Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Goede resultaten maken nog geen goede school'

Home

Romana Abels

© anp

Sommige scholen vinden het eindresultaat zó belangrijk, dat ze bewust veel leerlingen laten afglijden naar een lager onderwijstype. Dat zag directeur Frank Steenkamp van het Centrum voor Hoger Onderwijs Informatie (CHOI) bij het samenstellen van zijn 'Keuzegids middelbare scholen', een nieuwe ranglijst van scholen, die maandag verschijnt. "Scholen maken keuzes waar je geen zicht op hebt."

De resultaten van scholen voor voortgezet onderwijs zijn sinds 1997 openbaar. Destijds was het Trouw die, via een gang naar de rechter, begon met het opstellen van ranglijsten van schoolprestaties. Meteen al was er kritiek van de scholen: een school is meer dan de examencijfers alleen, en niemand wil dat op scholen een prestatiecultuur alleen maar gericht op het eindresultaat gaat heersen.

Die kritiek blijkt deels terecht. Nu de cijfers openbaar zijn, zijn er inderdaad scholen die bewust sturen op eindresultaat. Steenkamp wijst bijvoorbeeld op het Amsterdamse Barleus Gymnasium, waar een uitstekend examenresultaat samengaat met een strenge selectie in de onderbouw. Daarmee is het Barleus wat hem betreft zeker niet één van de beste vwo-scholen in Amsterdam, een kwalificatie die de school op een andere lijst wel bereikte. Steenkamp: "Je hoeft er geen acht op te slaan als je kind een doorzetter is, die het op eigen kracht wel haalt. Maar twijfel je daarover, dan is het misschien beter om je kind naar een andere school te sturen, die minder rigoureus selecteert."

Hoe scholen omgaan met zittenblijven, afglijden naar een lagere onderwijssoort of opklimmen naar een hogere, verschilt per school meer dan de examencijfers, ziet ook de Onderwijsinspectie. "Sommige scholen weren leerlingen die al een keer zijn blijven zitten", constateerde inspecteur-generaal Roeters onlangs in het jaarlijkse Onderwijsverslag. "Andere verwijzen strategisch naar lagere schoolsoorten door. Deze beleidskeuzes hebben invloed op de schoolloopbaan van leerlingen en studenten, maar ze zijn vaak niet onderbouwd en niet bekend bij leerlingen en ouders." Het was voor Steenkamp een van de redenen om aan de al behoorlijk dikke stapel ranglijsten van scholen voor voortgezet onderwijs een nieuwe toe te voegen, waarin dat aspect zwaarder weegt dan in andere ranglijsten.

vmbo-B Ypenburg Lyceum in Den Haag
Keuzegids Middelbare Scholen: 62
-
Schoolprestaties: 10
-

In Schoolprestaties heeft het Ypenburg een hoge score vanwege de goede examenresultaten en omdat in 2012 niemand voor het eindexamen zakte.

De Keuzegids gaf het Ypenburg extra minpunten omdat er relatief veel leerlingen per docent zijn. Ook wordt de financiële situatie van de school als riskant beschouwd.

Elsevier kwam bij deze school niet tot een oordeel.

Het Citaverde College in Hegelsom vmbo-B
Keuzegids Middelbaar Onderwijs: 58
Ministerie van OCW: Excellente School
Schoolprestaties: 8,5
Elsevier: +/-

Het ministerie van onderwijs is vooral tevreden met de aandacht aan Art & Design op de Toorop Mavo.

Elsevier geeft de school een +/-, omdat hij niet goed, maar ook niet slecht scoort op alle criteria.

De Keuzegids rekent het aantal zittenblijvers in de onderbouw de school zwaarder aan: daarvoor krijgt de Toorop twee minnen.

In Schoolprestaties krijgt de school bonuspunten vanwege de leerlingpopulatie en een klein verschil tussen schoolexamens en het centraal schriftelijk examen.

De Toorop Mavo in Rotterdam (vmbo-T)
Keuzegids Middelbaar Onderwijs: 58
Ministerie van OCW: Excellente School (2012)
Schoolprestaties: 9
Elsevier: +/-

Het ministerie koos de school in 2012 als excellente school vanwege het veilige schooklimaat en het feit dat leerlingen er, gezien hun achtergrond, hoger uitstromen dan je zou mogen verwachten.

De Keuzegids constateerde dat er een te groot percentage zittenblijvers in de eerste jaren is en een te groot verschil tussen de cijfers voor het centraal schriftelijk examen en de schoolexamens.

Dronkers kwam tot een hoger cijfer op grond van onder meer de hoogte van de examencijfers en de leerlingpopulatie.

Elsevier zag ook een te groot verschil tussen examencijfers en het schoolexamen, maar rekende het aantal zittenblijvers in de onderbouw minder zwaar.

Lees verder na de advertentie

 
Nu de cijfers openbaar zijn, zijn er inderdaad scholen die bewust sturen op eindresultaat

Keuzegids Middelbare Scholen
De nieuwste ranglijst, vanaf maandag verkrijgbaar op papier en online. Deze lijst geeft scholen tussen de 20 en de 100 punten. Het gemiddelde is 60 punten. De Keuzegids en bijbehorende website laten een aantal criteria los op de openbare gegevens van de Onderwijsinspectie: het succes van de onderbouw, de bovenbouw, de cijfers voor het centraal examen en het verschil tussen de cijfers voor het schoolexamen en het centraal schriftelijk examen. Ieder van deze gegevens telt voor 20 procent mee. De laatste 20 procent wordt gevormd door nog drie gegevens: het aantal leerlingen per docent, de financiële gezondheid van de instelling en de achtergrond van de leerlingen.

Elsevier
De lijst van Elsevier spreekt van 'winnaars' als het gaat om de scholen met de minste zittenblijvers en de beste examenresultaten en over 'verliezers' waar het gaat om veel zittenblijvers en slechte resultaten. Elsevier rekent naast rendement van de onderbouw en de bovenbouw, het verschil tussen het centraal schriftelijk examen en schoolexamens, ook eerder behaalde schoolresultaten mee. Anders dan bij de Volkskrant en de Keuzegids krijgen scholen met veel achterstandsleerlingen geen bonuspunten. Het aandeel kinderen uit achterstandswijken op een school wordt wel vermeld. Scholen krijgen een oordeel dat varieert van twee minnen tot twee plussen. www.elsevier.nl

Excellente scholen
De lijst van excellente scholen van het ministerie van onderwijs is een ander soort lijst. Er staat maar een handvol scholen op. Om het predicaat excellente school te krijgen, tellen ook allerlei zaken mee die niet zo makkelijk in cijfers te vatten zijn. Dat kan bijvoorbeeld zijn dat een school onder bijzonder moeilijke omstandigheden werkt of zich op een of andere manier onderscheidt. Het ministerie noemt als voorbeeld de omgang met hoogbegaafden. Op de lijst die maandag bekend wordt gemaakt zullen 36 scholen voor voortgezet onderwijs staan, 15 meer dan in 2012. Twee scholen die in 2012 excellent waren, zullen hun titel dan verliezen.

Schoolprestaties
Onderzoeker Jaap Dronkers werkte tot twee jaar geleden samen met Trouw. Omdat Trouw stopte met de lijst, publiceert hij zijn 'schoolprestaties' nu in de Volkskrant. Dronkers laat een ingewikkelde berekening los op een groot aantal criteria. Deels zijn dat dezelfde gegevens als die Elsevier en 'de Keuzegids' gebruiken, deels andere. Bij het oordeel van Dronkers telt ook het percentage tussentijds ingestroomde leerlingen, het aandeel leerlingen met extra hulp, allochtonen en leerlingen uit achterstandswijken. Het cijfer voor het centraal schriftelijk examen telt relatief zwaar. In deze lijst krijgen scholen een cijfer.

 
Om het predicaat excellente school te krijgen, tellen ook allerlei zaken mee die niet zo makkelijk in cijfers te vatten zijn

Steeds meer lijstjes, steeds meer keuzestress
De publicatie van steeds nieuwe ranglijsten van scholen voor voortgezet onderwijs maakt de keuzestress van ouders er niet minder op. Vanaf vandaag maakt weer een jaargang ouders met hun elf- of twaalfjarige kinderen een maand lang een rondgang langs open dagen op scholen voor voortgezet onderwijs. Ze hebben het advies van de basisschool op zak over de gewenste schoolsoort. Maar dan: op basis waarvan moeten ze kiezen? Ze hebben de cijferlijst van scholen die onderwijsonderzoeker Jaap Dronkers in de Volkskrant publiceerde. Ze kochten ook Elsevier, met een eigen lijst van 'beste scholen'. Vanaf maandag kunnen ze hun licht opdoen bij nóg twee lijsten: de 'Keuzegids' van het Centrum voor Hoger Onderwijs Informatie (CHOI) en de lijst van 'excellente scholen' van het ministerie van onderwijs. Trouw is een jaar geleden gestopt met de jaarlijkse publicatie van schoolprestaties omdat het doel - grotere openheid - wel bereikt was.

Het nare voor ouders is: geen van die lijsten is hetzelfde. Wat de ene lijst beoordeelt als een uitstekende school, is bij de andere een middenmoter.

Neem het vwo op het Christelijk College Schaervoorde in Aalten: die school kreeg van Dronkers een 9,5. In de Keuzegids scoort dezelfde school met 58 punten onder het gemiddelde. Elsevier waardeert de school met een +/-: vlees noch vis. Terwijl de Onderwijsinspectie - inmiddels tevreden - deze school een jaar terug nog een onvoldoende gaf. Hoe kan dat? Omdat alle onderzoekers en instanties andere criteria hanteren, of dezelfde criteria anders waarderen.

Dat maakt de prestatie van een school op een bepaalde lijst relatief. Ouders die de lijsten raadplegen, hebben daarmee vooral veel informatie in handen. Maar wat de beste school is voor hun kind, blijft een puzzel op basis van criteria die bij ieder kind weer anders zijn. Daarbij is het goed om nog verder te kijken dan alleen deze lijsten. Op de websites van scholen staan weer andere gegevens, verzameld in de 'vensters voor verantwoording'. Daarin onder meer het oordeel van de Inspectie over een school, maar ook hoe tevreden leerlingen en ouders zijn en de gemiddelde leeftijd van de leraren.

 
Het nare voor ouders is: geen van die lijsten is hetzelfde. Wat de ene lijst beoordeelt als een uitstekende school, is bij de andere een middenmoter

Deel dit artikel