Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'En wij maar praten over 0,7 procent'

Home

LIDWIEN DOBBER

interview | Onderzoeker: Denken over armoede is in Nederland beperkt en achterhaald. 'We verliezen onze positie.'

Het debat over ontwikkelingshulp in Nederland is verzand in een bloedeloze discussie of er 0,7 procent van het nationaal inkomen aan moet worden uitgeven. Als er al wordt gediscussieerd tenminste, want politiek noch publiek lijkt zich er erg over op te winden.

Onderzoeker Ries Kamphof van Kaleidos Research stelt het vast en maakt zich zorgen. Hij liet zo'n duizend Nederlanders ondervragen. Die blijken heel traditioneel te denken, staat in Kaleidos' onderzoek dat gisteren verscheen. Armoede in den vreemde wordt het best bestreden door de overheid, die geld geeft aan ontwikkelingsorganisaties om scholen en ziekenhuizen te bouwen. Wereldproblemen als klimaatverandering, conflicten en migratie spelen wat hen betreft nauwelijks een rol; twee op de vijf ondervraagden legt geen link tussen die thema's en armoede.

Door dit achterhaalde en beperkte denken verliest Nederland invloed, voorziet Kamphof. "De wereldorde verandert en Nederland gaat niet mee." Dit najaar bepalen de Verenigde Naties de ontwikkelingsagenda voor de komende vijftien jaar. En er zijn genoeg partijen die wel met nieuwe ideeën en opvattingen komen: opkomende landen als China en India, bedrijven als Unilever en Akzo Nobel, filantropen als Bill Gates en Bono.

Waarom vat de Nederlandse burger die strijd tegen armoede zo beperkt op?

"Voor veel mensen staat armoedebestrijding gelijk aan geld overmaken. En veiligheids- en klimaatproblemen associëren ze niet met geld. Ook de link tussen armoede en de manier waarop handel is georganiseerd bijvoorbeeld, of met belastingsystemen die westerse landen bevoordelen en ontwikkelingslanden benadelen, leggen mensen niet."

Is het debat zo beperkt omdat er in Nederland nauwelijks nog over ontwikkelingshulp wordt gediscussieerd?

"Dat zou kunnen. Maar dat is op zich wel gek. Er is dit jaar zoveel om te doen. Er komt een grote klimaattop aan, de VN stellen dit najaar de mondiale uitdagingen vast en in juli vergadert de wereld in Addis Abeba over hoe ontwikkeling wordt betaald de komende jaren. En Nederland praat maar door over die 0,7 procent, terwijl overheidshulp maar een klein stukje van de taart is. Bedrijfsinvesteringen, overmakingen van migranten aan hun familie, maar ook belastinginkomsten in ontwikkelingslanden zijn samen veel belangrijker."

Voor uw onderzoek sprak u ook met onderzoekers, met ambtenaren en ontwikkelingsorganisaties. En met één politicus, PvdA'er Thijs Berman. Is dat niet wat weinig?

"Ja, en dat is nog een ex-politicus ook. We hebben wel geprobeerd om Tweede Kamerleden te spreken. Boden aan om het gesprek geen uur te laten duren, zoals bij de anderen, maar twintig minuten. Voor het geval ze weinig tijd hadden. Maar ze wilden niet. Dat sluit wel aan bij onze conclusie dat het debat niet echt leeft."

Is dat erg? U stelt vast dat ontwikkelingsclubs en verantwoordelijk minister Ploumen wel verder kijken. Kunnen die het in het internationale wereldje niet alleen af?

"De Kamer moet wel controleren welke positie de minister inneemt. Bovendien is het vervelend als het clubje dat zich ermee bemoeit steeds kleiner wordt. Overheden kunnen de CO2-uitstoot willen beperken, maar als bedrijven niet meewerken, ben je weg. Dan heb je ook de publieke opinie nodig."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie