Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

’Dit gaat over, echt’

Home

Seada Nourhussen

Alex Gbansé leidt vanuit Friesland een Ivoriaanse onlinekrant. De hoofdrolspelers in de politieke crisis in Ivoorkust waar hij nu over bericht, waren ooit zijn strijdmakkers. Gbansé is er zeker van dat het niet lang duurt voor er vrede zal zijn in zijn geboorteland. „En dan ga ik terug.”

Hollandser kan het bijna niet. Achter het rijtjeshuis in het Friese Bolsward ligt een terp met op de achtergrond wat knotwilgen. Over de begroeide heuvel beweegt zich moeizaam een fietser door de ijzige regen en de mist. Een pan dampende boerenkool met rookworst zou dit winterse plaatje compleet maken. De enige die wat exotisch afsteekt, is de Afrikaanse bewoner van dit nette, sober ingerichte huis.

Alex Gbansé (37) vertrok in 1994 vanuit het West-Afrikaanse Ivoorkust naar Oost-Duitsland. „Ik had op school Duits gehad en ik kon destijds zonder visum Duitsland binnenkomen. Engeland, de Verenigde Staten en een aantal andere westerse landen hadden ook lange tijd geen visumplicht voor Ivorianen.” Zo goed ging het destijds economisch nog met Ivoorkust; de grootste cacaoproducent ter wereld en jarenlang het economische wonder van Afrika. „Er was nog geen vrees voor achterblijvende asielzoekers vanuit zo’n welvarend land.”

Dat beeld van Ivoorkust is gekanteld. Sinds de tweede ronde van de verkiezingen van 28 november vorig jaar dreigt er een burgeroorlog vanwege de machtsstrijd om het presidentschap tussen zittend president Laurent Gbagbo en de door de internationale gemeenschap erkende winnaar van de verkiezingen, Alassane Ouattara. De Verenigde Naties ( telden zo’n 25.000 Ivorianen die voor het verkiezingsgeweld gevlucht zijn naar buurland Liberia, waar juist weer door Gbagbo ingehuurde soldaten vandaan zouden komen. Zowel burgers als medewerkers van Onuci, de VN-vredesmissie in Ivoorkust, zouden zijn bedreigd, van hun bed gelicht, ontvoerd en zelfs vermoord. De VN deden melding van enkele massagraven. Tegen de 250 doden zouden er al zijn gevallen.

Gbagbo, die de verkiezingen vijf jaar lang wist uit te stellen, stelt te zijn herkozen en wordt daarin gesteund door het Constitutionele Hof, waarvan het hoofd dik bevriend is met Gbagbo. Bovendien heeft hij de legerleiding van Ivoorkust aan zijn zijde. Ouattara krijgt de steun van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie en Ecowas, het economische samenwerkingsverband van West-Afrikaanse landen. Beide heren lieten zich tot staatshoofd beëdigen.

De voorlaatste verkiezingen in 2000 vonden ook al onder gewelddadige omstandigheden plaats. Jaren vol onrust en bloedvergieten volgden, met een mislukte coup, muiterij van het leger en uiteindelijk vanaf 2002 een burgeroorlog tussen de regeringstroepen uit het christelijke zuiden en rebellen uit het islamitische noorden, die zich gediscrimineerd voelen door de christelijke regering. Grofweg zit Gbagbo’s aanhang in het christelijke zuiden van het land en die van Ouattara in het overwegend islamitische noorden.

Sinds het vredesakkoord van 2007 was de noordelijke ex-rebellenleider Guillaume Soro premier in de nieuwe eenheidsregering. Ook door Ouattara is Soro benoemd tot premier. Ontwapening en reïntegratie van de rebellen zijn nooit van de grond gekomen. Het noorden is een staat op zich gebleven die onder controle staat van de Forces Nouvelles (Nieuwe Krachten), ooit geleid door Soro. Het zuiden is weer min of meer in handen van de Jeunes Patriottes (Jonge Patriotten), geleid door Blé Goudé.

„Samen met die jongens, Goudé en Soro, zat ik begin jaren negentig in de studentenbeweging Fesci”, zegt Gbansé nonchalant. „We hadden toen nog dezelfde idealen: democratisering van Ivoorkust, meer universiteiten, boeken en studiebeurzen. Tijdens een vergadering in 1994 werden we opeens opgepakt door de troepen van ex-president Bédié. Allemaal. We werden vastgezet en gemarteld.” De details daarover laat Gbansé in het midden.

Op zijn computer laat hij een foto zien van een groep jongemannen die midden in een grote ruimte op de grond zit. Het beeld in zwart-wit zou decennia eerder genomen kunnen zijn, maar is uit 1994. „Dit is na onze arrestatie. Hier moesten we op de staatszender onze excuses aanbieden voor onze daden. Kijk naar Soro. Hij zit helemaal achteraan, met zijn hoofd gebogen.”

Tweedejaarsstudent rechten Gbansé zit vooraan en kijkt de militairen voor hem recht aan. „Niemand had gedacht dat uitgerekend Soro en Goudé tot hoofdrolspelers in de Ivoriaanse politiek zouden uitgroeien. Ze toonden geen leiderschapskwaliteiten”, schampert hij. Tegenwoordig staan deze oud-strijdmakkers lijnrecht tegenover elkaar, staat Fesci bekend als een gewelddadige bende die terroriseert en moordt in opdracht van Gbagbo, en zijn de leden van weleer bijna allemaal naar Europa gevlucht.

Gbansé zag geen toekomst in Duitsland en vroeg asiel aan in Nederland. Hij belandde in Bolsward, trouwde een Friezin, kreeg een verblijfsvergunning en twee kinderen. Terwijl hij nog nauwelijks Nederlands sprak, begon hij aan een hbo-opleiding bedrijfseconomie in Leeuwarden. „Ik kan me nog herinneren hoe ik op z’n Frans binnensmonds stond te stamelen tijdens mijn eerste presentatie. Wat was ik zenuwachtig, zeg. Maar ik heb het gered”, zegt hij in inmiddels vlekkeloos Nederlands met een Franse tongval.

Na zijn studie begon Gbansé een IT-bedrijf, maar Ivoorkust liet hem niet los. Letterlijk. „Ik heb Blé Goudé hier in Bolsward nog op bezoek gehad. Of ik in Nederland campagne wilde voeren voor Gbagbo. Hij deed een rondje langs prominente Ivorianen in Europa. Het liep uit op een fikse ruzie tussen ons over zoiets banaals als geld.” Gbansé wilde op een andere manier bij zijn geboorteland betrokken blijven. „Journalistiek boeide me als kind. Met een bevriende Ivoriaanse journalist uit Duitsland wilde ik het eerste onafhankelijke dagblad van Ivoorkust beginnen.” Een papieren krant bleek te duur om te maken. Dus werd het een internetkrant. Vanachter zijn computer op zijn grenenhouten eettafel, met in het raam achter hem die Friese terp, leidt Gbansé sinds 2007 het Ivoriaanse onlinedagblad Connection Ivorienne.

Waarom vanuit Bolsward? „Hier blijk ik de nodige afstand en dus rust te hebben om zo onafhankelijk mogelijk het nieuws uit en over Ivoorkust te beoordelen. De meeste papieren kranten daar kiezen een kant: die van Gbagbo en zijn familie of van Ouattara en de rebellen. Ze worden ook zwaar gesponsord door één van de partijen. Mijn krant probeert neutraal te zijn. Dat is nieuw in Ivoorkust en ontzettend belangrijk.”

Met behulp van vaste verslaggevers en freelancejournalisten ter plekke weet Gbansé dagelijks een half miljoen bezoekers in Ivoorkust, Europa, de Verenigde Staten en Canada te bereiken. „Het is de op één na best bezochte website van Ivoorkust. Dagelijks hebben we 15.000 tot 20.000 unieke bezoekers”, zegt de hoofdredacteur trots. „Maar deze statistieken zijn gebaseerd op IP-adressen. Ivorianen maken nog veel gebruik van internetcafés en dus maken veel verschillende mensen gebruik van één computer. Het aantal bezoekers zou in werkelijkheid het dubbele of drievoudige kunnen zijn.”

Hoe het ook zij, Ivorianen in Ivoorkust en de diaspora snakken blijkbaar naar objectieve berichtgeving én onthullingen. „Wij berichten veel over corruptie en mensenrechtenschendingen en zetten veel documenten die we in handen krijgen online, zoals WikiLeaks doet.”

„Dankzij goedlopende advertentie-inkomsten van buitenlandse bedrijven die zaken doen in Ivoorkust kan ik hier inmiddels van leven. Maar we zitten nog in de beginfase; wij groeien mee met de internetdekking in Ivoorkust. Die is nog lang geen honderd procent. Mobiel internet is een enorme groeimarkt. Ik krijg reacties uit Ivoorkust toegestuurd vanaf Blackberry’s en iPads. Gadgets die ik zelf niet eens heb!”

Het succes heeft een keerzijde: de machthebbers in Ivoorkust hebben Gbansé, als boegbeeld van Connection Ivorienne, in het vizier. Een onthulling die Gbansé’s dagblad deed over smeergeld dat een topambtenaar van Gbagbo had aangenomen, leidde tot een civiele rechtszaak in Nederland.

De Ivoriaanse politicus nam een Amsterdamse advocaat in de arm en sleepte Gbansé voor de rechtbank – in Leeuwarden. De rechter veroordeelde Gbansé tot een fikse boete. De hoofdredacteur is daartegen in beroep gegaan. De zaak loopt nog. „Ik krijg regelmatig telefoontjes van communicatieadviseurs van Gbagbo en anonieme dreigmailtjes. Ik moet steeds vaker mijn naam of geen naam boven artikelen van mijn medewerkers uit Ivoorkust zetten, omdat zij daar anders gevaar lopen.”

Kritische stukken over Ouattara laat Gbansé op het moment voor wat ze zijn. „Ik heb negatieve stukken over Ouattara gepubliceerd. Dat hij rebellenleider Soro weer in zijn regering opneemt is niet slim. Soro symboliseert de oorlog. Door hem premier te maken, verlengt Ouattara de strijd.

Maar waar het mij nu eerst om gaat is het democratische proces in Ivoorkust. Gbagbo heeft duidelijk verloren. Er is bewijs dat zijn kamp duizenden stemmen voor Ouattara heeft doen verdwijnen. Ouattara heeft recht op het presidentschap. Zodra hij de volledige macht heeft, gaan we ook hem kritisch volgen.”

Gbagbo-getrouwen in Ivoorkust en in de diaspora bedienen zich van een anti-Franse en daarmee anti-westerse retoriek. „Pure propaganda”, zegt Gbansé daarover. „Ja, Frankrijk heeft een groot aandeel in de huidige problemen van Ivoorkust doordat ze het eenpartijstelsel in ons land dertig jaar lang beschermd hebben. Dat deden ze om te bewijzen dat het kapitalisme zelfs in een door marxistische landen gedomineerd Afrika werkt.” Ivoorkust was Frankrijks kapitalistische laboratorium.

„Toen de Koude Oorlog voorbij was, vond president Mitterand dat Ivoorkust een meerpartijenstelsel moest omarmen. De door oud-president Houphouët-Boigny zorgvuldig, én met harde hand, opgebouwde eenheid in het land viel uit elkaar. En ja, we willen allemaal van de politieke bemoeienis van Frankrijk af. Maar een band van ruim honderd jaar moet geleidelijk worden afgebouwd. Het is populistisch om te roepen dat dat meteen kan. Bovendien, Gbagbo doet toch evengoed zaken met de Fransen?”

Ondertussen is Gbagbo nog altijd geen centimeter geweken. Financiële sancties lijken hem niks te doen en aanbiedingen voor amnestie of verblijf in het buitenland voor hem en zijn gevolg wijst hij stelselmatig af. De door de Afrikaanse Unie aangewezen bemiddelaar, de Keniaanse premier Raila Odinga, gooide vorige week de handdoek in de ring na de tweede onderhandelingspoging in een maand.

Ouattara riep zondag op tot een stop op de export van cacao uit Ivoorkust om Gbagbo’s geldstromen te blokkeren. De Ivoriaanse gouverneur van de centrale bank van West-Afrikaanse landen is afgelopen weekeinde afgetreden, omdat hij zijn vriend Gbagbo van geld zou voorzien. De Ecowas lijkt nog altijd niet gretig om militair in te grijpen.

Toch zegt Gbansé: „Dit gaat over, echt. Gbagbo kan nog wel even blijven zitten met de financiële en logistieke hulp van de invloedrijke Evangelische kerk uit de VS en van landen als Angola, Equatoriaal-Guinee en Ghana. Het probleem met Gbagbo is dat hij vasthoudt aan de macht uit een oude frustratie. Zijn volk, de Bété, is door de kolonisator altijd gestraft met weinig onderwijs, omdat ze zo opstandig waren. Het was een achtergesteld volk. Gbagbo heeft zijn hele leven niets anders willen doen dan bij de elite horen. Daarom geeft hij niet zomaar op. Maar met zoveel druk van buitenaf zal hij eens moeten opstappen. Als dat gebeurt, ga ik terug. Om nieuwe media te doceren aan de universiteit en om via de journalistiek, en niet de politiek, de democratie te verstevigen.”

Lees verder na de advertentie
'In Bolsward heb ik de nodige afstand om zo onafhankelijk mogelijk het nieuws over Ivoorkust te beoordelen.' (FOTO REYER BOXEM) © reyer boxem

Deel dit artikel