Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Een baan voor het leven is juist goed'

Home

Esther Bijlo

Alfred Kleinknecht: 'Ik was blij dat ik naar Delft kon. Ingenieurs zijn niet zo ideologisch.' © Phil Nijhuis

Verguisd werd hij. Alfred Kleinknecht durfde het aan bij zijn benoeming tot hoogleraar aan de Vrije Universiteit een pleidooi te houden tegen loonmatiging. Het was 1994 en het nut van de matige loonstijging was in Nederland boven elke twijfel verheven, van links tot rechts. Was de 'nieuwbakken professor' uit Duitsland gek geworden? PvdA-minister Melkert noemde zijn ideeën 'desastreus', de vakbeweging beschuldigde hem zelfs van 'volksverlakkerij'.

Bijna twintig jaar later kijkt Kleinknecht (62) er, in zijn Haagse appartement vlakbij zee, nog steeds met verbazing op terug. "Vooral uit de vakbonden kwamen agressieve reacties. Die hadden zich in bochten gelegd om hun achterban zover te krijgen. En nu kwam daar opeens een econoom die dat ter discussie stelde. In het buitenland begrepen ze er niets van. Ze vroegen me of ik een lintje van de vakbeweging had gekregen."

In 1997 stapte Kleinknecht over naar de Technische Universiteit Delft, waar hij vandaag afscheid neemt als hoogleraar economie van innovatie. Daar aardde hij beter dan bij de economen van de VU. "Ik was blij dat ik naar Delft kon. Ingenieurs zijn niet zo ideologisch. Ze dachten: die man roert de juiste thema's aan."

De professor uit Duitsland, toevallig in Nederland verzeild geraakt door contacten op een internationaal congres, hield namelijk niet zomaar een betoog voor hogere lonen. Hij had daar ook argumenten voor. Die waaiden echter weg in de storm van verontwaardiging.

Concurrerend
Kleinknechts stelling: goedkope arbeid maakt het voor bedrijven minder interessant investeringen te doen die de productiviteit verhogen. Loonmatiging was in de jaren tachtig even een medicijn om het Nederlandse bedrijfsleven weer concurrerend te maken. Maar als zo'n beleid te lang duurt gaat het ten koste van innovatie en houdt het zwakke broeders overeind. Ondernemingen investeren minder in onderzoek en ontwikkeling en moderne apparatuur als de lonen relatief laag zijn.

Vandaag klinkt het nog steeds verrassend actueel. Het regent rapporten die vraagtekens zetten bij de innovatiekracht van de Nederlandse economie. Deze week nog de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Die stelt dat Nederland niet goed weet hoe het in de toekomst zijn brood gaat verdienen. Met alle kaarten op de export zetten, en daarmee dus op loonmatiging, gaat Nederland het niet redden, betoogt de raad.

Drie problemen
Toch blijkt het ook in 2013 nog een hardnekkig verschijnsel. Kleinknecht wordt niet meer voor gek versleten, maar Nederland zit nog steeds 'in een kramp', constateert hij. "Terwijl het nu eigenlijk nog urgenter is. Er zijn nu drie problemen. Lage lonen zorgen niet alleen voor een lage groei van de productiviteit. Het tweede probleem is de koopkracht. De binnenlandse vraag is weggezakt. Het derde probleem is het samenhouden van de euro. Landen in het Zuiden hebben een exportoverschot nodig om hun buitenlandse schulden te kunnen afbetalen. Dan moeten wij eigenlijk de lonen en consumptie hier verhogen en hun de kans geven te exporteren."

Lees verder na de advertentie

 
In Duitsland heeft zelfs een minister opgeroepen hogere lonen te eisen. Goed voor de schatkist.

In zijn moederland Duitsland is de houding minder spastisch. "Daar heeft zelfs een minister opgeroepen hogere lonen te eisen. Goed voor de schatkist: er komt meer inkomstenbelasting en btw binnen." Kleinknecht ziet het ook dichtbij, aan zijn neef die bij Bosch werkt in de regio Baden-Württemberg. "Daar zitten de marktleiders in de auto-industrie. Allemaal sterk kennisgedragen bedrijven. Mijn neef is begin 30 en verdient goed. De kennis zit in de mensen, realiseert het bedrijf zich. Ondernemers in die regio hebben daarom de impliciete afspraak geen werknemers bij elkaar weg te kopen. Daar heb je nog een baan voor het leven."

Personeelsverloop en autonomie
Dat laatste is belangrijk, stelt Kleinknecht. Twintig jaar na zijn omstreden oratie, doen weer andere misverstanden de ronde. Die gaan over het nut van flexibilisering en het afbreken van ontslagbescherming. Daar heeft Kleinknecht in Delft veel onderzoek naar gedaan. "Bij innovatieve bedrijven zie je juist weinig flexibilisering. Er is weinig personeelsverloop, veel autonomie voor de werknemers en bijna geen managementlagen." Vanuit zo'n positie durven werknemers risico's te nemen. Als iets een flop wordt, staan ze niet gelijk op straat. Dat is goed voor de vernieuwende kracht van een bedrijf.

Met behulp van data van bedrijven heeft Kleinknecht het verband tussen flexibilisering en innovatie ook daadwerkelijk weten aan te tonen. "In bedrijven met meer flexibele arbeid, zie je minder groei van de productiviteit. Dat hebben we op bedrijfsniveau aangetoond." Dat was niet gemakkelijk, maar wel belangrijk, stelt de hoogleraar. Want het Centraal Planbureau (CPB) gaat in zijn modellen juist van het omgekeerde uit. "Meer dynamiek op de arbeidsmarkt werkt volgens die modellen positief op de arbeidsproductiviteit. Maar dat is geredeneerd vanuit de theorie. Het CPB zou het model dus moeten verbouwen."

Met dit onderzoek kan Kleinknecht de vakbonden wel voor zich winnen. Hij is inmiddels 'gerehabiliteerd' en geeft soms economieles aan kaderleden van de FNV. Nu de hoogleraar met pensioen gaat, stopt het onderzoek niet. Kleinknecht gaat twee dagen in de week werken bij een onderzoeksinstituut van de Duitse vakbeweging in Düsseldorf. "Dan ga ik alles nog eens met Duitse data testen." De scheidend hoogleraar blijft wel in Nederland wonen, dicht bij zijn familie.

 
In bedrijven met meer flexibele arbeid, zie je minder groei van de productiviteit.

Deel dit artikel