Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Een nauw leven geeft een ruime ingang'

Home

Van onze kerkredactie

AMSTERDAM - In de zwaarste zijvleugel van de orthodox protestantse kerken komt het nog altijd voor dat er een diepe kloof is tussen het op zondag verkondigde Woord en de doordeweekse daden. Dat speelt vooral in de zogenoemde lijdelijke hoek.

Volgens emeritus-hoogleraar dr. Anne van der Meiden, kenner van de 'zwartekousenkerken', is aan buitenstanders nauwelijks uit te leggen hoe de 'uitverkiezingsleer' hier werkt, zo ingewikkeld is het.

Dit zegt Van der Meiden naar aanleiding van de beschuldigingen van Rien van Hoeven van stichting De Keursteen, die fraude en andere misstanden in de reformatorische gezindte aan de kaak wil stellen. Als wortel van alle ellende noemde Van Hoeven vrijdag in deze krant de zogeheten standenprediking.

Van der Meiden: “Wat je goed moet onderscheiden is de staat en de stand van iemands geloofsleven. Je staat is dat je Nederlander bent, je stand is dat je al dertig jaar op de Filippijnen woont. Nu is het met de leer van de uitverkiezing van tweeën één: óf je hebt de uitverkoren staat - dan kom je in de hemel, óf niet - en dan ga je verloren. Er zijn mensen die doordat hun staat - verloren of behouden - toch al vastligt, menen dat het niet uitmaakt hoe ze leven.”

Toch komt het vreemd over dat iemand die maar raak leeft, omdat hij denkt dat hij toch niet uitverkoren is, zich toch zondag aan zondag onder de strengste prediking begeeft. Waarom gaat hij dan niet helemaal van de kerk af? “Dat hoort er ook bij”, zegt Van der Meiden, “je moet je onder het Woord scharen. Er is zelfs bij de grootste zondaar diep van binnen altijd de hoop dat God hem misschien tot bekering brengt.”

Van der Meiden haast zich overigens wel het beeld van de gemiddelde bevindelijk gereformeerde te nuanceren. De meesten in deze hoek die de strikte predestinatieleer aanhangen, proberen gewoon netjes te leven. “Een nauw leven geeft immers een ruime ingang, is hun motto”.

Dat misbruik, in wat voor vorm dan ook, toch zo welig kan tieren onder hen, heeft ook te maken met het grote vertrouwen dat men in elkaar heeft als huisgenoten van het geloof, aldus Van der Meiden. Men is vaak goedgelovig. “En er is een geweldig respect voor bekeerde mensen. Als er een bekeerde ouderling bij een weduwe op de stoep staat en zegt 'u heeft uw zaken niet goed op orde, ik zal daar eens wat aan doen', dan spreekt allereerst de ouderling en pas daarna de boekhouder.”

Als Van Hoeven van De Keursteen de standenleer aanwijst als de wortel van veel kwaads bij de zware protestanten, sluit hij aan bij een kwestie die in de bevindelijk gereformeerde wereld heel gevoelig ligt, zonder dat hij klok en klepel goed onderscheidt.

Blaauwendraad

In de grootste 'zwartekousenkerk', de Gereformeerde gemeenten in Nederland en Noord-Amerika (96 000 leden), heerst momenteel onrust over een kritisch boekje van prof. J. Blaauwendraad over de standenleer. Door zoveel nadruk te leggen op de verschillende stadia die iemand moet doorlopen voor hij echt bekeerd is, betoogt Blaauwendraad, doen predikanten tekort aan Gods genade voor de zondaar. Dit boekje is bij de 'ger-gemmers' nogal verdeeld ontvangen. Een deel is er blij mee, een ander deel beschouwt de standenprediking juist als kenmerk van het ware. Van der Meiden: “Men beoordeelt elkaar op de vorderingen op de bekeringsweg. Het is een doem die over het leven hangt.”

In 1953 leidde verschil van inzicht over de reikwijdte van de genade zelfs tot een breuk in de Gereformeerde gemeenten. De ook door Van Hoeven genoemde predikant C. Steenblok uit Gouda vond dat 'het onvoorwaardelijk algemeen aanbod van genade' alleen mocht toekomen aan wie 'waarlijk verslagen van hart waren, de uitverkorenen die hun ellende beseften en gebukt gingen onder hun zonden'. Steenblok's hete adem - zijn kerkgenootschap telt 20 000 leden - wordt bij de 'gergemmers' nog altijd gevoeld.

Dr C. Steenblok is een verhaal apart. Zijn gang door de gereformeerde gezindte werd van meet af aan gekenmerkt door sterke nadruk op de uitverkiezing. Na een bekeringservaring op zijn 17e werd hij van landarbeider predikant, eerst in de 'gewone' gereformeerde kerken. Zijn catechisanten in Lopik klaagden echter al dat ze nooit te horen kregen dat ze 'verbondskinderen' waren. Het liep vervolgens spaak tussen dominee en gemeente, al speelde er ongetwijfeld meer dan alleen de uitverkiezing - zo verbood de kerkenraad hem om zijn auto via de serredeuren in de pastorie te parkeren.

Na zijn promotie op Voetius, in 1941 aan de VU, sloot Steenblok zich in 1943 met zijn gemeente Poortvliet aan bij de Gereformeerde gemeenten van ds G.H. Kersten, waar hij zich geestelijk beter thuisvoelde. Hij maakte er als beschermeling van Kersten aanvankelijk snel carrière, maar dat duurde dus niet lang. Behalve de te ruime genadeprediking hekelde Steenblok ook de 'wereldgelijkvormigheid' die hij er aantrof.

Ook op dit laatste punt heerst er vandaag nog steeds en opnieuw ongerustheid in de Gereformeerde Gemeenten. Wie menen dat de zondaar pas via allerlei stadia, waarin zijn zondigheid hem steeds duidelijker voor ogen komt te staan,'zalig kan worden, zijn dezelfden die het scherpst kiezen voor wereldmijding: geen radio, geen tv, niet inenten, geen voorbehoedmiddelen.

Van der Meiden volgt de bevindelijk gereformeerden al zijn hele leven; hij denkt dat leer en levensstijl daar steeds verder zullen verwateren. Uiteindelijk zal er maar een kleine rest overblijven op het smalle pad van de zestiende en zeventiende eeuwse voorvaderen.

Deel dit artikel