Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Gebrek aan burgerschap is alarmerend'

Home

HANNE OBBINK

Deskundigen: Normen en waarden moeten vaste plaats in onderwijs krijgen

Nederlandse scholieren scoren slecht als het gaat om kennis en vaardigheden op het gebied van burgerschap, meldde Trouw gisteren. Hoe erg is dat?

Hans Teunissen, voorzitter van de vereniging van leraren maatschappijleer NVLM: "Als leerlingen de gemeenschappelijke waarden en normen van onze samenleving niet delen, is dat erg, ja. Zeker als die in de wet vastliggen, zoals gelijke rechten voor alle burgers. Natuurlijk mogen jongeren afwijkende meningen hebben, maar als ze niet eens de kennis hebben op basis waarvan ze een mening hebben kunnen vormen, is dat ernstig.

De lage scores zijn wel verklaarbaar. Het onderzoek gaat over veertienjarigen, terwijl burgerschap op school pas in de hogere klassen aan de orde komt. Burgerschap wordt bovendien beschouwd als opdracht van de hele school: het moet in alle lessen aan de orde komen. Maar gebleken is dat het pas echt goed werkt als je het in afgebakende lessen onderbrengt, met serieuze toetsen en bevoegde docenten. Met die paar uurtjes maatschappijleer die leerlingen nu in hun schoolloopbaan krijgen, red je het niet."

Evelien Tonkens, bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam: "Dat Nederlandse jongeren zo negatief staan tegenover bijvoorbeeld gelijke rechten voor migranten is zorgelijk. Het gaat toch om fundamentele rechten van medeburgers.

Zeker, je mag van het onderwijs verwachten dat het jongeren normen en waarden bijbrengt. In Nederland heerst het passief liberalisme: de gedachte dat iedereen recht heeft op z'n eigen mening en dat je een ander je mening niet mag opdringen. Leraren zijn daar ook heel bang voor, vermoed ik. Maar elkaar overtuigen met argumenten, dat is iets anders. Ik zou trouwens niet weten hoe dat zou kunnen, hoor: iemand je mening opdringen."

Mirjam Stroetinga, onderwijsadviseur aan de Marnix Academie: "Dit is een alarmerend signaal. Hoe gaat de samenleving eruit zien als deze jongeren de burgers van de toekomst zijn? Verhardt die dan nog meer?

Het kan helpen als burgerschap op de basisschool een duidelijker plaats krijgt, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke stage. Op de basisschool trekt een leerkracht een heel jaar op met de kinderen, en dat werkt goed, want burgerschap vraagt rijping. In het voortgezet onderwijs beperkt de aandacht voor burgerschap zich tot speldenprikken, los weggezet in het rooster."

Anne Bert Dijkstra, bijzonder hoogleraar sociale opbrengsten van het onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam: "Wanneer vestigen de opvattingen van scholieren zich? De meningen van veertien- en vijftienjarigen zijn aan verandering onderhevig, pas in de vroege volwassenheid worden die wat definitiever. Er wordt wel gesproken van de 'burgerschapsdip': jongere kinderen en ouderen denken positiever over burgerschapswaarden. Adolescenten zijn bezig hun identiteit te vormen, en daar hoort bij dat ze zich losmaken van en afzetten tegen opvattingen van anderen.

Maar natuurlijk, de samenleving is erbij gebaat als basiswaarden zoals verdraagzaamheid en non-discriminatie door iedereen gedeeld worden. De school heeft daar een taak in: het overdragen van algemeen aanvaarde normen en waarden."

Deel dit artikel