradicaal Mohammed Cheppih (33) doet dit voor zijn werk. De voormalig voorzitter van de Moslim Wereld Liga gebruikt zijn ervaring voor de aanpak en het voorkomen van radicalisering.

Hij richtte in 2006 het kenniscentrum Academica Islamica op. Onder meer de gemeente Amsterdam (zie kader) en het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) huurden hem in voor trainingen aan jongeren en professionals. Nu werkt hij als manager bij Radar Uitvoering (bureau voor sociale vraagstukken) en is imam in de Poldermoskee in het Amsterdamse Slotervaart.

Cheppih maakt onderscheid tussen fundamentalisme en radicalisering. „Een fundamentalist grijpt terug op zijn geloofsfundamenten, probeert die een plek te geven in zijn leven en wil meegaan met de tijd”, zegt hij. „Vanuit dat perspectief is elke moslim een fundamentalist. Ik ook. Vrijwel iedereen vast met ramadan, ook zo’n fundament.”

Cheppih zelf vindt zijn fundamenten in hoe je omgaat met je Schepper, jezelf en de ander, mens en aarde. Met kernbegrippen als verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, vrijheid, genieten van het leven. „Mensen vragen mij soms of ik een liberale moslim ben geworden, maar voor mij ís de islam liberaal en daarom ben ik moslim. Ik kan me niet vinden in een fundamentalisme waarin je maar één weg ziet. Dat kan rust bieden, maar heeft een tunnelvisie waarmee je je afsluit voor de rest van de wereld.”

Om aan te tonen dat moslimfundamentalisme veel dichter bij Nederlanders staat dan veel mensen denken, noemde Cheppih het salafisme, een fundamentalistische islamitische stroming, ooit ’Staphorst-islam’. Cheppih: „We moeten ervan af dat we christenfundamentalisme niet en moslimfundamentalisme wel met geweld associëren.”

Radicalisering is andere koek. Het is een gevolg van ontspoorde identiteitsontwikkeling, heeft weinig met religie te maken, zegt Cheppih. „We beseffen in Nederland te weinig hoe het is om op te groeien in een minderheidsreligie met verschillende identiteiten. Op school was ik een Nederlands jochie, thuis Marokkaans.’’

In de Eindhovense salafistische Al Fourkaan-moskee kreeg Cheppih les van imams die alles verboden. „Dat kwam hard aan bij de meeste jongeren die met mij les kregen. Als puber wilde ik moslim zijn én genieten van het leven. Zo ging ik op mijn veertiende vroom voor in het ramadangebed in de moskee en was ik twee uur later stiekem te vinden in een discotheek. Het werd nog ingewikkelder toen ik niet om wist te gaan met het Midden-Oostenconflict, de extreemrechtse Janmaat, een moskee die in brand werd gestoken. Dan is het niet vreemd dat je sympathie gaat voelen voor medemoslims, bijvoorbeeld in Bosnië.”

Tijdens zijn islamstudie in Saoedi-Arabië kwam Cheppih in een onbekende, islamitische samenleving terecht. Een docent leerde hem dat je slechts salafist kunt zijn in de geloofsleer, en niet in je manier van leven, van kleden, omdat die cultureel is bepaald.

Toch kwam de 23-jarige Cheppih onder invloed van de Saoedische cultuur in de knoop met zichzelf. Terug in Nederland durfde hij geen vrouw meer aan te kijken, geen hand te geven. Cheppih: „Ik dacht nog: de persoon die ik aan het worden ben, ben ik helemaal niet.”

Die ingeving werd overstemd door het gevoel niet welkom te zijn in Nederland. „Dat conflict tussen geloof en samenleving”, zegt Cheppih, „uitte ik in de media. Daar kennen mensen mij van. Hoe dom sommige uitspraken ook waren, ik stond er helemaal achter. Ik noemde Osama bin Laden een verzetsheld, en de krantenkop ’Ik ben terrorist in woord en daad’ uit Het Parool in 2003 achtervolgt me de rest van mijn leven. Maar ik heb niets te verbergen, ben nooit officieel met verkeerde instanties in aanraking gekomen.’’

Cheppihs bekendheid groeide. Hij werd beoogd voorzitter van de Nederlandse tak van de Arabisch Europese Liga (AEL), maar trok zich in 2003 terug omdat hij tot inkeer zou zijn gekomen. In Cheppihs eigen versie kwam de ommezwaai pas twee jaar later, nadat hij Nederland was ontvlucht. Hij verliet de AEL omdat hij geen partij met ’ongeleide projectielen’ wilde leiden. Cheppih: „Ik vluchtte omdat ik het zat was, alles wat ik deed vond ik marginaal. Het was na de moord op Theo van Gogh, na Ayaan Hirsi Ali. Eenmaal weg realiseerde ik me: ik heb me laten wegpraten, maar het is mijn land. Ik hoor niet tot ’zij’, ik wil bij ’ons’ horen. Ik ga terug.”

Cheppihs missie is nu jongeren te leren ’dat ze alles kunnen zijn wat ze willen, zonder hun religie opzij te zetten’. „Ik leer ze dat er meerdere wegen naar Mekka leiden, hoe ze kunnen omgaan met verschillen en conflicten in zichzelf en ik probeer ze weerbaar te maken. Dat lijkt simpel maar is enorm ingewikkeld.”

Zo ging het bij hemzelf ook: „Mijn geloof is volwassener geworden. Ik heb geleerd met mijn meerdere identiteiten om te gaan. Ik ben moslim, Marokkaan, Nederlander en PSV-supporter. De grote verandering is dat niet mijn Marokkaanse maar mijn moslimidentiteit mijn referentiekader werd. Die identiteit gaat goed samen met mijn andere identiteiten. Ik maak nu andere keuzes. Een relatie aangaan met een niet-moslim, of aan tafel zitten met iemand die een wijntje drinkt, dat was vroeger ondenkbaar, nu niet meer.”

„Veel moslimradicalen beseffen niet dat er een andere weg is”, zegt Cheppih. „Ze zijn theologisch niet goed onderlegd, leven niet eens vroom.’’ Omdat Cheppih het klassiek Arabisch beheerst, kan hij hen andere perspectieven bieden. „Ik herinner me een gesprek met een geradicaliseerde jongere die een hekel had aan ongelovigen. Ik vroeg hem wat hij zou doen als er een rouwstoet van niet-moslims voorbij zou komen. Hij zou daar niet voor opstaan, de stoet misschien uitschelden. Ik vroeg hem hoe de profeet, zijn rolmodel, hiermee om zou gaan. Ik wees hem op een bron waarin staat dat de profeet uit respect opstond voor een rouwstoet. De jongen schrok zich te pletter. Maar nóg zou hij blijven zitten, zei hij. Ik zei: ’Jij weet het dus beter dan de profeet’. Toen werd hij stil, want zoiets moet je nooit zeggen. Zo iemand komt niet meteen tot inkeer, maar je zet hem aan het denken. Ik veroordeel hem niet, anders maak ik dezelfde fout als hij. Als iemand er dus voor kiest om een vrouw geen hand te geven dan heb ik daar enorm respect voor.”

Soms gaat het ook weleens fout. Tegen een meisje dat met een beroep op een moslimgeleerde Cheppihs stelling bestreed dat meisjes zelfstandig mogen reizen, zei hij scherp: ’Diezelfde geleerde zegt ook dat jij je als vrouw geheel moet bedekken, terwijl jij alleen een hoofddoek draagt. Dat is erg selectief’.

Cheppih: „De volgende dag verscheen het meisje helemaal in het zwart. Ik kreeg de groeten van haar man en zussen die me ervoor bedankten dat ze eindelijk het licht had gezien. Tja, je hebt uitkomst nooit helemaal in de hand.”

Lees verder na de advertentie
Mohammed Cheppih: "We beseffen in Nederland te weinig hoe het is om op te groeien in een minderheidsreligie, met verschillende identiteiten." (Jörgen Caris, Trouw)

Deel dit artikel