Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

...hield Aantjes gehavend zijn maidenspeech

Home

Wim Slagter

'Ik was ontzettend zenuwachtig en moest de hele dag om de haverklap naar het toilet. Daarbij trok ik op een gegeven moment de rits van mijn broek kapot. Dat was natuurlijk een ramp... (...) Juffrouw Pos (de koffiedame van het Kamergebouw, red) heeft me toen een paar veiligheidsspelden gegeven.'

Willem Aantjes had het er vooraf maar moeilijk mee. Zijn parlementaire vuurdoop achter het spreekgestoelte - de maidenspeech in politiek jargon - bleek een zware bevalling, gezien de veelvuldige sanitaire handelingen op die bewuste dag in november 1959. Aan zijn biograaf Roelof Bouwman vertelde Aantjes bovendien dat ARP-fractievoorzitter Bruins Slot het niet nodig vond om de eerste Kamerrede van zijn jonge partijgenoot bij te wonen ('Hij had zijn vrouw beloofd om voor de verandering eens thuis te eten'), maar dat PvdA-leider Burger wel zijn gewoonte handhaafde geen maidenspeech te missen. Burgers handdruk en complimenten na afloop, voor een verhaal over de afvloeiing van IJsselmeervissers in een bijna lege Kamer, maakten indruk op Aantjes die daarna op zijn beurt, wanneer het maar enigszins mogelijk was, bij elke volgende maidenspeech van een nieuw Kamerlid aanwezig was. Overigens had Burger wel gezien dat Aantjes' broek averij had opgelopen, maar daaraan had hij tot opluchting van de hoofdpersoon geen opvallende aandacht besteed.

Nu in de huidige, korte parlementaire periode een aantal Kamerleden niet aan zijn eerste parlementaire redevoering zal toekomen (Trouw, 18 december), is het wellicht aardig te weten dat in een recent en in een wat verder verleden verscheidene geachte afgevaardigden, eenvoudigweg tegen hun parlementaire debuut opzagen en dat moment zelfs zo lang mogelijk trachtten uit te stellen. Enigszins begrijpelijk is dat wel, omdat een maidenspeech - al dan niet terecht - min of meer richtingwijzend voor het verdere verloop van het Kamerlidmaatschap kan zijn. De parlementaire geschiedschrijver Oud tekende eens uit de mond van collega-Kamerlid Visser van IJzendoorn op, dat een gesetteld Kamerlid zonder nadelige gevolgen 'eene domheid kan begaan, maar als men daarmede begint, komt men er niet gemakkelijk over heen'.

Dat ondervond bijvoorbeeld de antirevolutionair Beumer in 1913, toen hij aankondigde in zijn maidenspeech een ernstige schending van de grondwet aan de kaak te zullen stellen. Nagenoeg de complete Kamer verzamelde zich rond de spreker voor dit belangwekkende onderwerp. Beumer verklaarde dat met de plechtstatige aanhef bij nieuwe wetsontwerpen ('Wij, N. N., Koning der Nederlanden, enz.... Allen die deze zullen zien of hooren lezen, salut!') de hand werd gelicht. Bij recent ingediende wetsontwerpen had hij gezien dat er niet 'salut', maar 'saluut' werd geschreven en dus waren deze voorstellen in strijd met de grondwet. Dat was het! Doordat Beumer deze 'kwestie' bloedserieus en zonder een greintje humor bracht, had zijn optreden in de Kamer een totaal averechts effect: Beumer werd lange tijd niet meer serieus genomen, zoals tijdgenoten als Oud en Drees zich na vele decennia nog wisten te herinneren. Pas later werd hij om zijn juridische kennis erg gewaardeerd.

En dan waren er nog de parlementariërs die tijdens hun dikwijls langdurige Haagse loopbaan voornamelijk zwegen. Legendarisch is het verhaal over de negentiende-eeuwse katholieke afgevaardigde Kerens de Wylré, bij wie het uitspreken van zijn voornamen (Guillaume Eugène François Xavier Mathias) vermoedelijk meer tijd kostte dan zijn eerste en enige Kamerrede - in bijna zeven jaar tijds! Bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken in 1875 vroeg deze Limburgse politicus het woord. Voordat de andere Kamerleden bij zijn bankje waren aangekomen (destijds spraken de afgevaardigden nog vanaf hun zitplaats), was de 'redenaar' al weer gaan zitten. In de woorden van parlementair kroniekschrijver Blok: 'Zijn maidenspeech, tevens zijn zwanenzang, was reeds uit. ,,Ik stel voor'' - zoo luidde zijn parlementaire oratie - ,,een gezant aan te stellen bij (de Spaanse troonpretendent) Don Carlos.'' Kerens af. De geheele Kamer in één schaterlach.'

Maar ook anderen hielden angstvallig consequent hun mond. De onafhankelijke christelijk-historische jonkheer Schimmelpenninck kon in de negen jaar van zijn Kamerlidmaatschap (1909-1918) maar niet op een redevoering worden betrapt. Toen, tegen het einde van zijn termijn, kozen zijn collega-parlementariërs hem tot commissievoorzitter en dwongen hem daarmee verslag uit te brengen over een ingediend amendement. Schimmelpenninck betrad het spreekgestoelte en sprak de enige woorden in zijn parlementaire loopbaan: ,,Mijnheer de Voorzitter! De commissie heeft tegen het amendement geen bezwaar.'' Zelden zal op een speech zo weinig aan te merken zijn geweest als toen...

Was tenslotte de 'maidenspeecher' voor zijn vuurdoop voor de verandering níet nerveus - dan was er altijd wel een ijsberende fractiegenoot of -voorzitter om hem of haar dat te maken. Jonkvrouw Wttewaal van Stoetwegen (de freule), die in november 1945 als lid van het Noodparlement was beëdigd, zou het woord voeren over 'Het beleid der Regering ten aanzien van politieke delinquenten'. In haar memoires vertelt de freule hoe ze, gewapend met een forse stapel papieren, het Kamergebouw betrad en daarbij op haar fractieleider Tilanus stuitte. ,,Tilanus: 'Daar komt u nooit uit!' 'Jawel', zei ik, 'als u zich maar niet zenuwachtig maakt'. Ik zag wel dat hij er niet veel fiducie in had. Terwijl ik al op het spreekgestoelte stond, liep hij steeds vlak ervoor almaar heen en weer, een feit op zichzelf al om je doodnerveus te maken. Ik had tegen Tilanus gezegd: 'Natuurlijk vind ik het griezelig, maar als ik er eenmaal sta, kom ik er altijd uit'. Dat was ook het geval. Na afloop waren er vele vriendelijke complimenten.''

De startproblemen van de freule en van Wim Aantjes hebben hun overigens geen schade berokkend: beiden kenden na hun maidenspeech een ruim twintig jaar durende parlementaire loopbaan met vele tientallen redevoeringen.

Deel dit artikel