Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Heerlijk, dat slome niksen'

Home

MARIAN FIX

Ze hebben alle drie op de pantomime-school in Amsterdam gezeten en kwamen uiteindelijk ook alle drie bij 'Carrousel', destijds nog een pantomime-groep, terecht. Na wat geharrewar over hoe lang ze daar nou samen bij hebben gezeten, komen ze op tien jaar. “We gaan ons zelf wel verraden met onze leeftijd”, zegt Leny Breederveld (1951). Zus Thea Breederveld (1947) voegt er quasi-oprecht aan toe: “Maar we zijn ook op ons tiende begonnen.” De derde is Jeannette Oldenhave (1948), die ze leerden kennen op de mime-school. Ze hebben heel wat voorstellingen gespeeld. Soms zelfs twee keer per dag. “We moesten zelf in- en uitladen”, herinnert Leny zich. “Was je eindelijk klaar, waren alle kroegen dicht.”

Een eeuwige hobby en een close harmony. Zo zien ze de drie dikke dames, die al een eigen leven leidden voordat ze bij de VPRO terecht kwamen. Het begon twintig jaar geleden als een geintje. “We hadden voor een 'Carrousel'-feest een liedje ingestudeerd en pakken uit de kleedkamer gehaald. Dat waren die dikke jurken. Sindsdien zijn ze eigenlijk niet meer uitgegaan”, zegt Thea. Haar zus onderbreekt haar en vervolgt: “En dat was tussen de bedrijven door. Het is nooit ons werk geweest, want we hadden bij 'Carrousel' een full-time job.”

Hoe zijn de dikke dames dan bij de VPRO terecht gekomen? Thea: “Via Pieter Kramer. Hij werkte ook bij 'Carrousel' en regisseerde daar.” Leny: “Hij speelde ook, hij was niet echt regisseur.” Thea: “Ja, maar bij de VPRO was hij regisseur.”

Bij die omroep praatten ze iedere zondagochtend van negen tot elf, al taartjes etend, het kinderprogramma 'Villa Achterwerk' aan elkaar. “We hebben het vier jaar gedaan, hè”, zegt Jeannette vragend. Leny bevestigt dat en vertelt dat het live was. “Dat weten een heleboel mensen ook niet.”

Inmiddels zijn de taart etende dames al een paar jaar van het scherm verdwenen. Maar sinds een aantal weken zijn de zussen Breederveld samen met Oldenhave weer op televisie te zien in de hoedanigheid van 'De mannen van het postkantoor'. “Wij wilden wel weer wat doen met de VPRO, maar iets anders dan de dikke dames”, verklaart Leny. “En het was het juiste moment om met iets anders te komen, want de VPRO dacht er net zo over.” Een leuke uitdaging noemt Jeannette het. “Omdat het nu een heel eigen programmaatje moet zijn hè, dat aankondigen is toch weer iets anders.”

De typetjes zijn door het trio zelf bedacht. “Omdat we iets totaal anders wilden, kom je toch al snel bij mannen uit. Om weer andere dames neer te zetten lag niet erg voor de hand”, aldus Thea. Haar zus vult aan: “We waren erg aan die dames gehecht. En wat moeten we nou met andere dames doen? Dit was eigenlijk extreem de andere kant.” Jeannette: “Het leuke is dat het dus mannen zijn. Je hebt een heel ander uitgangspunt om te redeneren dan bij de dames. Het is voor ons ook erg leuk om als vrouw voor een man over vrouwen te schrijven. Je kunt heel kortzichtig je teksten schrijven en juist jij kunt je dat permitteren.” Thea valt haar bij: “Ook seksistisch gedrag kunnen wij ons permitteren.”

Of ze met 'de mannen' doorgaan weten ze nog niet. “We willen het wel graag en we zouden het heel leuk vinden, maar daar hebben we het nog niet met de VPRO over gehad. We hebben er nu dertien gedaan en dat was het voorlopig. Maar als het zou kunnen, graag.” Leny: “Vooral ook omdat je het nu een beetje ontwikkeld hebt. Dit was echt een beginfase.” Zus Thea: “Ja, dat idee - van konden we nou maar doorgaan, dan zou het alleen nog maar beter worden - hebben we heel erg. Dat was bij de dames ook zo.” Het kan dus nog beter worden? Leny: “Ja. Want als je het resultaat ziet, denk je: dat had zo gemoeten en dat had beter gekund. Iets meer gekkigheid, maar dat zie je pas als het af is.”

De mannen praten over serieuze onderwerpen. “Maar wel met een knipoog”, vindt Jeannette, “het rammelt.” Twee maanden van voorbereiding zitten er in 'het postkantoor', dat op zaterdagavond in de korte 'Villa Achterwerk' wordt uitgezonden. “Jammer dat het erop zit. Vooral ook omdat het heel leuk is om te doen. We hebben er even aan mogen proeven. Het was zò afgelopen”, aldus Leny. Hoewel het voor de dames met de mannen is afgelopen, kan de kijker ze voorlopig zaterdags om zes uur nog zien. Een hele rare tijd, volgens Thea. Jeannette: “Ik merk dat het moeilijk is om jezelf en anderen eraan te herinneren.” Kortom een rottijd, stelt Leny uiteindelijk vast.

Hoewel ze voortdurend in de lach schieten, hebben ze daar bij de opnamen geen last van, zeggen ze. Maar dit wordt meteen weer ontkend. “Nou, soms wel. We nemen het postkantoor zonder onderbreking op. Het duurt zeven minuten en af en toe zaten we op vijfenhalve minuut en dan moest het weer helemaal van begin af aan over. Het is een heel lang shot trouwens, volgens mij valt niemand dat op. Daarom is het ook heel eenvoudig op te nemen. Het hoeft niet gemonteerd te worden”, aldus Leny. “Het is een hele makkelijke formule”, onderbreekt Thea haar. Leny gaat onverstoorbaar verder: “Dat wilden we ook graag, want als je gaat monteren, moet je toch timen en dan is het ritme ook weer anders. Terwijl wij juist dat slome heerlijk vinden, dat slome niksen.” “Af en toe”, voegt Thea toe.

Het zijn dames met een gebruiksaanwijzing. Jeannette: “We zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd.” Leny omschrijft de vriendschap tussen de drie als een golfbeweging. “Soms zien we elkaar veel en dan weer niet. Het kan ook zijn dat als we niks hebben we elkaar weken niet zien. Maar we hebben ook nog gemeenschappelijke vrienden en vriendinnen, dus op iedere verjaardag komen we elkaar toch wel weer tegen.” Het uitgaansleven is voorbehouden aan Leny en Jeannette. “Ja, daarvoor moet je bij hen zijn”, wijst Thea. Leny (lachend): “Thea wil wel drinken, maar alleen thuis. En wij doen het overal.” De neiging om in de rol van dame of mannetje te schieten zodra ze weer bij elkaar zijn, hebben ze niet. “We hebben wel een speciaal soort humor met z'n drieën. Codes”, geeft Leny als omschrijving. “Waar iedereen altijd gek van wordt”, voegt Thea eraan toe. “Als je voor het eerst met ons werkt, denk je: oh my God. Dat wordt niks.” Jeannette probeert uit te leggen waarom: “Dan gaat het heen en weer, terwijl er niks aan de hand is.” Leny: “Wij onderbreken elkaar ook constant. Zo van: Nee, jij zei toch... Ja, maar ik zei... Nee, maar...” Volgens Jeannette snappen anderen er in eerste instantie niks van, maar later krijgen ze in de gaten dat er niks aan de hand is. “We waarschuwen ze tegenwoordig ook. En dat werkt”, volgens Thea. De prettige samenwerking met Norbert ter Hall, regisseur van 'de mannen', is het bewijs. Over hem niets dan lof. “Hij ziet net van die kleine dingetjes waar wij dan weer niet op komen.” Jeannette: “Irritaties en wat woordenwisselingen zijn er natuurlijk wel eens, maar die zijn ook zo weer voorbij. Dat gaat heel snel.”

“We doen wat we leuk vinden en zodra je moet gaan vertellen wat dat is...” Jeannette: “Het gaat intuïtief.” Leny: “Je maakt wat je zelf leuk zou vinden om naar te kijken. Dat is eigenlijk altijd het uitgangspunt geweest. En omdat we het zelf leuk vinden, neem ik aan dat volwassenen het ook leuk vinden om naar te kijken. We doen de dingen altijd gewoon, zonder dat we er verschrikkelijk over nadenken.”

Het woord stoppen willen ze geen van drieën horen. Ze vinden het nog steeds heel leuk. Muziek. Kleine actjes. Maar een nieuw televisieprogramma met de drie dikke dames hoeft niet meer. “Dat hebben we nou wel een beetje gehad. Toch?”, vraagt Leny voor de zekerheid aan de anderen. Die knikken instemmend. “Dat is zo'n idiote come back, zeker na die mannetjes.” “Dat we tot nu toe allemaal dingen hebben gedaan die wij leuk vinden om te doen, vind ik echt het meest opvallend. Dat er vraag naar is”, realiseert Jeannette zich. Thea: “Iedere keer als je denkt, nu stopt het wel, komt er weer iets.” “Een kort theaterprogramma”, verwoordt Thea de wens van de dames, “maar dat is meer een soort fantasie dan dat we zeggen: dat moeten we volgend jaar nou echt eens op poten gaan zetten.” Leny onderbreekt haar zus meteen: “Daar zijn we niet zo goed in, in op poten zetten van. Dus als niemand ons vraagt, dan gebeurt er ook helemaal niks meer. Zo ambitieus zijn we nou ook weer niet.” Het is weer de beurt aan Thea: “Sommige mensen zeggen na 'De Parade': waarom doe je dat niet in het theater?” Leny: “We zijn a: niet zakelijk en b: we hebben geen ondernemingslust.” Thea: “Wij vinden het erg leuk als iemand dat voor ons doet en het liefst over een half jaar hoor.” Al vormt 'De Parade' een uitzondering: “Toen hebben we gezegd: we willen graag in zo'n tentje staan. Dat hebben we naar ons toe getrokken. Een advertentie gezet met de vraag wie ons kon begeleiden. We hebben telefonisch geselecteerd en meteen de goeie eruit gepikt.” Thea, niet zonder enige trots: “Dat initiatief hebben we toch helemaal zelf ontwikkeld.”

Leny denkt wel een verklaring te hebben voor deze vermeende luiheid: “We hebben allemaal ons eigen leven en we zijn hier niet van afhankelijk. Dit doen we echt voor de lol.”

Deel dit artikel