Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Een ode aan Nederland is echt op zijn plaats'

Home

Erdal Balci

Erdal Balci: 'In Turkije realiseerde ik mij pas, onder meer door de reportages die ik bij mijn eigen familie maakte, hoe slecht vrouwen worden behandeld.' © Bram Petraeus
Interview

Journalist Erdal Balci groeide op in Utrecht maar koos voor Istanbul. Onlangs keerde hij terug. 'Ik wil dat mijn kinderen in vrijheid opgroeien.' In zijn nieuwe boek wil hij de mooie kanten van Nederland laten zien.

Een verblijf van zestien jaar in Istanbul had schrijver Erdal Balci nodig om erachter te komen dat hij zich meer Nederlander voelt dan Turk. En daarom keerde hij recent terug naar Utrecht, de plek waar hij als elfjarige zoon van een gastarbeider kennis maakte met Nederland. De stad ook die met haar cafés, discotheken, pleinen en shoarmatenten het decor vormt van zijn nieuwste roman 'Simonnehh en mijn tweelingbroer'. Een verhaal over je thuis voelen, vriendschap en liefde en het Nederland van de jaren tachtig.

In café Le Journal - waar de hoofdpersoon in zijn roman rustig kan schrijven en niet wordt weggekeken als hij uren niets anders bestelt dan een kopje thee - heeft Balci al een tafeltje bij het raam uitgekozen met uitzicht op de Neude. Een beetje nerveus is hij wel, zegt hij. "Dit boek staat zo dicht bij mij. Het past bij mijn persoonlijkheid, bij mijn humor en bij de manier waarop ik in het leven sta."

Hoe sta je dan in het leven nu je bent teruggekeerd naar Nederland?
"Ik kan wel zeggen dat ik als een andere man ben teruggekomen. Toen ik zestien jaar geleden uit Nederland vertrok, kon ik heel onaangenaam zijn, vooral naar vrouwen toe. Vrij gênant om te vertellen maar mijn zus mocht van mij geen strakke broeken aantrekken. Gelukkig kan ik nu tegen haar zeggen dat het fout was. In Turkije realiseerde ik mij pas, onder andere door de reportages die ik bij mijn eigen familie maakte, hoe slecht vrouwen behandeld worden. Ze doen alles, maken schoon, koken en moeten apart eten. Achteraf schaam ik mij dat ik daarin ben meegegaan alleen maar omdat het van mij werd verwacht."

Kwam je als 'andere man' ook terug in een ander Nederland?
"De irritaties en spanningen zijn opgelopen, dat merk ik wel. Veel Turken en Marokkanen lijken ongelukkiger dan in mijn jeugd. Iedereen die ik spreek wil eigenlijk terug. Ook merk ik dat de islam onder hen nog sterker is vertegenwoordigd. De solidariteit tussen Nederlanders en allochtonen is steeds verder te zoeken. En dat los je niet op met een cursus over normen en waarden." Dan lachend: "Eigenlijk zouden alle nieuwkomers een goede versiercursus moeten krijgen! Daar hebben beide kanten wat aan. Turken die een Nederlandse vrouw hebben gehad zijn anders. Vrouwen kunnen mannen polijsten, dat is mijn persoonlijke ervaring. Die kunnen de botte kanten eraf schuren. Dat gebeurt ook bij de Erdal Balci in het boek. Hij wordt een beter mens door de sterke vrouwen die hij ontmoet."

Ben jij zelf de Erdal Balci in dit boek of misschien eerder zijn dappere 'tweelingbroer' Sjamil die op een dag zomaar op de stoep staat?
"De Erdal in dit boek is niet de echte. Eigenlijk ben ik een mix van die twee. Ik ben niet zo'n loser als de Erdal in dit boek, maar ook niet zo heldhaftig als zijn zogenaamde tweelingbroer. Voor deze roman heb ik heel erg geput uit mijn eigen verleden en mijn omgeving. De manier waarop Sjamil Nederlands leert bijvoorbeeld, door overal briefjes met nieuwe woorden op te plakken. Of hoe hij samen met zijn vrienden vrouwen probeert te versieren in discotheek Astaire door zich voor te doen als Italianen. Ik schets in mijn boek een beeld van de slimme migrantenkinderen van mijn generatie. Met humor probeer ik hun tragiek weer te geven."

Lees verder na de advertentie
Veel Turken en Marokkanen lijken ongelukkiger dan in mijn jeugd. Iedereen die ik spreek wil eigenlijk terug

Tragiek?
"De migrantenkinderen die slimmer zijn dan hun ouders hebben het heel moeilijk. De rest doet gewoon de ouders na. Zij gaan naar de moskee en de Turkse jongerenvereniging en zijn een stuk gelukkiger. Ze weten dat ze Turks zijn en ze zijn hartstikke trots op hun land en hun geloof. Het drama van Erdal is dat hij het allemaal niet weet, hij is zoekende."

De 'echte' Erdal groeide op in het uiterste oosten van Turkije in het armste gebied van het land. Vlak voor zijn geboorte vertrok zijn vader als gastarbeider naar Nederland. Omdat het sneeuwde en het gezin erg afgelegen woonde, gaf hij zijn kind - hij gokte dat zijn vijfde kind een zoon zou zijn - alvast aan bij de burgerlijke stand.

Zijn precieze geboortedatum weet Balci niet. "Vorige week heb ik mijn zogenaamde verjaardag nog gevierd", zegt hij lachend. Na elf jaar volgde het gezin vader Balci naar Utrecht. "Toen ik hier kwam en de taal niet sprak werd ik als dommerik gezien door mijn klasgenoten en zo ook behandeld. In Turkije was ik de slimste leerling van de hele school en werd ik op handen gedragen door de leraren. Ik heb heel veel gehuild. Tegelijkertijd hield ik als kind al van Nederland. Ik ben nooit religieus geweest. Ik voelde toen al dat het hier niet uitmaakte als je niet geloofde. Toch was het een heel moeilijke tijd. Het lukte maar niet om vrienden te maken."

De 'eenzame Turk' wordt Erdal in het boek genoemd. Maar dan komt opeens 'zijn tweelingbroer' uit de lucht vallen.
"Ja, op een dag staat er een worstelaar uit de Sovjet-Unie voor de deur, blakend van zelfvertrouwen. Voordat hij naar Nederland komt waardeert hij de vrijheid in Europa al. Ik wou dat ik in mijn eigen leven zo'n persoon had gehad. Hij zegt tegen Erdal 'open je ogen, zie hoe mooi het is in het liberale Europa'."

Sjamil is meteen dol op Nederland. 'De zon schijnt in dit land vanuit de woonkamers', zegt hij.
"Om tot de conclusie te komen die Sjamil meteen al trok, moest ik eerst weer in Turkije wonen. Zestien jaar heb ik nodig gehad om te beseffen dat ik meer Nederlander ben dan Turk. Dat het heel belangrijk is om in een land te wonen waar sprake is van het vrije woord. Zo'n tien jaar geleden leek het er even op dat Turkije als enige islamitische land aansluiting zou kunnen vinden bij de vrije wereld. Dat zou echt fantastisch zijn geweest.

"Maar de liefde voor de sterke man was groter, en die sleept nu het hele land het ravijn in. Meer dan duizend academici moeten nu vrezen voor hun baan omdat ze een petitie ondertekenden. Als ingezetene van zo'n land word je intellectueel gecastreerd. In Nederland is een vrij klimaat, dat heb ik nodig als mens."

Toen ik hier kwam en de taal niet sprak werd ik als dommerik gezien door mijn klasgenoten en zo ook behandeld

'Het geluk dat Nederland zijn bewoners gunde lag niet voor het oprapen', schrijf je. 'Maar het was er wel. Het school in de warme blik van een studente die lesgaf aan nieuwkomers. In de rij voor nieuwe haring.'
"Zo'n ode aan Nederland vind ik echt op zijn plaats. Er wordt door allochtonen zo veel gekankerd op dit land. Ik wilde in dit boek de mooie kanten van Nederland laten zien. Nederlanders zijn over het algemeen aardige mensen. Ik heb hier alle kansen gekregen. Toen ik van de mavo naar de havo door wilde stromen kwam ik eigenlijk punten te kort. Een lerares gaf mij een knipoog en maakte van een zes een acht. Dat is niet te vergelijken met de harde realiteit in Turkije."

Met zijn havo-diploma op zak kon Balci zijn droom - naar de school voor journalistiek - waarmaken. "Het was misschien wel het moeilijkste wat ik kon kiezen. In het eerste jaar kreeg ik al mijn stukken zwart van de correcties terug." Maar Balci zette door en ontwikkelde, misschien wel juist door zijn taalachterstand, een heel eigen bloemrijke stijl. Zijn ouders waren niet zo blij met zijn keuze. "Zij hadden liever gezien dat ik treinconducteur was geworden. Het zijn heel lieve mensen hoor, maar ze schamen zich dat ik geld voor woorden durf te vragen."

De gastarbeiders krijgen er in je boek flink van langs. Ze wonen in huizen vol plastic en glimmende bordenkasten. En ze trekken om zich heen een 'Chinese Muur' op.
"Als kind kon ik al niet tegen hun manier van leven. De hele dag werd er naar slechte Turkse films gekeken. Daarom zat ik de hele tijd in de bieb of slenterde door de straten. Het irriteert mij dat ze niets van hun leven maken. Ze wonen in het hart van een van de beste landen ter wereld maar blijven vasthouden aan alles wat door hun ouders is meegegeven. Ik heb daar altijd moeite mee gehad, maar ik heb dat nu geaccepteerd. Ik observeer nu."

Het zijn heel lieve mensen hoor, maar mijn ouders schamen zich dat ik geld voor woorden durf te vragen

Maar niet meer vanuit Turkije. Waarom besloot je Istanbul te verlaten?
"Mijn oudste dochter was ongelukkig op de middelbare school. Ze durfde in de klas niet meer voor haar mening uit te komen. De meeste schooldirecteuren zijn vervangen door aanhangers van de regering. Ze werd apart genomen door de godsdienstleraar omdat hij bang was dat ze atheïst was. Hij wilde haar op 'het rechte pad' brengen. Ik wil mijn kinderen zelfcensuur besparen. Ik wil dat ze opgroeien in een vrij land."

Jouw dochters moeten zich nu net als jij in de jaren tachtig redden in een nieuw land waar ze de taal niet spreken. De geschiedenis herhaalt zich.
"Niet helemaal. Voordat mijn dochters hier naartoe kwamen, woonden ze mentaal al in het Westen. Zij kijken al lang series als 'Modern Family' en ze spreken Engels. Dankzij internet kun je een ander leven leiden dan je klasgenoten. Ik was een boerenpummel die naar Utrecht kwam. Ik wilde al die Nederlanders vertellen hoe fantastisch Ataturk is. Maar daar zat natuurlijk niemand op te wachten, haha!

"Misschien is dat wel het mooiste wat Nederland mij heeft gegeven. Dit land heeft de gevolgen van de hersenspoeling bij mij weggevaagd. Daarom wil ik mijn kinderen hier een toekomst geven. Laatst zag ik samen met mijn dochter op tv hoe Khadija Arib gekozen werd als voorzitter van de Tweede Kamer. 'Kijk goed', zei ik tegen haar. 'Arib is ook pas op haar vijftiende hier gekomen en zie hoe ver zij het heeft geschopt. Dat kan jij ook.' Daar werd ze heel blij van."

Ik wil mijn kinderen zelfcensuur besparen. Ik wil dat ze opgroeien in een vrij land

Deel dit artikel

Veel Turken en Marokkanen lijken ongelukkiger dan in mijn jeugd. Iedereen die ik spreek wil eigenlijk terug

Toen ik hier kwam en de taal niet sprak werd ik als dommerik gezien door mijn klasgenoten en zo ook behandeld

Het zijn heel lieve mensen hoor, maar mijn ouders schamen zich dat ik geld voor woorden durf te vragen

Ik wil mijn kinderen zelfcensuur besparen. Ik wil dat ze opgroeien in een vrij land