Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'GOOOOOAAAAAL!'

Home

WIM DE HAIR

Het was er nog niet, woensdagavond tijdens de oefeninterland Nederland-China: het 'Oranjegevoel' dat de doorgaans zo nuchtere Hollander tijdelijk van zijn zinnen berooft en waar veel sporthaters met angst en beven naar uitzien. Maar daar zal razendsnel verandering in komen. Volgende week zaterdag begint in Engeland het EK voetbal en de sportzomer heeft nog veel meer in petto: de Tour de France, Wimbledon en de Olympische Spelen in Atlanta. Het Omroepmuseum in Hilversum wijdt zijn zomerexpositie aan de mensen die de afgelopen zes decennia verantwoordelijk waren voor het kweken van het 'Oranjegevoel': de sportverslaggevers van radio en televisie. De tentoonstelling 'Het Oranjegevoel' is tot en met 15 september te zien en te beluisteren in het Omroepmuseum, Oude Amersfoortseweg 121, Hilversum. Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag van 10 tot 17 uur, zaterdag en zondag van 12 tot 17 uur.

Vier enorme oranje driehoeken met daarin tientallen opblaasballen en de aanmoediging 'Hup Holland' onttrekken de gevel van het toch bepaald niet bescheiden pand van de firma Beekwilder, een groothandel in decoratiemateriaal tegenover het Centraal Station van Amsterdam, bijkans aan het oog. Oranje wordt hier al vanaf ruim een maand geleden op het netvlies gebrand.

“In 1988, toen Nederland Europees kampioen voetbal werd in Duitsland, waren we totaal niet voorbereid op de Oranje-gekte. We hadden eigenlijk alleen maar wat winkeldochters in huis, produkten die in april door Oranjeverenigingen voor Koninginnedag worden aangeschaft”, weet directeur Rob Beekwilder zich te herinneren.

Mei en juni zijn voor zijn bedrijf doorgaans de zwakste maanden, maar door de voetbalgekte stijgt de omzet plotseling met een paar ton. “Een leuke opsteker”, vindt Beekwilder, wiens collectie dit jaar bestaat uit onder meer “een groene stof met vliegende ballen, guirlandes, authentieke gebruikte Oranje-shirts, geverfde klompen en imitatie bolhoedjes met Oranje tulpen”. Hij is het overigens niet eens met de opvatting dat de handel het publiek aanzet tot het kopen van Oranje-produkten. “Maar het vliegwiel wordt natuurlijk wel draaiende gehouden”.

Beekwilder raakte in de loop der jaren ook enigszins bevangen door de Oranje-koorts. “Ik ben eigenlijk helemaal geen voetballiefhebber, maar je wordt gewoon meegezogen. Niet dat ik me ga schminken of m'n huis met slingers ga versieren, maar ik kijk wel. Samen met m'n zwager. Dan zetten we trouwens wel het geluid van de tv af, want het radioverslag is veel leuker en spannender.”

De maar liefst 170 audiofragmenten, te beluisteren met koptelefoontjes, die voor de expositie in het Omroepmuseum zijn uitgekozen bewijzen het gelijk van Beekwilder. Wie 'het gevoel' opnieuw wil beleven komt bij de radioverslaggevers het best aan zijn trekken. Zij zijn de katalysator, de intonatie van de stem geeft aan of er prestaties geleverd worden.

HAN HOLLANDER 12 mei 1935, Heizelstadion, België-Holland 0-2.

“GOOOOOAAAAAL! Een prachtig schot van Smit, dames en heren. Nu kunnen we zien hoeveel duizenden Nederlanders hier aanwezig zijn. Bijna de hele tribune aan de overdekte zijde is één deinende en vreugdevolle massa. Eigenaardig overigens hoe dat doelpunt ontstond. De voorzet van Wels bereikte de Belgische achterhoede zonder dat er één Nederlander aanwezig was. Maar de heren Belgen, verdedigers, aarzelden een ogenblik en dat was voldoende voor Smit om zich zeker wel van tien meter afstand er tussen te werpen en dan ineens onverwacht in het uiterste hoekje en onhoudbaar voor Christiaens de bal in het net te kogelen. Prachtig.”

Wat Hollander, die in die tijd vrijwel alle sporten van commentaar voorzag, niet alleen in Nederland teweeg bracht blijkt uit citaten van landgenoten in Oost-Indië, die dankzij een korte-golfzender van Philips in 1934 konden meegenieten van de eclatante overwinning (9-3) van het Nederlands elftal op aartsrivaal België. De voorspelling van ir. Ad van Emmenes dat “menige luidspreker op springen zal staan bij het weergeven van zijn emotie-uitingen” sloeg de spijker op z'n kop. Een luisteraar op Sumatra: “De spanning hier was zoo groot geworden dat een van de dames haar waaier stuk trok”. Nog een lyrische ontboezeming: “We zaten om het Philipstoestel geschaard zooals in Holland om den huiselijken haard. We hebben meegeleefd en volop genoten zooals onze Hollandsche voorwaartsen schoten. Een woord van hulde aan het elftal dapperen dat de Hollandsche vlag in victorie deed wapperen.” Maar ook toen waren er al mensen die kanttekeningen plaatsten bij de euforie: “Voordat Holland-België wordt gebroadcast loopt je voorgalerij vol met genoode en ongenoode kennissen die je beste stoelen inpikken, een gat in je rookvoorraad en je minoeman (drank) slaan, blijven naplakken tot je bier op is en je daarna geruststellen met de verzekering dat ze voor den Holland-Ierland wedstrijd terug zullen komen.”

De komst van de televisie maakte een eind aan de verbeelding bij de luisteraar en de verslaggeving werd over het algemeen afstandelijker, minder gekleurd. De kijker kon immers niet meer in het ootje worden genomen door chauvinisten pur sang als Theo Koomen, die het op de radio deed voorkomen alsof Nederland tegen Luxemburg tot het uiterste moest gaan, terwijl er uiteindelijk een monsterscore op het bord stond. Hij was, net als Han Hollander en 'ome' Dick van Rijn, meer entertainer dan gezaghebbend commentator.

THEO KOOMEN (RADIO) 1 juni 1971, Wembley, finale Europacup I, Ajax-Panathinaikos 2-0.

“Piet Keizer zal de bal ongetwijfeld gaan opvangen op z'n voet. Heeft daar Kamaros bij zich, gaat om Kamaros heen, komt die bal, mooi... DOELPUNT! DOELPUNT! OH, WAT EEN PRACHTIG DOELPUNT! MIJNE MENSEN NOG AN TOE! Het moet Dick van Dijk geweest zijn met een schit-te-ren-de kopstoot uit een zeldzaam mooie actie van Piet Keizer, die om de rechtsback heen gleed alsof het niets was, alsof ie daar maar gewoon stond te dromen en toen kwam die flitsende voorzet en die schitterende kopstoot. Nou, ja, ik kan het niet beschrijven... als een raket langs Ekounopoulos, die er echt helemaal niets aan kon doen. Ajax leidt na acht minuten spelen, wat zeg ik... na vijf minuten spelen met 1-0.”

Koomen deed niet alleen voetbal, maar ook schaatsen en vooral de Tour de France. Zijn motorhelm met ingebouwde speakers is een van de vele attributen die zijn uitgestald. Ook de geruite pet van Barend Barendse, het vlinderdasje van Jan Cottaar, het 'gouden' zwempak van Ada Kok en een schaats van Yvonne van Gennip zijn te bewonderen. In totaal komen 22 sporten aan bod, 17 monitoren leveren het bijbehorende beeldmateriaal.

Het talent om de opwinding over te brengen op het publiek was en is met name bij de wielerverslaggevers in ruime mate aanwezig. Een groot aantal fragmenten op de tentoonstelling doet de gouden tijden herleven.

HARRY JANSSEN (RADIO) 1 september 1985, Venetië, WK wielrennen op de weg.

“Het lijkt alsof Zoetemelk weg is, alsof ie ver weg is. JOOP ZOETEMELK IS WEG! Hij is in de laatste kilometer. Honderd meter voorsprong, honderdtwintig meter. Dit is niet te geloven. Jopie Zoetemelk, 38 jaren oud, hij gaat wereldkampioen worden! Jopie, nee... het is niet te geloven! Nog achthonderd meter en honderdvijftig meter voorsprong. Ja hoor, hij haalt het! Jopie kijkt niet meer op of om. We kijken de weg af, zien we hem al? Jopie heeft nu omgekeken en hij gaat het halen. Jopie wordt wereldkampioen! Is dat nou mogelijk of is het niet mogelijk? Jopie haalt het, hij haalt het. Jopie Zoetemelk wordt wereldkampioen. De laatste tweehonderd meter, de Italianen zijn in eigen huis geklopt. En onze Jopie uit Rijpwetering... hoe is dit mo-ge-lijk!? JAAAA, JAAAA, hij is het, Jopie is wereldkampioen! Nou jongens, is dit geweldig, is dit mooi? Dit doet je sporthart opbloeien. Jongens, wat is dit fantastisch!”

Als verslaggever bij 'Langs de lijn' (NOS), waar hij negentien jaar lang werkte, maakte Bert Nederlof coryfeeën als de onlangs overleden Dick van Rijn en Theo Koomen van dichtbij mee. Nederlof, thans eindredacteur van het tijdschrift 'Voetbal International', is niet bepaald lovend over eerstgenoemde. “Ik merkte dat Dick van Rijn moeite had met de nieuwe generatie. Bij belangrijke wedstrijden moest ik met de grote verslaggever op pad. Dan zat Van Rijn op de tribune en ik achter het doel, op het veld. En dan kleineerde hij je. Je voelde je echt een kleine jongen. Hij zal al 40 jaar in het vak en dan komt daar zo'n jongetje dat er helemaal niks van weet, en zo behandelde hij je ook. Hij was heel oncollegiaal. Gelukkig werd hij een jaar later gepensioneerd.”

“Van Rijn was toen heel erg op zijn retour. Dat vond ik eigenlijk wel jammer, want hij was vroeger een grootheid. Maar in de laatste jaren had hij het niet over de gebroeders Van de Kerkhof, maar over René en Willy van der Kuijlen. En hij zag niet meer wie het doelpunt maakte. Of hij was veel te laat. Als er een goal viel zat hij nog drie situaties ervoor te beschrijven. Het was hoog tijd dat hij stopte.”

VERVOLG OP PAGINA 2

'Theo, waar haal je het vandaan?'

VERVOLG VAN PAGINA 1

“Je moest voortdurend corrigeren. 'Sorry Dick. Het was niet Ruud Geels die scoorde, maar Willy van der Kuijlen'. Dan hield hij toch vol dat het Geels was geweest. Een vreselijke man. Ik durfde hem na de wedstrijd niet daarop aan te spreken. Ik was beginnend verslaggever en hij de grote Dick van Rijn. Maar ik heb hem wel vervloekt.”

Met Theo Koomen heeft Nederlof twee jaar interlands gedaan. “Dan zat ik af en toe peentjes te zweten. Hij riep hoe fantastisch het was, terwijl er in werkelijkheid niks aan was. Dan moest ik het steeds weer gaan afzwakken. Dat was wel eens vervelend. Ook in de competitie. Ik weet niet meer welke wedstrijd, in elk geval speelde Sparta. Het regende en Ruud Geels maakte een heel eenvoudig doelpunt. Er kwam een voorzet en hij knikte in. Maar volgens Theo ijlde Geels als een natte zeemeeuw door de lucht. Ik dacht: Theo, waar haal je het vandaan? Het sloeg nergens op. Soms liet ik hem maar raaskallen, maar als het te erg werd dan zwakte ik het af. Theo reageerde daar niet op. Hij was een prima collega.”

Nederlof vond de voetbalverslagen van vóór zijn tijd doorgaans niet om aan te horen. “Je kreeg totaal geen beeld van de wedstrijd. Iemand zat iets te beschrijven en riep dan ineens: Goal! Er zal totaal geen lijn in. Het is nu veel flitsender. Veel beschrijvender. Over tactiek hoorde je vroeger niets. Je had geen idee hoe ze speelden. Het enige wat ze vertelden was: Jan speelt de bal naar Pietje en Pietje geeft hem voor en Klaasje schiet hem in.”

“Het EK in 1988 met Jack van Gelder is het leukste evenement dat ik ooit heb meegemaakt. Als ik dat cassettebandje nog eens afluister krijg ik bijna heimwee. Het liep bij het Nederlands elftal, je kon fantastisch werken, de sfeer, het publiek; alles was geweldig. Jack en ik werkten perfect samen. Ik werd steeds meer supporter. Later geneerde ik me daar een beetje voor, ik werd bijna net zo enthousiast als Jack. Dat hele EK was één grote roes. 21 juni 1988: die datum vergeet ik nooit meer. Van Basten maakt tegen Duitsland vlak voor tijd het tweede doelpunt. Jack springt juichend overeind: JAAAAAAA!!!! en slaat zo een Oostduitse collega van zijn stoel af. Die ligt ineens languit. Bij de finale is die man drie meter verder gaan zitten.”

“Uiteindelijk was je meer supporter dan journalist. De eerste wedstrijd waren we nog heel kritisch, Nederland verloor met 1-0 van de Sovjet-Unie. Naarmate het toernooi vorderde gingen ze steeds beter spelen en ging ik ook regelmatig uit mijn dak. Bij dat doelpunt van Kieft tegen Ierland sloeg mijn stem finaal over. Dat is nog heel vaak herhaald op de radio. Jack kon wel eens overdrijven. Hij sloeg dan een beetje door en ik was relativerend, praatte ook veel rustiger. We vulden elkaar perfect aan, iedereen vond ons een goed koppel. Toen ik moest stoppen vanwege mijn werk voor VI gingen Leo Driessen en Jack van Gelder het Nederlands elftal doen. Dat werd één schreeuwpartij. De een wilde nog lolliger dan de ander zijn. Dan wordt het schijnlollig. Het zijn individueel uitstekende verslaggevers, maar samen sloegen ze af en toe op hol.”

THEO REITSMA (TV) 25 juni 1988, finale EK voetbal, Nederland-Rusland 2-0.

“Van Basten. Goed... OH, WAT EEN GOAL! WAT EEN GOAL! WAT EEN SCHITTEREND DOELPUNT ZEG! Ja, niet te geloven zoals ie die bal uit de lucht oppakt daar. Niet te geloven. Wat een weer-ga-loos doelpunt! Tsjonge, jonge, wat een doelpunt zeg.”

Deel dit artikel