Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Geert Wilders is bang voor zichzelf, voor zijn vrijheid, voor alles’

Home

Saskia Elise van der Heide en student wijsbegeerte aan Universiteit Leiden

De weerzin van de PVV tegen de islam komt overeen met het gedachtepatroon van de antisemiet, zoals Jean-Paul Sartre dat analyseerde. Dat betoogt Saskia Elise van der Heide, student wijsbegeerte.

In de uitzending van ’Nova Politiek’ van 31 mei beschreef Fleur Agema, tweede op de lijst van de PVV, Geert Wilders als een ’buitengewoon vriendelijke man’. Wilders bevestigde lachend. Gedurende het interview was hij ontspannen en kreeg hij met een kwinkslag de lachers op zijn hand. Was hier sprake van een charmeoffensief? Is dit de man die een hoofddoekjesbelasting voorstelde en uitspraken deed als ’de islam is een gewelddadige religie’? Het contrast uitte zich hier niet voor het eerst. De politicus die met zijn partij al vier jaar waarschuwt voor de vermeende gevaren van de islam, gelooft nog steeds dat de mooiste dagen van Nederland voor ons liggen, zo valt te lezen in het verkiezingsprogramma van de PVV.

Hoe vertaalt een anti-immigratie en anti-islam politiek zich naar standpunten ten aanzien van economie, milieu en onderwijs? Hoe gaat Wilders ons land regeren? Met ’De agenda van hoop en optimisme’. Een weinig polemische titel. De keiharde rechtse strijd tegen de islamisering tekent zich af tegen het vredige beeld van Nederland achter de dijken, waar Henk en Ingrid wonen. De PVV belooft een samenleving waar vrijheid zegeviert, maar de islam moet worden bestreden en de politie ’heer en meester’ is op straat. Deze discrepantie intrigeert. Wat zouden iemands drijfveren zijn, om er zulke ideeën op na te houden?

Wilders’ gedachtepatroon vertoont veel parallellen met de ’gedachtechaos’ die de Franse schrijver en filosoof Jean-Paul Sartre beschrijft in zijn ’Portret van een antisemiet – Overdenkingen over het joodse vraagstuk’ uit 1944. De antisemiet is zich volgens Sartre wel degelijk bewust van zijn inconsistente ideeën en Sartre probeert te analyseren wat de beweegredenen zijn van iemand die met zijn volle verstand erin volhardt onjuist te oordelen.

Het portret dat Sartre van de antisemiet schetst is een mens met angst. Geen angst voor de joden, maar angst voor zichzelf.

Sartre omschrijft het leven van een denkend mens als onzeker. Onze redeneringen over de toekomst bieden slechts waarschijnlijkheid. Waarheen zullen veranderingen ons voeren? Eeuwige zekerheid is een onbereikbaar doel. Sommige mensen voelen zich daarom volgens Sartre aangetrokken tot de ’bestendigheid van de steen’, massief en onveranderlijk. Naar zijn analyse kiest de antisemiet ’uit verlangen naar het absolute’ voor de haat, omdat de haat een geloof is. Dit noemt Sartre de logica van de hartstocht. Alleen een sterk vooroordeel kan onmiddellijk zekerheid geven en een leven lang voortbestaan. Sartre stelt dat de antisemiet zich hiermee vanaf het begin baseert op een ’feitelijk irrationalisme’, dat de angst en verantwoordelijkheid wegneemt om kritisch te denken.

Vanuit Sartre’s beschouwing maakt Wilders zich met zijn anti-islam politiek ook schuldig aan dit feitelijk irrationalisme. Een democratische samenleving is dynamisch en veelzijdig en haar problemen vragen om eenzelfde aanpak. Wilders gaat met zijn politieke visie hieraan voorbij en heeft voor alle problemen één oplossing gevonden. De hartstocht van Wilders is het geloof dat de islam het kwaad is dat Nederland de afgrond instort. Volgens de PVV is de islamisering geen one-issue, maar bedreigt het alle facetten van de samenleving. Wanneer de islam wordt bestreden, is een veilig Nederland binnen handbereik.

Deze houding die Wilders evenals de antisemiet aanneemt, verschaft nog een ander genoegen. Met de overtuiging dat de jood minderwaardig is of de islam een achterlijke cultuur, beweer je tegelijkertijd dat je zelf tot een elite behoort. De eigen superioriteit is geen verdienste, maar is direct en voor altijd gegeven: Het is ’een ding’, bestendig als een steen. Zo komt Wilders tot de vaststelling dat de (autochtone) Nederlanders een volk zijn dat zijn gelijke niet kent. Een dergelijke opvatting definieert Sartre als een vlucht voor verantwoordelijkheid en het eigen geweten. Hij stelt dat de antisemiet ervoor kiest niets zelf te verwerven of te bereiken, omdat zijn superieure status hem al is gegeven als bezit. Daarentegen staat de antisemiet zich niet voor op zijn elitaire positie en beschouwt hij zichzelf als middelmatig. Dit volgens Sartre uit angst voor de eenzaamheid. Het antisemitisme maakt ’middelmatigheid’ zelfs tot een deugd.

Overeenkomstig zien we bij de PVV een idealisering van ’de gewone man’, in de personificatie van Henk en Ingrid. Zij hebben het kwaad niet in de wereld gebracht of om de massa-immigratie gevraagd. De schuld ligt volgens Wilders bij de linkse elite die, door grenzen open te stellen en thee te drinken met imams, de islamisering vrij spel geeft.

Sartre meent dat het ideaal van middelmatigheid uiteindelijk berust op een wantrouwen jegens de gevestigde politiek, die als ondoorzichtig wordt beschouwd. De antisemiet verlangt naar onveranderlijke wetten en een sterke regering, het liefst door revolutie aan de macht gekomen, die de burgers ontheft van hun verantwoordelijkheid zelfstandig en kritisch te denken.

Sartre vervolgt zijn analyse. Wat voor de antisemiet kenmerkend is aan de jood, is zijn ’joodsheid’: een magische essentie als beginsel van het kwaad. Deze bepaling vrijwaart hem van het oordeel dat de wereld slecht is, wat immers de verantwoordelijkheid met zich mee brengt om de wereld te veranderen. Er is slechts één bron van kwaad en die moet worden bestreden. Deze erkenning van ’strijd’ geeft blijk van sadisme, maar de antisemiet weet zich wederom aan zijn verantwoordelijkheid te onttrekken. Hij beschouwt zichzelf als een crimineel met een zuiver geweten, die vecht voor de goede zaak. Een denkpatroon gelijk aan dat van Wilders. De strijd tegen de islamisering – bron van al het kwaad – is geen eenvoudige strijd, maar wel ’een juiste’. Kiezen voor Nederland of voor de islam, is een keuze tussen goed en kwaad.

Sartre’s portret van de antisemiet is compleet. Aan de hand van zijn analyse zou de slotsom kunnen zijn dat de islam voor Wilders, evenals de jood voor de antisemiet, slechts een voorwendsel is. Wilders is bang voor zichzelf, voor zijn vrijheid, verantwoordelijkheid, voor verandering, voor de wereld; voor alles. Het is een angst voor mens-zijn. Uit verlangen naar de bestendigheid van een rotsblok kiest Wilders een identiteit. Wanneer we die beschermen tegen het kwaad, heeft hij het ’rotsvaste geloof’ dat er een prachtige toekomst voor Nederland in het verschiet ligt.

Deel dit artikel