Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Economische noodzaak betere drijfveer voor duurzaamheid dan ethiek'

Home

Kees de Vré

De oogst van suiker op Sri Lanka en palmolie in Indonesië moeten duurzamer. © epa
Interview

Mondiaal operende bedrijven vrezen straks niet genoeg grondstoffen te kunnen kopen. Duurzame productie wordt noodzaak, aldus Nico Roozen.

Met ethiek alleen duurt het te lang om de overgang naar een duurzame wereld op gang te brengen. Economische noodzaak is een sterkere drijfveer en werkt daardoor sneller, is inmiddels de ervaring van Nico Roozen, directeur van Solidaridad en bedenker van het Max Havelaar keurmerk. "Voor slechts vijf procent van de consumenten is duurzaamheid een doorslaggevend aankoopmotief. Daardoor is hij in beperkte mate drager van verandering. In de laatste vijf jaren zie ik dat steeds meer grote bedrijven als Mars, Nestlé, Friesland Campina en Hennis & Maurits uit angst voor een gebrek aan grondstoffen duurzaamheid als een belangrijke pijler van hun bedrijfsbeleid beschouwen. Ik zie dat er grote stappen worden gezet. Er is echt iets gaande dat tot voor kort nog onmogelijk was."

De voedingsmiddelenindustrie heeft grote zorgen over leveringszekerheid van belangrijke basisingrediënten als soja, cacao, palmolie, suiker en producten als koffie, thee en fruit, weet Roozen. "Er moet straks voor 9 à 10 miljard mensen eten op tafel komen. Daar zitten grote groepen bij die door hun stijgende inkomens meer en luxer gaan eten. Door die twee bewegingen gaat de vraag sterk omhoog. Er moet 70 tot 100 procent meer voedsel worden verbouwd. Uitbreiding van landbouwarealen is uitgesloten. Bossen kappen kan echt niet meer. Sterker nog, veel grond is onbruikbaar geworden vanwege slecht beheer - er is een overdaad aan chemicaliën gebruikt - en een groeiend tekort aan zoet water. Er is een andere landbouw nodig en bedrijven krijgen dat door. Het huidige systeem bedreigt hun voortbestaan."

Binnen de grenzen
Slim en duurzaam zijn volgens Roozen de kernwaarden van dat nieuwe systeem. "In grote gebieden in ontwikkelingslanden kan de opbrengst per hectare fors omhoog. In Afrika wel met een factor vijf. Onder meer door het verhogen van de boerenkennis daar en door de inzet van technologie. Daarmee kun je de bodemgesteldheid meten, de flora en fauna in een gebied in kaart brengen en leer je de kansen op infecties kennen. Via zaadveredeling kun je robuustere planten krijgen. Dat valt onder het hoofdje 'slim'. Tegelijk moet die hogere productie worden gerealiseerd binnen de grenzen die de natuur en de samenleving stellen. Dat betekent minder chemie, minder water, minder verspilling, arbeid moet behoorlijk betaald. Dat is duurzaam. Alleen als je die twee koppelt, is de leveringszekerheid op de lange termijn veiliggesteld."

De econoom zal zeggen dat het nettorendement op de ingezette middelen omhoog moet. "Precies. Meer efficiëntie, meer kwaliteit gelijkertijd, maar tegen minder kosten. Daarmee blijft de betaalbaarheid voor grote groepen in zicht. Er zijn nog steeds zo'n vier miljard mensen die moeten rondkomen van minder dan 10 dollar per dag. Dat alles betekent dat duurzaamheid voor die grote bedrijven een economische factor aan het worden is, waar het voorheen alleen nog ging om reputatie. Je ziet nu dat die bedrijven bereid zijn om te investeren in boeren om zo hun kennis op een hoger plan te brengen, opdat zij slim en duurzaam gaan produceren. Dat zijn inmiddels strategische investeringen voor hen. Dat is echt een grote verandering, een revolutie bijna."

In de boeken meekijken
Roozen en zijn organisatie Solidaridad worden door die ontwikkelingen steeds vaker uitgenodigd in de bestuurskamers van de multinationals om advies te geven over 'slim en duurzaam'. Roozen pakt er een volle ordner bij om zijn jongste ervaringen te tonen. "Met 114 bedrijven werken we samen, met 34 van hen hebben we contracten over strategische samenwerking. Daarmee delen we onze kennis. Wij kijken in hun boeken mee, bij voorbeeld waar en van wie ze inkopen. Dat was tot voor kort onmogelijk. Met een bedrijf als Chiquita stonden wij op voet van oorlog. Ze hebben ooit een boot met onze fairtrade bananen aan de ketting laten leggen. Nu buigen we ons samen over een duurzaamheidsagenda."

Het enthousiasme van de Solidaridad-directeur is begrijpelijk. Het keurmerk Max Havelaar voor eerlijke handel, heeft na decennia duwen en trekken weliswaar grote bekendheid gekregen maar slechts een klein bereik gehaald. Nu de wetten van vraag en aanbod hem helpen, rijst wel de vraag of Solidaridad daardoor op den duur niet overbodig wordt. "Nee, zeker niet. Wij hebben kennis van de boeren en hun producten. We kunnen bedrijven en producenten koppelen en samen maken we een duurzaamheidsplan."

Lees verder na de advertentie

 
De voedselindustrie heeft grote zorgen over leveringszekerheid van belangrijke basisingrediënten als soja en suiker en producten als koffie en fruit.

De teelt van cacaobonen in Ivoorkust is al duurzaam. © afp

Roozen geeft het voorbeeld van koffiebranders die met drie man in Genève achter wat computerschermen wereldwijd hun inkopen deden. "Ze zagen nooit de boeren of hun product. Het enige dat zij deden was de laagste prijs zoeken bij een bepaalde kwaliteit, zeg roodmerk. Nu de vraag zo stijgt kan dat niet meer. Het gaat om directe relaties. De inkopers staan bij de boeren aan de poort. Daarover ben ik jarenlang uitgelachen. Moet je nu zien. De producent bepaalt."

Solidaridad richt zich door die ontwikkelingen meer op kennisvermeerdering van de boer. "Wij leren hem bijvoorbeeld onderhandelen. Dat kan alleen als hij zijn kostprijs kan berekenen en ook weet wat de consumenten vragen. Internet is daarvoor een zegen. De boer heeft zo toegang tot een groot databestand waaruit hij per dag kan afleiden wat zijn product waard is en hoe dat te verzilveren. Kortom, wij pamperen niet meer, maar stimuleren zijn ondernemerschap. Dat is echt beter."

Dat ethiek in dat ondernemen nu even op het tweede plan staat, baart Roozen geen zorgen. "Ik ben er nu zo langzamerhand wel achter dat duurzaamheid belang heeft bij meer dan alleen ethiek. Met alleen ethiek maak je onvoldoende meters. Je hebt ook economische wetmatigheden nodig. Britten kunnen dat zo mooi zeggen: Only values create value, alleen waarden scheppen waarde. Duurzaamheid is een economische noodzaak geworden. Ethiek en economie sámen is de toekomst. Dat het nu nog niet altijd zo is, daar kan ik mee leven. Maar er gebeurt tenminste wel iets."

Dwingende overheid
Van basisproducten als koffie, hout, palmolie, cacao en vis is het duurzame deel aan het groeien. Vooral vrijwillige initiatieven in bedrijven en maatschappelijke organisaties dragen hieraan bij. De groei wordt echter belemmerd. Zo is kennis bij lokale boeren om duurzaam te produceren gebrekkig en zijn de kosten om te voldoen keurmerken dikwijls te hoog. Bedrijven die al investeren in duurzame activiteiten, aarzelen vaak om op te schalen omdat eisen niet overal gelijk zijn. In westerse landen moeten overheden daarom dwingerder optreden.

Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport 'Verduurzaming van internationale handelsketens' dat vandaag verschijnt. Volgens het PBL, een belangrijk adviesorgaan van de regering, moeten aan bedrijven die in de internationale handelsketens opereren minimum duurzaamheidseisen worden gesteld. Bedrijven moeten worden verplicht regelmatig te rapporteren over hun duurzame activiteiten. De overheid moet zelf alleen maar duurzaam inkopen en importheffingen opleggen aan onvoldoende duurzame producten. De duurzame koplopers moeten een steuntje in de rug krijgen. Alleen zo wordt duurzame handel de nieuwe norm.

Ronde Tafels over duurzame palmolie en soja pakken duurzaamheidsprobleem niet fundamenteel aan
De Ronde Tafelgesprekken die de teelt van palmolie en soja moeten verduurzamen, werken amper. De deelnemende bedrijven komen niet met oplossingen die hun economische belangen schaden. De Ronde Tafels zijn daarom beperkt in hun vermogen een sector te reguleren. Dat stelt Greetje Schouten in een proefschrift waarop zij onlangs aan de Universiteit Utrecht promoveerde.

Al jaren komen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden geregeld bijeen om te bekijken hoe tropische basisproducten als palmolie en soja duurzamer kunnen worden geteeld. De vraag ernaar neemt toe. Dat werkt onduurzame praktijken als ontbossing in de hand. Palmolie zit in onder meer margarine, pizza's, koek, shampoo en zeep. Van soja wordt vooral veevoer gemaakt en die is dus van groot belang voor de productie van vlees en zuivel. Nederland is er met zijn uitgebreide voedingsmiddelenindustrie een grote afnemer van.

Uit tientallen interviews trekt Schouten de conclusie dat bedrijven niet verder willen gaan dan maatregelen waarvan zij zelf geen schade ondervinden. Beperking van het gebruik van de basisproducten komt niet eens ter tafel. Dat geldt eveneens voor een fundamentele aanpak van ontbossing en de arbeids- en landrechten van arbeiders en kleine boeren. Schouten pleit voor een aanpak per regio. Die richt zich op kleine schaal op specifieke problemen.

Nico Roozen: nummer 79 in de Duurzame 100.
De directeur van Solidaridad is onder meer bekend van het keurmerk Max Havelaar. Hulp en handel is een verstandige combinatie, vindt Roozen. Hij onderhandelt met grote, in veler ogen foute, bedrijven onder het motto 'Een kleine stap van een groot bedrijf heeft meer invloed dan een grote stap van een klein bedrijf'.

 
Bedrijven die investeren in duurzame activiteiten, aarzelen vaak om op te schalen omdat eisen niet overal gelijk zijn. In westerse landen moeten overheden daarom dwingender optreden.

Deel dit artikel