'Dit is een maatschappij voor mannen'

home

JUDIT NEURINK | BAGDAD

Ze zijn in de meerderheid, maar worden onderdrukt en genegeerd. De positie van vrouwen is in het ooit zo moderne Irak de laatste jaren alleen maar verslechterd. Een opgaande lijn is amper waar te nemen.

'Als ik op straat loop zonder hoofddoek, stoppen er auto's en word ik voor slechte vrouw uitgemaakt." Raqaa (21) schudt verontwaardigd haar bruine lange haren, en lacht samenzweerderig als ze het synoniem voor hoer uitspreekt. Samen met vriendin Sara (21) is ze een van de weinigen op het terrein van de universiteit van Bagdad die geen hoofddoek draagt. Ze is zojuist uit haar college gezet omdat ze onder haar lange shirt geen rok draagt, maar een legging. Woedend is ze over het 'uniformgebod'. "Dit is geen democratie."

Raqaa en Sara studeren politicologie aan de universiteit van Bagdad. Ze zijn onderdeel van de jonge generatie die in een strengere religieuze omgeving opgroeit. In een ontwikkeling die al is ingezet onder Saddam, na de Golfoorlog van 1991, wordt hun persoonlijke vrijheid beperkt door religieuze en culturele regels. "Dit is een maatschappij voor mannen", stelt ze bitter vast. "De sociale controle is enorm."

Dat er sinds de Amerikaanse invasie in 2003 aan de universiteit politicologie wordt gegeven zonder dat de overheid de docenten beperkt, is een vooruitgang. Vooruitgang is ook dat Raqaa en Sara hun studie zelf mochten kiezen. Maar na de studie staat beiden een huwelijk te wachten, want dat hoort zo. "Een meisje hoort rond haar 21ste getrouwd te zijn, als je 25 bent, ben je oud." Raqaa heeft nog geen verloofde, maar zal er, ondanks haar liberale ouders, toch binnenkort aan moeten geloven.

Veel jonge vrouwen willen die onvrijheid ontvluchten. Raqaa's vriendin Rusul gaat binnenkort naar Duitsland om te trouwen. "Ich liebe dich", probeert ze lacherig haar nieuwe taal uit. De groep meisjes die zich om hen heen heeft verzameld, giechelt mee. Sara wil naar familie in Zweden, maar haar ouders laten haar niet gaan. Was ze een jongen geweest, dan hadden ze haar aangemoedigd. "In Europa hebben ze vrouwenrechten, daar worden vrouwen gerespecteerd", noemen de studenten als reden voor hun vertrek. "Ik wil mijn land graag veranderen, maar ik heb weinig hoop", zucht Raqaa.

Doha en Rania (beiden 21), twee studenten aan de mediafaculteit, spreken ook de wens uit 'een rol te kunnen spelen'. Ze willen werken als journalist, en voorzien geen grote problemen: "Het gaat langzaam beter, met internet en mobiele telefoons."

De twee aankomend journalisten kozen er zelf voor een hoofddoek te dragen. Rania: "Sommige families oefenen druk uit: niet met jongens praten, hoofddoek op." Maar ook zij zien het huwelijk gloren, en dan moeten ze maar afwachten of hun man ze toestaat te gaan werken. "Maar ik kies er een die dat wil", zegt Doha lachend. "Ik wil mezelf ontwikkelen."

De verhalen van de studenten illustreren de situatie voor vrouwen in Irak, waar de jaren van geweld grote invloed hebben gehad op hun vrijheden, mogelijkheden en omstandigheden. Onderzoek onder jongeren laat zien dat de meesten van hen accepteren dat vaders en broers beslissen over de levens van jonge vrouwen: zij bepalen of ze trouwt, en met wie, of ze studeert en werkt, en of ze reist. De eer van de vrouw is weer een kwestie geworden; op de universiteitscampus vormen jongens en meisjes aparte groepen waartussen geen zichtbaar contact is. Van het Irak van de jaren zeventig met minirokken en gelijke rechten voor mannen en vrouwen is weinig over.

Toch meent Ghada al-Amily, manager kunst en cultuur bij het mediaconcern Al-Mahda, dat de opgaande lijn weer is ingezet. Bij haar krant worden de meeste afdelingen geleid door een vrouw, en ook in de culturele sector zijn er meer vrouwen op hogere posities. Ze is zelf het toonbeeld van een vooruitstrevende moslima; haar rode hoofddoek bedekt haar haar nauwelijks. Vanachter haar keurig opgeruimde bureau overziet ze de redactie van de krant Al-Mahda, af en toe lopen collega's binnen voor telefoonnummers of informatie. Vol trots toont ze het vrouwentijdschrift van het bedrijf (oplage 6000 exemplaren), met een verleidelijk kijkende schone zonder hoofddoek op de cover. "Het eerste nummer was heel anders, veel strenger, ja met een vrouw met hoofddoek."

Geconfronteerd met het conservatieve straatbeeld en de invloed van de religie op de Iraakse maatschappij geeft ze toe dat de situatie in het algemeen in Irak weinig rooskleurig is. "Vanwege de religieuze overtuigingen moeten we nu meer doen om vooruit te komen. We hebben er meer tijd voor nodig", zegt ze.

De invloed van religie is al onder Saddam Hoessein toegenomen. "De religieuze beweging begon al in de jaren tachtig, en door Saddams oorlogen zijn veel jonge mannen gedood. Veel jongeren zijn daardoor opgegroeid zonder vaders." Dat, in combinatie met de armoede, zorgde ervoor dat veel Irakezen hun toevlucht zochten in de islam. "En na 2003 waren weer de vrouwen slachtoffer. Al zo'n 25 jaar zijn zij het die in Irak voor de inkomsten moeten zorgen, en voor de opvoeding."

Vrouwen vormen, als gevolg van de vele mannen die omkwamen, inmiddels een meerderheid van zo'n zestig procent in Irak. En hun problemen zijn legio. Ongelijke behandeling, huiselijk geweld, anderhalf tot twee miljoen weduwen die zich moeten zien te redden. Toch komt er voor de Iraakse vrouwen weinig hulp. Volgens Al-Amily richten hulporganisaties nauwelijks iets uit. Van het quotum van 25 procent vrouwen in het parlement, valt volgens haar ook weinig goeds te verwachten; die vrouwen doen wat de partij ze opdraagt. Enkele seculiere vrouwen proberen vergeefs vrouwenkwesties op de agenda te krijgen. Er is een minister van vrouwenzaken, maar die heeft nauwelijks budget en al helemaal geen visie, klaagt Al-Amily. "We willen een echte minister, en geen excuus-Truus."

Diezelfde minister heeft te kennen gegeven dat ze een wet die huiselijk geweld aanpakt niet nodig acht, brengt Hanaa Edwar in de herinnering. De mensenrechtenactiviste die de onafhankelijke organisatie Al-Amal (De Hoop) leidt, werkt in het Bagdadse pand van de organisatie. Haar twee witte hondjes lopen om haar voeten. Na een jaar in een commissie te hebben gewerkt aan zo'n wet tegen huiselijk geweld, ontmoette ze de minister van vrouwenzaken bij een conferentie in het Koerdische Erbil. "Ze vindt dat een man zijn vrouw mag slaan. Ze is voor polygamie. Als je dit soort vrouwen op kernposities hebt zitten, wat kun je dan verwachten?"

Edwar is in Irak beroemd om haar kritiek op de regering, die haar eerder dit jaar in conflict bracht met premier Al-Maliki. Nadat hij mensenrechtenactivisten in verband had gebracht met terreuracties, tackelde ze hem in het openbaar over de slechte mensenrechtenscore van zijn regering. Edwar is scherp, en klinkt af en toe bitter als ze een beschrijving geeft van de situatie van vrouwen in Irak. "We hebben vier centra voor hulp aan gezinnen, en hebben ontdekt dat het geweld tegen vrouwen angstaanjagend hoog is. Thuis, op school, overal", zegt ze. "Geweld tegen meisjes, verkrachting, incest."

Ze vertelt over een meisje van tien dat gedwongen was te trouwen, en na twee maanden werd afgedankt. "Door ons durft men er nu over te praten. De minium huwelijksleeftijd voor vrouwen is 15 jaar, maar als je toestemming krijgt van een rechter mag het eerder. En die krijg je." Ze zucht: "De rechters moeten bijgeschoold worden. Sinds 2008 hebben we al zestien workshops voor ze georganiseerd, maar hun mentaliteit is nog steeds tribaal en patriarchaal."

Ze noemt het voorbeeld van een goedopgeleide vrouw van 55, moeder van drie kinderen, die met een bus reisde en toen ze alleen achterbleef werd verkracht door de chauffeur. "De meeste vrouwen zouden geen aangifte doen, verkrachting is een aantasting van hun eer. Maar zij wel, want hij had haar uitgelachen. 'Het is een schande voor jou, niet voor mij, en dit is niet mijn eerste keer', had hij gezegd." Met veel moeite deed de vrouw aangifte en werd de man vervolgd. "Toen liet de rechter hem vrij wegens gebrek aan bewijs."

De eerkwestie leidt tot moorden en tot zelfmoorden. Vaders en broers doden vrouwen die naar hun mening de familie-eer hebben aangetast. Of ze dwingen ze tot zelfmoord - het aantal gevallen van zelfmoorden onder jonge vrouwen stijgt in heel Irak.

Volgens Edwar speelt het sterk toegenomen analfabetisme een grote rol - 'we houden het op veertig procent, en onder vrouwen nog hoger' - naast de centrale rol van de familie in de Iraakse samenleving. Behalve analfabetisme-campagnes en maatregelen om de positie van vrouwen te verbeteren, is het belangrijk om vrouwen hun zelfbewustzijn terug te geven, bepleit Edwar. "Je moet vrouwen laten spreken. Ook tegen de familie."

Huiselijk geweld
Een op de vijf vrouwen (21 procent) tussen de 15 en 49 is slachtoffer geweest van huiselijk geweld, van wie 14 procent op dat moment zwanger was. In 83 procent van de gevallen wilde de echtgenoot haar gedrag 'bijsturen'. Van de Iraakse vrouwen denkt bijna 60 procent dat mannen hun vrouwen mogen slaan, op het platteland bedraagt dit cijfer zelfs 70 procent. Hoewel de wet kinderhuwelijken ontraadt, meent toch een op de tien jonge vrouwen dat een meisje het beste kan trouwen voor ze 18 is. Gedwongen huwelijken zijn verboden, maar een derde van de jonge vrouwen denkt dat een meisje een familielid moet trouwen als vader of broer dat van haar eist.

Sinds bijna acht jaar is ze de kostwinner van drie gezinnen. In totaal moet ze 21 monden voeden. Rafida Shaker Aboud (37), afgestudeerd computerkundige, is moeder van vier tweelingen: vier meisjes en vier jongens. Ze is een van de ongeveer twee miljoen weduwen in Irak; een op de tien vrouwen in Bagdad.

In 2006 werd Rafida's man, een Koerdische universiteitsprofessor, het slachtoffer van een terreuraanval. Na zijn dood opende ze een groentewinkeltje, maar het leven was hard en de inkomsten gering. Bovendien werd het gezin het slachtoffer van een militie die 'gezocht' op hun huurwoning kalkte, waardoor ze gedwongen was het huis te verlaten. "Ik was erg moe", vertelt ze, "mentaal en fysiek. We zijn bij mijn broers gaan wonen, tot die ook werden gedood."

Toen had ze drie gezinnen te onderhouden, "en het leven is duur. Ik piekerde niet over hertrouwen, want welke man wil nou acht kinderen, en zouden die hem wel accepteren?" Ze besloot haar lot in eigen hand te nemen en kocht een minibus. Ze bracht ambtenaren naar hun werk en deed taxiritten, wat gemiddeld zo'n 25 dollar per dag opleverde - bij werkdagen van 4 uur 's ochtends tot 5 uur 's middags. Als ze tijdens sjiitische hoogtijdagen ritten naar de heilige steden Kerbala en Najaf maakte, was het soms wat meer.

Taxichauffeurs vielen haar lastig: "Ze vonden dat ik beter kon gaan schoonmaken, dat was vrouwenwerk. Ze wilden de concurrentie kwijt." Bezorgd ging ze in Najaf bij grootayatollah Al-Sistani navragen of ze volgens het geloof als vrouw wel een minibus mocht besturen. "Die zei: je zorgt tenminste voor je gezin, daar is niets mis mee. Ze boden me zelfs een huis aan in Najaf, maar ik kan voor de kinderen niet weg uit Bagdad."

Rafida kon geen beroep doen op bijstandsregelingen die er voor weduwen zijn. "Er zijn veel vrouwen die net als ik niet geregistreerd staan." Ook hulporganisaties gaven niet thuis. "Ik heb het uiteindelijk opgegeven. Ik verwacht niets van niemand."

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie