Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

...Het katholieke karakter van Volendam

Home

Peter Nissen

Het kan nauwelijks iemand ontgaan zijn die de berichtgeving rond de nieuwjaarsramp in Volendam gevolgd heeft: Volendam is een katholieke gemeenschap. Pastoor Berkhout was in vele media te zien en te horen, er waren beelden van de avondwake en van uitvaartdiensten, en er was opvang in gebouw Pius X, een naam waarover geen misverstand kan bestaan.

Doorgaans worden vissersdorpen verbonden met de zwaardere vleugels van de gereformeerde gezindte. Dat is meestal ook terecht. Maar Volendam is een roomse uitzondering in de calvinistische kuststreek langs wat eens de Zuiderzee was. Die uitzonderingspositie is al velen opgevallen en is zelfs betiteld als 'het mysterie Volendam'. Op 14 juli 1949 belegde het Katholiek Sociaal Kerkelijk Instituut (KASKI), vooral bekend door zijn jaarlijkse tellingen van het zondagse misbezoek in katholiek Nederland, een studiedag in hotel van Diepen te Volendam. Drie sprekers bogen zich daar over de kerkelijke situatie van Volendam. Een van hen was de in Volendam geboren Warmondse seminarieprofessor Klaas Steur (1905-1985), toen een van de weinige vernieuwende katholieke theologen in Nederland: het laatste kwam hem overigens in de jaren vijftig op ontslag in Warmond en op een schrijfverbod te staan. Steur karakteriseerde Volendam in 1949 als volgt: ,,Volendam is een gemeenschap van mensen die echt en voluit geloven en bij wie het geloof heeft doorgewerkt, zodat het heel hun persoonlijkheid beheerst. Volendam is een gemeenschap van mensen, die bij de geboorte rooms-katholiek zijn, terwijl zij naar alle zijden leven in een omgeving van protestanten: het is de homogeen roomse enclave in Waterland. Volendam is een geïsoleerde, gesloten gemeenschap van geloof, van het ware geloof, te midden van een onmiddellijk en alom omringende afwijkende gezindheid.''

Die karakteristiek wordt door de gegevens bevestigd. In 1949 was maar liefst 98,1 procent van de bevolking van Volendam rooms-katholiek, een cijfer dat zelfs boven het Limburgse gemiddelde - bij de volkstelling van 1947 'slechts' 94,5 procent - lag. In het proefschrift van J.J. Dellepoort over de priesterroepingen in Nederland (1955) figureert Volendam als de absolute topper; de plaats in Nederland die het grootste aantal priester- en kloosterroepingen heeft voortgebracht. De parochiegeschiedenis van Volendam die Dick Brinkkemper in 1985 publiceerde, somt 101 uit Volendam afkomstige priesters op, 31 broeders en 99 kloosterzusters. De namen Veerman, Schilder, Steur, Tuyp en Kwakman keren in die lijsten vaak terug.

Twee vragen dringen zich op. Waarom bleef Volendam katholiek terwijl de omgeving protestants werd, en waarom bleef Volendam zo overtuigd katholiek? Het antwoord op de eerste vraag is gelegen in een combinatie van twee factoren; lokale vasthoudendheid in de zestiende eeuw en migratie in de achttiende en negentiende eeuw. Om te beginnen bleef de bevolking van Volendam in de zestiende eeuw katholiek, toen vrijwel alle vissersplaatsen langs de kust van de Zuiderzee voor en na overgingen naar de Reformatie. In Volendam zelf was geen kerk: de Volendammers hoorden parochieel tot 1860 onder Edam. Wellicht is de afwezigheid van een eigen kerkgebouw en een eigen parochie de redding geweest voor het katholicisme in Volendam in de zestiende eeuw. Doorgaans gingen immers de gewone gelovigen mee wanneer de pastoor partij koos voor de Reformatie. De Edammers volgden in meerderheid hun pastoor toen deze de kant koos van het calvinisme. De Volendammers, die onder de hoede van dezelfde pastoor stonden, deden dat echter niet. Misschien uit de drang zich te onderscheiden van het buurdorp. Of misschien omdat die pastoor voor hun gevoel toch meer van Edam dan van hen was.

In de tweede helft van de zeventiende en de eerste helft van de achttiende eeuw deelde ook Volendam aanvankelijk in de teruggang van het katholicisme die zich op het Noordhollandse platteland voordeed. Die teruggang had op de eerste plaats eenvoudig te maken met een algemene terugloop van de bevolking op het platteland als gevolg van de trek naar de steden, vooral natuurlijk naar Amsterdam. Maar ook begon de stelselmatige calvinisering van het Hollandse platteland zijn vruchten af te werpen.

In de volgende twee eeuwen deden demografische ontwikkelingen hun werk. Tijdens de tweede helft van de achttiende eeuw groeide het aandeel van de katholieken weer, op het hele Noordhollandse platteland, maar het sterkst in Volendam. Wellicht oefende de overgebleven katholieke gemeenschap daar een sterke aantrekkingskracht uit op katholieken die zich in de streek wilden vestigen. In de negentiende eeuw zette die tendens zich voort: katholieke dorpen als Volendam werden alleen nog maar katholieker, terwijl protestantse dorpen protestantser werden of onkerkelijk begonnen te worden. Voor Volendam werd die ontwikkeling nog versterkt doordat in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het Noordzeekanaal gegraven werd, relatief veel protestanten uit het dorp naar de andere kant van Noord-Holland en vooral naar de nieuwe vissershaven IJmuiden trokken.

Wat overbleef, was een in de omgeving unieke katholieke gemeenschap. En juist dat unieke, om niet te zeggen geïsoleerde, karakter verklaart waarom Volendam zo trouw bleef aan zijn katholieke identiteit. De drang was groot om zich te onderscheiden van de protestantse omgeving. Men was zich in Volendam bewust van zijn 'andersheid', en daar wilde men aan vasthouden. Volendamse katholieken hadden veel over voor hun kerk en hun parochie. Die laatste kwam er, nadat in 1848 al een kapel in Volendam in gebruik was genomen, pas in 1860, ondanks tegenwerking uit Edam en dankzij het ijveren en de geldbuidel van een aantal Volendammers. Volendammers waren strijdbaar in hun katholieke identiteit. Toen in 1872 ook in Edam de driehonderdste verjaardag van de inname van Den Briel werd gevierd, trok een aantal Volendammers naar het raadhuis van Edam en sloeg er de ruiten in. Een andere uitingsvorm van het strijdbare katholicisme is het al genoemde grote aantal priester- en kloosterroepingen. En nu, rond een ramp als de brand in de nieuwjaarsnacht, blijkt het katholieke gemeenschapsgevoel steun en troost te bieden aan wie geslagen zijn. Het doet denken aan woorden die Anton van Duinkerken dichtte, toen hij in de jaren dertig, ten behoeve van een actie tegen de werkloosheid in het dorp, het gedicht 'Voor Volendam' schreef:

Zegt niet, dat het niet anders kan,

De wil weet de weg wel te vinden.

Wij worstelen tegen de winden,

Vecht gij tegen het onrecht, weest man!

Wij vragen niet; treurt om ons lot.

Wij vragen om recht voor ons leven

En ons heeft de hemel gegeven

Onwrikbaar vertrouwen op God.

Deel dit artikel