Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'God is vaak pijn voor me, geen balsem'

Home

Stevo Akkerman

Christian Wiman © Trouw

De Amerikaanse dichter Christian Wiman schreef een ongewoon boek. 'Het geloof gidst me in de richting van een leven waarin ik tekortschiet.'

Zijn naam zong al een tijdje rond onder de liefhebbers. Literair tijdschrift Liter wees de Nederlandse lezers als eerste op zijn werk, kort daarop deed Willem Jan Otten hetzelfde in een essay in Trouw. En nu verschijnt morgen 'Mijn heldere afgrond' van de Amerikaanse dichter Christian Wiman in Nederlandse vertaling - een 'fenomenaal boek' in de woorden van de vertaler, Otten zelf."

Er zijn al twee eerdere vertalingen verschenen", vertelt Wiman telefonisch vanuit New Haven, Connecticut. "Maar ik ben vergeten in welke taal. Ik heb het resultaat nooit onder ogen gekregen."

Wiman, die religie en literatuur doceert aan de universiteit van Yale, was hoofdredacteur van het gerenommeerde tijdschrift Poetry. Negen jaar geleden werd hij getroffen door een zeldzame vorm van beenmergkanker, en het gevecht gaat nog steeds door. "Ik krijg nieuwe, experimentele medicijnen. Die werken gedeeltelijk."

Hoewel 'Mijn heldere afgrond' allerminst een verslag is van een ziektegeschiedenis, is de dreiging van het lijden en de dood nooit ver weg in dit boek. Het geeft alles wat Wiman zegt over het leven en het geloof een bijzondere intensiteit. 'Overpeinzingen van een moderne gelovige', luidt de ondertitel van zijn boek, en Otten noemt het de 'Pensées' van onze tijd, refererend aan Blaise Pascal.

Lees verder na de advertentie
Het boek is ontstaan toen ik niet in staat was poëzie te schrijven

Autobiografie
Maar wat voor boek is het eigenlijk? Geen roman, geen verzameling essays, geen verhandeling - wel een verkenning van wat religie zou kunnen betekenen als die wordt uitgedrukt in niet-traditionele bewoordingen, voorbij begrippen als zonde, genade, verlossing. "In de VS wordt het als een 'autobiografie' verkocht, maar zo heb ik het zelf nooit gezien, ondanks de persoonlijke elementen die het bevat", zegt Wiman. "Het boek is ontstaan toen ik niet in staat was poëzie te schrijven en deze proza-fragmenten naar boven kwamen. In de loop der jaren bleken ze toch een geheel te vormen, zij het een los geheel van filosofie, theologie, autobiografie, poëzie en literaire kritiek. Een mozaïek."

Dat de poëzie de dichter ontglipte, was geen gevolg van zijn ziekte; Wiman gaat geregeld door 'lange periodes van droogte'. "Ik wil niets afdoen aan het ambachtelijke aspect van het dichten - het is ook gewoon steenhouwen - maar uiteindelijk gaat het buiten mijn wil om, ik kan er niet toe besluiten als het niet komt." Tijdens zo'n woestijn-episode trok hij zich voor een maand terug op het platteland van Texas, het decor van zijn jeugd, in de hoop zichzelf 'een stroomstoot' te geven. "Tot poëzie leidde dat niet, wel tot een eerste alinea van wat uiteindelijk, na zeven jaar, dit boek zou worden."

Wiman zou niet graag zien dat zijn boek gelezen werd als een klassiek bekeringsverhaal: jongen groeit christelijk op, verliest geloof als volwassene, wordt doodziek en vindt dan God weer. Tot op zekere hoogte is het dat wel, zij het dan in zeer intellectuele vorm, maar de schrijver wil benadrukken dat zijn tastende terugkeer naar het christendom niet voortkomt uit heimwee naar het geloof van zijn jongensjaren, en ook niet het bijproduct is van doodsangst. "De ommezwaai kwam door de liefde, door de ontmoeting met mijn vrouw, niet door de ziekte. Lang voordat de kanker zich meldde, beschreef ik al in een gedicht hoe een personage een ontmoeting heeft met God. Op zijn sterfbed, om precies te zijn. Poëzie kan griezelig profetisch zijn, maar het illustreert hoe deze kwestie mij bezighield, ook toen er met mijn gezondheid nog niets aan de hand was."

Ik word nu eenmaal, terecht of onterecht, naar God getrokken. Was dat zonder mijn opvoeding ook zo geweest

Jeugd
Was het, gezien zijn jeugd in een fundamentalistisch-evangelisch milieu, niet onvermijdelijk dat het geloof Wiman in zou halen, in welke vorm dan ook? Zo'n verleden schud je niet gemakkelijk van je af. Dat moge zo zijn, zegt de schrijver, hij kent heel wat mensen die eenzelfde opvoeding hebben gehad en nu zonder enig hartzeer atheïstisch zijn. "Dit is iets waar ik vaak mijn hoofd over breek. Ik word nu eenmaal, terecht of onterecht, naar God getrokken. Was dat zonder mijn opvoeding ook zo geweest? Onmogelijk te zeggen. Ik heb al heel lang een gedicht in mijn hoofd dat moet beginnen met de regel 'Ben jij in werkelijkheid niet meer dan mijn jeugd' - de 'jij' is dan God. Maar hoe ik ook probeer het op papier te krijgen, tot dusver is dat niet gelukt."

Alles wat te maken heeft met God en (on)geloof is voor Wiman beweeglijk, aan verandering onderhevig, onzeker. En ook verontrustend. "Het geloof gidst me in de richting van een leven waarin ik tekortschiet, niet in een leven waarin alles me toevalt. Ik geloof dat je jezelf geen christen moet noemen, net zomin als dichter - het is iets dat je nastreeft, niet iets dat je bent. Het kan je gegeven zijn op momenten in je leven, maar in de tussentijd ben je er geen eigenaar van. Zoals ik zeg in het boek: ik heb de pijn van het ongeloof nooit gevoeld voordat ik begon te geloven. God is vaak pijn voor me, geen balsem."

Ik geloof dat je jezelf geen christen moet noemen, net zomin als dichter - het is iets wat je nastreeft, niet iets dat je bent

Gevaar
Toch wil Wiman die God niet uit de weg gaan. Of, beter uitgedrukt: misschien zou hij het wel willen, maar hij kan het niet. Hij weet dat er mensen zijn die genoeg hebben aan de wereld zoals die is, maar voor hem draagt de wereld altijd 'de suggestie in zich van een ander bestaan'. "Het zou een ontkenning zijn van mijn realiteit God er buiten te laten." Tegelijkertijd - Wiman is de meester van het tegelijkertijd - erkent de schrijver dat hij 'constant nee zegt tegen God'. "Misschien uit trots, misschien uit angst. Dietrich Bonhoeffer zegt: 'Als je er geen prijs voor betaalt, is het waarschijnlijk niet de weg van God'. Zeg ik nee uit angst voor die prijs? Ik weet het niet, zo goed ken ik mezelf niet. Ik weet wel dat er een gevaar schuilt in het 'nee' zeggen tegen God, in het koesteren van de wanhoop, de verslaving aan Gods afwezigheid - het kan afgoderij worden. Zoals de dichter Marianne Moore schreef: 'Zonder mijn eenzaamheid ben ik nog eenzamer, dus houd ik het'."

Het essay dat de aanzet vormde voor 'Mijn heldere afgrond' (getiteld 'Liefde heette mij welkom') riep in Amerika ongewoon veel reacties op. Nog steeds krijgt Wiman af en toe brieven van mensen die toevallig op zijn tekst stuiten - 'de fijnste reacties op mijn werk, vaak van mensen die geen enkel contact hebben met de literaire wereld'. Ze melden nogal eens teleurgesteld te zijn in de taal en de vorm van de Amerikaanse religiositeit. Terwijl ze wel verlangen naar iets dat buiten henzelf ligt. "Ze kunnen niets met het beeld dat God naast je zit in de huiskamer om lekker met je te kletsen. Maar er heerst ook frustratie over het liberale protestantisme in de VS, omdat het streeft naar een religieuze ervaring zonder de naam van God te noemen, om over Jezus maar te zwijgen."

Het Amerikaanse succesevangelie, met God als de leverancier van voorspoed, geluk en gezondheid, noemt Wiman onzinnig. "Het idee dat God je beloont als je geloof maar groot genoeg is, is in feite kwaadaardig. Ik moet zeggen dat het me erg verwart dat mijn leven enerzijds zo naar God en het christendom toe beweegt, terwijl ik anderzijds zo vervreemd ben van de manier waarop die religie in dit land wordt vormgegeven."

De dichter voelt zich dan eerder verwant met het doordachte atheïsme van denkers als Nietzsche en Camus, een atheïsme dat 'de afwezigheid van God zeer serieus neemt, inclusief het drama dat daarin besloten ligt'. "Ik ben het eens met dichter Fanny Howe, die zegt: 'Ik kan 's ochtends uit bed stappen als een christen en 's avonds naar bed gaan als een atheïst'."

© Trouw

Deel dit artikel

Het boek is ontstaan toen ik niet in staat was poëzie te schrijven

Ik word nu eenmaal, terecht of onterecht, naar God getrokken. Was dat zonder mijn opvoeding ook zo geweest

Ik geloof dat je jezelf geen christen moet noemen, net zomin als dichter - het is iets wat je nastreeft, niet iets dat je bent