Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Had ik onderduikers in huis genomen?'

Home

INTERVIEW | HANS NAUTA

Waarom zetten mensen hun leven op het spel om onderduikers te redden? Deze vraag fascineert scenarioschrijver Edwin de Vries, zelf zoon van een oorlogsheld. Hij maakte de documentaire 'Overleven in een onderduikershol.'

In een overdekte kuil in het Drentse Valtherbos zaten van 1942 tot 1945 zestien Joodse onderduikers verscholen. "Een vochtige ruimte van acht bij vier meter, te ondiep om te staan. Onvoorstelbaar om daar drie jaar met onbekenden te moeten overleven", zegt Edwin de Vries. De acteur en scenarioschrijver bezocht de mistroostige plek nabij Emmen voor de documentaire 'Overleven in een onderduikershol' die morgen te zien is bij RKK en de Joodse Omroep.

Beppie was de jongste in het hol. Ze herinnert zich in het programma dat ze ondergronds leerde lezen en een wezel als huisdier had. De vrouwen kookten, en 's avonds werden er spelletjes gedaan: wie met de hand de meeste muizen ving. Als kind vond ze alles heel gewoon, ook dat mensen met elkaar naar bed gingen.

Verzetsman Alfred Zefat had die schuilplaats onder zijn hoede. Hij zorgde voor voedselvoorraden in de winter, want bij sneeuw was het hol onbereikbaar: voetstappen zouden het geheim verraden. De onderduikers vonden ze niet, maar in 1944 schoten de Duitsers Zefat dood.

Meer nog dan door die leefomstandigheden, is De Vries geraakt door het verhaal van Zefat. "Een vader van drie kinderen die zijn leven geeft voor mensen die geen vrienden waren en met een andere godsdienst. Hoe komt iemand zo moedig? Gisteren las ik een bericht over zes zelfmoordterroristen in Mogadishu. Wat bezielt hen om het omgekeerde te doen: zichzelf opofferen om anderen te schaden?"

In de documentaire vertelt De Vries (63) nog twee van zulke onderduikverhalen. Geschiedenissen die hij niet kende, ondanks zijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog en de ingewikkelde nasleep ervan. Momenteel verzorgt hij ook de commentaarstem bij 'Oorlogsverhalen', het tv-programma van Omroep Max dat persoonlijke raadsels uit de Tweede Wereldoorlog oplost. Van de musical 'Soldaat van Oranje', over twintigers in verzet, schreef hij het scenario.

"Dat zulke verhalen moeten worden doorverteld, en dat je solidair moet zijn met een bevolkingsgroep onder druk, heb ik geleerd van mijn vader, Rob de Vries. Hij was van Joodse komaf en zat in het verzet. Zo heeft hij zijn broer naar Zwitserland laten vervoeren en Engelse piloten het land uit gesmokkeld. In ons gezin stond de oorlog centraal. Het was gangbaar om je af te vragen of je bij die meneer of mevrouw zou kunnen onderduiken. Voor mijzelf is dat nog steeds een maatstaf."

"Mijn hele leven al stel ik ook die andere vraag: had ik zelf onderduikers in huis genomen? Dat komt vooral door de heldendaden van mijn vader. Ik ben van nature angstig en bezorgd, voorzie allerlei erge dingen die mijn naasten kunnen overkomen. Maar ik ben ook anti-autoritair en denk daarom dat ik in verzet zou komen. Mijn vader moet ook bang zijn geweest, al heeft hij dat zijn kinderen nooit bekend. Zijn angsten bewaarde hij voor de nacht. Ik weet niet of hij met mijn moeder over zijn nachtmerries sprak. Het was er de tijd niet naar, iedereen wilde verder."

Hoe peilloos diep doodsangst kan zijn, ontdekte De Vries in de weken waarin hij zijn eerste zoon Nino verloor, door een meningokokkeninfectie. Die dreumes van bijna twee zou nu 21 jaar zijn geweest. Zijn tweede zoon Sammie is 19 jaar. Zo oud was Edwin de Vries toen zijn vader in 1969 op 51-jarige leeftijd overleed. Heel bewust beleefde hij het moment waarop hij zelf 51 jaar en een maand werd. "Een merkwaardige dag. Tot die tijd had ik een voorbeeld gehad, wist ik hoe hij was geweest. Opeens had ik geen spiegel meer."

Een vader die een oorlogsheld is en een succesvol acteur, is moeilijk te overtreffen. Edwin de Vries ging vooral zijn eigen weg. Om te beginnen door tegen de wens van zijn vader juist wel naar de toneelschool te gaan. Zijn vader hield hij daar nadrukkelijk weg. "Hij was te bekend in het wereldje, ik wilde het op eigen kracht doen." Met Jan Joris Lamers richtte hij Onafhankelijk Toneel op. "Die eerste fase als acteur was een woedende fase. Ik zette me af tegen het gevestigde toneel, waartoe mijn vader voor mijn gevoel behoorde." Ze maakten experimentele voorstellingen en speelden bijvoorbeeld met de rug naar het publiek.

"Mijn vader was al ziek toen hij een bevriende criticus naar me liet kijken, en die zei hem dat het wel goed zat met mijn talent. Daarop gaf hij me zijn zelfgeschreven Tien Geboden voor acteurs, waarvan het eerste gebod luidde: Concentreer je op je eigen rol en bemoei je niet met anderen. Ik zag dat als een teken dat hij vrede had met mijn keuze."

De Vries kan jaloers zijn op acteurs die met hun vader kunnen optreden. "Eenmaal hebben we samengespeeld, in de familiefilm 'Kwikkie, De laatste Passagier' uit 1961, als vader en zoon. We waren allebei heel erg onszelf, en dat maakt het zo bijzonder om terug te zien."

In zijn keuzes heeft De Vries altijd zijn intuïtie gevolgd. Bijvoorbeeld toen hij een groter publiek wilde en voor de televisie ging werken. De komedie 'In de Vlaamsche Pot' (1990-1994) was succesvol maar werd verguisd in het toneelwereldje. "Niemand zag dat de Vlaamsche Pot net zo moeilijk te spelen is als 'Who's Afraid of Virginia Woolf'."

Gevoelsmatig juist was ook de terugkeer naar het serieuze toneel, vorig decennium. Hij speelde met Will van Kralingen en Anne-Wil Blankers, 'de beste toneelactrices van Nederland'. In 2002 kreeg hij de toneelprijs Louis d'Or, voor 'Who's Afraid of Virginia Woolf'. "Dat was de bekroning, ik werd weer serieus genomen."

Nu is de musical 'Soldaat van Oranje' een groot succes. "In 1957 haalde mijn vader 'Het dagboek van Anne Frank' naar Nederland en speelde zelf Otto Frank. Die voorstelling haalde zeshonderd voorstellingen, idioot veel. Nu zitten we met Soldaat van Oranje op 850. In december is het de langstlopende productie ooit."

Zijn werk leidde De Vries terug naar zijn Joodse wortels. "Mijn vader had al voor de oorlog gebroken met zijn Joodse afkomst, en in de oorlog zag hij het bewijs dat God niet bestaat. Daarom kregen we een a-religieuze opvoeding. Als kind had ik een religieus gevoel waarvan ik niet wist wat ik ermee moest. Verder had ik lange tijd niets met godsdienst."

Dat veranderde in de jaren tachtig, toen hij met Toneelgroep Baal 'Leedvermaak' speelde van Judith Herzberg. Het stuk gaat over een familie waarin de oorlog allesbepalend blijft, en is later verfilmd door Frans Weisz. "De rol van Hans, zoon van een verzetsstrijder, worstelend met zijn Joodse afkomst, was mij op het lijf geschreven. Ik ben nooit godsdienstig geworden, maar in die tijd ben ik de synagoge gaan bezoeken."

Voor het scenario van de film 'Left Luggage' verdiepte hij zich in chassidische Joden. "Daarbij ontdekte ik dat mijn vader mij in gewoontes en moraal Joodser heeft opgevoed dan hij deed voorkomen. Het belang dat hij hechtte aan studeren, zijn dubbelzinnige verhouding tot vrouwen, zijn tolerantie - al studerend dacht ik: oh, dáár komt het vandaan."

In de film 'Qui Vive' (2001), het vervolg op 'Leedvermaak', zit een geïmproviseerde scène in kamp Westerbork. De personages van De Vries en Pierre Bokma spelen vluchtelingetje: ze rennen schreeuwend naar het hek en doen alsof ze worden neergeschoten. "Blasfemie, zeiden mensen. Maar ik kon me zo goed voorstellen dat jongens met zo'n achtergrond tegen de zwaarte van het concentratiekamp ageren. Juist als het zo dichtbij staat, kan dat."

Westerbork is het decor van de film die De Vries momenteel schrijft over de wonderlijkste verzetsdaad van zijn vader: 'Westerbork Blues'. In het scenario schetst hij het schrijnende contrast tussen de treinen die naar Auschwitz vertrokken en het cabaret dat kampbewoners amuseerde. Eén van de zangeressen werd bevrijd door haar geliefde.

Vermomd als treinrangeerder en met hulp van de Drentse machinist reed Rob de Vries in 1943 met de posttrein kamp Westerbork in. Onder lege zakken gedoken reed zijn geliefde Hannelore mee naar buiten. Vrienden vingen haar op in Amsterdam. Daar eindigde het verhaal dat Rob erover vertelde, maar jaren later ontdekte Edwin bij toeval de werkelijke afloop. "Bij de viering van de 45-jarige bevrijding van Westerbork kwam ik het podium op en begon gedichten te lezen, toen iemand flauw viel. Het was Hannelore, die mij aanzag voor mijn vader. Ze had hem na 1945 nooit meer gezien." Alle mannelijke De Vriezen lijken op elkaar.

Toen pas hoorde Edwin de Vries dat Hannelore na een paar weken vrijwillig was teruggekeerd naar Westerbork. Hans Eisinger, een Jood die tot de ordedienst van het kamp behoorde, haalde haar op. Hij zou op transport gesteld worden als ze niet mee terug kwam. Hannelore trouwde met Eisinger en ging na de bevrijding mee naar Amerika.

In de documentaire 'Westerbork Girl' (2007) van Steffie van den Oord is te zien hoe Edwin Hannelore Eisinger-Cahn bezocht. Hij nam tulpen mee en deed zijn bril af waardoor de gelijkenis met zijn vader nog groter werd. "Ik voelde een liefdevolle band." Nog iets anders bleek niet te kloppen. "Mijn vader had de wereld wijsgemaakt dat Hannelore in het verzet zat, maar dat ontkende ze nu. Zijn vlegelachtige actie was pure romantiek geweest. Hij kon zijn meisje niet missen en haalde haar terug. Te mooi om waar te zijn." Toen besloot De Vries de speelfilm te schrijven.

Rob was de liefde van mijn leven, zei Hannelore. Toch heeft ze de juiste beslissing genomen, zegt Edwin de Vries. "Eisinger sleepte haar in het kamp door de oorlog, wat mijn vader helemaal niet had gekund. Die had bovendien meer vriendinnetjes."

Zijn zoon Sammie zou bijna oud genoeg zijn om Rob de Vries te spelen in 'Westerbork Blues'. Ware het niet dat hij psychologie studeert. Een verstandige keuze, vindt Edwin de Vries. "Misschien had mijn vader wel gelijk, en had ik ook gewoon eerst moeten gaan studeren."

'Overleven in een onderduikershol', morgen om 23.00 uur op Nederland 2 bij RKK en de Joodse Omroep.

Deel dit artikel