Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Daar stonden we weer, op de begraafplaats'

Home

CATRIEN SPIJKERMAN

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Filosoof en nieuwe Denker des Vaderlands Marli Huijer (60) begon als coördinator van de 'Amsterdamse junkiebond'.

"Ik had mijn geneeskundediploma gehaald, maar moest nog een jaar wachten tot ik op de huisartsenopleiding terechtkon. Thuiszitten is niks voor mij, ik begon als vrijwilliger bij de junkiebond, officieel de 'Medisch-Sociale Dienst Heroïne Gebruikers'. Na drie maanden boden ze me daar een baan aan.

Het was een van de eerste belangenorganisaties voor drugsgebruikers ter wereld. In die tijd, de jaren '80, werden verslaafden óf opgejaagd omdat ze de openbare orde verstoorden, óf ze werden gedwongen af te kicken. De junkiebond had een ander doel: de risico's en schade van drugsgebruik zoveel mogelijk beperken.

Ik werkte altijd samen met een ervaringsdeskundige, een drugsgebruiker dus. We spraken met de wethouder over beleid, maakten ons eigen blad Spuit Elf, gaven voorlichtingen op scholen en gingen de straat op om gebruikers te informeren over giftige heroïne en besmettelijke ziekten.

We maakten ons ernstige zorgen over de geelzucht en lobbyden daarom voor gratis schone spuiten. Maar de GGD was tegen, die meende dat er overal gebruikte spuiten zouden gaan slingeren.

Toen een apotheek in de binnenstad geen spuiten meer wilde verkopen omdat de aanloop te groot was, kregen we de GGD zover dat we het zelf mochten doen. Een keer per week kwamen ze ons spuiten brengen. Wij deelden ongelimiteerd uit, op voorwaarde dat men de gebruikte spuiten inleverde.

De inruilactie werkte als een tierelier. Dat was in 1984. Kort daarna vielen de eerste aidsslachtoffers onder drugsgebruikers. Achteraf was het erg fijn dat die inruil toen al flink op gang was gekomen.

Natuurlijk waren er geregeld ook vechtpartijen, maar bang ben ik nooit geweest. Bovendien: iedereen kende mij. Als er eens iemand een vinger naar me durfde uit te steken, was er altijd wel een ander die zei: 'Van haar blijf je af'. Dat is het voordeel als je klein en tenger bent, je roept geen agressie op.

Het was een heftige tijd. Soms verbaasde ik me erover wat een jong lichaam allemaal kon verdragen: al die giftige stoffen, slaaptekort, ernstige ontstekingen. Maar ik leerde ook dat het van de ene op de andere dag voorbij kan zijn. Dan stonden we daar weer, op de begraafplaats.

Ik heb er niet psychisch onder geleden, al kan ik me iedere dode herinneren. Ik denk wel dat ik in die tijd een zekere hardheid ontwikkelde: toen ik later tijdens mijn huisartsenopleiding patiënten tegenover me kreeg die klaagden om een simpel hoestje, vond ik het moeilijk ze serieus te nemen."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie