Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Congo genas mijn schaamte'

Home

Seada Nourhussen

Review

amsterdam – David van Reybrouck (1971) had eigenlijk alles tegen. „Ik ben een blanke Belgische man. Hoe zou ik nou een genuanceerd boek over Congo kunnen schrijven?”

En toch is het hem meer dan gelukt. Vorige week verscheen het vuistdikke ’Congo, een geschiedenis’ van zijn hand. In bijna 600 adembenemende pagina’s wordt de Belgische ex-kolonie van 1850 tot 2010 gekenschetst.

Het is met opzet niet dé geschiedenis getiteld; het turbulente verhaal van het immense land in het hart van Afrika wordt opgehangen aan de zeer ongewone levens van gewone Congolezen. Geen staatsmannen of ontdekkingsreizigers maar een voormalige slaaf en een ex-kindsoldaat begeleiden Van Reybroucks indrukwekkende graafwerk.

Ook de vorige maand overleden stokoude verteller Etienne Nkasi, die beweert in 1882 te zijn geboren, leidt de lezer van de uitbuiting door koning Leopold vanaf 1885, de kortstondige euforie van de dekolonisatie en de dictatuur van Mobutu naar de invloed van Obama en China nu.

De man die ouder werd dan Congo zelf –de schrijver kan zijn bewering niet onderuit halen– is afgebeeld op de cover. Van Reybrouck draagt zijn werk zelfs aan Nkasi op. „Ik wilde Congolese stemmen laten horen. Maar zonder in termen van goed en kwaad te schrijven.” Want dat zijn in Congo, ontdekte hij tijdens zijn onderzoek, rekkelijke begrippen.

De even onstuimige als wrede Belgische koning Leopold II, die vanaf 1885 de absolute vorst van Congo-Vrijstaat werd maar nooit één stap in zijn privéspeeltuin zette, was niet alleen op het centraal-Afrikaanse land uit omwille van zelfverrijking, zegt de schrijver. „Er zat een sociale agenda achter: het kleine, kwetsbare en verdeelde België iets geven om trots op te zijn.”

Dat neemt niet weg dat Leopold zijn zakken ondertussen vulde met Congo’s grondstoffen, zoals rubber, en dat hij vele gruwelijke moorden op zijn geweten heeft. „Maar ook Congo’s eerste premier Patrice Lumumba, die als martelaar de geschiedenis inging en die ik had geïdealiseerd als de Afrikaanse Che Guevara, was geen zegen voor het land.”

Zo werkte Van Reybrouck ongemerkt aan zijn lastige relatie met het land waar de Belgische staat na Leopold wederom roofpartijen beging en waar zijn eigen vader vlak voor Van Reybroucks geboorte aan de spoorwegen werkte. „Oudere Belgen hebben soms nog een misplaatste koloniale trots. Mijn generatie heeft juist last van een schuldgevoel. Maar de Congolezen hebben mij verlost van mijn postkoloniale schaamte. Ze hebben mij genezen. Ik weet door mijn vele bezoeken aan Congo dat zij aan onze navelstaarderige zelfkastijding niets hebben. Zij zeiden: Niet de jaren vijftig waren het probleem, maar dat jullie 50 jaar zijn weggebleven.”

Openheid over België’s plaats in Congo’s geschiedenis moet leiden tot een hernieuwd contact, vindt van Reybrouck. „Wij moeten ons niet afwenden, maar een op een constructieve manier een adviserende rol spelen in bijvoorbeeld de vredesmissie van de Verenigde Naties in Congo.”

Veel Congolezen, die na nu alweer vijftien jaar lijden onder wat het bloedigste conflict sinds de Tweede Wereldoorlog heet, zeggen in Van Reybroucks boek te verlangen naar de terugkeer van de Belgen. Wat zegt dat over het land anno 2010, het jaar waarin Congo haar vijftigjarige onafhankelijkheid zou moeten vieren? „Als de hoop van een volk in het verleden ligt, zegt dat veel over de wanhoop van het heden.” Maar van Reybrouck wil niet louter somberen: „Door anonieme Congolezen centraal te stellen heb ik willen laten zien dat de geschiedenis vaak mensenlevens vermaalt, maar dat mensen soms ook de geschiedenis kunnen vermalen.” Zoals het vergeten verhaal van vier dappere vrouwen die in 1987 een levensgevaarlijk mini-protest hielden tegen het bewind van Mobutu.

üén ding knaagt nog wel aan de schrijver: „Het zou mooi geweest zijn als niet ik, maar een Congolees dit boek had geschreven.”

Deel dit artikel